De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

De Spruite der Gerechtigheid

10 minuten leestijd

Jeremia 33 vers 14—16.

In tijden van beproeving, als de bange klacht opgaat: zou God Zijn gena vergeten? laat de Heere toch niet na Zijn kinderen te bemoedigen. Als de last te zwaar zou gaan drukken, tilt Hij dien een weinig op, opdat er verademing zal zijn. Hij laat niet toe dat Zijn volk verzocht wordt méér dan zij dragen kunnen. In zijn worsteling met den Heere, aan den Jabbok, heeft Jakob het ondervonden: Dezelfde, die hem tegenstond in het worstelen, gaf hem de kracht om te volharden en te overwinnen.
Zoo ervaren het al Gods beproefde kinderen in den druk. Het is nu eens een Schriftwoord, dat aan hun hart wordt gelegd, dan weer een versregel, die aan hun ziel wordt toegepast, een uithelping uit oogenblikkelijke zorg; Hem staan duizend wegen open om te komen tot Zijn naar lafenis dorstend kind.
De dagen van Jeremia waren aan beproeving rijk. Het zag er donker uit. Dikwerf dreunde in het woord van den profeet de boetbazuin; tot ergernis van allen, die liever ,,zachtere dingen" hoorden en verre de voorkeur gaven aan den geestelijken slaapzang der valsche profeten: vrede, vrede en geen gevaar. God had Jeremia gesteld om uit te rukken en af te breken, ook om te bouwen en te planten. Vandaar die eigenaardige spanning in de prediking van den profeet. Zijn naam beduidt: de Heere verwerpt; en zoo predikte hij ook. De Heere verwerpt dat eigendunkelijke volk, dat van zichzelf zulke hooge en van 't geschonden recht zijns Gods zulke geringe gedachten koestert. Onverpoosd zocht Jeremia zijn volk te brengen tot boete en berouw, tot schuldgevoel en ootmoed. Hij weigert met de valsche profeten het volk op te bouwen in een gevoel van veiligheid en vertrouwen en bedriegelijke rust.
Men heeft van Jeremia wel gezegd, dat hij slooperswerk deed, en terecht. Onvermoeid dreunt in zijn woord de moker van Gods ontzaglijke Waarheid tegen den valschen bouw van oppervlakkige gerustheid. Maar telkens blijkt ook duidelijk, dat God slaat om te heelen en dat Zijn knecht sloopt om te bouwen.
De onbekeerlijikheid des volks maakt in de naaste toekomst de goddelijke oordeelen onvermijdelijk, maar in ver verschiet blinkt hen het licht des heils tegen. Zoo ook in bovenstaand Schriftwoord: Zie, de dagen komen, spreekt de Heere, dat Ik het goede woord verwekken zal, dat Ik tot het huis van Israël en het huis van Juda gesproken heb. Het veel voorkomende 'Zie' zoekt aandacht te wekken en opmerkzaam te maken. Het getuigt tegen onze geestelijke achteloosheid, dat dit zoo vaak noodig is. Daar is een toestand van geestelijke matheid en inzinking, die doof maakt voor het goede, dat God ons te zeggen heeft. Daar zijn ook tijden van eigendunkelijke zelfverheffing, die spelen doet met den ernst des Woords. In beide gevallen moet ons met nadruk Gods boodschap worden aangezegd. Zoo hier: zie, de dagen komen, dat Ik 't goede woord verwekken, verwezenlijken zal, dat Ik sprak over Mijn volk. Dit bemoedigende woord bedoelt het ingezonken volk een riem onder 't matte hart te schuiven.
De naaste toekomst moge donker en angstig zijn, in ver verschiet gloort licht; God verlaat de Zijnen niet; alleenlijk, beken uw zonde!
O, als het daartoe mag komen, tot waarachtige verbrijzeling, tot oprecht berouw en ongehuichelde droefheid naar God, dan zal de Heere haastig de gevangenis van Zijn volk wenden. Immers Hij slaat om te heelen. Hij sloopt om te bouwen.
Waarin bestond dit goede woord, waarvan hier sprake is? Hierin: zij zullen Mij tot een volk en Ik zal hun tot een God zijn. Beter is er voor een mensch niet denkbaar. Wat is hierbij vergeleken al het goed dezer wereld? Het goede woord, dat God spreekt over Zijn volk, wijst op verzoening, vrede, hereeniging, gemeenschap met den Eeuwige.
De leugenprofeten spraken naar den mond van Jeruzalem en beloofden maatschappelijken, nationalen, stoffelijken bloei, maar wat baat 't een volk, dat het andere volken verwint en zijn ziel verliest? Daarvan is Jeremia doordrongen en hij stelt gansch andere weldaden in uitzicht. Het goede woord, dat de Heere over Zijn volk gesproken had, beloofde: Gij zijt Mijn volk en Ik ben uw God.
Hieraan kunt gij weten, lezer, of gij op den goeden weg zijt: Wat is het woord, dat gij zoekt? Wat de weelde, die u lokt. Is het u genoeg, wanneer gij vrede hebt in de wereld en het vermogen zich vermenigvuldigt; of roert en klaagt en vraagt diep in uw ziel een behoefte, die geen wered vervult? Hier is wel geen tegenstelling; het is niet zoo, dat God aan de stoffelijke nooden van Zijn volk geen aandacht schenkt, doch zeer nadrukkelijk moet aan geestelijke dingen de hoogste beteekenis worden toegekend; daarmede in overeenstemming is het Woord des Heeren en de Verschijning van den Vredevorst.
Want als dat goede woord, dat Jehova sprak over Zijn volk, komt, als dat voornemen der genade wordt uitgevoerd, dan zal Ik, spreekt de Heere, aan David een Spruite der Gerechtigheid doen uitspruiten. Voor velen was dit nog volstrekt geen goed woord. Velen liet deze Gerechtigheid volstrekt koud. Dat was hun waarlijk geen behoefte, die kwelde en om vervulling riep. Een spruite van macht en heerlijkheid, van grootheid en roem, dat zochten velen. Het was in de dagen van des Heeren komst nog precies zoo en het is nóg zoo: de natuurlijke mensch verstaat de dingen Gods niet. En Gerechtigheid behoort tot de dingen Gods. Want gerechtigheid beteekent: de rechte verhouding met God. Gerechtigheid is de sfeer, waarin de zoete klank van 's Vaders stemme ruischt door de ziel: Gij zijt Mijn volk en Ik ben uw God.
Wie 't Messiasschap van aardsche grootheid zoeken, zullen aan deze Spruite der Gerechtigheid geërgerd worden; stooten zich aan Zijn nederige verschijning, keeren zich af van dezen Koning op een ezelsveulen (Zach. 9 vers 9).
Spruite der Gerechtigheid; deze lieflijke Naam predikte dat in den Messias de gerechtigheid, de verzoening, de vrede met den levenden God zal opspruiten in den zielehof van allen, die schuiling zoeken onder de vleugelen van Immanuël.
Deze Spruite der Gerechtigheid zal recht en gerechtigheid op aarde doen; dat is de saamvatting van heel de beteekenis Zijner komst, noodig geworden doordat het Recht Gods geschonden, Gods orde gebroken, Gods Wet verkracht en Gods Verbond gescheurd is. En het eerste, wat wij behoeven, is een Borg, een schuldovernemende, plaatsbekleedende ziele-Borg, omdat wij schuldig staan voor den hoogen God. Wij hebben God op 't hoogst misdaan, en dit is een jammer, een afgrond, een nood, waar bij al 't andere op den achtergrond schuift. Uw lichaamspijn en zieleangst, uw levensdruk en ouderleed, uw strijd en moeite, 't kan bang zijn, maar als ge het Koninkrijk Gods en zijn gerechtigheid hebt gevonden, zal u al het andere toegeworpen worden. Het moet in de kern van ons aanzijn met God in orde komen, dan is in principe alles te onzen gunste geschikt. Naar waarheid getuigt de Apostel: Hij, die Zijn eigen Zoon voor ons overgegeven heeft, zal Hij ons met Hem niet alle dingen schenken? Gij tobt over uw achteruitgang in zaken, gij zijt bezorgd over uw lichaam, door krankheid aangetast; gij zijt in angst over de dagen van krankheid en ouderdom, wie dan voor u zorgen zal als gij niet kunt uitgaan tot den arbeid. O, dat alles kan schrijnen en drukken, fel en zwaar, maar met de delging uwer schuld en de verzoening uwer ziel, met de Spruite der Gerechtigheid, vindt gij in beginsel de redding en de oprichting van uw gansche leven; waarlijk, de godzaligheid is tot alle dingen nut. Allereerst om uw verhouding tot den levenden God, maar dan ook om al uw andere dingen: Zijt gij met God verzoend! Is het vrede tusschen u en den Eeuwige? Zeg niet: o, daar moet ik nog even mee wachten, ik heb 't nu juist zoo druk met de omzetting van mijn zaken, met de opvoeding mijner kinderen, met de genezing mijner krankheid, met de verzekering van een onbezorgden ouden dag; neen, juist om die dingen ook, allereerst om den vrede uwer ziel, maar dan ook om al het andere: is Christus uw deel? Want juist omdat Hij de Spruite der Gerechtigheid is, is Hij de Heelmeester en Heiland van uw gansche aanzijn. De Gerechtigheid is van centrale beteekenis in het leven des menschen.
Als de kloof tusschen God en uw hart blijft gapen, dan wordt het niet goed, dan wordt gij nooit beter, dan komen uw kinderen nooit terecht, dan zult gij geen rustigen dag meer hebben, dan blijft alles gebroken, en alles ten deele, dan blijft u alles benauwen, dan komt ge er nooit uit. Dit is de heilige orde des Heeren: eerst het voornaamste, en dat is het herstel van de rechte verhouding met den Heere onzen God.
O, hoe onuitsprekelijk gelukkig is 't, dat in de Christus-voorzegging en in de Christus-verschijning dit voorop staat: gerechtigheid, verzoening, vrede met den hoogen God. In Hem spruit de Gerechtigheid voort; het is door Hem, wanneer het tusschen God en uw hart in het reine komt. En deze Spruite is een eeuwig wonder Gods. Denk aan Jesaja 11, waar 't rijsje opspruit uit een afgehouwen tronk, als een wortel uit een dorre aarde. De neergang is volkomen. Van den groenen boom rest niet meer dan een afgehouwen tronk. Alles is dood en alles is dor. Alles zonk weg en alles verstoof. Daar is niemand, die goed, doet. Allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods. En wat niemand had kunnen verwachten: uit 'n dorren tronk schiet een groene Spruite op. Zoek de verklaring van deze verborgenheid niet in een of andere latente kracht, die nog in den menschenakker is; neen, dit werk is door Gods Alvermogen geschied. 
Ik zal David een Spruite doen uitspruiten, spreekt de Heere. De Zaligmaker van zonden is niet de gave vrucht, gerijpt aan den stam der menschhcid, maar Gave Gods, en schoonste gave Gods aan een verloren menschheid.
En onze tekst leert duidelijk: Als 't in den wortel en de kern van ons leven met God in het reine kwam, dan straalt de zegenende werking van deze wortelgenezing, van dit kern-herstel uit naar de verste peripherie, naar den buitensten omtrek van ons levensveld. Hoor maar: ,,in die dagem zal Juda verlost worden en Jeruzalem zeker wonen". Hier breiden zich de heilrijke gevolgen van 't werk der Spruite, van de centrale verzoening met God alom uit.
Dat is niet uitgekomen, zegt ge; toen Christus verscheen, liep het met Israël ten einde; nog geen halve eeuw na het Kruis werd Jeruzalem met den grond gelijk gemaakt. Ja, maar dit Jeruzalem had Jezus uitgeworpen, de Spruite afgehouwen, Gods gave geweigerd! Dit Jeruzalem weigerde zich te laten redden en daarom werd haar huis woest gelaten. Maar daar is, God lof, nog een ander Jeruzalem, een geestelijk Sion, dat bij monde van den Apostel Paulus ons tekstwoord dankbaar beaamt: Hij, Die voor ons Zijn eigen Zoon heeft overgegeven, wil ons in en met Hem alle dingen schenken. En reikt dit niet tot aan den versten omtrek? Blijft er nog een wonde bloeden, schrijnen en pijn doen? Waarlijk tot aan den versten omtrek: het leven is mij Christus en het sterven mij gewin. En verder is niet denkbaar. O, de Spruite der Gerechtigheid is ook de Spruite der genezing en der eeuwige zaligheid.
Heil u, die in den glans dezer Heilzonne koestering zoekt voor uw verkleumd gemoed. Rijken zendt Hij ledig heen, maar der hongerigen mond wordt met goed gevuld. En de tijd komt dat al wie in de schaduw dezer Spruite schuilt, nooit meer zeggen zal: Ik ben ziek, want de Borg is ook de Heelmeester.
,,Heere is Zijn naam".
A.                                                          R.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 januari 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 januari 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's