De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ds. G.H. BEEKENKAMP

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ds. G.H. BEEKENKAMP

6 minuten leestijd

Maandagavond ongeveer 10 uur overleed te Leiden ons oud-Hoofdbestuurslid ds. G.H. Beekenkamp. Het einde van zijn leven kwam niet onverwacht. Wie eenigszins bekend was met het persoonlijk leven van onzen broeder wist wel dat zijn krachten de laatste weken en maanden, al zelfs een paar jaar, aan het afnemen waren. Ook zelf had hij zich geen lang leven toegezegd. Reeds 's jaars vóór zijn 25-jarig juibileum had hij meermalen het vermoeden uitgesproken, dat hij dien mijlpaal wel niet bereiken zou. Tegen zijn eigen verwachting in echter heeft hij dat jubileum, alsmede zijn 25-jarig huwelijksfeest, in Februari 1927 te midden van zijn familie en vrienden nog met opgewektheid gevierd.
Toch was het voor ieder die hem ontmoette niet onduidelijk, dat sinds dien tijd de bergweg van zijn leven een sterk dalende richting genomen had. Het was hem aan te zien dat een verborgen lijden zijn krachten ondermijnde. Zoolang het hem eenigszins mogelijk was hield zijn vurige geest het nog vol, maar nu bijna een jaar geleden, ongeveer half December 1927, bijna tegelijkertijd toen aan onzen ontslapen Penningmeester de kracht ontzonk, moest ook ds. Beekenkamp het opgeven. Hij voelde zijn krachten dermate wijken en bezwijken dat hem een rust van enkele maanden moest worden voorgeschreven. Toen ik in dien rusttijd eens voor hem preekte en hem dus ook aan zijn ziekbed bezocht, was hij stil berustend in den weg dien God met hem hield. Te leven was hem goed, maar als ik — zoo waren zijn eigen woorden — de volgende week misschien in mijn kist lig, is het ook goed. Zijn oog was gericht op Hem, die ook voor hem den dood tot overwinning verslond.
Toen echter de zomer aanbrak, scheen het wel alsof zijn leven nog van het verderf zou verlost worden en alsof zijn kracht werd vernieuwd. Het kwam zelfs zoo ver, dat hij naar den wensch van zijn hart den kansel weer beklom en dat hij, één, twee, zelfs driemaal in eigen gemeente het Woord des Levens weer mocht verkondigen. Maar toen bleek het wel dat het slechts een tijdelijke opflikkering van zijn levenslamp was geweest. Opnieuw werd hij aan het ziekbed gekluisterd en weliswaar mocht dit zoo nu en dan nog eens met de studeerkamer worden verwisseld, maar de krachten zonken hoe langer hoe meer in en toen ik l.l. Zondagavond aan zijn ziekbed kwam was het haast zeker dat dit ziekbed een sterfbed zou worden. Toen ik hem vroeg of hij wist in Wien hij geloofde en of het anker zijner hope geworpen lag binnen het binnenste voorhangsel, kon hij weinig meer dan deze vragen toestemmend beantwoorden. En zoo is hij, nadat hij Maandagmiddag van de zijnen afscheid had genomen, Maandagavond in dat stil vertrouwen op zijnen Heere en Zaligmaker, zacht en kalm heengegaan. En als dit blad verschijnt, dan staat zijn kist gereed om binnen enkele uren weg te zinken in de plaats, waar geen verzinning en geen wetenschap is, waar de vermoeiden rusten van kracht en waar de stem van den drijver niet wordt gehoord.
Zijn heengaan is een ernstig ver­lies in de eerste plaats voor zijn gezin, waar hij als man en vader nog zoo noode kan worden gemist; in de tweede plaats voor zijn gemeente, waarin hij ruim acht jaar met zooveel liefde en toewijding zijn ambt heeft bekleed en waar hij een plaats had in de harten van velen; en verder voor den arbeid in Gods Koninkrijk, waaraan hij op zoo menig terrein zijn beste krachten en gaven geschonken heeft. Staande aan zijn doodssponde, gedenken we met groote waardeering aan het werk dat ds. Beekenkamp ook voor onzen Bond heeft verricht. Als het er op aankwam de Waarheid in het midden van onze Ned. Hervormde (Geref.) Kerk te verbreiden en te verdedigen, dan stond ds. Beekenkamp steeds vooraan in het eerste gelid. Hij had de Waarheid, hij had ook onze Hervormde Kerk lief met heel de liefde van zijn hart. Dat weten de vele gemeenten, waar hij bij verschillende gelegenheden het Woord des Levens verkondigd heeft; — wie van „onze menschen"" ging niet graag naar de kerk als ds. Beekenkamp preekte, en wie hunner heeft niet meermalen genoten van de eigenaardige, vaak pittige wijze waarop hij de dingen wist voor te stellen? — en dat weten zeker niet het minst die vijf gemeenten, die hij gedurende langer of korter tijd in het ambt van herder en leeraar heeft gediend. Ik weet zeker dat zoowel in Benthuizen als in Huizen, zoowel in Delft als in Oldebroek en niet het minst ook in Leiden harten zijn voor wien de prediking, voor wien de niet altijd even zachte woorden van onzen broeder tot rijken, tot blijvenden zegen zijn geweest. De dag der eeuwigheid zal het openbaren voor hoevelen ook hij het middel in Gods hand is geweest dat zij toegebracht zijn tot de gemeente die zalig wordt.
Daarom treuren we over zijn verlies, maar te midden van onze droefheid danken wij God voor hetgeen Hij ons in ds. Beekenkamp gegeven had. En als aanstaanden Vrijdag zijn stoffelijk omhulsel in de groeve wordt neergelaten, dan gelooven wij dat God wel Zijn arbeiders begraaft, maar dat Hij den arbeid voortzet dien Hij ook door middel van dezen nu ontslagen en ontslapen dienstknecht in onze Kerk heeft verricht. En omdat niet zijn eigen werk, maar het volbrachte werk van Christus de grond zijner hope was, daarom gelooven we dat wat voor ons verlies is, voor onzen vriend en broeder zelf winste, rijke winste is geweest.
Zij dit tot vertroosting bovenal van zijn in droefheid achtergebleven weduwe en kinderen, dat zij niet behoeven te treuren als degenen die geen hope hebben. Moge de Heere ook in hart en huis de ledige plaats met Zichzelf vervullen. Hij immers wil der weduwen Man en der weezen Vader zijn.
En moge voorts het sterven van dezen leeraar, bij zoovelen bekend en door zoovelen geliefd, een roepstem wezen om de talenten te gebruiken die de Heere ons toevertrouwd heeft, opdat ook wij eenmaal de verblijdende uitspraak uit den mond des grooten Konings zullen mogen vernemen: „Wel, gij goede en getrouwe dienstknecht, over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal Ik u zetten; ga in in de vreugde uws Heeren".
J.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 november 1928

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Ds. G.H. BEEKENKAMP

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 november 1928

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's