De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

7 minuten leestijd

Postgiro 138421
De meeste menschen, ik denk haast allemaal, hebben een hekel aan belasting betalen. Dat is geld, zeggen zij dan in den regel, waar je nu heelemaal niets voor hebt. Dat is natuurlijk een misvatting. Voor die belastingpenningen die we opbrengen, krijgen we een heeleboel terug. Het is immers heelemaal niet zoo, zooals sommige menschen wel eens schijnen te denken, dat die belastinggelden in de schatkist vloeien om daar nu maar stilletjes te blijven liggen, zoodat de Staat kan zeggen: zie zoo, zoo rijk ben ik nu en 't volgend jaar ben ik nog weer veel rijker. Integendeel, de Staat doet met onze belastingpenningen 'n heele boel waar wij allen, de een aldus en de ander alzoo weer ons voordeel van trekken. Alléén uit dat oogpunt is 't dus eigenlijk al dwaas om zoo'n - hekel te hebben aan het belasting betalen, want gesteld eens dat er heelemaal geen belastingen waren, ik denk dat er van het groote huishouden van dén Staat dan al heel weinig terecht zou komen en dat, het ook in ons goede vaderland al hee! gauw een heele groote „janboel" zou zijn. Bovendien is het ook niet erg Schriftuurlijk om zoo tegen de „belasting" te zijn, want 't is niemand minder dan de Heere Jezus zelf die eenmaal gezegd heeft: „Geeft dan den Keizer wat des Keizers is en Gode wat Gods is"; en als wij de geschiedenis van Israels volk opslaan, toen Staat en Kerk, zullen we nu maar zeggen, nog één waren, dan lezen we daar van een belasting van niet minder dan een tiende deel van iemands inkomen, die voor den dienst des heiligdoms moest opgebracht worden. Belasting betalen, is dus Schriftuurlijk èn het is voordeelig. Hoe is het dan toch mogelijk dat vele menschen, onder wie ook de Penningmeester van den Gereform. Bond, het nog wel eens op een „aanmaning!" laten aankomen? Ach ja, wat kan een mensch toch tegen zichzelf zijn! Eigenlijk moest hij heelemaal niet aangemaand behoeven te worden en moest ieder uit eigen beweging naar den Ontvanger gaan en zeggen: zoo of zooveel ben ik u schuldig, hier hebt ge het geheele bedrag.
Gelukkig, dat er zulke eerlijke menschen ook nog wel zijn. Zoo kreeg ik dezer dagen bezoek van iemand dien gij allemaal heel goed kent, maar ik mag niet zeggen wie hij is en ik wil ook niet zeggen waar hij woont, want dan denk ik dat gij het allemaal heel gauw geraden zoudt hebben. Hij zei: noem mij maar N.N. Daarom durf ik hem ook niet anders te noemen. Nu, deze N.N. dan bleek dezer dagen 25 jaar getrouwd te zijn, Dat is een groot voorrecht, dat niet eens zoo heel veel menschen beleven. Immers hoeveel huwelijken zijn reeds verbroken vóór zij omzoomd kunnen worden met een zilveren rand? Maar deze vriend — want een vriend is hij, niet alleen voor mij, maar ook voor u — zal weldra het groote en blijde voorrecht genieten dat hij een kwart eeuw met de vrouw zijner keuze lief en leed van dit leven heeft gedragen. Wij zijn natuurlijk blij met de blijden en ik weet zeker als gij hem kendet dat gij dat ook zoudt zijn en misschien ook nog wel een gelukwensch zoudt zenden naar de — — — — . Hè, daar had ik zijn woonplaats haast verklapt. Maar dat mag nu eenmaal niet en daarom gelukkig, dat ik daar maar in ben blijven steken. Gij vindt dus wel goed dat ik hem en zijne vrouw nu maar namens u allen feliciteer en dat ik hun beiden toewensch niet alleen een nog lang leven, waarin zij elkaar tot rijken zegen zullen mogen zijn, maar ook het blijvend genot van de liefde van Christus, waarvan de apostel ons gezegd heeft dat zij nimmer vergaat. 
Maar om nu op de belasting te komen, deze vriend nu bracht, toen hij bij mij op bezoek kwam, eigener beweging zijn belasting mee. Zonder dat ik hem ook maar in het minst behoefde aan te manen, viel er dadelijk een biljet van ƒ 25.— op tafel. Gij begrijpt, dat zulke vrijwillige belasting­ betalers mij dubbel welkom zijn. Niet alleen wat de huwelijksbelasting betreft, maar ook wat de „beroepen-belasting" aangaat. Want ja, gij hebt het al wel begrepen, die is er van de week ook zonder bespreking en dus ook zonder stemming doorgekomen. Daar heeft zich in de volksvertegenwoordiging van onzen Bond, m.a.w. in het Hoofdbestuur, niemand tegen verklaard. Alleen vonden zij — en dat vond ik trouwens zelf ook al — het moest een „vrijwillige" belasting blijven. Geen „aanmaningen" dus en dus ook heelemaal geen „deurwaarder" op de pastorieën los sturen. Heelemaal vrijwillig, en dan betalen de menschen, zeggen ze altijd, veel eer en veel liever dan dat zij gedwongen worden. En dominé's zijn immers ook menschen, dus als je die vrijlaat, dan zal je eens zien hoe de rijksdaalders vloeien. De belasting gaat in bij het verschijnen van dit blad, dus Vrijdag 20 Juli a.s. 'k Ben nu wel nieuwsgierig van wien ik die vrijwillige beroepen-belasting 't eerst beuren zal. Misschien dat er ook wel zijn, die het niet weten willen dat zij zoo royaal zijn, maar dat is geen bezwaar. Dan kunnen zij ook terecht als N.N. bij het beroep naar X. Afwachten maar weer!
De inkomsten van deze week zijn alweer niet tegengevallen. We beginnen met N.N. ƒ 25.— huwelijksbelasting. Verder nog weer een Paaschcollecte en wel uit
W a a r d e r, vanwaar mij namens den Kerkeraad aldaar werd toegezonden een bedrag van ƒ 62.50. Dan uit:
V a a s s e n, van den heer P. C. Eilander aldaar een gift van ƒ 13.25 voor het Leerstoel-en Studiefonds? Is dit misschien de inhoud van een busje? Anders is 't ook goed, hoor!
A m s t e r d a m, van ds. Remme nog een nagift van den heer van A.; speciaal voor het Studiefonds, van ƒ 10.—
's-G r e v e l d u i n  C a p e l l e, namens den kerkeraad, gevonden in de collecte uit dankbaarheid dat ds. Van Willigen het beroep naar die gemeente heeft aangenomen, ƒ 1.—.
V e e n e n d a a l, van een medelezeres van „De Waarheidsvriend", gevonden in mijn brievenbus ƒ 5.— voor het Leerstoelen Studiefonds, en Zondagmorgen in onze Oude Kerk gecollecteerd voor het Leerstoelfonds weer ƒ 5.—.
V l a a r d i n g e n, van den heer C. B. uit dankbaarheid ƒ 1.— voor het Studiefonds. Daar uit Vlaardingen komen thans goede berichten, waarop wij een volgende week wel hopen terug te komen.
Maar nu ben ik, geloof ik, met mijn giften aan 't eind. Zij vormen tezamen een bedrag van ƒ 122.75. Maar ik ontving ook nog contributies van afdeelingen, en wel uit
G o r i n c h e m, van den penningmeester A. van Anrooy een bedrag van ƒ 44.—;
S c h o o n h oven, van den penningmeester F. Huisman, een bedrag van ƒ 20.70, en uit
K r a l i n g e n de contributie van den heer J.L. de Pater, zijnde ƒ 1.—. 
De contributies bij elkaar geteld vormen een bedrag van ƒ 65.70. Ook ontving ik van een paar afdeelingen nog bericht dat zij onderweg zijn, maar die komen volgende week wel aan de orde. Alles bij elkaar kan ik nu dus weer sluiten met een sluitpost van
f 188.45
waarvoor het ons weer past dankbaar en voldaan te zijn. En nu zien we elkaar D.V. zeker de volgende week op den Zendingsdag in Rijsenburg? Onze vorige Penningmeester was daar ook altijd. Zijn afwezigheid zal dus ook daar weer gevoeld worden. Visschen deed hij dan in dat verboden vischwater nooit, maar ik meen dat hij er toch wel eens iets heeft gevangen en dat er wel eens baarsjes waren die zonder hengel en zonder net zoo maar in zijn zak kropen. Misschien dat ik ook te dien opzichte wel zijn opvolger ben. In ieder geval hopen we dat het voor onzen Gereformeerden Zendingsbond een goede en gezegende dag zal zijn.
De Penningmeester, Veenendaal.                                 
Ds. M. JONGEBREUR.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 juli 1928

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 juli 1928

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's