Het oneerbaar gewaad van onzen tijd.
Neen, we wenschen in geen geval de hoepelrokken meer terug uit de vorige eeuw. Ook niet den tijd van de gouden en zilveren gespen. Zeker, ook tegen die eeuwen zijn vele bezwaren in te brengen, toen men zich met goud en zilver en edelgesteenten letterlijk belaadde; maar wat ge ook van dien tijd moogt zeggen, toch zeker niet dat het gewaad zoo oneerbaar was, als dat nu het geval is over de geheele linie. Wat we de laatste jaren zich op het terrein der mode zien ontwikkelen is ontzettend. De verschillende vaak schilderachtige kleederdrachten in de provincies van ons vaderland zijn aan het verdwijnen. Daarvoor in de plaats treedt het moderne haast uniforme gewaad. Op zich zelf genomen is dit reeds een bedenkelijk symptoom, Als het avond is, vallen in het rijk der natuur ook de verschillende kleurschakeeringen weg. Zou het misschien ook avond zijn voor de cultuur van de moderne volkeren der aarde?
Er zijn meer teekenen, die er op wijzen, dat er zich een machtige satanische eenheid gaat vormen. Het is geen wonder, dat in een tijd, waarin de communistische gedachte hoe langer hoe meer veld wint, ook de verschillende kleederdrachten, die rangen en standen kenmerkten, wegvallen.
Dit is echter nog het bedenkelijkste niet. De toenemende zedeloosheid maakt ook, dat het gewaad hoe langer hoe meer oneerbaar wordt. Schaamteloos ontbloot de vrouw der twintigste eeuw, wat niet ontbloot mocht wezen. Meent niet, dat ge hier slechts te doen hebt met de een of andere modegril. In dit opzicht kan de geschiedenis van de vervlogene eeuwen ons ontzaglijk veel leeren.
Toen de Romeinen stonden op het hoogtepunt van hunne cultureele ontwikkeling, volgde daarop een verschrikkelijke periode van verval, waarin het Romeinsche volk slechts vroeg om „brood en spelen". Maar in dien tijd van schrikkelijke decadence vertoonden zich in het oude Rome de mannen half naakt op de straten, zoowel als de vrouwen.
En daarom, we vragen slechts: „Is het oneerbaar gewaad van onzen tijd niet een doorslaand bewijs van de schrikkelijke verachtering van ons cultuurleven?"
Met weemoed moet worden beleden, dat duizenden, ook van de nog kerkelijke partijen, mee afglijden. Menigeen ook in ónze kerkgebouwen, wier kleeding onmogelijk door den beugel kan. We kunnen het dan ook niet genoeg toejuichen dat er ook in ons land weer stemmen opgaan om een eerbaar gewaad.
De gevolgen van de oneerbaarheid in de kleeding blijven niet uit. Is het op zichzelf genomen reeds een uitvloeisel van de verslapping der zeden, omgekeerd worden door die gedeeltelijke ontblooting de hartstochten van duizenden jonge menschen weer geprikkeld. En het kan niet anders, of de toorn Gods moet over dit alles ontbranden. Hij gaf toch den mensch het kleed, opdat hij de schande zijner naaktheid daarmee zou bedekken. .
Zou het daarom ook niet een woord voor onzen tijd wezen, als Jesaja, de koning van Israels profeten, er tegen waarschuwt: „Voorts zegt de Heere, daarom, dat de dochteren Sions zich verheffen en gaan met uitgestrekten hals en lokken met de oogen, al gaande en trippelende daarhenen treden, alsof hare voeten gebonden waren, zoo zal de Heere den schedel der dochteren Sions schurftig maken en de Heere zal hare schaamte ontblooten".
En lees maar eens verder van de bedreigingen, die de Heere in het derde hoofdstuk van Jesaja komt uit te spreken. Laat er in onze kringen een getuigen tegen dit alles mogen wezen en een toezien op de gevaren van wereldgelijkvormigheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 mei 1928
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's