De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

Hemelvaart

8 minuten leestijd

»en een Wolk nam Hem weg van hunne oogen«. Hand. 1 vers 9b.

Men heeft de opmerking gemaakt, dat het Hemelvaartsfeest eigenlijk een tegenstrijdigheid in zichzelve is. Daar schuilt in dat gezegde iets waars. Vooral zal dat ons treffen, wanneer wij de Hemelvaart even stellen in de rij der andere feesten en daarmede haar vergelijken. En dan valt dadelijk dit op: bij de andere feesten wordt door Gods gemeente herdacht en overpeinsd het ontvangen van Gods heilsgave. De andere feesten, om het zoo te zeggen, geven iets.
Bij de viering van het Kerstfeest gaan Gods kinderen op naar Bethlehem om zich te verlustigen in de onuitsprekelijke gave Gods van Zijn eeniggeboren Zoon aan een verloren wereld. Op den Paaschmorgen moet Gods gemeente, schouwend in het ledige graf, herdenken, dat zij den Immanuël, Die wegzonk, beladen met haar schuld en doem, in de diepten van den eeuwigen dood, door de machtsdaad des Vaders heeft weergekregen, triomfeerend over de hel en al haar machten, haar uitreikend den kwijtbrief, dat al haar schuld is verzoend en zij is gerechtvaardigd in Hem. En op den Pinksterdag wordt Gods gemeente verrijkt met de gave des Heiligen Geestes, Die, nederdalend van den Hemel, in haar Zijn woning koos, om eeuwig bij haar te blijven.
Zie in dit licht den Hemelvaartsdag, en dan kan het niet anders, het verschil treedt scherp aan 't licht: de Hemelvaart geeft niet, maar ontneemt; ontneemt Jezus. De omgang met den Heere is verbroken. Richt uw blik maar naar den Olijfberg. Ge ziet een groep vereenzaamde discipelen. Ze staren den wegvarenden Christus na met strak gespannen blik. Zij hebben den Koning als tot aan de poort van Zijn paleis mogen vergezellen, en dan dan valt de poort dicht. Hij is binnen. In heerlijkheid. Zij staan in de droeve werkelijkheid, met haar strijd en lijden, en dat zonder Jezus, alléén.
Want .......... een wolk nam Hem weg.
***
Het gevoel, dat de Hemelvaart iets in heeft van een verlies, doet zich somwijlen bij de herdenking van dit heilswonder sterk gelden. Dan staat Gods gemeente voor haar besef daar zoo vereenzaamd turend naar de wolk, die den Christus indroeg in de heerlijkheid, maar Hem daarmede aan het lichamelijk oog onttrok. Zij heeft een blik op de poort mogen slaan, enkele klanken van den feestpsalm gehoord, waarvan het in den hemel juichte, toen de Overwinnaar van dood en graf binnentrok in het paleis daarboven. En dat alles doet te meer, te feller, Gods kinderen kennen het als verweesd achterblijven in de werkelijkheid, hier in deze wereld, waar de doodsvijanden niet ophouden hen aan te vechten. Zoo valt over den feestdag van de Hemelvaart de schaduw van de wolk, die Hem wegnam.
„Een wolk nam Hem weg". Het smartelijke hiervan wordt door Gods volk ondervonden. Wie den Heere vreezen, hebben hier geen rust. Daar is strijd van binnen, daar is strijd van buiten. In de vlakte des levens kan het leed zoo bitter pijnen. Het hart wordt vaak door kommer verteerd. Als het leed op ons aangolft, de krankheden bang, ons teisteren, en wij ons of een der onzen in doodsgevaar zien, dan komt zoo menigmaal de klacht van Martha ons over de lippen: Heere, waart Gij hier geweest, maar ach, een wolk nam Hem weg. 
Daar is ons geestelijk leed. De zonde is zoo machtig. Het kwade laat niet af ons telkens wild aan te grijnzen. Wij zijn, en kennen ons, als Gods genade ons nam onder haar bewerking, zóó zwak, dat wij elk oogenblik in gevaar zijn om om te komen. En als dan het zuchten opgaat om hulpe te ontvangen van den Sterken Held, en onze ziel worstelt om uitkomst, is het zoo vaak alsof geen bede kan doorkomen en de wolk zoo ondoordringbaar is. Ach, altijd weer: een wolk nam Hem weg
Dit smartelijke werkt ook door in de verlatingen, waann God Zijn kinderen brengt, wanneer Hij Zijn Geest terugtrekt en het hun is als zullen zij nimmermeer tot genade komen.
Zij roepen er tegen in. Met den Psalmist is 't in hun leven ook: „Als ik roep, verhoor mij, o God". Maar er is geen macht en geen durf om het den zanger na te zingen: „de Heere zal hooren, als ik tot Hem roep". Het is in ons hart zoo dor, zoo doodsch. En als dan zich daarin mengt het aangevallen worden door den vorst der duisternis, die zijn tijden zoo met listigheid weet te kiezen, dan wordt de nood zoo groot.
En het besef gaat bang in ons leven, dat de barmhartige Hoogepriester wegschuilt achter de wolk, ons vergetend. De wolk wordt zoo dicht, omdat wij daar nog bij schuiven onze zonden, als wolken van, ongerechtigheid.
Ja, dan wordt al het bange van de scheidende wolk ervaren. Hemelvaart beteekent dan in de zielebevinding geen feest, geen winst, maar verlies, scheiding, want „een wolk nam Hem weg van hunne oogen".
***
Toch is ook de Hemelvaart van den Christus een feestdag. Zij is een heilsfeit Gods. Zij moge den schijn hebben van scheiding, en lichamelijk is dat ook zoo, wezenlijk is zij toch gemeenschap. De Christus Gods is opgevaren ten hemel, om, zoo zegt treffend onze Heidelberger Catechismus, „ons ten goede daar te zijn". En Zelve zegt de Heere Jezus tot Zijne discipelen, tot Zijn waarachtige gemeente, tot u, treurende broeder en zuster, die om dat gemis der lichamelijke scheiding geneigd zijt te klagen: „Het is u nut, dat Ik heenga".
Hemelvaart is gemeenschap. Dat staat ook in den tekst.
Want, wat is een wolk? Ach, eigenlijk niets. Zij heeft geen innerlijk bestand. Zij kan ons voor een tijd de uitstraling, de koesterende, verwarmende uitgieting van 't zonnelicht ontnemen, het licht, de zon zelve niet. Wolken zijn eigenlijk niets. Voor 't zonnelicht stuiven ze uiteen. En als nu een wolk Christus heeft weggenomen, dan is toch wezenlijk de gemeenschap met Hem voor de Zijnen niet verbroken. Door de wolk heen grijpt Hij telkens met Zijn machtige handen in in hun leven; grijpt Hij in in het wereldleven: reddend den zondaar, die zonder Zijn levensgreep den eeuwigen dood zou sterven; vertroostend Zijn Kruiskerk, die anders in haar worsteling zou omkomen.
Zie dat aan de verweesde jongeren op den Olijfberg. Even is het bij hen een opstaren naar den hemel, een aarzelen, en dan ze gaan in blijdschap naar Jeruzalem terug. Ze worden trouw aan het bevel van den Koning. Ze getuigen in de bloedstad van Hem, Dien der Joden hand wilde neerstorten voor immer in den dood, en Die triomfeert in Opstanding en Hemelvaart en Pinksterwonder over dood en graf, Jood en Heiden en Zich openbaart door Zijn Kerk als de Almachtige.
Ja waarlijk, Hemelvaart is feest. Ondanks de wolk. De Christus is met eere en heerlijkheid gekroond. Hij openbaart door de wolk heen Zijn macht. Hij strekt Zijn scepter uit over de wereld, over onze doodsvijanden, over den Satan zelve en triomfeert.
Eens komt het groote Hemelvaartsfeest. Dan behoeft Gods gemeente zich niet tevreden te stellen met een blik op de poort, met het hooren van de naklanken van den psalm der eere, waarvan het in den hemel zingt. Neen, ze wordt binnengeleid in haar velerlei schakeering: vergeten armen, enkele edelen, verachte Galileesche visschers, tollenaars, een moordenaar aan het kruis, en gij, mijn lezer, gij ook?
Alles zal er op aankomen, of wij kennen in ons leven de hand van den Christus, door de wolk heen grijpend in ons hart, ter ontdekking, tot inkeer in onszelve, tot een kennen dat wij verloren zijn, maar gered tot de gehoorzaamheid des geloofs.
En als wij in die machtsdaad van den Christus, in die begenadiging in wedergeboorte en bekeering de oogen leeren opslaan, is het in ons en rondom ons alles zonde.
Waar zullen wij ons bergen? Hij, Die door de wolk heen grijpt in ons leven, is Degene, Die voor zulke reddeloozen ten goede door de wolk in den hemel werd gedragen om aan hunne zielen te vervullen het woord Gods: „Ik delg uwe overtredingen uit als een nevel, en uwe zonden als een wolk; keer weder tot mij, want Ik heb u verlost".
Ach, leer dan door genade moed grijpen en u laten zaligen door dien Christus. Leer Hem bidden, o zondaar, om die machtsdaad der genade ook aan u te openbaren en u te doen kennen, dat Hij als Koning moet heerschen ook in uw goddelooze hart.
Al nam een wolk Hem weg. Hij hoort 't geroep, dat uit nood en dood mag opgaan om Zijn heil. De Geest van Christus leere u dien weg betreden.
En als wij in kommer zijn over het gevoel der scheiding van de wolk en in droefenis omdat voor ons besef de Christus Zich van ons terugtrok, ach, dan doe Gods Geest ons zien, wat het is, dat Hem van ons en ons van Hem scheidt.
Hij doe ons kennen: „het zijn uwe ongerechtigheden, die scheiding maken tusschen u en Mij", kennen tot hartgrondige belijdenis. En waar dat beleden wordt, zullen wij ten opzichte van de scheidende wolk de Waarheid leeren, van wat de godzalige Voetius van dergelijke tijden mocht zeggen: nubicula est transibit: het is slechts een wolkske, het zal voorbij drijven.
Daarvan geve de Christus Zelve ons genieting bij de herdenking van Zijn Hemelvaart. Dan trekt weer de gemeenschap met Hem. Dan wordt het een feestdag, waardoor Hij ons in Zijn genade kracht doet toevloeien, om openbaar te worden in de wereld, als Zijn waarachtige gemeente, die met woord en daad moet getuigen: „Onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus, Christus".
Z.                                                                                          R. B.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 mei 1928

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 mei 1928

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's