De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

De Kerkhervorming *)

10 minuten leestijd

Eene verzadigde ziel vertreedt het honigzeem, maar voor eene hongerige ziel is alle bitter zoet.Spreuken 27 vers 7.

Toen de profeet Amos aan Israël diens zonde onder de oogen hield, en hen ook sprak van 's Heeren gramschap, heeft hij toch ook nog van een betere toekomst geprofeteerd. „Ziet de dagen komen, spreekt de Heere Heere, dat ik een honger in het land zal zenden, niet van honger naar brood, noch dorst naar water, maar om te hooren de woorden des Heeren".
De dagen van Amos kenmerkten zich wat den godsdienst betrof, door grenzenlooze oppervlakkigheid. Ja zij, de Israëlieten, vierden wel godsdienstige feesten, maar de ware godsdienst was er niet in; zij dienden God niet met hun hart. Zij hielden wel verbodsdagen, dagen van afzondering, maar zij zonderden zich niet af met den Heere. Zij zongen wel hun tempelzangen, maar slechts met hun mond en niet met hun hart.
Bovendien leefden zij in groote zonden. Zij deden de gerechtigheid ter aarde nederliggen, in plaats dat deze door hen als een banier omhoog geheven werd. Geen wonder dat des Heeren Woord dan uitgaat tegen zulk een oppervlakkigen godsdienst: „Ik haat, Ik versmaad uwe feesten, en Ik mag uwe verbodsdagen niet rieken. Doe het getier uwer liederen van Mij weg; ook mag Ik uwer luitenspel niet hooren"..... Ja, zoo spreekt de Heere Zijn gramschap uit over zooveel zonde, die verborgen wordt door het kleed der vroomheid ..... Maar hoort nu ook des Heeren belofte: „De dagen komen, dat de Heere een honger in het land zal zenden om te hooren de woorden des Heeren".
In den loop der eeuwen heeft zich dit verschijnsel telkens herhaald! Wij denken dan ook, op dezen eersten Zondag na den 31sten October, aan den tijd die aan de Kerkhervorming voorafging. Tóén ook had de oppervlakkigheid in den godsdienst de overhand. Onder de meest starre godsdienst vormen tierde de ongerechtigheid voort. Het toppunt werd wel bereikt, toen de monnik Tetzel op zijn aflaatwagen van stad tot stad trok en vergiffenis der zonde en een plaats in het hemelrijk den menschen aanbood voor een handvol geld! Alsof de godsdienst een koopwaar was! Alsof door rinkelend geld de deur van het Koninkrijk Gods geopend werd. Dat er ook zoo velen zich voor deze bedriegerij lieten vinden, is wel een bewijs hoe laag het peil van het godsdienstige leven stond. Ja, ook van dien godsdienst moest de Heere wel zeggen: Ik haat en Ik versmaad uwe feesten en Ik mag uwe verbodsdagen niet rieken! Maar de Heere heeft in die dagen groote dingen gedaan! Hij heeft een honger in het land gezonden om te hooren de woorden des Heeren. Laat ons die weldadigheid niet vergeten, maar haar gedenken in het midden van Zijnen tempel. Maar als wij dat doen, moet ook de vraag rijzen: zijn wij, als kinderen der Hervorming, wel in het rechte spoor? Als wij slechts in den vorm den Heere dienen, dan mag dit toch geen godsdienst heeten. Hoevelen zijn helaas met den vorm tevreden? Ja, daarin bestaat bij menigeen het een en het al! Daarnaar beoordeelt men elkander! Den vorm van godsdienst neemt men om iemand te prijzen, om een ander te veroordeelen! Daarvan is onze tijd vol! En weet dan wel, dat wij zeer weinig kinderen der Hervorming zijn, al noemen wij ons Gereformeerd, Hervormd, Protestant! Wij moeten te doen krijgen met den levenden God, met Hem, die den gloed Zijner heiligheid in onze ziel werpt, maar ook onze ziel vervult met de kennis Zijner eeuwige liefde. Dat de godsdienst een zaak des harten is, wil ons nog altijd de groote Kerkhervorming leeren. Een zaak des harten, die wel niet zonder vorm kan! Het stroomend water vormt zichzelf eene bedding. Maar toch eene zaak, die haar kern vindt in de aanraking met God, die door het geloof in Jezus Christus gekend wordt. Geloof mij, als het zoo met ons is, dan is er een drang om te weten, om in te dringen in de geheimenissen des geloofs, om met zijn bewustzijn te genieten van de verlossing die in Christus Jezus is. Dan is er een honger in onze ziel om te hooren de woorden des Heeren!
Wij spreken uit onzen tekst in de eerste plaats over eene droeve verzadiging, en in de tweede plaats over een zaligmakenden honger.
„Eene verzadigde ziel vertreedt het honigzeem, maar voor eene hongerige ziel is alle bitter zoet". Eene van de spreuken van den wijzen koning Salomo. Een woord dat geheel los staat van zijn omgeving. Een korrel goud die glinstert onder het licht des Heiligen Geestes. Iemand die verzadigd is, zal zelfs het kostelijkste van den honig nog verachten, terwijl eenen hongerige zelfs het bittere nog goed smaakt, 't Is hetzelfde dat Maria, de moeder des Heeren, in haar loflied uitspreekt: Hongerigen heeft Hij met goederen vervuld, en rijken heeft Hij ledig weggezonden.
Een verzadigde ziel! Een ziel kan verzadigd zijn door het goed dezer wereld. Een sprekend voorbeeld hiervan is de rijke jongeling, die tot den Heere Jezus kwam met een zeer belangrijke vraag: Goede Meester, wat zal ik goeds doen, opdat ik het eeuwige leven hebbe? Tenslotte toch zeide de groote Hartenkenner tot hem: Verkoop al wat gij hebt en geef het den armen en gij zult een schat hebben in den hemel en kom herwaarts en volg Mij". Die schat in den hemel is het honigzeem, het beste van den honig. Maar als de jongeling dit hoorde, ging hij bedroefd weg, want hij had vele goederen. Hij verwierp den Zaligmaker, weigerde Hem te volgen en vertrad daardoor het honigzeem, het kostelijkste van Christus' goederen. Hij was verzadigd met het goed van deze wereld. „Een verzadigde ziel vertreedt het honigzeem".
Nu kan dit evenzeer het geval zijn mei iemand, die weinig in dit leven heeft. Ja, het kan wel zijn dat deze er nog veel meer aan gehecht is dan een die rijk genoemd wordt. In 't algemeen is een verzadigde ziel hij die in het tijdelijke opgaat, die slechts met de vragen en de kwesties van dit huidige leven zijn tijd vult. Daaraan besteedt hij zijn leven. Daaraan wijdt hij zijn gedachten. Daarvoor geeft hij al z'n krachten. Nu weet ik wel, dat men zal willen antwoorden: „Ja, maar dit maatschappelijke leven is toch ook ons door God gegeven!" Een ander zegt daar nog bij: „Dat is ook godsdienst, daarin zijn roeping zooveel als mogelijk is te vervullen". Zeker, 'k wil het een noch het ander tegenspreken. Maar de Heere Jezus heeft Zijn discipelen wel leeren bidden: „Geef ons heden ons dagelijksch brood", maar voegde er als in één adem bij: „En vergeef ons onze schulden". En dit is juist het kenmerk van een verzadigde ziel, dat men dit laatste niet begeert, en wat het dagelijksch brood betreft, de mensch kan het daarin ook wel zonder den hemelschen Vader stellen! Hij heeft immers z'n eigen krachten. Hij waant tenminste dat zij van hemzelf zijn. Onze tijd is zoo ontzettend verleidelijk om geheel in eigen kracht op te gaan.
Het menschelijk kennen en kunnen heeft heden een geweldig hoogtepunt bereikt. In een paar dagen vaart men met een Zeppelin door de lucht naar Amerika, terwijl men bijna voortdurend door draadlooze verbinding contact houdt met het vaste land. 't Is verbazend wat de menschen al vermogen en wat zij vonden uit hetgeen God in de schepping legde. 't Was juist op den 31sten October dat het luchtschip weer in Duitschland terugkeerde. De dag van de Kerkhervorming. Ach, hoe staat de herinnering hieraan nu geheel op den achtergrond! Nu riepen duizenden bij duizenden, in verrukking over wat de mensch kan: „Duitschland boven alles!", terwijl zoovele eeuwen geleden een eenvoudige monnik een heel andere groote beweging in ditzelfde land in 't leven iriep. Toen niet over wat de mensch vermag, maar over hetgeen de genade Gods vermag voor den grootsten zondaar door Christus Jezus, onzen eeuwigen Verlosser. 'kZeg niet, dat die beweging van tóén bij ieder zuiver geestelijk was en dat het, wat het geloof betreft, tóén alles goud was wat daar blonk. Maar 'k stel u alleen even tegenover elkaar, hetgeen tóén hoofden en harten vervulde en dat, waarin nu de menschheid opgaat! O, de wereld is zoo verzadigd van zichzelf! Ook hiervan geldt: „De verzadigde ziel vertreedt het honigzeem" ..... En toch die verzadigde ziel toont jammerlijk arm te zijn. Zij komt van honger om. Dat zelfde luchtschip, een toonbeeld van menschelijke wijsheid, voerde ook een z.g.n. mascotte met zich, een dier, een hondje, dat de beschermengel zou zijn. Dat is nu onze hedendaagsche verlichte tijd, waarin men het honigzeem van het Evangelie vertreedt, waarin men tot 't heidendom terugkeert. Ge ziet de mascotte's bengelen in de auto's. De vliegeniers nemen hen mee in de wolken. Anders gevoelen zij zich niet veilig. Per advertentie worden zij u aangeboden. Men is bij al z'n verlichting teruggekeerd tot het aanbidden van beelden en dieren.
O, als Luther nu eens kon rondzien. Hij zou zijn 95 stellingen, die hij den 31sten October 1517 hechtte aan de slotkerk te Wittenberg, niet intrekken, maar hij zou ze aanmerkelijk aanvullen, nu niet tegen het bijgeloof, maar tegen het ongeloof der tegenwoordige menschheid. En laat nu niemand zeggen: ,,Wij, die in de kerk komen, hebben daaraan geen deel!" 'k Teekende u den tijd, waarin wij leven, waarin wij werken. En wie onzer zegt dat hij, dat zij daarmede niet besmet is? 'k Bedoel in het opgaan in hetgeen gezien wordt, in wat de menschen kunnen en bewerken.
Welnu, als wij ons dan slechts voor den vorm in het godsdienstige houden, maar wij gaan overigens op in wat de wereld ons biedt, geldt het dan ook van ons niet als er in het Woord sprake is van een verzadigde ziel: „De verzadigde ziel vertreedt het honigzeem".
Zeker, 't geschiedt ook nog op andere wijzen. In het hoofdstuk Coll. 2, dat wij straks lazen, spreekt de apostel van „de verzadiging van het vleesch". Er waren in de gemeente die met valsche leeringen het Kruis van Christus zochten te verijdelen. Hun stelling was: raak niet en smaak niet en roer niet aan. Door allerlei inzettingen werd de gemeente belast. Maar Paulus schrijft: „Zij hebben niet de minste waarde, maar zijn tot verzadiging van het vleesch". M.a.w. de menschen gaan er zoo in op dat er geen plaats voor het Evangelie der genade is. „De verzadigde ziel vertreedt het honigzeem".
De Roomsche zuurdeesem werkt ook nog heden zeer sterk in hen die zich misschien zoo gaarne kinderen der Hervorming noemen. 't Kan goed gebeuren, dat onze lippen wel van genade spreken, zoodat wij zeggen: „'t is enkel Gods barmhartigheid, waardoor ik behouden zal zijn", terwijl wij toch steeds maar bezig zijn te trachten door onze eigene werken, hoedanigheden en deugden onze zaligheid te verdienen. Wij keeren het Evangelie, waarvan wij den mond vol hebben, dan toch inderdaad om. Wij zijn dan zoo godsdienstig in eigen oogen. We meenen dan zoo ingeleid te zijn in de kennis der zonde, dat wij die kennis al maar uitstallen voor elkander. Ja, dan  komen wij er zelfs toe uit de hoogte neer te zien op hen die van des menschen ellende niet zoo weten te spreken. Wij zijn dan  een tollenaar in woorden, maar een farizeër  inderdaad. In plaats dat wij er liever van  zwegen, van dat allervreeselijkste, dat schrikkelijkste wat er is, onze doemwaardigheid, en met vreeze en beving het beleden voor God, worden wij er nog groot  mee! Wij zijn er werkelijk mede verzadigd! En een verzadigde ziel vertreedt het honigzeem.
(Slot volgt).

*) Uitgesproken Zondag 4 November l.l. in de Juliana-kerk te Veenendaal, door ds. N. van der Snoek.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 november 1928

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 november 1928

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's