KERKELIJKE RONDSCHOUW
Onze Propaganda.
Dat moet nu beginnen. En flink ook! De vacantietijd is voorbij, de werktijd is weer aangebroken. Als de bladeren vallen, wordt de arbeid door ons begonnen. En het moet ons allen te doen zijn om onzen Gereformeerden Bond te helpen en te steunen. Er moeten meer leden komen. Veel meer plaatselijke afdeelingen (in elke gemeente, waar meer dan 10 leden zijn, moet men trachten een band tusschen die leden plaatselijk te leggen door een afdeeling op te richten). Wat zijn er nog tal van gemeenten, ook Gereformeerde gemeenten, waar men den Gereformeerden Bond nog links laat liggen. Men trekt zich weinig of niets van de dingen aan. ,,Ben ik mijns broeders hoeder" is daar feitelijk de leuze. Als men 't zelf maar goed heeft, dan trekt men zich van 't lot van andere gemeenten weinig of niets aan. En dat er een gemeenschappelijke strijd is in het midden van onze Hervormde (Geref) Kerk, dat schijnt men niet te voelen. Moet dat zoo blijven? Mag dat zoo blijven?
Wij meenen, dat het zoo spoedig mogelijk veranderen moet. Daarom alom de handen uit de mouwen!
Ook om abonné's te winnen voor „De Waarheidsvriend". Er zijn onderscheidene plaatsen waar 't prachtig gaat. We zijn er dankbaar voor. Maar er zijn ook zoovele gemeenten waar 't treurig in dezen gesteld is. Men kent „De Waarheidsvriend" niet. Men weet er blijkbaar niets van. Men wil er blijkbaar ook niet van hooren.
Wat zouden we blij zijn, indien dat eens veranderen mocht. Indien van provincie tot provincie de gemeenten eens flink konden bewerkt worden. Wie wil zich plaatselijk eens voor dit werk geven? Wie wil eens adressen voor proefnummers opgeven? Wie wil de menschen eens bepraten en overhalen om abonné te worden?
Ook voor onze Fondsen zou het zoo heerlijk zijn. Ons Leerstoelfonds, om studenten geestelijk te helpen met leiding en onderricht overeenkomstig onze Gereformeerde beginselen. En het Studiefonds om een groot aantal jonge menschen en ook ouderen te helpen, financieel hulp te verleenen, bij hun studie op het Gymnasium, of aan de Universiteit
Heerlijk is dat werk. Prachtig hebben onze Fondsen zich stevig ingewerkt in 't geen onze Gereformeerde Bond zich van 't eerste oogenblik afaan voorgesteld had. Duizenden komen binnen jaarlijks, maar duizenden gaan ook uit elk jaar. En het is zoo noodig, dat dit werk wordt voortgezet en uitgebreid. Daarom roepen we jongen en ouderen op, om de propaganda voor onzen Bond, voor „De Waarheidsvriend", voor de Fondsen ter hand te nemen nu. Die ons reeds hielpen, zeggen, we gaarne hartelijk dank daarvoor. Maar we hebben meer, véél meer vrienden noodig, die met ons de hand aan den ploeg willen slaan.
Wij wachten. Stelt ons niet teleur, noch in de steden, noch op het platteland. 't Is nu de tijd om te werken. De tijd gaat snel, gebruikt hem, ook in dit opzicht wel!
Waar 't ons om te doen is.
Wanneer wij zoo gaarne onzen Gereformeerden Bond er „in" wilden werken, in het midden van onze plaatselijke gemeenten in Nederland en in het midden dus van onze Ned. Hervormde (Geref.) Kerk, dan is het om toch te bevorderen dat we met elkaar sterker zullen leeren gevoelen dat onze Ned. Hervormde (Geref.) Kerk vaster moet komen staan op den grondslag van de Gereformeerde belijdenis en dat we voor onze plaatselijke Kerken en voor de Ned. Hervormde (Geref.) Kerk in het geheel een betere, meer Gereformeerde Kerkorde, een betere, meer Gereformeerde wijze van kerkelijk-samenleven moeten krijgen.
Om de belijdenis; om de belijdenis der Kerk gaat het; en om de Gereformeerde belijdenis meer te maken tot de belijdenis der Kerk.
De Hervormde Kerk is geen vereeniging van elk wat wils. 't Is de Gereformeerde Kerk, door den Heere vrijgemaakt door Zijn Geest en Woord. En die Kerk, sinds lang door allerlei van de wijs gebracht, is de Gereformeerde Kerk, die vraagt om hulp, om raad, opdat zij weer in het rechte spoor mag komen.
Dat rechte spoor is ons gewezen in Gods Woord. Uit dat Woord hebben onze Gereformeerde Vaderen de beginselen naar voren gebracht, voor leer en leven der Kerk noodig. En zoo hebben we de Schriftuurlijke-kerkelijke hoofdlijnen in onze belijdenisschriften en in de Gereformeerde Kerkordeningen, bizonder in de Dordtsche Kerkporde.
Tot die belijdenisschriften en tot die Gereformeerde wijze van kerkelijk samen-leven moeten we terug. Niet om alles woordelijk over te nemen, b.v. van de Dordtsche Kerkorde. Niet graag! Want er is veel, dat ons zegt, dat onze Gereformeerde Vaderen, om allerlei oorzaak, niet gekomen zijn tot het hoogste. Wat niets geen wonder is. Het gaat ons dan ook niet om de letter, noch om bijzaken, noch zelfs om zoo maar de hoofdzaken over te nemen. Daarvoor heeft de Heere 't geslacht van 1928 ook niet geroepen, om maar stillekens en rustig en gemakzuchtig over te nemen de erfenis van onze Vaderen. Wij hebben zelf een taak en een roeping te vervullen. En in 't zweet van ons aangezicht zullen we ook in dezen te werken hebben, zullen we kunnen leven!
Maar de hoofdbeginselen zijn ons gegeven. Dat heeft de Heere in Zijn wondere genade ons geschonken. Als een lichtend licht staat daar, wat de groote mannen der Reformatie in de 16de eeuw hebben tot stand gebracht en ons, hunnen kinderen, hebben overgeleverd, opdat wij niet zouden afwijken van de wegen, die de Heere ons heeft gebaand.
Onze propaganda moet dan ook bedoelen onze Hervormde (Geref.) Kerk te dienen. De Gereformeerde beginselen van leer en leven moeten meer bekend worden; worden verbreid; worden verdedigd.
De beginselen van geloofsleer; de beginselen van Kerkrecht ook.
,,De Waarheidsvriend" is daarop ingericht. Schriftoverdenking, uitlegging van Gods Woord, met uitstalling van de waarheden der godzaligheid. Daarbij wordt in ons Bondsblad getracht den lezers te doen zien wat er rondom ons gebeurt, om daarbij op te merken wat de Heere ons ten opzichte van ons kerkelijk leven te zeggen heeft. 't Is toch Zijn Kerk? 't Raakt toch de eere Zijns Naams? 't Gaat toch om den welstand ook van land en volk? In het kennen van Zijne wegen en het wandelen in Zijne paden ligt groot loon en vrede, maar in het verlaten van Gods wegen en het verachten van Zijn inzettingen ligt ramp en ellend.
Nu is de Heere zoo goed en genadig om ons Zijn trouw en waarheid telkens te toonen, opdat het ons zou uitlokken bij Hem meer onze toevlucht te nemen; om te verlaten allen schadelijken weg en te bewandelen den rechten en gezegenden weg, die naar Zijn Woord is.
Daarvoor kan, onder de gunste Gods, ons Bondsblad „De Waarheidsvriend" dienen; en daartoe kan het meewerken, zoo het den Heere behaagt.
Dan wil ons Bondsblad ook de Kerkrechtelijke beginselen nader bekend maken. Ieder wezen heeft God geschapen met een eigen aard. Ook de Kerk is iets met een eigen aard en wezen. Dat moeten wij. Gereformeerden, verstaan, om, naar uitwijzen van Gods Woord, van het wezen van de Kerk des Heeren beter begrip ontvangend, er naar te staan dat de Ned. Hervormde (Geref.) Kerk zich meer overeenkomstig de beginselen van 's Heeren Woord moge gaan inrichten en dienovereenkomstig meer zal gaan leven. Daarbij kijken we, wat Staat en Maatschappij, wat Gezin en School van ons vraagt. We letten op ons Vereenigingsleven. En zoo hebben we groote dingen te doen samen, met een heerlijk doel voor oogen, waarbij „De Waarheidsvriend" van groote beteekenis mag worden genoemd.
Daarvoor nu vragen we medewerking. Medewerking van allen, die de Gereformeerde waarheid liefhebben; die onze Ned. Hervormde (Geref.) Kerk liefhebben.
Dat er opwaking kome. De Geest des Heeren doorwaaie onzen hof!
Onze Kerkbeschouwing.
Waarvoor moet onze actie gaan als Bondsleden? Wat zijn de beginselen, die we moeten voorstaan en propageeren? Moet het in en door den Bond niet allereerst en allermeest te doen zijn om de Kerk? Met name om onze Hervormde (Geref.) Kerk? Immers ja! En dan is ons ideaal een Hervormde of Gereformeerde Kerk van Nederland. Waartoe allen behooren, die één zijn in de erkentenis van de Heilige Schrift als Gods Woord, waarin ons door den Heere de waarheid van Boven geopenbaard is. Om in die Kerk dat Woord te erkennen als een lamp voor onzen voet, als een licht op ons pad, waarin ons volkomenlijk, als éénmaal gegeven openbaring des Heeren, den weg der zaligheid is geopenbaard.
Zoo'n Kerk is ons ideaal, staande op den grondslag van Gods Woord, levend uit en bij dat Woord, zooals de Heere die Kerk, vrijgemaakt uit Rome's diensthuis, in de 16de eeuw ons gaf, in dezen lande plantte en voor heel het volksleven tot een rijken zegen stelde..
Een Hervormde of Gereformeerde Kerk begeeren wij, een Kerk, die zoo juist past bij ons Nederlandsche volk, dat een protestantsche natie is, door den Heere in 't aanzijn geroepen in de bangste tijden.
Een Kerk, waar zij zich thuis voelen, die den Christus der Schriften belijden en in Hem mogen gelooven, die het Hoofd der Kerk is. Om daar te wonen met hun zaad, levend uit het Verbond Gods, dat gaat over hen en over hunne kinderen, om dat Verbond heilig te houden bij Woord en Sacrament.
Wij begeeren een Kerk, waar men ook voor de wijze van kerkelijk samenleven Gods Woord erkent als hoogste autoriteit, naspeurend de beginselen dienaangaande, door den Heere Zelf voor Zijn Kerk gegeven in Zijn dierbaar getuigenis, dat vol is van de hoogste waarheid.
Een Kerk, waar het ambt hersteld en geëerd wordt overeenkomstig de H. Schrift, het leer- en het regeerambt, zoo goed als het ambt van diaken, begeerende daarin te dienen den Christus, die Profeet, die Koning en die Priester is.
Een Kerk, waarover Christus regeert in de functioneering van de ambten, door Hem aan Zijn Kerk gegeven, gelijk de Apostelen het ons hebben geleerd naar het Woord huns Meesters. Zoo'n Kerk, als Hervormde of Gereformeerde Kerk, niet Roomsch, niet Luthersch, niet Remonstrantsch, maar gereformeerd naar Gods Woord!
Om dan onder de opperheerschappij van Jezus Christus vrij te staan in het midden des volks, met Woord en Sacrament, met eigen Schriftuurlijke, presbyteriale Kerkorde, waarbij de ambten in Christus' Naam werken; vrij zich bewegend naar uitwijzen van Gods ordinantiën, vrij van den Staat, vrij samenkomend in eigen kerkelijke vergaderingen, welke haar als goddelijk recht toekomen. Om dan te staan in het midden der natie als Kerk des Heeren in dezen lande, waarbij ieder, om den wille van Gods Woord en 's Heeren bevel, zich te voegen heeft, belijdende Zijn Naam en uitdragende Zijne Waarheid, welke is naar de Schriften.
Om als een getrouwe getuige van Jezus Christus, als een pilaar en vastigheid der Waarheid, in dezen lande uit te dragen Gods getuigenis, te bevorderen den reinen en waren godsdienst en naar het bevel van Jezus Christus ook te prediken het Evangelie onder de niet-christelijke volkeren. Jood en heiden en Mohammedaan boodschappend de blijde tijding van Gods ontfermende en reddende liefde, in den Zoon Zijns Welbehagens geopenbaard.
Voor zoo'n Kerk willen we bidden, strijden, werken. Met dat doel voor oogen willen we de Waarheid naar Gods Woord in dezen lande, in het midden van onze Hervormde (Geref.) Kerk verbreiden en de beginselen, ons in 's Heeren Woord geopenbaard, verdedigen. Opdat de Hervormde (Geref.) Kerk, die eertijds zoo rijk bevoorrecht door den Heere een zoo ruime plaats in het midden des volks mocht innemen, weer in Gods gunst moge worden opgericht uit haar diepen val, naar luid van het rijke woord Zijner wondere genade en onwankelbare trouw: Keer weder tot Mij, gij afkeerige kinderen, en Ik zal uwe afkeering genezen.
Wij willen in het midden van onze Hervormde (Geref.) Kerk uitroepen: „gewen u aan den Heere en hebt vrede"! Wat is zij diep gevallen! Wat heeft zij zwaar gezondigd! Wat hebben onze Vaderen en wij het er slecht afgebracht! Veel, veel zal moeten veranderen. Radicaal, diep, ernstig zal de wederkeering tot den Heere moeten zijn. En dan sta weer de Kerk des Heeren de, naar uitwijzen van Gods Woord hervormde Kerk in het midden van onze natie, als een stad op een berg, als een licht op den kandelaar, als een zoutend zout, hier en in onze Indien, predikend het Woord des Heeren, ja, overal waar de Heere nog een roeping heeft voor Zijn Kerk in dezen lande.
Is er hoop voor de Herv. Kerk?
't Gaat niet, om de gansche kerkelijke kwestie in een zoo-'n kort bestek te behandelen. Maar dit willen we hier wel zeggen, dat we al de afscheidingen van de Ned. Hervormde (Geref.) Kerk ten diepste betreuren. Het heeft dan ook geenszins het gewenschte doel bereikt, zelfs niet nader bij gebracht. Want het doel was toch, om de Gereformeerde Kerk van dezen lande van onder het juk der dienstbaarheid vrij te maken. En daarbij moesten gedragen worden ook de vruchtgevolgen van de zonden der Vaderen en van ons. Dat is pijnlijk, moeilijk, lastig. En men heeft zich afgescheiden, bij acte, van wat men beliefde te noemen het Hervormd Kerkgenootschap. Zoo wilde men voortzetten de aloude Gereformeerde Kerk. Maar die rechtens tot die Kerk behooren, gingen in den weg der afscheiding niet mee. Ook in 1886 bij de Doleantie niet.
Men kan dat van de zijde der afgescheidenen en van den kant der doleerenden betreuren en zelfs veroordeelen, maar 't feit als zoodanig is niet te loochenen. In dien zin is 1834 en 1886 dan ook een mislukking. Het heeft niet geleid tot het doel, dat men zich voor oogen gesteld had.
Een herhaling van afscheiding en doleantie zou wéér mislukken. En wij zijn daarover verblijd. Ons Gereformeerde volk wil iets anders. Het gaat om de Kerk der Vaderen, die, om der zonde wil, in boeien geslagen is. En nu moet die Kerk weer vrij komen om den Heere in dezen lande vrij te mogen en te kunnen dienen naaf'Zijn Woord. Niets meer en niets minder.
De lijn der historie loopt door de Ned. Hervormde (Geref.) Kerk heen, ook nu zij zucht onder de besturenmacht en haar belijdenis geweld aangedaan wordt, zonder dat zij er veel tegen doen kan. Dat is diep ellendig. Dat is moeilijk. Dat is lastig ook op onderscheidene tijdstippen van ons kerkelijk handelen en wandelen. Maar het is waarlijk niet buiten onze zonden omgaande! En daarbij moeten we telkens zeggen: „Hij straft ons wel, maar naar onze zonden niet".
De kerkelijke kwestie is zoo voor een gedeelte in het zand geloopen. En die eerlijk zijn zeggen: zorgt, Gereformeerden in de Hervormde Kerk, zorgt er voor, dat het niet wederom gaat zooals in 1834 en 1886! Een andere weg zal moeten worden bewandeld. De kerkelijke gescheidenheid verlamt ons bijna op elk gebied. En gelukkig komt er bij de Hervormden ontwaking op menigerlei terrein des levens, waar zooveel te werken valt.
In zéér gedesorganiseerden staat verkeert de Kerk. De Kerk buiten ons en de Kerk binnen ons terrein.
Maar gelukkig is het feit niet te wederspreken, dat een grooter aantal Gereformeerden, dan van ons uitgingen, zijn gebleven en zich bevinden in het midden van de Hervormde Kerk. Sterker. Niet alleen een groot aantal Gereformeerden zijn achtergebleven, maar er is een groot aantal Kerken van Gereformeerde belijdenis binnen onzen kring van de Ned. Hervormde Kerk. Deze Kerken leven, helaas! onder een Synodaal verband dat veelszins jammerlijk is en ellende werkt, maar die Kerken bewijzen nochtans onloochenbaar, dat de aloude Gereformeerde Kerk in dezen lande door de Besturenorganisatie niet is te niete gemaakt, maar nog Ieeft, nog bestaat, ja, zich in de laatste jaren hoe langer hoe meer ontwikkelt in de richting van de belijdenis van den Christus der Schriften. En alleen door de ongelukkige Bestuursorganisatie kunnen zich de Modernen vooralsnog kerkelijk handhaven, hoewel de Kerk als zoodanig hen niet wil.
Want ook dat mag niet vergeten.
Het staat niet zóó, dat in de Hervormde (Geref.) Kerk alle richtingen evenveel rechten hebben, de Christus-belijder evengoed als de Christus-loochenaar. Alleen die onze Hervormde (Geref.) Kerk gram is, beweert nog gestaag zulke onwaarheden. Het staat niet zoo, dat men kan zeggen: zoo iemand conform de reglementen belijdenis des geloofs heeft afgelegd en alle bepalingen der reglementen verder opvolgt, is hij wettig lidmaat der Hervormde Kerk, en dan kan en mag hij evengoed modern zijn als orthodox. Men weet beter! Iemand die conform de reglementen handelt en al de bepalingen der reglementen opvolgt, moet instemmen in geest en hoofdzaak met de belijdenis der Kerk; moet rechtzinnig zijn; moet gelooven in den Christus der Schriften, moet belijdenis doen van Zijn dood en opstanding en Zijn verzoenend lijden en sterven, omdat alles in de Hervormde Kerk: het Woord, het Sacrament, het lied ons dat zegt. Iemand-die modern is zegt dan ook op een oogenblik dat hij het met geest en hoofdzaak van de belijdenis der Kerk (dat toch zeker de belijdenis van een DrieëenigGod is. God den Vader en onze schepping. God den Zoon en onze verlossing en God den H. Geest, en onze heiligmaking) eens is, maar om dan tegelijk te zeggen: ik sta er vierkant tegenover! En het laatste is de waarheid, het eerste is gehuicheld, om er in te komen.
Zóó behoeft een rechtzinnige zich nooit op oneerlijke wijze te gedragen en zich in duizend bochten te wringen. Maar een moderne kan alleen, wanneer hij met twee aangezichten wandelt, z'n positie ophouden. Een predikant, die belooft het Evangelie van Jezus Christus te zullen prediken en die den beroepsbrief onderteekent, daarin verklarend dat hij zulks doen zal overeenkomstig Gods heilig Woord, die kan niet modern zijn. Een moderne kan dat niet beloven. Of hij moet zichzelf en anderen wat wijs maken met dubbelzinnige redeneeringen.
En zoo hebben we hoop voor de toekomst!
De Ned. Hervormde (Geref.) Kerk onder de huidige Synodale Organisatie is de aloude Gereformeerde Kerk van Nederland. En de vele Hervormde Kerken van Gereformeerde belijdenis binnen het Synodaal verband zeggen ons dat de Heere Zijn Kerk in dezen lande nog niet verlaten heeft. Er is nog een toekomst — als wij en onze kinderen weer de rechte beginselen van leer en leven willen erkennen, om daarnaar te handelen. En onze Gereformeerde Bond bedoelt al mee in de eerste plaats om de beginselen van onze Gereformeerde belijdenis en de beginselen van het Gereformeerd Kerkrecht onder ons bekend te maken, te verdedigen en te bevorderen. Daarom hebben we ook vrijmoedigheid op te wekken om tot onzen Gereformeerden Bond toe te treden en voor onzen Bond te ijveren, opdat hij mag groeien en bloeien tot eere Gods en tot zegen voor onze Ned. Hervormde (Geref.) Kerk, tot zegen ook in den weg des Woords, voor land en volk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 oktober 1928
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 oktober 1928
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's