De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

De Kerkhervorming (vervolg)

10 minuten leestijd

Een verzadigde ziel vertreedt het honigzeem, maar voor eene hongerige ziel is alle bitter zoet. Spreuken 27 vers 7.

Zoo is het met alle kennis van het Evangelie, die niet heiligend werkt in ons hart. In plaats dat deze ons vernedert en ons enkel doet leven uit de liefde des Heeren, verheffen wij er ons op. De kennis maakt opgeblazen. En toch mag zij niet gemist. Ja, de Heere Zelf openbaart ons haar in Zijn Woord. Neen, de kennis van het Evangelie op zich zelf doet het ook niet, maar 't ligt aan onze natuur. Uit den aard zijn wij met ons zelf ingenomen, zijn wij met ons zelf vervuld en met ons zelf verzadigd. „Gij zult als God zijn" is het woord dat machtige bekoring had reeds bij Eva. En dit is nog altijd zoo! De trek naar zelfverheffing en zelfvergoding is een ieder aangeboren. Daarom grijpt hij, zelfs wat God van den heilsweg in Zijn Woord openbaarde, aan om zich op een hoogte te verheffen. En zoo gebeurt het helaas vaak, dat men zelfs met zijn bekeering nog hoogmoedig is! „Het hart des menschen is arglistig meer dan eenig ding". Een mensch, die met den Heere is begonnen, eindigt daardoor vaak in zich zelf. Een, die gegrepen is door de hand van God, zoodat er een nieuw leven in hem geplant is, die ook oprecht begeerde dat de eer van God en de genade van den Heere Jezus Christus in hen verheerlijkt zou worden, gaat dan op zulke valsche gronden het huis zijner zaligheid bouwen, dat wij wel moeten vragen: „wat moet hij nu nog met het Evangelie doen?" Hij maakt zijn rustpunt van zijn bekeering. De diepe en moeilijke weg is hem een oorzaak van vrede. En dan is er voor de genade van den Heere Jezus Christus geen plaats. Neen, dan is het verzoenend lijden en sterven van den Heiland het rustpunt niet. „De verzadigde ziel vertreedt het honigzeem!" 'O, er kan zooveel Roomsch zuurdeesem werken in de gemeente van Christus, die door Zijn bloed is vrijgemaakt. Dit is de eeuwen door zoo geweest. Dit was reeds zoo vóórdat er een paus te Rome was. Paulus schreef toch reeds aan de Galatiërs: „Staat in de vrijheid, met welke Christus u vrijgemaakt heeft en wordt niet weder met het juk der dienstbaarheid bevangen". Ja, hij vraagt hun: „Zijt gij met den Geest begonnen en voleindigt gij met het vleesch?" .......... Zij waren weer verzadigde zielen geworden, die het honigzeem vertraden.
Ontegenzeggelijk leven wij onder groote zegeningen, wij, kinderen der Hervorming. Wij hebben op den gedenkdag van eene der Scholen met den Bijbel verleden Donderdag in deze zelfde kerk gezegd: Het staat niet goed als deze school , haar geschiedenis vergeet. Maar het staat ook niet goed met de Kerk als deze haar geschiedenis vergeet. De vrucht der gezegende Kerkhervorming is tweeërlei. De eerste is het vrije onderzoek van Gods Woord, zoodat niet de Kerk en haar priester zal uitmaken wat het Woord is, maar het Woord zal zeggen hoe het in de Kerk zal gaan. De tweede vrucht is, dat met kracht naar voren is gebracht dat de mensch alleen door het geloof gerechtvaardigd wordt, niet uit de werken, ook niet uit de vrome werken. „Uit genade ben ik zalig". Dit stond, na bange worsteling, in Luther's hart geschreven ..... Waarlijk, dit een zoowel als het ander is het honigzeem van het protestantisme.
O, dat wij dit honigzeem niet vertraden!
't Honigzeem is er toch niet om met onze voeten vertreden te worden? Het is er toch opdat een hongerige de zoetheid er van smaken zou? Neen, het honigzeem der Hervorming mag niet door ons vertreden worden; de zegen, dien de Heere ons gaf, mag niet verwaarloosd, maar zij moet meer en meer worden de zegen van ons hart.
„Een verzadigde ziel vertreedt het honigzeem, maar voor eene hongerige ziel is alle bitter zoet". Zelfs het bittere smaakt een hongerige nog goed. Hoe zoet en smakelijk moet het dan voor hem zijn als hij het honigzeem eet. Wij hebben hierbij te denken aan het woord van den Heere Jezus: „Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden".
Een hongerige ziel! Wie is dit? 't Is een mensch, wiens oogen geopend zijn voor de werkelijkheid der geestelijke dingen. In zijn hart staat het geschreven dat wij bij brood alleen niet leven kunnen, maar bij alle woord dat den mond Gods uitgaat. D.w.z. wij hebben over het brood, dat God ons geeft, de uitspraak van Zijn zegen noodig. Neen, dan zijn de dingen van den tijd, van het maatschappelijke, staatkundige, kerkelijke leven ons niet het een en het al, maar wij zien over alles heen een besturend God, Die met Zijn leiding en zegeningen het al vervult. De mensch leeft niet bij brood alleen, maar bij den uitgesproken zegen Gods die over dat brood en al wat er mee samenhangt, uitgaat.
Dit is één kenmerk van een hongerige ziel. Zij hunkert naar den zegen Gods over alles wat in den weg van onze dure roeping in het dagelijksche leven geschiedt en verricht wordt.
Een hongerige ziel! Dat is een mensch, die voor het recht van zijn God leerde beven. Een mensch, die door dat recht van al zijn hoogten is afgeslagen en bij wien dat nog telkens geschiedt. Het moet ons opvallen dat er in onzen Heidelbergschen Catechismus aan Gods kind gevraagd wordt: „Waaruit kent gij uw ellende? Niet: „waaruit kendet gij die? "W'aaruit kent gij, nog heden, altijd door, uw ellende? Het is alsof daardoor gezegd wordt: „Overzie dan nu uw leven, o kind des Heeren, uw huidige gedachten en gezindheden! En waaruit kent gij dan ook nu uw ellende?" En dan moge uw en mijn antwoord zijn: Uit de wet Gods. D.w.z. de heilige eisch, de geestelijke wet is ons zulk eene klare werkelijkheid, dat zij mij steeds zegt dat ik midden in den dood lig! Dat is de heiligheid des Heeren, die ons neerwerpt. Ach, wie zijn wij dan nu voor Zijn aangezicht? Neen, dan ben ik niet een vroom mensch, een biddend mensch, een mensch met veel geloofservaring en bevinding, maar ik ben een ellendig mensch, een mensch, die schuldig is en nog dagelijks mijn schuld vermeerder, een mensch, die alleen van de genade Gods in Christus Jezus leven moet. Dan hebben wij niets anders, waarop wij zullen bouwen en vertrouwen dan het Kruis der verzoening ..... Dat is eene hongerige ziel! Neen, deze kan geen verzadiging vinden in het materialisme dezer wereld. Dan zeggen wij eerlijk en oprecht: „Al zou ik de geheele wereld gewinnen en schade lijden aan mijn ziel, wat had ik dan nog?Dan is er slechts één goed dat onze ziel bevredigen kan, dat is de wetenschap dat ik niet mijns, maar mijns getrouwen, Zaligmakers Jezus Christus eigen ben.
Een hongerige ziel! Zij leert dagelijks dat zij met al hare gerechtigheden en deugden niet bestaan kan voor den Heere. Het machtige woord: „Doe dat, en gij zult leven", waarin God Zich verbindt de zaligheid te schenken aan het doen van Zijn wil, is, nooit herroepen. Maar dan moet dit doen ook volmaakt zijn. Op den eisch Gods is niets af te dingen. Indien wij slechts in één punt struikelden, wij waren overtreders en de zaligheid ontglipt ons. Maar wat leert nu de werkelijkheid? Dat wij dagelijks struikelen en dat onze beste werken met zonde zijn bevlekt. Een hongerige ziel is arm in deugd, en leidt daarbij een zeer oppassend leven. Arm in 't gebed, en hij vermenigvuldigt zijn gebeden die als hoofdinhoud hebben: „O God, wees mij zondaar genadig". Hij is ook arm in 't geloof, ook al gelooft hij vast en zeker in de genade van zijn Heiland ..... Laat het dan iemand zijn, die veel wetenschap verzameld heeft en nog verzamelt; die veel gelezen heeft en veel onderzoekt, die veel studie maakt van wat de tegenwoordige wereld door Gods zegen vermag, die behoort tot de steunpilaren van het rijke, huidige leven en die veel in de wereld heeft rondgezien, maar hij heeft dan ook rondgezien in de wereld van zijn hart. En hoe meer hij hierin rondziet, des te meer heeft hij voor zijn zielevrede iets meer noodig dan deze wereld hem biedt.
Welnu, aan een hongerige ziel is alle bitter zoet!
Aan dit rijke, huidige leven zijn zoovele bitterheden verbonden, dat niet zonder reden van een jammerdal gesproken wordt. Ach, hoe arm staat dan de wereld tegenover des levens ellendigheden. Wat hebben de kinderen dezer wereld aan een mascotte als, de dood in hun huizen komt, als de dood hen zelf bedreigt? Neen, de marabronnen worden ook het verkoren volk in het woestijnleven niet gespaard. Maar dan is er voor hen toch iets weggelegd, dat niet uit de wereld, niet uit ons hart, maar uit God is. Hij maakt alle bitter zoet! Een hongerige ziel is toch iemand die zich Gods eeuwige gramschap waardig acht, is iemand, die bij alle bitterheden mag zeggen: Hij doet mij niet naar mijne zonden. En als wij dan den Heere mogen ontmoeten als Eén, Die ons kastijdt, omdat wij geen bastaarden zijn, maar Zijn kinderen, dan wordt die kastijding zoet en lieflijk. Het bittere is er uit weggenomen. God werpt het hout der genade in de marabronnen.
„Een verzadigde ziel vertreedt het honigzeem, maar voor eene hongerige ziel is alle bitter zoet". De apostel heeft zelf een voorbeeld gegeven van wat de Heere machtig is te doen. Met bebloeden rug in de gevangenis gezeten, zongen Paulus en Silas Gode lofzangen! Maar als het bittere reeds zoet is, hoe heerlijk moet dan het honigzeem zijn! Zullen wij het dan vertreden? Neen, neen, onmogelijk! Hoe dierbaar is ons dan de Heere Jezus Christus! Hij en de rechtvaardigmaking, waarmede Hij een schuldig volk recht vaardigt door Zijn bloed! O, hoe zoet was het voor Luther, te weten dat hij alleen uit het geloof gerechtvaardigd was. Hoe zoet is het honigzeem! Het honigzeem! Dat is onze Heere Jezus Christus en de heiligmaking die Hij door Zijn Geest geeft! Hoe zoet is het dan te mogen leven, ook in dit aardsche leven, om dien Koning der koningen te dienen, op elk terrein des levens, 't meest in de binnenkamer van ons hart! Hoe zoet is voor een hongerige ziel het honigzeem! Dat is Christus en de heerlijkmaking, waarmede Hij al de Zijnen verheerlijken zal. Hoe zoet zal dat zijn: altijd bij den Heere te zijn.
„Een verzadigde ziel vertreedt het honigzeem, maar aan een hongerige ziel is alle bitter zoet". O, wat ik u bidden mag, ga niet verder het honigzeem te vertreden, als gij dit tot nog toe deedt! Hoe bitter zal de eeuwigheid zijn voor hen die het kostelijkste vertraden, die het bloed van Jezus Christus onrein achtten.
De zegeningen der Hervorming zijn de zegeningen van het Woord des Geestes! Het Kruis der genade is daarvan het middelpunt. Het is nog heden de eenige schuilplaats voor menschen die zich in alles veroordeelen en zich beschuldigen, dat zij het honigzeem maar al te lang en al te vaak vertraden.
Het Kruis van Christus alleen zij onze toevlucht.
Die verstekeling, die Amerikaansche jongen, die zich stillekens verstoken had in het luchtschip en zoo voor niets is meegevaren, had toch geen veilige schuilplaats. Hij had met allen kunnen vergaan. De opvarenden vreesden een tijd, dat het schip zou breken. Doe gij beter! Kies u een veiliger toevluchtsoord! Doe het maar in het verborgene. De menschen behoeven het in de eerste plaats niet te weten. Versteek u, verberg u in de schuilplaats des Allerhoogsten. En gij zult om niet veilig varen, door graf en dood heen, naar de eeuwige veilige haven. Want er staat geschreven: Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, zal vernachten in de schaduw des Almachtigen. Amen.
Veenendaal.                                                                        N. VAN DER SNOEK.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 november 1928

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 november 1928

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's