De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIEN

Bekijk het origineel

FINANCIEN

8 minuten leestijd

Postgiro 138421.
Alweer een brief? vraagt ge misschien. O ja, 'k zou er best weer met een kunnen beginnen, want 'k heb deze week weer een mooie, zelfs een heele mooie, gehad. Maar 'k wil niet al mijn brieven in de krant zetten, want dan ben ik bang dat ik er óf heelemaal geen meer krijg, òf alleen van menschen die graag in de krant staan, en dat zijn gewoonllijk de beste niet. Bovendien zijn er ook brieven, waar je het beste mee doet om er heelemaal geen notitie van te nemen. Dus basta met de brieven.

Maar ik heb nu wat anders gehad en dat is die preek die ik vóór enkele weken al eens heb aangekondigd. Nu zeggen ze wel eens dat een dominé een lastige hoorder is en dat hij eigenlijk niet de aangewezen man is om over preeken van anderen te oordeelen. Dit laatste zal ik niet ontkennen en daarom zal ik met mijn oordeel ook maar heel voorzichtig zijn. Maar dat eerste waag ik nog wel een beetje te betwijfelen, want als je zelf weet hoe moeilijk het is om een goede preek te maken, ach, dan ben je voor een ander nielt lastig. Nu weet ik niet, hoe het in dat opzicht, met mijn collega's is, maar van me zelf weet ik wel dat ik het heelemaal niet gemakkelijk vind om zóó te preeken dat — laat ik het nu zoo maar zeggen — ze allemaal wat krijgen. Vooral in den tegenwoordigen tijd, die zoo veeleischend is en waarin niet alleen de ,,ouderen", maar ook de „jongeren" een woordje meepraten, gaat het heusch niet zoo vanzelf om zoo te preeken dat de gansche gemeente Gods en door gesticht en getroost en gebouwd wordt. O zeker, ik weet wel dat het heel gemakkelijk is om je met den een of anderen „dooddoener" van deze dingen af te maken — daar behoef je geen Professor voor te zijn — maar daarmee ben je der niet af. Ik heb het al meer dan 28 jaar gedaan en men zegt wel eens dat je in alle dingen die je vaak doet een zekere routine krijgt, maar — ik praat alléén over mezelf — bij mij gaat het preek-maken nog lang niet vanzelf. Ik schaam me heelemaal niet om te zeggen dat ik het zonder gebed en zonder ernstige voorbereiding niet kan. Misschien dat er nu wel onder u zijn die me heel ongeestelijk vinden en die mij vragen: gelooft gij dan niet dat „het u in die ure gegeven zal worden?" Maar ik geloof altoos nog dat we alle teksten moeten nemen in het verband waarin God ze gezet heeft en als ik nu dien tekst van „het zal u gegeven worden" eens in zijn verband naga, dan kan ik maar nooit vinden dat de Heere daarmee bedoeld heeft: „bereid je maar heelemaal niet voor als je geroepen wordt om Mijn Woord te prediken en zoek desnoods op den preekstoel je tekst". Gij moet zelf Mattheüs 10 maar eens opslaan en eens goed het verband lezen van dat vaak aangehaalde woord, en dan moet ge me maar eens schrijven — 'k zal het niet in de krant zetten, hoor! — als ik het mis heb. Tot zoolang ik daarvan overtuigd ben, blijf ik, — hoe ongeestelijk ge mij misschien ook vindt — nog maar „bidden en werken" voor mijn preek, waarmee de gemeente des Heeren wekelijks gevoed moet worden. En als ik het nu eerlijk mag zeggen, dan geloof ik dat mijn waarde collega, die zijn gedachtenisrede op Zondag 23 September heeft uitgesproken over: „Ik zal Uwe gerechtigheid vermelden, de Uwe alléén", dat ook altijd nog doet. Althans deze jubileum-preek is daarvan naar het mij voorkomt een duidelijk bewijs. Het is een goed doordacht stuk werk, waarin uit den aard der zaak de prediker wat naar voren treedt — wat bij zulk een gelegenheid niet anders kan —, maar niet zóó, dat ge door den boodschapper de boodschap niet ziet. Integendeel, de gerechtigheid des Heeren, het werk van Gods alvermogen, het groote heil dat Christus door Zijn zoendood verwierf, dat zijn de dingen die in deze preek op den voorgrond staan. Als ge deze preek leest, en ge stelt u ds. Goslinga dan voor zooals hij haar in de Jacobikerk te Utrecht heeft uitgesproken, dan denkt ge: daar stond een man die van zichzelf overtuigd is dat hij het licht niet is, maar dat hij gezonden werd, opdat hij van het Licht getuigen zou. Ziet, zulke predikers die van het Licht getuigen, hebben we noodig. We hopen nu maar dat deze getuigenis van het Licht door velen besteld en gelezen zal worden en dat zij op deze wijze ook nog een middel in Gods hand zal blijken dat er hoe langer hoe meer predikers komen, wier lust het is om heen te gaan in de mogendheden des Heeren Heeren en het den dichter van Psalm 71 na te zeggen: „Ik zal Uwe gerechtigheid vermelden, de Uwe alléén".
En hiermee ben ik eigenlijk al van de preek in 't laadje gekomen. Nu, eerst dacht ik: dat zal dezen keer niet overhouden, dat zal met een ƒ 30.— afloopen deze week. Maar 'k had nog een klein hoopje op de Lek. En toen ik vanmorgen de post zag, keek ik al aanstonds of ik den klepel niet zag hangen van de klok, die ik de vorige week hier al had hooren luiden. En jawel hoor, een brief van ouderling Nic. Streefkerk, van Ameide, met een zeer verblijdende mededeelinig. Ja, dat dacht ik ook wel, dat een gemeente als Ameide, zich niet onbetuigd zou laten. Het zaad dat — om van anderen nog maar te zwijgen — èn onze Voorzitter èn onze Searetaris daar enkele jaren geleden uitgestrooid hebben, is nog lang niet uitgewerkt. De naam Ameide en de namen Van Grieken en Van der Snoek blijven onafscheidelijk aan elkaar verbonden, en dat voelde ik wel aankomen: nu zij daar op den verjaardag van den eerste een nieuwen dominé krijgen, maken zij 't vast goed. Wij hopen van harte, dat ds. Schimmel in zijn derde gemeente, zoo vlakbij zijn eerste, met rijken zegen zal arbeiden en bevelen onze Fondsen mede in zijn hartelijke belangstelling aan. 
We willen bij het optellen van onze inkomsten dus nu maar bij
A m e i d e  beginnen. Ja, zetter, haal de vette letters maar voor den dag. Immers de collecte aldaar bij de intrede van ds. Schimm.el op Zondag l.l. bracht volgens de mededeeling van ouderling Streefkerk op de som van
HONDERD TWEE EN ZEVENTIG GULDEN, TACHTIG CENTS (ƒ 172.80).
Nu, 't is prachtig hoor. We hopen maar dat het goede voorbeeld van Ameide door vele andere gemeenten zal gevolgd worden. Zoo ken ik nog een gemeente, die binnenkort een nieuwen dominé krijgt en die nu ook wel eens goed over de brug mag komen. Maar 'k zeg nog niet, welke dat is. Misschien dat ik een volgenden keer nog wel eens een nadere aanwijzing geef. Maar misschien is dat ook niet eens noodig, omdat hun geweten hun nu al wel zegt: die gemeente zijt gij.
Maar kom, we gaan verder. Verder ontving ik uit
A m e r s f o o r t van ds. Van den Berg van een gezegend echtpaar ter gelegenheid van hun 25-jarig huwelijksfeest een gift van ƒ 10.— voor het Studiefonds.
I e r s e k e, van J. v. O. eveneens een gift van ƒ 10.— voor het, Studiefonds.
A s p er e n, van v. H. voor beide fondsen een gift van ƒ 5.—.
C h a r l o i s, van ds. Koolhaas hem ter hand gesteld door Z.Z. een gift van ƒ 2.50.
V l a a r d i n g e n, van T. Th. Bakker de opbrengst van busje 247, zijnde een bedrag van ƒ 10.—.
B i l t h o v e n, waar ik het genoegen had Zondagavond te preeken en waar toen in de collecte gevonden werd een gift van ƒ  2.50 voor het Studiefonds met het bijschrift dat deze was van N.N. te Jutphaas en gegeven werd ter gelegenheid van den verjaardag van onzen Voorzitter.
Zie zoo, 't is dus alweer meer dan ƒ 30. want alles samen kom ik tot een bedrag van
f 212.80,
waarvoor mijn besten dank aan allen die er aan hebben meegewerkt.
Veenendaal.
De Penningmeester, Ds. M. JONGEBREUR.

Nieuwe abonné's van 23 October tot 6 November: Brulnisse 1, Schoonhoven 3, Den Haag 3, Zeist 1, Gouda 2, Dirksland 11, Heerde 1, Amsterdam 1, Ter Aa 3, Oukoop 2, Herkingen 1, Scheveningen 1, O.-Beijerland 2, Harlingen 1, Gouda 1, Bunnik 1, Nieuw-Lekkerland 1. Totaal 36.

POSTZEGELS, CAPS. EN ZILVERPAPIER
Ontvangen van:
1e. Coba van Spronsen en Jacobus en Jana van Spronsen, Monster, zilverpapier, postzegels, 144 h. centen, benevens ƒ3.50.  Deze verzamelaarsters hebben deze week tot een goed begin gemaakt. Dat er nu meer volgen mogen. Hartelijk dank.
2e. J. Verwolf, Hoog-Blokland, zilverpapier, postzegels en capsules.
3e. Frieda Schwetman, Benschop, zilverpapier en capsules.
4e. Mej. R. W. te Utrecht, zilverpapier en capsules.
5e. K. Algra, Suawoude, zilyerpapier, capsules, postzegels en oude pennen.
6e. Eva en Karel de Geus, 's-Gravenmoer, postzegels, capsules, zilverpapier en 50 centen.
Ter aanvulling dien, ik nog te vermelden dat de inhoud van het pakje no. 5 is verzameld door Jacob en Johannes de Jong, Beverwijk.
Zooals allen kunnen zien, begint 't reeds te druppen. Moge het de voorbode zijn van een overvloedigen regen, zooals andere jaren, wanneer ik soms in één week wel 20 pakjes ontving. Intusschen hartelijk dank aan hen, die mij reeds met hunne verzameling gedachten.
Met hartelijke groeten en aanbeveling.
Mej. J. DEN HARTOG.
Krommedijk 60, Dordrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 november 1928

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 november 1928

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's