KERKELIJKE RONDSCHOUW
Verdienen de Modernen een plaats?
Wij bedoelen natuurlijk, of de Modernen een plaats in de Ned. Hervormde Kerk verdienen. En dan in den zin, of zij er recht op hebben wat hun geloofsbelijdenis aangaat. En dan zeggen we: neen! Alleen hierom al niet, omdat zij de voorname, fundamenteele heilsfeiten loochenen. Zij die zóó staan tegenover 't cardinale, het echte en wezenlijke van het Apostolisch Christendom, hebben het recht verbeurd te belijden en met een eed te bevestigen, dat zij in geest en hoofdzaak daarmee instemmen.
Dat is een valsch spel, dat men dan speelt.
Zij, die de vleeschwording des Woords, die het lijden en sterven van den Heiland, die de opstanding en de hemelvaart van Christus, Zijn zitten aan de rechterhand Gods des Vaders en Zijn wederkomst ten oordeel zóó essentieel anders zien en daaromtrent zoo'n wezenlijk andere opvatting hebben, moesten dat eerlijk erkennen. Ze blijven dan ook gebrandmerkt, dat ze niet eerlijk zijn en spelen met woorden. Filosofisch mogen ze zich in allerlei bochten wringen, maar bij de belijdende Christenheid binnen en buiten de Hervormde Kerk, binnen en buiten Nederland, blijven ze onder het odium van onoprechtheid, als ze zeggen, dat ze principieel iets anders gelooven van de heilsfeiten en tegelijk zeggen, dat ze in geest en hoofdzaak met de belijdenis der orthodox-christelijke Kerk instemmen.
Maar daar komt nog iets bij. Hun Kerkpolitiek is zoo in alles om te veroordeelen. En laten we het nu maar zeggen met de woorden van den ethischen Amsterdamschen dominé Hoek, die er in het Algem. Weekblad voor Christendom en Cultuui als volgt over schrijft:
„de vrijzinnigheid moest zich zelf eens onder handen nemen. Waarvan ik in „Kerk en Volk" nog weinig bespeuren kan. Ernst, eerbied, eerlijkheid en bescheidenheid!" „Aan de vrijzinnigen past de belijdenis, dat zij honderdmaal meer als kerkelijk-politieke dan als religieuse macht hebben gepresteerd. Een tijd geleden gaf een onzer grootste bladen een statistisch overzicht van den toestand der vrijzinnigen in het jaar 1927. Een winstje hier, een verliesje daar, een kleine vooruitgang over geheel de linie, D.w.z. bij de v e r k i e z i n g e n. Maar er bestaat in de Kerk behalve verkiezingen en derzelver uitslag, ook zoo iets als een i n n e r l ij k e t o e s t a n d". De spatiëering van de twee woorden is van ons: verkiezingen en innerlijke toestand. Men begrijpt de tegenstelling hier!
Ds. Hoek vervolgt dan: „Ik zeg het zonder Schadenfreude: indien alleen zij ter stembus trokken, die in het gewone leven een minimum van kerkelijke belangstelling toonden, daar zou bijna geen enkele gemeente in ons vaderland over een vrijzinnig Kiescollege of Kerkeraad beschikken. Als kerkelijk-geestelijke macht is het modernisme bijna dood, opflikkerend alleen bij den stembusstrijd door afkeer van de orthodoxie".
Hier is geen woord bij of 't is waar!
Laten de moderne gemeenten in Noord-Holland, ook in Brabant, in Gelderland, in Drenthe, in Groningen, in Friesland eens eerlijk de boeken open leggen. Laat men in Oude-Pekela eens eerlijk vertellen, hoeveel kerkgangers er zijn; laat men in Boskoop eens van Zondag tot Zondag opgave geven, laat Stolwijk eens getuigen; van Stompetoren in Noord-Holland verwachten we opgave, van Limburg zoo goed als van Friesland!
Men schettert in verkiezingsdagen en noemt getallen bij de stembus. Maar men schaamt zich over de kerkgangers; 's morgens is het bedroevend; soms weinig of niets; en 's avonds de zaak gesloten! Zelfs schaamt men zich niet zelden over een betrekkelijk groot percentage, dat als lidmaat „aangenomen" wordt. De voorbeelden zijn voor het grijpen, dat men het alleen doet om stembus-materiaal tegen de orthodoxen te hebben en te houden!
De voorbeelden zijn voor 't grijpen, dat er „aangenomen" worden zonder catechetisch onderricht, of zóó, dat men zich zelf moest wegschamen als er ook maar even een eerlijk onderzoek werd ingesteld.
Eén bonk verkiezingspolitiek!
Ds. Hoek schrijft dan ook zoo naar waarheid: „De vrijzinnigen klagen over hun vertrapte rechten. Maar ik geloof, dat zij voorloopig nog schuldig zijn het recht van hun rechten te bewijzen".
Ja — bewijs uw recht, vrijzinnigen, uw recht op een plaats in de Hervormde Kerk, door uw ziel en uw leven te geven aan en voor die Kerk, die Jezus Christus als Zaligmaker belijdt !
Als gij u zóó geeft, waarachtig geeft, dan zult gij zeker en vast een plaats krijgen en hebben en houden.
„In menig moderne gemeente" — zoo vervolgt ds. Hoek zijn artikel — „moest, naar het kerkbezoek gemeten, de Kerk niet in hun handen, doch in die van de Evangelisatie-menschen zijn".
Ja — dat durven we aan, dat onderzoek. Zullen we er eens mee beginnen in Boskoop, Oudshoorn, Stolwijk, Oude - Pekela, Ter Apel, enz. enz.?
En nu zegge geen enkele vrijzinnige dat laffe: „maar 't zit 'm niet in het naar de kerk loopen". Want men moet zich wegschamen onder de vrijzinnigen, als hun dan gevraagd wordt: „maar zit 't 'm dan in het niet naar de kerk gaan?" — Wie durft er „ja" zeggen?
De fout van de Modernen.
De Modernen zijn te negatief geweest. Ze hebben de menschen van den Bijbel en de christelijke leer vervreemd en tot hun teleurstelling zien zij nu hoe moeilijk het is nog eenige belangstelling te wekken voor de positieve dingen. Eerst hebben ze alle belangstelling door hun ijskoude negatie doen bevriezen en nu is het veelal dood, waarvan het leven toch van zoo buitengewoon groot belang is. De Modernen zijn sloopers en verwoesters geweest. En wat er nu nog overig is, dat is indroevig te noemen!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 april 1928
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 april 1928
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's