GEESTELIJK OPBOUW
DE GEREFORMEERDE KERKORDE of HOE HET IN DE KERK DES HEEREN MOET TOEGAAN. (38)
Onze Ned. Geloofsbelijdenis spreekt in de artikelen 29 en 32 in duidelijke taal inzake Christus' Kerk en De Tucht. We lezen daar:
Artikel 29: „Wij gelooven, dat men wel naarstiglijk en met goede voorzichtigheid, uit den Woorde Gods behoort te onderscheiden, welke de ware Kerk zij; aangezien dat alle secten, die hedendaagsch in de wereld zijn, zich met den naam der Kerk dekken. Wij spreken hier niet van het gezelschap der geveinsden, welke in de Kerk onder de goeden vermengd zijn en ondertusschen van de Kerk niet zijn, hoewel zij naar het lichaam in dezelve zijn; maar wij zeggen, dat men het lichaam en de gemeenschap der ware Kerk onderscheiden zal van alle secten, welke zeggen, dat zij de Kerk zijn". Na zóó voor de secten, die zich dekken met den naam Kerk, maar niet van de ware Kerk zijn, gewaarschuwd te hebben, handelt artikel 29 dan nader over de ware Kerk. Niet over de zuivere of minder zuivere Kerk. Maar over de ware Kerk, tegenover de valsche Kerk.
Artikel 29 zegt dan: „De merkteekenen om de ware Kerk te kennen, zijn deze: zoo de Kerk de reine prediking des Evangelies oefent; zoo zij gebruikt de reine bediening der Sacramenten, gelijk Christus dezelve ingesteld heeft; zoo de kerkelijke tucht gebruikt wordt, om de zonden te straffen. Kortelijk, zoo men zich aanstelt naar het zuivere Woord Gods, verwerpende alle dingen, die daartegen zijn, houdende Jezus Christus voor het eenige Hoofd".
Drie kenteekenen van de ware Kerk worden hier dus genoemd: 1. het oefenen van de reine prediking; het er op uit zijn dus, om in de Kerk het Woord te prediken en niets dan het Woord. De intentie, de bedoeling, om het Woord uit te dragen en het Evangelie naar de Schriften te brengen. In de tweede plaats moet er gevonden worden: de reine bediening der Sacramenten, gelijk Christus dezelve ingesteld heeft. En als derde kenmerk wordt dan genoemd: „zoo de kerkelijke tucht gebruikt wordt, om de zonden te straffen".
Artikel 32 handelt dan ook, in algemeenen zin, over de Tucht. Daar lezen we: „Ondertusschen gelooven wij, hoewel het nuttig en goed is, dat de Regeerders der Kerk onder elkander zekere verordening instellen en bevestigen tot onderhouding van het lichaam der Kerk, dat zij nochtans zich wel moeten wachten af te wijken van hetgeen ons Christus, onze eenige Meester, bevolen heeft. En daarom verwerpen wij alle menschelijke vonden en alle wetten, die men zou willen invoeren, om God te dienen, en door dezelve de gewetens te binden en te dwingen, op welke wijze het zou mogen zijn. Zoo nemen wij dan alleen aan, hetgeen dienstig is om eendracht en eenigheid te voeden en te bewaren, en allen te houden in de gehoorzaamheid Gods, waartoe geëischt wordt de excommunicatie of de ban, welke geschiedt naar het Woord Gods met hetgeen daaraan hangt".
Zoo behoort in de ware Kerk thuis: de rechte bediening van het Evangelie naar de Schriften, de rechte bediening der Sacramenten zoo als Christus die ingesteld heeft, en een ordelijk samenleven in de Kerk, met gehoorzaamheid aan Gods Woord, waarbij de excommunicatie of uitsluiting uit de gemeente moet plaats hebben van degenen, die weigeren zich naar het Woord Gods te voegen in leer en leven.
Het is niet onduidelijk, dat onze Vaderen hier de Gereformeerde Kerk hebben willen stellen tegenover de Roomsche Kerk, als de ware Kerk tegenover de valsche Kerk. Niet sprekend van zuivere en minder zuivere Kerk, maar sprekend van valsche en ware Kerk.
En in de bediening van het Woord was de Roomsche Kerk dan ook geheel afgeweken van den rechten weg, door de traditie te stellen in de plaats van het Woord. Het was niet een meer of mindere onzuivere bediening van het Woord. Dan hadden onze Gereformeerde Vaderen zich zeker niet afgescheiden van de Roomsche Kerk en haar zeker niet genoemd de valsche Kerk. Maar de bediening des Woord was wèg, totaal wèg. De Kerk als zoodanig had het Woord afgeschaft en weggedaan en in de plaats van het Woord was officieel de traditie, de Kerkleer, de pauselijke overlevering gekomen. En als Kerk vervolgde zij en doodde degenen, die kwamen met het Woord. De Kerk was in wezen vreemd geworden aan het Woord en aan het Woord ontvallen; dat maakte haar tot de valsche Kerk.
Daarbij kwam, dat de Sacramenten, zooals Christus die ingesteld had, weg waren; totaal wèg! En in de plaats daarvan was héél iets anders gekomen.
In plaats van de twee Sacramenten der Christelijke Kerk: de heilige Doop en het heilig Avondmaal, had men gekregen in de Roomsche Kerk zeven Sacramenten. Echter niet alleen een grooter aantal — wat principieel verkeerd is — maar ook het karakter van de twee die overgebleven waren had Rome totaal veranderd. De zeven Sacramenten van Rome zijn: de Doop, het Avondmaal, de biecht (of boete), het vormsel, het laatste oliesel, het huwelijk en de priesterwijding. Geheel eigenmachtig had Rome dat gedaan. Zij leerde op pauselijk gezag: dat de priesterlijke absolutie noodig is tot zaligheid, en dat bracht de biecht (of boete) als Sacrament. Zij leerde: dat de handoplegging en zalving van den bisschop noodig is om de genade te ontvangen om standvastig te blijven in het geloof, en dat bracht het vormsel (sinds 1274) als Sacrament. Rome leerde: dat men niet zalig sterven kan zonder de zalving van den priester aan ooren, oogen, neus, mond en handen; en dat maakte dat het laatste oliesel tot een Sacrament werd, verbonden met biecht en communie voor de stervenden. Ook werd geleerd, dat het huwelijk een Sacrament is, hoewel het behoort tot het gebied van Gods algemeene genade en slechts als zinnebeeld van Gods verbond met Zijn volk, maar geenszins als teeken en zegel van Gods genade gebruikt wordt in de Schrift. Daarbij leerde Rome ten slotte: dat de priesterwijding een Sacrament is, wat absoluut moet worden ontkend, daar Christus onze eenige Hoogepriester is en de geloovigen de zalving des H. Geestes hebben en daardoor koningen, priesters en profeten, zijn.
Geheel willekeurig is het aantal der Sacramenten door Rome verkeerd gesteld op zeven. Maar wat nog erger is, dat is het feit, dat Rome de Sacramenten — ook die zij met de Christelijke Kerk gemeen heeft — geheel verkeerd bedient. En nu bedoelen we niet, dat er aan de bediening iets ontbreekt. Maar ze zijn door Rome totaal veranderd. De Sacramenten zijn voor Rome geen teekenen en zegelen van Gods genadeverbond, maar voertuigen voor de genade. In het Sacrament zit de genade zelve. Het Sacrament brengt de genade. Zoo wordt de Doop door Rome bediend om daardoor de erfzonde weg te nemen. Het ongedoopte kind heeft de erfzonde, het gedoopte kind is er van verlost (door de Kerk) en gaat, wanneer het sterft, naar den hemel. En bij 't Avondmaal — dat ook een voertuig voor de genade is voor gezonden en stervenden — denkt Rome aan het brengen van een offer, aan een herhaling van Christus' offerande op Golgotha en zóó ontwikkelde Rome, op grond van een verkeerde opvatting van Joh. 6 vers 50 enz., de leer der transsubstantiatie (dat de eene substantie overgaat in de andere substantie), in 1215 vastgesteld. Brood en wijn blijven in vorm, reuk en smaak brood en vviin, maar wat het wezen aangaat veranderen zij in het vleesch en bloed van Christus. Daarbij kwam vereermg en aanbidding van den gewijden ouwel (hostie) en de onthouding van den drinkbeker aan de leeken (communie en mis). Dat noemt onze Catechismus, in Ant\y. 80, een vervloekte afgoderij.
Heel de dienst van het Woord en heel de dienst van de Sacramenten was dus bij Rome veranderd erï. principieel omgezet naar pauselijke willekeur ; het ware was valsch geworden. En daarmee was de Roomsche Kerk «iet een onzuivere, maar een valsche Kerk geworden.
In de ware Kerk moet dan ook de dienst des Woords en de dienst der Sacramenten ingezet zijn naar de grdening van Christus, waarbij dan als derde kenmerk voor de ware Kerk komt : de kerkelijke tuchT of de bestraffing der zoiiden. (Art. 29 Ned. Gel. belijdenis).
. (Wordt voortgezet).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 oktober 1928
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 oktober 1928
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's