Geweldige toename van vacatures in onze Herv. Kerk.
De laatste jaren neemt het aantal vacatures schrikbarend toe. Alle richtingen hebben over dit euvel te klagen. De lust om zich te bekwamen voor het predikambt neemt af. En zocht men vroeger de oorzaak hiervan in de slechte salariëering van de bedienaren des Woords, tegenwoordig is daarin zulk een verbetering gekomen, dat men tenminste daarin niet langer de hoofdoorzaak zoeken kan.
Zou het niet veeleer hierin gelegen zijn, dat onze tijd staat in het teeken van het materiëele? Het is een jagen naar 't stoffelijke, naar naar het geestelijke, naar het eeuwig blijvende, vraagt men niet.
Het is vooral de groep van de gereformeerden in onze Kerk, die het meest gebukt gaat onder het tekort aan predikanten. Het waren maar enkelingen, die waren afgestudeerd en een roeping naar de een of andere gemeente konden aannemen. Daar staat dan ook nog weer tegenover, dat we juist de laatste jaren vele geliefde predikers hebben moeten missen, wier gedachtenis nog voortleeft in de gemeenten, die ze gediend hebben.
Is het niet droevig, dat sommige gemeenten vijf of zes jaar vacant moeten blijven? De blijdschap, die ons tegenklinkt in de intreeberichten, weegt niet op tegen den weemoed van de gemeenten, die hun leeraar noode van zich zien scheiden. En nu is het wel waar, dat het beter is „om een dominé verlegen, dan er mee verlegen", gelijk het spreekwoord zegt, maar 't blijft dan toch maar een feit, dat die langdurige vacatures een enorme schade aan het kerkelijk leven toebrengen.
Op het oogenblik zijn er zeker ongeveer zestig vacante gemeenten, waar men een Bondspredikant verlangt, en indien er maar kans was, zouden er zeker nog meer in dien geest beroepen.
Daarom mag het gereformeerde deel in de Hervormde Kerk wel al haar aandacht aan dit probleem blijven wijden. Zal de actie voor de wijziging der proponentsformule meer resultaat hebben, dan is 't noodig dat het aantal predikanten vermeerdert, die daarvoor gevoelen. Zullen we meer invloed hebben in de hoogere kerkelijke besturen, dan moet eerst ook ons getal op de classicale vergaderingen, waar de stemmingen beslissen, aanzienlijk worden vermeerderd.
Het aantal studenten moet worden vermeerderd. Niet, dat we er een kunstmatige domineesfabriek van wenschen te maken, maar den ernstigen jongelingen mag toch het opzienersambt worden aangeprezen als een voortreffelijk ambt. Maar voorts moet ook de liefde tot het Studiefonds nog veel toenemen. De kosten zijn vanwege den langen duur der studie, aanzienlijk. Er zijn nog wel jonge menschen, die er lust toe hebben, maar de middelen ontbreken. Daarom zien we dan ook in het bijeenbrengen van gelden voor het Studiefonds één van hoofdfactoren, die door den Gereformeerden Bond moeten worden in het oog gehouden.
Ik kan mij indenken, dat vooral onder de jongeren wel eens de lust opklimt om wat groots te beginnen. „De Bond moest nu toch eigenlijk eens wat doen". Zoolang er echter maar enkele Gereformeerdebonders en Confessioneelen in de provinciale kerkbesturen zitting hebben, blijft dit echter een illusie. We mogen al blij zijn, als er hier en daar nog met ons wordt gerekend. Laat het ons dan niet verdrieten om met het kleine voort te gaan. De Heere heeft Zelf gezegd, dat wij den dag der kleine dingen niet zouden verachten. Die op het oogenblik iets groots wil doen, kan alleen de zaak uit elkaar laten vliegen. Dit is slechts het werk van een oogenblik.
Is het ook mogelijk, dat de gaven voor het Leerstoelfonds nog worden verdubbeld? Indien het aantal gereformeerde predikanten niet vermeerdert, maar ten slotte afneemt, is het — naar den mensch gesproken — gedaan met onze actie.
Laat 't oog daarvoor open mogen wezen. En laat er bovenal gebed mogen opgaan tot den Heere des oogstes, dat Hij arbeiders uitstoote in Zijn wijngaard, want de oogst is wel groot, maar de arbeiders zijn weinigen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 mei 1928
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's