De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

7 minuten leestijd

Postgiro 138421.
We krijgen allen wel eens een brief met een rouwrand en we nemen bijna geen courant in onze handen of we vinden er ook een of meerdere advertenties met een rouwrand. Soms is het een heele rij van doodsberichten, die er ons aan herinneren dat de dagen des menschen zijn als het gras dat verandert. In den morgenstond bloeit het en het verandert, des avonds wordt het afgesneden en het verdort.
Ja, daar zijn brieven met een rouwrand, daar zijn advertenties met een rouwrand, maar daar zijn ook giften met een rouwrand. En met zulk een gift moet ik ditmaal beginnen. Daar is n.l. deze week officieel bericht bij mij ingekomen dat iemand, die kort geleden overleden is, aan onzen Bond een legaat heeft vermaakt. Bij testamentaire beschikking, waarvan ik een afschrift ontving, had deze broeder bepaald dat een gedeelte van zijn vermogen onzen Bond ten goede moest komen. Zulk een bericht wekt eenerzijds gedachten van weemoed, anderzijds gedachten van waardeering.
Weemoedige gedachte, dat iemand over alles wat hij bezit maar rentmeester is en dat het eens tot hem gezegd wordt: geef nu rekenschap van uw rentmeesterschap, want gij zult niet langer rentmeester kunnen zijn. Dan worden zijn goederen weer korter of langer aan een ander ter leen gegeven, totdat ook voor dezen weer het oogenblik komt dat hij er afscheid van moet doen. Ja, eer deze het misschien verwacht had, gaan ze weer over in andere handen. En zoo zien we het zoo telkens weer bevestigd worden wat de dichter van Psalm 49 eens zong: „Want hij zal in zijn sterven niet met al medenemen, zijn eer zal hem niet nadalen". 
Nu is het echter zoo'n voorrecht, als we goede rentmeesters mogen zijn van de goederen die ons ter leen werden gegeven, en het is zeker een daad die grootelijks gewaardeerd moet worden als we bij de verdeeling onzer goederen ook denken aan de dingen die tot bevordering van Gods Koningrijk zijn. „Testament maken", neen het is voor de natuur van den mensch geen gemakkelijk werk. Immers wie zijn testament maakt spreekt daarmee uit dat zijn binnenste gedachte niet is: mijn huis zal er tot in eeuwigheid zijn. Integendeel, wie zijn testament maakt zegt het met andere woorden: ik sta op mijn vertrek, nog een korte spanne tijds en dan worden de touwen losgemaakt en komt mijn levensscheepke nooit weer terug in de haven waar het nu nog voor anker ligt. Wie zijn testament maakt belijdt daarmede: ik heb hier geen blijvende stad; En als wij geen natuurlijke, maar geestelijke menschen, m.a.w. als wij Christenen zijn, dan is het ons ook geen onverschillige zaak wie straks, als wij zelve zullen afgereisd zijn, onze goederen naar zich zal nemen. Wanneer er nu kinderen zijn, dan is dat betrekkelijk gemakkelijk, want het is een Schriftuurlijke gedachte dat de schatten, die de ouders vergaderd hebben, voor de kinderen zijn. Maar als dat niet het geval is, dan is het een zaak die waarlijk wel overweging verdient of niet een grooter of kleiner deel van ons vermogen bestemd moet worden voor de uitbreiding van het Godsrijk hier op aarde, in welken vorm dan ook.
Zoo nu heeft blijkbaar ook wijlen de heer Hendrik Kleijweg te Gouda gedacht en op de vraag: wat zal er straks gebeuren met de gaven die ik uit de hand van den Gever van alle goede gaven ontving, heeft hij toen geantwoord door o.m. te legateeren aan den Gereformeerden Bond tot verbreiding en verdediging van de Waarheid in de Nederlandsch Hervormde (Gereformeerde) Kerk, gevestigd te Utrecht, een som van
Vier duizend gulden (ƒ 4000.—).
Wel is aan dit legaat verbonden een z.g. vruchtgebruik en moet aan een zeker persoon levenslang een jaarlijksch bedrag uitgekeerd worden, maar dat neemt niet weg dat wij toch wijlen den heer Kleijweg hoogst dankbaar zijn voor dit groote bedrag, aan onzen Bond gelegateerd. Naar wij vernamen, heeft de heer Kleijweg vele jaren lang de kerk van Gouda als koster gediend. Moge zijn dienstwerk in de voorhoven des Heeren hier op aarde een voorafschaduwing zijn geweest van de rust, die thans door hem genoten moge worden in dat gebouw, dat niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen is.
Dit over de gift met den rouwrand, die ditmaal natuurlijk in de eerste plaats vermeld moest worden. En nu willen we eens zien wat er naast deze buitengewone mededeeling aan gewone giften inkwam. Ook daarvoor behoeven we ons weer heelemaal niet te schamen. We beginnen met vier collecten. De eerste kwam uit
C h a r l o i s. Daar werd de vorige week een lezing gehouden door prof. dr. H. Visscher over „de Rechtvaardigmaking", een onderwerp, dat onzen Professor is toevertrouwd. Men had in Charlois dan ook genoten, schreef ds. Koolhaas mij, maar van dat genot had men niet slechts door woorden, maar ook door een daad getuigenis gegeven. Men had bij die gelegenheid gecollecteerd voor onze Fondsen en die collecte had opgebracht, met een nagift van ƒ 10.— inbegrepen, het respectabele bedrag van:
HONDERD VIJF EN TWINTIG GULDEN (ƒ 125.—).
Ik hoop maar, dat onze Professor zijn lezing, over dit of over een ander onderwerp nog een paar keer houdt. De tweede collecte kwam uit
R i d d e r k e r k. Daar hebben zij een nieuwen dominé-gekregen, en wel in ds. Steenbeek, van Wapenveld. En bij diens intree hebben zij ook een collecte voor onze Fondsen gehouden. En laat die nu op de cent af net zooveel, opgebracht hebben als die te Charlois. Diaken A. Plaisier zond mij n.l. ook
HONDERD VIJF EN TWINTIG GULDEN (ƒ 125.—).
Ik hoop maar, dat zij in Ridderkerk veel geestelijk pleizier van hun nieuwen dominé beleve.zullen. Als we Remonstrantsch waren — maar dat zijn ze daar in R. heelemaal niet — dan zouden we haast zeggen: dat hebben zij bij zijn intree verdiend. De derde collecte kwam uit
M ij d r e c h t, en werd gehouden bij een gewone spreekbeurt die vervuld werd door ds. Steenbeek van Kampen. Een bedrag van ƒ 50.— zond ds. Verkerk mij toe. Het lijkt mij voor een gemeente als Mijdrecht ook lang niet slecht te wezen. En hetzelfde kan gezegd worden van de vierde collecte, die gehouden werd te
N e e r l a n g b r o e k  bij een spreekbeurt die vervuld werd door ds. Goslinga, van Utrecht, en die eveneens de som van ƒ 50.— bedroeg. Verder ontving ik uit
U t r e c h t, van ds. Batelaan van N.N. een bedrag van ƒ 25.— voor Leerstoel- en Studiefonds, en nog bij ds. Batelaan ingekomen van enkele vrienden uit Abcoude een bedrag van ƒ 7.— plus ƒ 3, — van den brenger er van, samen dus ƒ 10.—.
S o m m e l s d ij k, van ds. Van Ameide een gift van ƒ 10.— van een zuster der gemeente. 
P u t t e r s h o e k  een nagekomen gift van ƒ 2.—, die nog hoort bij de collecte gehouden bij de spreekbeurt van ds. Remme.
's-G r a v e m o er, van ds. Bolkestein weer een gift van ƒ 1.— als dankoffertje gecollecteerd voor het Studiefonds op 6 Jan. En nu nog een bericht uit
V l a a r d i n g e n, van den Penningmeester onzer afdeeling aldaar, P. van den Berg, dat hij mij zou toezenden een bedrag van ƒ 43.—, zijnde ƒ 25.— contributiegelden, ƒ 10.— collecte spreekbeurt ds. Goslinga, ƒ 5.— voor de Bondskas en ƒ 3.— vrijwillige bijdragen. -
En nu zou ik nog wel wat kunnen vertellen, want 'k heb vanmorgen nog een briefkaart met een goede tijding gehad, maar men zegt wel eens dat niet alle koek op ééne boterham moet en daarom zal ik voor de volgende week ook nog maar een stukje bewaren. 'k Heb goede hoop dat ik dan weer met een flink tweespan voor den dag zal kunnen komen, en dat ik dan vooral niet blijven zal onder het bedrag van
ƒ 441.—
dat ik deze week verzamelen mocht — de erfenis natuurlijk niet medegerekend — en waarvoor ik aan allen weer mijn vriendelijken dank betuig.
Veenendaal,
De Penningmeester,

POSTZEGELS, CAPS. EN ZILVERPAPIER.
Ontvangen van:
1e. M.J. Krook, Gouda, capsules, postzegels, en zilverpapier;
2e. Truitje Baars te Ressen, 23 stuivers en zilverpapier;
3e. de kinderen der Bewaarschool, Sint Annaland, zilverpapier en postzegels;
4e. Marie in 't Hout, Rijswijk, 118 halve centen, capsules en zilverpapier.
Met hartelijken dank en aanbeveling.
Mejuffr. J. DEN HERTOG
Krornmedijk 60, Dordrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 januari 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 januari 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's