Overdracht van het Grafteeken van wijlen den Heer J. C. Fliehe.
Maandag 20 Augustus l.l. heeft op, de begraafplaats „Moscowa" te Arnhem de overdracht plaats gehad van het grafteeken van wijlen onzen vorigen Penningmeester.
Op de witte, marmeren zuil, die op het boveneinde van den grafsteen is opgericht, staat in gouden letters geschreven: „Van den Gereformeerden Bond", en op eenigen afstand daaronder: „In dankbare nagedachtenis". Aan den voet van dit opgerichte teeken ligt op den grafsteen een wit marmer gehouwen opengeslagen Bijbel, waarop een tekst geschreven staat, waarmede onze broeder door 's Heeren genade bijzonder werkzaam is geweest tot zegen zijner ziel. Dit woord is Coll. 3: 3 en 4: Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God. Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid. Het opschrift op den grafsteen luidt: „Rustplaats van Johannes Cornells Fliehe, geboren 28 Maart 1862, overleden 31 Jan. 1928, vanaf 1909 tot 1928 penningmeester van den Gereformeerden Bond tot verbreiding en verdediging van de Waarheid in de Nederlandsche Hervormde (Gereformeerde) Kerk.
Op het mooie, rustige kerkhof had zich des morgens om elf uur een kleine vriendenschaar vereenigd. Zij waren de vertegenwoordigers van de zeer vele vrienden, die onze overleden Penningmeester zich in heel ons land gemaakt heeft. In een wijden kring stonden zij rondom het eenvoudige, waardige grafteeken. Ook Mevrouw Fliehe was daar met haar familie, 't Was haar aan te zien dat deze gang een zeer moeilijke voor haar was.
Ds. Van Grieken sprak als Voorzitter van het Hoofdbestuur ongeveer het volgende: Wij vervullen hier een plicht der dankbaarheid. Wij hadden in onzen Broeder Johannes Cornells Fliehe van onzen God ontvangen een man die door genade zich geheel gegeven heeft aan onzen Bond. Hij deed dit uit liefde tot de Waarheid, uit liefde tot Christus. Dit laatste was de stuwkracht van zijn leven geworden. Al wat hij deed voor het Leerstoel- en Studiefonds, wat hij tot hun aanbeveling schreef, had dezen verborgen heerlijken achtergrond: liefde tot Hem, aan Wien hij door het geloof wist alles te danken te hebben. Met Christus was zijn leven verborgen in God. En daarom heeft de Heere hem ook tot veel zegen gesteld voor onzen Bond en voor de Kerk des Heeren in dezen lande. Ja waarlijk, de Heere heeft ons veel zegen in hem geschonken. Wij moeten den grooten Gever daarvoor dankbaar zijn, ook thans, nu wij een half jaar na zijn overlijden rondom zijn graf staan. Wij kunnen stil zijn in den Heere. De Heere heeft hem gegeven, de Heere heeft hem ook genomen.
Het plan is bij het Hoofdbestuur gerijpt een steen neer te leggen op de rustplaats van dezen door ons allen hooggeachten doode. Hier rust zijn stof tot den dag der opstanding, terwijl zijn ziel is ingegaan in de rust die daar overblijft voor het volk van God. Het is niet om een mensch te eeren of om een graf te versieren, want elk graf behoort tot de bittere gevolgen der zonde, maar opdat dit eenvoudige teeken met het inschrift aan de komende geslachten zou verkondigen dat God ons in Fliehe zulk een kostbaar geschenk gegeven heeft. Het is een grafsteen met een zuil die „naar boven" wijst, om ook ons naar Hem te wijzen, Die aan de rechterhand Gods is. Die over graf en dood de overwinning behaalde en Die ook het graf der Zijnen maakt tot een rustplaats van hun lichaam, dat eens in heerlijkheid zal worden opgewekt. Neen, wij eeren hier niet den mensch, maar Christus, Die aan een zondig mensch zooveel zegen voor tijd en eeuwigheid schonk. En deze zuil blijft de nakomende geslachten naar boven wijzen en Fliehe's graf blijft eene prediking van den rijkdom van Christus en van de overwinning van den Leeuw uit Juda's stam.
Wij geven thans dezen gedenksteen aan Mevrouw Fliehe; Wij weten, dat groote droefheid haar hart vervult. Missen wij veel in hem, zij doet dit nog veel meer. Maar zij treurt niet als degenen, die geen hope hebben. Mocht de vertroosting van het Evangelie, waardoor haar man zoo getroost werd, ook haar gedurige vertroosting zijn, waardoor ook de hoop leeft in haar hart op een wederzien in heerlijkheid.
De Heere geve door Zijne genade ook ons iets te kennen van die liefde en trouw, die Fliehe heeft betoond. Hij was een eenvoudig man en hij gevoelde zich tot de eenvoudigen aangetrokken en had een afkeer van alle grootdoenerij. Ook dit grafteeken is, volkomen in overeenstemming met hem, die hieronder begraven ligt. Het is een eenvoudig gedachtenisteeken, dat ook een blijvende vermaning is voor ons: „weest eenvoudig, zoekt den Heere te dienen in oprechtheid des harten en weest getrouw in het werk dat de Heere u op de handen legde". Het opgerichte teeken roept ons allen toe het woord van den Levensvorst: „Weest getrouw tot den dood en Ik zal u geven de kroon des levens".
Hierna nam de heer Van Woerden het woord, de zwager van Mevrouw Fliehe. Hij dankte den Voorzitter namens zijn schoonzuster voor het waardige gedenkteeken dat op het graf van dezen geliefden doode geplaatst is vanwege den Gereformeerden Bond. Hij verzocht dezen dank over te brengen aan allen die hiervoor hadden medegewerkt. Toen het verzoek tot Mevrouw Fliehe kwam om een gedenkteeken op dit graf te mogen plaatsen, had zij eerst wel eenig bezwaar. Zij vreesde dat het misschien eene te groote verheerlijking van den mensch zou zijn, waarvan haar man toch zulk een afkeer gekregen had. Maar toen zij hoorde dat er niets anders zou opstaan dan wat haar man was, eenvoudig maar dat hij penningmeester was, en alles daarmede in overeenstemming zou zijn, heeft zij tot eer van den Gever van zooveel zegen daarin toegestemd en is zij dankbaar voor deze nagedachtenis haar overleden man bewezen. En zoo aanvaardt zij gaarne dezen steen als een bewijs van de groote sympathie waarmede de leden van den Gereformeerden Bond voor haar man vervuld zijn. —
Hiermede was de plechtigheid afgeloopen.
Van het Hoofdbestuur waren aanwezig de Voorzitter, de Secretaris, de Penningmeester en ds. B. Batelaan. De andere leden konden tot hun spijt niet komen. Ondergeteekende wil er nog gaarne op attent maken dat de begraafplaats „Moscowa" altijd te bezichtigen is en gemakkelijk met lijn 5 is te bereiken. Dit voor hen die als zij in Arnhem komen en het graf van onzen onvergetelijken Penningmeester eens willen bezoeken.
N. VAN DER SNOEK, Secretaris.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1928
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1928
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's