Vragenbus.
Vraag: Wat beteekent het woord Pentateuch en wat het woord Hexateuch? Wat beteekent Thora?
Antwoord: Men is gewoon van de vijf boeken van Mozes te spreken als de Pentateuch; dat vreemde woord beteekent dan: vijfdeelig en ziet op de vijf boeken: Genesis, Exodus, Leviticus, , Numeri, Deuteronomium. Soms neemt men het boek Jozua er ook bij, dan krijgt men dus een zesdeeIig stuk en dat duidt men aan met 't woord Hexateuch (=zesdeelig). Men sprak ook wel van de Thora als men de vijf boeken van Mozes bedoelde. Dat woord Thora beteekent: onderwijs, wet. Mozes is de groote figuur, en zoo staat de wetgever op den voorgrond. De Wet is het eerste en voornaamste. Daarom die naam Thora. „De wet is door Mozes gegeven". (Joh. 1 vers 17).
Vraag: Kunt u mij niet inlichten inzake de Modernen, de Ethischen, de Confessioneelen en de Gereformeerde Bonders, hun verschil en overeenkomst in betrekking tot onze Hervormde Kerk?
Antwoord: Wij zijn blij dat deze vraag aangaande de vier richtingen niet onbeperkt is gesteld. Want in 't algemeen over die vier richtingeni te schrijven, gaat niet in een paar regels. Laten we dus de vraag beantwoorden in verband met de verhouding van de partijen ten opzichte van de belijdenis en van de Hervormde Kerk. Verder gaan we dus niet. Onze Hervormde Kerk heeft een belijdenis, die van ouds vervat is in de Drie Formulieren van Eenigheid. Nu heeft men vooral de laatste 100 jaar die belijdenis wat willen verschuiven; men heeft de kracht, het exponent, wat willen verwisselen; telkens heeft een verdunning plaats gehad, vooral door de woorden „geest en hoofdzaak". De belijdenis zelf is gebleven, in aard en wezen van het Gereformeerd Protestantisme, in geest en hoofdzaak van den eigenlijken inhoud. Maar het pogen is nochtans geweest om er, zonder de belijdenis kwijt te raken, er nooit en nergens last van te hebben op het terrein van de Hervormde Kerk.
Dat beheerscht ook den stand der partijen of richtingen. Niet één partij zegt: we zijn zonder belijdenis; ook niet: we hebben de leer der Kerk verworpen. Maar de verhouding tot die belijdenis is bij de vier partijen nogal verschillend
De Modernen zeggen: we hebben de oude belijdenis, maar we hebben aan alles een nieuwen inhoud gegeven, naar den eisch des tijds en overeenkomstig de nieuwe en nieuwste wetenschap! Zoo zijn zij, naar eigen getuigenis, de echte belijdenismenschen, die de resultaten van de wetenschap niet verachten en op den eisch des tijds weten te letten. Wij zeggen: er is weinig of niets van de belijdenis overgebleven en het positieve is wat de kerngedachte aangaat, louter negatief geworden, door ontkenning en loochening van 't oude.
De Ethischen zijn weer een ander type. Die zeggen: wij hebben de belijdenis, de orthodoxe of rechtzinnige belijdenis der Kerk, maar die belijdenis van 300 jaar geleden kan in haar formuleering niet meer de band der gemeenschap zijn; daarvoor is te veel veranderd in den loop der jaren. Niet de belijdenis, maar Christus is het criterium, zeggen de Ethischen. En dan de levende Christus, die leeft in het midden van de gemeente; die aan die gemeente de geloofservaring geeft; en die geloofservaring van de gemeente, uiting van den levenden Christus aan de Zijnen, is onze Confessie; daar kunnen en moeten we over praten, dat is het hart der zaak voor de levende gemeente; en daarom zijn de Ethischen er niet voor, dat de band aan de belijdenis versterkt wordt.
De Gereformeerden zeggen: de belijdenisschriften zijn 300 jaar oud, maar sinds de 16de eeuw is in geloofs- en belijdenisprincipia, in onze belijdenisschriften uiteengezet en verdedigd, niets wezenlijks veranderd. En daarom moet ook nu, in dagen van vervlakking en ontkenning en loochening, de band aan de belijdenis in de Hervormde Kerk wel versterkt. De Gereform. Protestantsche Kerk moet vaster komen staan aan de Gereformeerd Protestantsche belijdenis, rakende de hoofdzaken van ons christelijk geloof, waarvan de moderne tijd overal zich los maken wil. Hier staan dus Modernen en Gereformeerden 't meest principieel tegenover elkaar. De Modernen willen met den eisch der moderne wetenschap de grondprincipia principieel wijzigen en gaan van belijden der oude waarheid over tot loochening. De Gereformeerden zeggen, dat de grondprincipia principieel niet zijn veranderd en dat de moderne tijd vraagt om versterking van den band aan de bijbelsche belijdenis. De Ethischen staan daar tusschen in. Maar heel eigenaardig staan zij er tusschen in. Want de geloofsinhoud van het Ethicisme en van het Gereformeerd Protestantisme komt in héél veel dingen, rakende de hoofdzaken, overeen. Maar ook liggen er wel verschillen, en dan het meest in de houding die aangenomen wordt tegenover Schrift en belijdenis.
Door den inhoud van gelooven en belijden voelen Gereformeerden en Ethischen zich telkens verwant; maar toch ook weer door veel dingen van elkander gescheiden; althans sterk verschillend en onderscheiden.
Dat dringt tot saamspreken en soms saam handelen als het geprononceerd modernisme komt te staan op de erve der Vaderen tegenover de geloofsprincipia. Maar tegelijk verwijdert het weer, als het gaat b.v. op de Class. Vergadering of in de Synode om de positie te bepalen, welke tegenover Schrift en belijdenis, vooral tegenover de belijdenis, moet worden ingenomen en welke formuleeringen moeten worden vastgesteld en voorgeschreven.
Deze dingen maken, dat de verhouding tusschen Gereformeerden en Modernen binnen de grenzen van één Kerkgemeenschap met een belijdenis, als wij hebben, zéér gespannen is. Het doet telkens gevoelen de onvereenigbaarheid van die twee principieel verschillende richtingen; omdat de een loochent, principieel loochent, wat de ander als hoofdwaarheid belijdt en verdedigt, uiteengezet van ouds in de belijdenis der Kerk, waarvan geest en hoofdzaak in die Kerk niet mag geloochend worden en niet mag verloren gaan. Theoretisch staan hier de Modernen veel gemakkelijker wat het probleem betreft, want zij heeten vrijzinnig en staan de verdraagzaamheid voor; heel anders dus dan de Gereformeerden, die Gods Woord erkennen als regel voor leer en leven. Maar practisch wordt het voor beide richtingen, niet alleen voor de Gereformeerden, maar ook voor de Modernen, onmogelijk om harmonisch saam te leven. Voor de Gereformeerden is dit krachtens hun beginsel onmogelijk en verboden. Voor de Modernen is het ook niet wel mogelijk zulke gansch verschillende geloofszaken in één Kerkgemeenschap onder dak te brengen. Het is dan ook een elkaar bestrijden op leven en dood!
En daar tusschen staan de Ethischen. Geestelijk zijn ze ongetwijfeld meer verwant aan de Gereformeerden, in geloof, gebed en arbeid; in gelooven en belijden. Maar kerkrechtelijk en confessioneel genomen, staan ze toch ook weer zéér gereserveerd tegenover de Gereformeerden en soms zelfs sympathiek tegenover de Modernen, die zij dan z.g.n. als „zoekers" niet willen missen, terwijl zij voor de Gereformeerden niet zelden bang zijn.
In één en dezelfde Kerkgemeenschap is er dus een draaien om de positieve belijdenis, en bij die positieve geloofswaarheden is er onder ons een meten van krachten, vooral bij verkiezingen, benoemingen, beroepingskwesties, synodale wetsvoorstellen, enz. Dan is er telkens bij de Ethischen een niet durven en niet kunnen en niet willen bijvallen bij de Modernen. De Christusbelijdenis staat er tusschen. Maar er is tegelijk een niet willen optrekken met de Gereformeerden, omdat zij vreezen zóó in het belijdenis-harnas te komen straks, dat zij zich niet vrij meer zullen kunnen bewegen.
Men wil bij de Ethischen „vrijheid voorbehouden". En die vrijheid dan naar eigen zielservaren, naar individueel gelooven, zien en weten; waarbij de objectieve grond van het geloof eens christens niet meer is gelegen in de Heilige Schrift.
Materieel, wat den inhoud aangaat, verschilt men dan soms niet veel; er kan sterke geestelijke gemeenschap zijn; maar formeel verschilt men dan nog al belangrijk, welk formeel verschil ten slotte ook weer een werkelijk, materieel verschil geeft wat visie en confessie aangaat; wat het zien en het belijden der dingen betreft.
Confessioneelen en Gereformeerden (dwaze onderscheiding, waarbij Gereformeerd in diepte en breedte, ook historisch, ons véél beter voorkomt dan Confessioneel) hooren hier bij elkaar. En wat de Heilige Schrift, èn wat de Confessie, èn wat de geschiedenis der Kerk aangaat, hooren ze bij elkaar. Daarom zullen die elkander moeten zoeken en elkander op de erve der Vaderen moeten leeren vinden.
En met de Ethischen — zeker met een deel van hen — zal moeten worden gepraat en beraadslaagd, om de wille van de Christusbelijdenis in het midden van de Nederlandsche Gereformeerde Kerk. Dat bij elkander hooren van Confessioneelen en Gereformeerden is echter makkelijker gezegd dan in practijk gebracht.
Waarom?
Omdat men in wezen op den bodem der Heilige Schrift staat, ook in principe één is in Confessie; maar toch zijn er ongetwijfeld andere dingen in betrekking tot de geschiedenis der Kerk en rakende de practijken van het kerkelijk leven — ook daardoor rakende het politieke leven, met Overheid, Kerk, School, opleiding van predikanten, enz. — die het practisch samengaan zoo dikwijls bemoeilijken. We zien de dingen zoo verschillend, wat ook al weer z'n grond heeft in de voorstelling van de dingen, die bij Confessioneelen en Gereformeerden verschilt. Wij hopen, dat wat gescheiden is, ook gescheiden wordt. Wij hopen, dat wat één is, ook één wordt. En Gods Woord zij onze Gids en onze Rechter.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1928
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1928
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's