GEESTELIJKE OPBOUW
John Bunyan
Zijn leven en zijn geschriften. (5)
Om des beginsels wille werd John Bunyan in de gevangenis geworpen en heeft er twaalf lange jaren — van zijn 32e tot zijn 44e jaar — moeten zuchten, tevergeefs uitziende naar de ure, dat hij vrij het Woord zou kunnen brengen overal, naar den lust van zijn hart. Eerst in 1672 werd hij in vrijheid gesteld, om dan (met onderbreking van een half jaar, toen hij voor de derde maal in den kerker gesloten werd in 1675) tot 1688 vrij het Evangelie der genade te mogen verkondigen. Maar wat zijn de twaalf jaren van gevangenschap voor hem juist een goede voorbereiding voor die prediking geworden en wat heeft hij juist in den kerker heerlijk zich mogen openbaren in zijn geschriften tot eere Gods en tot zegen voor duizenden en tienmaal tienduizenden van alle geslacht, volk en taal. Wonderlijk zijn ook in deze de wegen des Heeren geweest. Want had de booze bedoeld hem onschadelijk te maken en hem het zwijgen op te leggen, de Heere heeft hem wonderlijk gezegend, om daar juist van genade te mogen getuigen en den weg te teekenen, die naar den hemel leidt.
Op zijn gevangenschap terugziende, nog in den kerker zijnde, zonder vooruitzicht toen dien te mogen verlaten, schreef hij eenmaal zelf: „Nooit had ik in heel mijn leven zulk een wijden ingang in het Woord van God als thans. De plaatsen der Schrift, waar ik vroeger niets in zag, waren nu als lichten voor mijn oog in deze plaats en in dezen staat; Jezus Christus ook was nooit méér werkelijk tastbaar voor mij dan nu; hier heb ik Hem inderdaad gezien en gevoeld".
In de eenzaamheid mocht hij dus wel bizonder de gemeenschap met zijn Heiland en Zaligmaker smaken. En heerlijk wordt ook hier weer bewaarheid: dat alle dingen moeten medewerken ten goede dengenen die des Heeren zijn! Zelfs wat satan ten kwade uitdenkt, weet de Heere ten zegen te bereiden, en als God opent, kan niemand sluiten, als Hij werkt, kan niemand keeren! Was het zóó ook niet gegaan bij Johannes, den Apostel? Door de vijanden aan zijn gemeente ontrukt, was hij in de dagen der groote vervolging onder Keizer Diocletianus opgesloten op het geheel eenzame rotseiland Patmos, in de Aegeïsche Zee gelegen, maar de hemel wordt dan voor hem ontsloten, zooals voor niemand nog was geschied en als het gordijn van voor de hemelsche dingen wordt weggeschoven, mag hij, met God gemeenzaam, vanuit het midden der zee de woorden des Heeren verkondigen wijd en ver, zóó, dat heel de wereld ze heeft vernomen en nog alle geslachten ze kunnen en mogen beluisteren.
Den eersten tijd had Bunyan door de vriendelijke schikking van den cipier nog wel eens gelegenheid de gevangenis te verlaten, als hij beloofde, op zijn woord van eer, dat hij op den bepaalden tijd weer zou terugkeeren. Zoo gebeurde het, dat hij zijn vrienden kon bezoeken en zelfs nu en dan in 't geheim hier en daar kon prediken. Maar toen de rechters zich met zijn zaak inlieten werd zijn gevangenisstraf verzwaard en alleen zijn vrouw en kinderen mochten hem bij tijde bezoeken, doch overigens was hij een gevangene die zijn vrijheid kwijt was; alleen mocht hij voor zijn medegevangenen nog wel eens een woordje spreken, dat blijkbaar niet ongezegend is gebleven.
't Schijnt, dat zijn gevangenschap voor een poos toch onderbroken is en hij weer als vrij man kon gaan en staan waar hij wilde. Dat was in de dagen, dat er een vreeselijke pest heerschte, toen een groote brand te Londen heeft gewoed en andere omstandigheden de rechters tot mildheid stemden. Maar toen werd Bunyan toch weer opnieuw gearresteerd om oorzake van het houden van verboden godsdienstige samenkomsten en werd weer in dezelfde gevangenis opgesloten.
We weten van, de eerste zes gevangenis jaren méér dan van de tweede zes jaar. Negen geschriften dateeren uit die eerste periode, twee zijn ons uit de laatste periode bekend, terwijl de Pelgrimsreize is geschreven toen Bunyan voor de derde maal is opgesloten geweest, nu voor een half jaar in den stadskerker op de Ousebrug.
Waarom zoo weinig uit .die tweede zes jaar van Bunyan's gevangenschap bewaard is, weten we niet. Of hij weinig of niets geschreven heeft of dat het niet tot een uitgave van zijn geschriften is gekomen, ligt in het duister.
Vooral door zijn boeken is Bunyan de bekende figuur geworden; meer door zijn geschriften dan door zijn leven. Want hoewel Bunyan na zijn bekeering een toonbeeld van godsvrucht is geweest en na zijn bevrijding uit den kerker zijn gemeente Bedford tot aan zijn dood (31 Aug. 1688) trouw heeft gediend, zou hij ons toch niet bekend geweest zijn, waren niet 63 geschriften van zijn hand verschenen, waardoor hij geworden is die groote en grootsche figuur in het Koninkrijk Gods, staande in de beeldengalerij der geloovigen, die ons omringen als een wolk der getuigen. Zijn geschriften zijn de oorzaak van zijn bekendheid en zijn roem! En door die boeken staat hij dan voor ons, als een stoere, hoog opgerichte figuur, geschraagd door de kracht Gods, gezalfd door den Heiligen Geest, die altijd de grootste van de zondaren en de minste van de broederen blijft, maar om van overvloeiende genade zóó te gewagen, dat hij voor ons wordt tot een van de voornaamste Godsgetuigen, al is hij als een ontijdig geborene in Sion binnengeleid.
Van die 63 geschriften zijn er 4 ons het meest bekend, die door hun diepe vroomheid, grooten eenvoud, ontzaglijken ernst, levendige aanschouwelijkheid en keurige taal ingang vonden en vinden bij jong en oud, geletterd en ongeleerd, in Europa en ver daarbuiten. 't Zijn: „De Heilige Oorlog"; „Genade overvloeiend voor den grootste der zondaren"; „Het leven en sterven van mr. Kwaad of Slechtman"; maar niet 't minst: „De Pelgrimsreize van deze wereld naar de toekomende", 't boek, dat na den Bijbel zeer waarschijnlijk het meest gelezen is in de laatste drie eeuwen, in méér dan 100 verschillende talen overgezet zijnde.
„De Heilige Oorlog" is een levendige, aanschouwelijke, fijn geschreven allegorie of zinnebeeldige beschrijving, verhalend van des Boozen raadslagen tegen Menschenziel. De oud-soldaat, die in jaren van oorlogen en vechterijen leefde, geeft hierin een getrouw relaas van de listen en aanslagen van Satan, den Overste der wereld, gericht op de kostelijke ziel des menschen, om deze zoo mogelijk in zijn macht te houden tot verderfenis en eeuwig oordeel, met teekening ook van den Oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus Christus, Die Zijn gemeente helpt en bijstaat. Die voor haar strijdt en over haar waakt en Zijn discipelen telkens oproept om zich te wapenen met de geestelijke wapenrusting, waarvan het Woord ons beschrijving geeft.
Uit het geschrift: „Genade overvloeiend voor den, grootste der zondaren" — een zelf beschreven levensgeschiedenis, die men vergeleken heeft met de Confessiones of Bekentenissen van Augustinus — kan men Bunyan's ontzettenden strijd met de zonde leeren kennen, beschreven in verbeeldingrijke taal, maar geheel staande op den bodem der werkelijkheid. In dit boek zien we 't zieleproces van Bunyan, hoe hij van een kind der duisternis overgezet wordt in Gods wonderbaar licht, om te verkondigen de deugden Desgenen Die hem bracht tot een onberouwelijke bekeering.
Het minder bekende boekje, getiteld: „Het leven en sterven van mr. Kwaad of Slechtmensch" is bedoeld als tegenhanger van „De Pelgrimsreize". Want Bunyan verhaalt ons hier van het leven van een godsdienstig opgevoed man, wiens aangezicht van meet aan was afgewend van Sions top en die meer en meer afweek van den rechten weg, om tenslotte na een zondevol leven, zonder berouw te sterven als een prooi van Satan, den menschenmoorder van den beginne.
Doch vooral „De Christenreize" heeft Bunyan onvergankelijken roem geschonken over heel de wereld. Dat is een boek van diepe levenservaring, 't welk in bezielde taal, in zinnebeeldige voorstelling ons de reis eens pelgrims teekent, die de stad Verderf ontvlucht en met het aangezicht naar Jeruzalem voorttrekt langs gebaande en ongebaande wegen. Dat is een stuk zieleleven van Bunyan en van allen, die niet vreemd zijn aan genade. En te midden van zielelijden en zielestrijden opkomend vertoont het ons in sprekende beelden en levende personen de wintertijden en de zomerweelde van het leven dergenen, die vreemdelingen zijn hier beneden om te zoeken een beter Vaderland, dat boven is, waar Christus is, zittende aan de rechterhand des Vaders, waar de vele woningen zijn vol vreede en zaligheid.
Voor den eenvoudigen geloovige is dit boek van Bunyan als een bijbelverklaring in beelden die hen den weg Gods zichtbaar en duidelijk voor oogen stellen. En de verhevenste waarheden van ons christelijk geloof en de diepste bevindingen van ons christelijk leven worden op een wijze beschreven, verteld, geteekend, zoodat we tot op den bodem van alles kunnen zien als glasheldere waarheid, in de heerlijkste vormen ons getoond! Zooals de Heere Zelf met eenvoudige menschenwoorden, naar Zijn voorzienig bestel, in de Heilige Schriften de diepste, heerlijkste, rijkste waarheden, van tijd en eeuwigheid heeft neergelegd, zóó is Bunyan de verteller bij de gratie Gods, om ons de grootste en zwaarste dingen op kinderlijk eenvoudige manier in doorzichtige taal te beschrijven.
De Geest der waarheid is ook hier de Geest der klaarheid en alles wordt ons door Bunyan zóó in levende figuren uitgebeeld, dat het ons onvergetelijk en onvergankelijk voor oogen komt staan, waarbij de eenvoudigste het kan begrijpen en de meest omtwikkelde het kan bewonderen als zeldzame kunst. (Wordt voortgezet).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 januari 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 januari 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's