STAAT EN MAATSCHAPPIJ
Het beginsel voorop.
Het blijft nog altijd een raadsel, dat onder de arbeiders, ambtenaren, middenstanders, landbouwers, tuinders, of welke maatschappelijke groep ge ook neemt, die van Christelijk beginsel zijn, er nog steeds niet weinigen worden gevonden, die instede van zich ten behoeve hunner economische belangen bij een Christelijke organisatie aan te sluiten, liever aan een neutrale vereeniging de voorkeur geven.
Dat door zich bij zulk een neutrale organisatie te voegen, het Christelijk levensbeginsel in 't gedrang komt, blijkt telkens. Men rekent van dien kant wel met hen, die de moderne of vrijzinnige levensbeschouwing zijn toegedaan, maar aan wat andersdenkenden voorstaan wordt geen aandacht geschonken.
Een frappant staaltje uit den laatsten tijd van dergelijk vrijzinnig optreden, treffen wij aan in het debat, dat op het congres van den Neutralen Middenstandsbond te Alkmaar gehouden werd, inzake het aanhangige wetsontwerp op de winkelsluiting, meer bijzonder over wat in dit wetsontwerp over de Zondagssluiting wordt voorgesteld.
In het orgaan van den Neutralen Middenstandsbond lezen wij in het verslag over de besprekingen betreffende de Zondagssluiting:
De Bondsvoorzitter zeide: Wij moeten tot een uitspraak komen. Anders wordt er buiten ons om beslist. Wij moeten onze Regeering behoeden voor de Zondagssluiting. Daarmede is het vraagstuk voor de Israëlieten opgelost. Namens het Bondsbestuur stelde spreker voor: de Zondagssluiting moet uit de wet verdwijnen.
Met twee stemmen tegen (die van Dordrecht) verklaarde de Koninkl. Nederlandsche Middenstandsbond zich tegen de Zondagssluiting (Donderend applaus).
De Bondsvoorzitter: Het zal op den Minister een buitengewonen indruk maken, als hij verneemt dat slechts twee stemmen tegen dit besluit waren. (Donderend applaus). Naar aanleiding van dit optreden van den voorzitter van den Middenstandsbond en het besluit dat op de vergadering werd genomen, schrijft het Friesch Dagblad:
Leest dit nu eens goed over, broeders, leden van den Koninklijken Nederlandschen Middenstandsbond! Leest 't driemaal en vraagt u dan af, of gij om des gewetenswil nog één dag langer in zulk een Bond kunt blijven georganiseerd. Kiest u, Wien gij dienen wilt!
Ziet hier de oude waan der Liberale neutralen, die meenen dat zij de Staat-in-miniatuur zijn; dat zij de wetgeving beheerschen. Dat doen zij nog veelszins, ja, maar doordat zij de hulp en den steun genieten van duizenden, die niet in hun gelederen behooren, die Christelijk georganiseerd behooren te zijn.
Inderdaad, 't is te verwachten dat deze uitspraak, met „donderend" applaus begroet, en onderstreept namens vele belijdende Christenen in Nederland, veel indruk zal maken op een kleurloos Minister.
Ach! Waar blijft de stem van belijdend-Nederland? Die voor 't minst den zelfden indruk zou kunnen maken? Op den zelfden kleurloozen Minister?
Nog worden wij door den ouden grijsharigen neutralist-liberalist geregeerd. Laten wij het toch eerlijk bekennen voor God en voor ons geweten. En laten wij toch dat goddelooze juk van onze schouders werpen.
Aan deze opmerkingen van 't Friesch Dagblad hebben wij niets toe te voegen. Wij zijn het met de beschouwingen der Redactie volkomen eens. Maar zullen zij eenige uitwerking hebben?
Wij hopen het van harte.
Echtscheidingen.
Het is hard noodig dat de wetgever een eind gaat maken aan het steeds grooter wordend kwaad van huwelijksontbinding met wederzijdsch goedvinden. De praktijk, die hier gevolgd wordt in deze, dat de gehuwde man of vrouw een beschuldiging tegen de echtgenoote of den echtgenoot inbrengt, die dan niet wordt weersproken, wat den rechter aanleiding geeft om de echtscheiding uit te spreken.
Ook een andere wijze om de echtscheiding tot stand te brengen, is de kwaadwillige verlating.
Hoe groot het aantal gevallen van echtscheiding is, blijkt uit het feit, dat alleen reeds in Amsterdam over 1927 een aantal van 592 werd geboekt. Over 1926 was het getal echtscheidingen, 522.
Men ziet dus, dat de echtscheidingen toenemen.
Daartegenover staat, dat het aantal kerkelijke huwelijksinzegeningen gestadig minder wordt. Het totaal aantal echtscheidingen over 't geheele land klom van 1916—1925 van 1301 op 2198 gevallen. Duidelijk blijkt uit deze cijfers, dat het geestelijk en zedelijk peil van onzen tijd zich beweegt in dalende richting.
Voor de Overheid om hier krachtig in te grijpen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 september 1928
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 september 1928
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's