Vragenbus.
Vragenbus.
Vr. Wat is het onderscheid tusschen de beschouwing der modernen en der gereformeerden in betrekking tot het sacrament van het heilig Avondmaal?
Antw. De modernen willen, als ze het Avondmaal nog in stand houden, saam dan aan tafel aanzitten, om dan te denken aan den mensch Christus, die de bereidheid tot lijden had, uit liefde voor zijn beginsel. Een herdenkingsplechtigheid. Die liefderijke Jezus is het waard, dat we hem gedenken. Daarbij wil men dan bij het breken van het brood elkander toeroepen: zóó moeten wij ons in liefde voor elkander offeren; we moeten wat voor elkander overhebben; we moeten elkander in liefde helpen en bijstaan. Als men het Avondmaal dan nog aan houdt onder de modernen, dan is het daarom. Geen schijn of schaduw van het verzoenend lijden en sterven van Christus, geen eten en drinken, om daardoor gesterkt te worden in het geloof, dat Hij is onze Verlosser en Zaligmaker, onze Heiland en onze Middelaar. En dus geen schijn of schaduw van 't geen de belijdenis, de leer van onze Ned. Herv. (Geref.) Kerk altijd is geweest en nog is. Geest en hoofdzaak van die leer verwerpt men bizonderlijk bij het Avondmaal. Wat de modernen eerlijk moesten bekennen, om het aan te durven als eerlijke menschen een eigen kerkgemeenschap te vormen, met of zonder zoo'n modern Avondmaal.
Vr. Hebben we bij het lezen van de scheppingsgeschiedenis in Genesis te denken aan dagen of aan tijdperken?
Antw. 't Komt ons voor, dat alles er voor pleit, dat hier sprake is van dagen. In zes dagen heeft — zoo vinden we later in de Wet — de Heere hemel en aarde gemaakt. Men heeft later van tijdperken van honderd of duizend jaar gesproken, omdat men zoo ruimte wilde maken voor een schepping, die millioenen jaren geleden moet zijn, volgens een zeker soort wetenschap. Maar men wil dan alles op een natuurlijke wijze verklaren. Zoo b.v. dat alles wat in den grond zich bevindt millioenen jaren noodig gehad heeft om te worden, wat het nu is (b.v. de steenkool). Maar men ziet dan over 't hoofd, dat wat boven en onder den grond is door God geschapen is en niet uit een natuurlijk proces langzaam ontstaan. Boven en onder den grond zijn duizend wonderen. Die dat over 't hoofd ziet, wil alles met een rekenmachine klaarmaken, maar rekent niet met den eeuwigen God, die wonderen werkt. Bovendien is na de schepping ook nog zooveel wonderlijks geschied en die dat alles over 't hoofd ziet bouwt op het natuurproces, maar vergeet God. Zegt men b.v. dat de steenkolenvorming millioenen en millioenen jaren noodig gehad heeft, dan ziet men alleen op het natuurproces, zonder meer. Maar als proeven bewijzen, dat verschillende plantaardige stoffen binnen twee jaar in bruinkolen en binnen zes jaar in glanzend zwarte steenkolen veranderen, dan voelt men, dat er onder geweldige natuurprocessen, door God in den beginne en in den voortgang gewild, in een oogenblik kan geschieden als wonder Gods, wat anders duizenden jaren noodig heeft. Laat ons daarom gerust aannemen in den geloove, wat God Zelf ons in Zijn Woord meedeelt als de waarheid, dat de Heere alles heeft geschapen; in den beginne hemel en aarde, terwijl de aarde toen woest en ledig was; daarna in zes dagen wat Mozes van God geleert, ons in Genesis verhaalt.
Beginnende met den eeuwigen God gaan we veiliger, dan die beginnen willen met de eeuwige stof. Wij zijn geen materialisten, maar theïsten. We zeggen niet, dat alles een chemisch proces is geweest, maar dat het is een schepping Gods. „Ik geloof in God, den Vader, den Almachtige, Schepper des hemels en der aarde".
Vr. Wat is de kern van het Spiritisme?
Antw. De kerngedachte van het Spiritisme is, dat het mogelijk is met de geesten der afgestorvenen in contact te komen en van hen boodschappen te ontvangen. Al ontkennen wij niet, dat er op dit terrein vreemde, wondere dingen zijn, zoo weten we, dat de H. Schrift niet zonder groote oorzaak overal verbiedt wat het Spiritisme wil en doet. De resultaten van het Spiritisme zijn miniem en daarbij lichaam en zielverdervend. De mediums zijn ongelukkige menschen en inplaats dat men gelooft in den H. Geest zoekt men het bij de geesten der afgestorvenen. Als men er dan Christus soms óók nog bijhaalt, is dat wederom in strijd met Gods Woord en men verzwaart z'n oordeel nog. Zoeken in contact te komen met de geesten der afgestorvenen betaamt een christen niet. Spiritisme en christendom is onvereenigbaar.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 mei 1928
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's