FINANCIËN
Post giro 138421.
De komkommertijd loopt nu op een einde. Als dit nommer bij de meesten onzer aan huis komt is het de laatste Augustus. Als goede Nederlanders vieren we dan den verjaardag van onze geliefde Koningin. We danken God dat Hij weer een jaar tot haar levensdagen heeft willen toevoegen en we bidden den Heere dat Hij het licht van Zijn aanschijn ook in het nieuwe levensjaar moge verheffen over onze Vorstin en in haar over het Huis van Oranje, waardoor Hij in de geslachten ons volk zoo hoog beweldadigd en zoo rijk gezegend heeft.
Maar als dan de jaardag van Hare Majesteit achter ons ligt, heeft de Septembermaand zijn intree gedaan. De vacanties zijn dan voorbij of hebben althans het laatste stadium bereikt en de tijd van werken is weer begonnen.
,,Nu weer flink aanpakken, jongens", zegt menig vader dan tot zijn spruiten, die hij met boeken- of actentasch gewapend, weer schoolwaarts ziet gaan. En op haast iedere Lagere, Middelbare of Hoogere Onderwijsinrichting worden de lessen begonnen met een dikke streep onder die vaderlijke vermaning, die de leerling van huisuit reeds heeft medegebracht.
„Nu weer flink aanpakken, jongens". Dat vaderlijke woord van vermaning mag de Penningmeester, die geen „jongens" heeft, nu dan zeker wel richten tot alle lezers van „De Waarheidsvriend". Immers al is het niet de band tusschen vader en kind, daar ligt toch ook een zekere band tusschen hem en allen die de moeite nemen om zijn wekelijksche financieele beschouwingen te volgen. Zeker, ik weet wel, die band is niet zoo nauw als tusschen hen en onzen vorigen Penningmeester. Wat dat betreft vlei ik mij heelemaal niet met de gedachte dat ik ook maar van verre zou deelen in de groote sympathie die hij zich verworven had. Ik weet heel goed dat hij mocht zeggen, wat ik nog niet denken mag. Maar anderzijds meen ik toch wel grond te mogen hebben voor de hoop, dat niemand mij dat vertrouwelijke woord „jongens" kwalijk zal nemen, ook al blijkt het dan niet in letterlijken zin van toepassing te zijn. En vindt ge dien naam „jongens" voor u misschien wat banaal, welnu, dan moogt ge 't voor mijn part gerust wegdenken, als dan bij u maar alle nadruk op dat „flink aanpakken" valt.
Immers daarin zijn, dunkt mij, alle lezers van „De Waarheidsvriend" het wel met mij eens dat het, als September in het land is, voor ons ook een tij'd van werken wordt. Neen, voor dat woord „werken" moeten wij als Gereformeerde menschen heelemaal niet bang zijn. Dat woord is op zichzelf heel goed en de zaak die er door aangeduid wordt is nog veel beter. Zeker, ik weet wel wat misschien deze of gene hierbij denkt. Dat woord „werken" immers heeft voor menigeen zoo'n Remonstrantschen bijsmaak. Maar dat heeft het alleen maar als gij het verkeerd gebruikt. Dat woord werken op zich zelf, ook wat de geestelijke dingen betreft, vertolkt een zuiver Schriftuurlijke gedachte. Of heeft de apostel het niet met zoovele woorden gezegd: „werkt uwszelfs zaligheid met vreezen en beven, want het is God die in u werkt beide het willen en het werken naar Zijn welbehagen"? En zoo zou het nog wel met veel meer voorbeelden gestaafd kunnen worden, dat het op zichzelf heelemaal niet Remonstrantsch is als ik zeg dat wij aan 't werk moeten, dat wij dus in betrekking tot het verbreiden en verdedigen van de Waarheid de roeping moeten vervullen die de Heere ons opgelegd heeft.
En nu kan dat „werken", dat „flink aanpakken" op verschillende wijzen geschieden. Mag ik u eens een paar voorbeelden noemen? Maar laat ik dat dan tot de volgende week mogen uitstellen. Laat ik nu alleen een bewijs leveren dat er met „flink aanpakken" ook nog wel eens wat bereikt wordt. En dan denk ik aan een gemeente, die in 't geheel niet Remonstrantsch aangelegd is, waar Arminius, als hij in onze dagen geleefd had, zeker nooit een beroep naar gekregen zou hebben. Het is een gemeente die jaar en dag in de Gereformeerde Waarheid onderlegd is geweest, waar altoos dominé's stonden die een klinkenden naam hadden onder ons Gereformeerde volk. Ik herinner mij nog als jongen dat er een zekeren ds. Lazonder stond, een man die nu reeds lang juicht voor den troon en van wien ik wel eens hoorde dat hij in die gemeente wel meer dan 100 beroepen ontving. — Voor dominé's die graag een beroep hebben een getal om van te watertanden —. Welnu, in die gemeente staat nu ook een dominé die de zaak daar blijkbaar eens flink heeft aangepakt. En nu zie je toch hoe verkeerd je soms iemand beoordeelen kan. Ik had al eens gedacht, omdat ik niets hoorde, dat men in die gemeente tegenwoordig wat slaperig was. Maar dat blijkt heelemaal niet het geval te zijn geweest. Op den Zendingsdag begreep ik al wel dat ik wat voorbarig was geweest. Ik merkte toen al wel dat zij niet sliepen, maar dat zij druk bezig waren om de vette letters te veroveren. Ach, de een heeft daar nu eenmaal meer tijd voor noodig dan de ander. Maar toen zij eenmaal voor den dag kwamen, was het in orde, hoor! Immers de eerste post waar ik deze week mee kan beginnen is uit
Z e g v e l d, vanwaar ik van ds. Westra Hoekzema een collecte ontving van
HONDERD TWEE GULDEN EN ZEVENTIG CENT (ƒ 102.70),
die daar op Zondag 12 Augustus gehouden was. 'k Moet zeggen dat het prachtig is. Vooral als ik denk aan het benauwde zaaltje, waar ik voor tal van jaren eens in het belang van onzen Bond heb gesproken, omdat men toen nog meende dat de kerk er door ontheiligd zou worden, dan zeg ik: de Heere heeft ons ook in Zegveld ruimte gemaakt dat in diezelfde kerk nu een collecte is gehouden waar de vette letters voor noodig zijn. Kijk, daar heb je nu een vrucht van wat men „flink aanpakken" noemt.
Maar daar was nóg een reden waarom ik dubbel blij was met die mooie collecte uit Zegveld, en dat was deze dat het anders deze week wat schriel zou geweest zijn. 'k Ontving nog wel een paar mooie giften, maar de vele kleintjes, die een groote maken, ontbraken ditmaal. De giften die ik nog ontving kwamen uit
S u a w o u d e, afgezonden door ds. Lans, zijnde ƒ 5.— gevonden in de collecte van 24 Juni voor het bedanken van een beroep; ƒ5.— van de Meisjesvereeniging te Tietjerk; ƒ 1.— van een lezer van „De Waarheidsvriend" te H. en ƒ 2.50 gevonden in de collecte van 12 Augustus met bijschrift: „wat gij belooft, zult gij betalen", tezamen een bedrag van ƒ 13.50.
D e n H u l s t, afgezonden door den heer J. Kragt aldaar, gecollecteerd in het lokaal „Rehoboth" onder de prediking van den heer C. van Donkersgoed ƒ 10.—.
K a m p e n, afgezonden door den heer E. Roest een bedrag van ƒ 38.— voor 't Studiefonds, zijnde ƒ 12.— uit busje 125 over twee maanden en ƒ 16.— van de Zondagsschool op Gereform. grondslag.
Maar hiermede ben ik deze week ook uitgepraat. Ge merkt wel dat Zegveld me geholpen heeft om boven de streep te komen. Immers nu kom ik toch weer aan een eindbedrag van
f 164.20
en kan ik dus weer eindigen met mijn hartelijken dank aan allen die hiertoe hebben meegewerkt.
De Penningmeester,
Veenendaal.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1928
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1928
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's