De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FEUILLETON

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FEUILLETON

5 minuten leestijd

Kleine Luijden SCHETSEN UIT HET FRIESCHE DORPSLEVEN door IDSARDI.
25)
Maar het betrof het leven van haar kind, dat haar zoo dierbaar was, doch waarover zij zich reeds lang zoo onverklaarbaar ongerust had gemaakt en dat nu zweefde in doodsgevaar.
Met een bede in het hart is zij afgereisd. „Heer, spaar mijn kind, en laat het mij niet te zwaar worden!" Zoo heeft zij onderweg al maar gezucht, toen de trein haar in razende vaart de landen door, de vlakten over bracht, om eindelijk hijgend en stampend stil te staan aan het station van de plaats harer bestemming.
Medelijdende reizigers, die reeds alles van het doel harer reis af wisten, zorgden verder voor den weg. Een politieagent werd onder handen genomen, en na veel vragen werd eindelijk het groote huis bereikt, binnen welks muren zoo nameloos veel geleden werd, waar meer dan ergens ter wereld het smartenwee om der zonden wil gedragen werd, doch waar tevens de barmhartigheid in vereeniging met de kunst, nacht en dag zich beijverde om uit de kaken des doods te redden, wat zonder deze zijn wisse prooi zou zijn.
Aanstonds werd vrouw Randwijk tot de lijdenssponde van haar zoon toegelaten. Alleen werd uitdrukkelijk bevolen, dat alle emoties moesten vermeden worden, omdat dit doodelijk kon zijn. Tevens werd in zooverre haar onrust weggenomen, dat Egbert hier niet neer lag als gevolg van een roekelooze daad of een leven van zonde, doch dat hij deze ernstige verwonding had opgeloopen door gehoor te geven aan zijn begeerte om een ander te helpen. 't Was echter gemakkelijker hier te bevelen dan te gehoorzamen. Oogenblikkelijk zag 't scherpe moederoog dat de toestand zeer kritiek was en alleen een wonder Gods dit jonge leven zou kunnen redden. Volgens verdere medeeeling van den geneesheer had hier een groot bloedverlies plaats gehad en waren edele deelen geraakt. Wanneer 't mes van den woesteling één centimeter dieper ware doorgedrongen, dan was de dood onmiddellijk gevolgd. Nu bestond er nog kans, als de koorts ten minste niet te hevig werd, dat de veerkracht van de jeugd, door goede verzorging en verpleging gesteund, het zou winnen. Wat echter bij moeder en zoon nog oneindig zwaarder woog dan het lichamelijk leven, dat was de onzekerheid aangaande de eeuwige dingen. Meer dan ooit kwam het er thans op aan de kracht van het geloof te ervaren en den troost der belijdenis te genieten: „ik geloof de vergeving der zonden".
Daar is bij de lijdenssponde van Egbert wat afgebeden! Tegen de regelen van het huis werd het de zwaar beproefde weduwe vergund bij hem te blijven waken, en slechts voor zoover het voor eigen rust noodig was, week zij van zijn bed. Meest lag hij stil, met gesloten oogen, de hand in de hare. Af en toe viel hij in sluimering, om dan in heldere oogenblikken zich de vertroostingen Gods te hooren toefluisteren. Dat was voor hem hemelmuziek. 't Was, alsof het oude geloof, zoo zwaar geschokt, weer boven kwam. Moest hij wellicht dezen lijdensweg langs om zóó te komen tot aanbidding van de diepe wegen Gods en te leeren, wat door meerderen eerst in de lijdensschool verstaan werd:
Diepe wijsheid zijn Uw paden.
Wijsheid, zonder eind' of paal.
Zijn, o hooge God, Uw daden,
Zijn Uw wegen al te maal.
En om dan zóó te komen tot dat andere:
Zijn ze zuurheid, zijn ze zoetheid,
Wij aanbidden, zwijgen stil.
Want de wezenlijke goedheid
Maakt het goed, met dat zij 't wil.
Of, zooals de groote lijder het onder den ouden dag leerde zeggen: „met het gehoor des oors heb ik U gehoord, maar nu ziet U mijn oog!" In elk geval, daar werd lang en zwaar geworsteld, maar daar werd ook ervaren dat den oprechten het licht opgaat in de duisternis. En het was weer op een nacht.
Op voorschrift van den dokter, die af en aanliep, had vrouw Randwijk zich voor een paar uur ter ruste begeven, terwijl de dienst doende nachtzuster waakte.
„Waar is moeder"? — heeft Egbert plotseling gevraagd, toen hij als uit een diepen slaap ontwaakte. Eenige oogenblikken later was zij aan zijn zijde en toen heeft hij met een gelaat waar wonderlijke vrede over lag uitgespreid, terwijl een blijde glimlach de lijdenstrekken weg nam en iets van het oude vuur in het vriendelijk oog glinsterde, gezegd: „moeder, het is in orde !"
„Wat is in orde, mijn jongen?" — heeft zij in spanning gevraagd.
En het antwoord was: „ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht, en mijn ziel is gered geweest !"
En gelijk voor Jakob de zon over Pniël opging toen het ook in zijn ziel licht geworden was, zoo ook hier de nachtelijke duisternis als door hemelglans verlicht bij het afleggen van dezen geloofsroem.
„O, mijn God, ik dank U!" — was het eenige wat de moeder kon uitbrengen, en zelfs de zuster, anders wel gewoon aan tooneelen, was ternauwernood hare aandoening meester. Hier was een ziel verlost van den dood. Hoe het gegaan was, kon hij niet zeggen, maar de Geest Gods getuigde met zijnen geest dat hij een kind Gods was. Toen was alles in orde. Want als wij kinderen zijn, dan zijn wij erfgenamen, erfgenamen Gods en mede-erfgenamen van Christus, zoo wij anders met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden!
(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1928

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FEUILLETON

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1928

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's