FEUILLETON
Kleine Luijden SCHETSEN UIT HET FRIESCHE DORPSLEVEN
Kleine Luijden
SCHETSEN UIT HET FRIESCHE DORPSLEVEN
door IDSARDI
19)
Daar gaat een eigenaardige bekoorlijkheid, om niet te spreken van een verborgen kracht van hem uit. Reeds zijn rijzige gestalte, met dat innemend gelaat, die vriendelijke oogen, die fijn besneden trekken, dat ernstig voorhoofd, waarop de zorgen van den tijd en de ervaring van het leven niet nagelaten hebben hare sporen te drukken, niet het minst die klankvolle stem, waaruit zoowel innige overtuiging als hartelijke deelneming spreekt in alles wat het wel en wee zijner gemeente betreft, — dat alles imponeert, waardoor zelfs de tegenstander met een zekere schuchterheid tegen hem opziet.
Doch vooral zijn het de groote gaven van verstand en hart die hem hier tot zulk een rijken zegen doen zijn en waardoor er zulk een stille kracht van hem uitgaat. Dat komt niet het minst, omdat ds. Randwijk door lijden is geheiligd.
Daar ligt heel wat achter hem. Afkomstig uit een gewoon werkmansgezin, waar de zorgen voor dit leven van kindsbeen af gekend werden, rijpte reeds vroeg in zijn hart de begeerte den Heere op eenigerlei wijze in Zijn koninkrijk te dienen, 't Zij door als Zendeling naar Indië te gaan, waarheen zijn hart het meest naar uitging, 't zij door in het Vaderland werkzaam te zijn in den wijngaard Gods. Hulpvaardige vrienden hielpen de ouders den veelbelovenden knaap op de schoolbanken te laten, toen anderen van zijn leeftijd reeds voor dag en dauw mee uittrokken naar het veld om het vlas te wieden, of de aardappels te rooien, of de koeien te helpen melken, of den hooioogst mee in te halen.
Met grooten lijver werd gestudeerd om zoo mogelijk als kweekeling in het Zendingshuis te worden toegelaten, doch een groote teleurstelling volgde, toen na medisch onderzoek een verblijf in de tropen niet kon worden aanbevolen. Met één slag schenen alle jeugd-idealen vernietigd, alle toekomst-beelden stuk geslagen. Goede raad was duur. Vader Randwijk meende hierin duidelijk een bewijs te zien, dat de wil des Heeren ten opzichte van Egbert anders was, dan zij zich hadden voorgesteld. Reeds scheen alle hoop op verdere studie te moeten worden opgegeven, toen van een zijde, van welke dit het allerminst verwacht kon worden, de gelegenheid werd aangeboden, kosteloos het naburige gymnasium en later de universiteit te bezoeken, alleen onder de eene voorwaarde, van later zoo mogelijk af te betalen. Mocht het blijken dat voor dit laatste de gelegenheid niet bestond, dan was daarmede tevens de schuld vereffend.
Wel is waar hadden de ouders in den beginne hiertegen ernstige bezwaren. Zij waren altijd gewoon geweest eigen brood te eten, verkregen na noesten arbeid en vonden iets krenkends in de gedachte, dat hun zoon op deze wijze belast werd met een geldelijke verplichting die jaren lang drukken, en aanleiding worden kon van velerlei leed. Bovendien was het ten opzichte van de andere kinderen het geven van een voorsprong, waar zij reeds vroeg tot zwaren landarbeid of tot dienen geroepen werden, en wellicht later het onderscheid tusschen de andere kinderen en Egbert zoo groot zou zijn, dat daardoor de familieband verbroken werd. Noemden zij hem nu reeds schertsend de „mijnheer?" — en zou dit later geen hooge ernst worden?
Doch aan den anderen kant werd hun ouderhart, en vooral dat van de moeder, niet weinig gestreeld bij deze gedachte, dat eens hun zoon een beroemd man zou worden, en dan daarbij werkzaam in het Koninkrijk Gods, dat hen beiden zoo dierbaar was, omdat zij zich zelf door Gods genade kinderen des Koninkrijks mochten weten.
Toen dan ook daarop door eenige invloedrijke dorpelingen er op aangedrongen werd dat men toch deze gelegenheid niet zou laten voorbijgaan, en vooral de nadruk er op gelegd werd, dat Egbert toch nooit geschikt voor veldarbeid werd, omdat hij daarvoor te weinig krachten had, was weldra het pleit beslist. Egbert zou studeeren en dominé worden.
Met gunstig gevolg werd het toelatingsexamen tot het gymnasium gedaan en daar mede de eerste schrede gezet op den weg, die voor hem op den kansel moest uitloopen. Toch zou het ook in de studiejaren niet aan beproevingen ontbreken. God had met dezen jongen man iets vóór, maar nam hem daartoe in aparte behandeling. Gelijk Hij dat gewoonlijk doet met allen voor wie een bizondere roeping is weggelegd. Het zou gaan langs den weg van lijden en velerlei tegenspoed, om daardoor te heiligen en weg te nemen wat uit eigen zondig vleesch opkwam.
Het gymnasium werd in den kortst mogelijken tijd afgeloopen. Gewoonlijk was hij in elke klas nummer één en behaalde ge regeld de hoogste punten, zoodat de anderen hem onwillekeurig als vraagbaak gebruikten. Als Egbert het niet wist, dan wist niemand het. Bij het eind-examen wachtte hem een hartelijke hulde van de leeraars, die met de beste wenschen voor de toekomst afscheid van hem namen.
Thans was de weg naar de academie voor hem gebaand, doch scheen tevens de deur des lijdens geopend.
Eerst werd de vreugde in het ouderlijk huis over de blijde toekomstverwachting van hun zoon plotseling weggenomen, door wat men een noodlottig toeval noemt en waarbij vader Randwijk het leven liet. De paarden, waarmede hij op weg was, werden schichtig voor een stoomfiets, die in woeste vaart voorbij vloog.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 juli 1928
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's