De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

De Wijzen uit het Oosten (I)

9 minuten leestijd

Matth. 2 vers 1—12.

De Godsgezanten, opkomend uit het oude volk van Israël, zijn de eeuwen door de fakkeldragers geweest te midden van een zondige wereld, om bekend te maken het lichtend spoor van het ware Godsleven. De Heere Zelf, de eeuwige bron van licht en leven, is uitgegaan om de fakkels Zijner knechten te ontsteken en Hij heeft ze gezonden, om Abrahams zaad en de volkeren van heind en ver te profeteeren, dat zij een groot licht zouden zien, schijnend in de duisternis. Wonderlijk van raad, groot van daad is de Heere in deze. Eerst zou Israël worden bezocht door den Opgang uit de Hoogte; de zaligheid is uit de Joden. Uit Jacob zou de Ster opgaan. Maar dan zouden ook de heidenen worden genood tot den heiligen berg des Heeren. Neen! Israël alléén zou den Heere niet genoeg zijn, predikte Jesaja; Hij wil óók de volkeren tot Zijn erve hebben. En Davids groote Zoon zou straks regeeren tot aan der wereld uiterst end, waar de woeste volkeren wonen. Span dan de tente breed uit, o dochter Sions! Zie uit, o Kerke Christi, of ze nog niet komen aanvliegen als duiven uit het Oosten. Predikt het Evangelie allen creaturen, want de Heere heeft een welbehagen in menschen en wil in Christus vrede gebieden op aarde onder alle vleesch. Gij begrijpt die gangen Gods niet? Zingt dan intusschen:
Geloofd zij God, dat eeuwig Wezen,
Bekleed met mogendheên!
De HEER, in Israël geprezen,
Doet wond'ren. Hij alleen.
Hier liggen de richtlijnen voor Gods werk in Christus op aarde: de Heere heeft een welbehagen in menschen. En der profeten wijzen mond had van ouds kostelijke dingen gesproken voor alle vleesch. De profetieën der Godsmannen waren immer vol, tot barstens toe vol, van heil voor de natiën. Zooals het licht speelt door het fijn dooraderd albast met zoo wondere schoonheid en machtige bekoring, zóó straalde door de woorden Gods van ouds aan Israël gebracht voor de heidenen heerlijkheid en vrede.
En nu, nu de volheid des tijds daar is en Immanuël, God met ons, geboren is in Bethlehem, nu begint het aanstonds, dat de Heere de heidenen noodigt tot het heil voor Sion bereid. Naar alle vleesch vraagt de Heere; alle taal en natie wordt genood tot de zaligheid in Christus. En de geschiedenis van de Wijzen uit het Oosten laat ons zien, dat Hij zich ook ontfermt over het stroomgebied tusschen Eufraat en Tigris, waar eertijds Abram woonde, de drager bij de gratie Gods van de beloften des heils voor alle geslachten der aarde. Dat is tot beschaming van het vleeschelijk Israël, dat zichzelf hoog verhief boven de volkeren; dat roemde in Abrahams vleesch, maar Abrahams geloof niet kende en Abrahams God verachtte. Zóó betoont de Heere Zijn welbenagen aan wie Hij wil en geen vleesch zal roemen voor Zijn aangezicht. Altijd zet de Heere Zijne voetstappen in den weg van vrij ontfermen en het huis dat Hij Zich in Christus bouwt is het gebouw van Zijn gunstbewijzen. Die zweren bij het vleesch zullen ellendig omkomen, maar die leven door den Geest zullen het hoofd omhoog steken en d' eerkroon dragen, door Hem, door Hem alleen, naar Zijn eeuwig welbehagen!
En dan brengt de Heere Zijne gunstgenooten altijd in Bethlehem, in den stal, bij de kribbe, bij Jezus, den Zaligmaker. Daar zullen de volkeren vergaderd worden. Daar zullen de vijanden als vijanden openbaar worden. Daar zullen de onverschilligen hun onverschilligheid bewijzen. Maar de nooddruftigen zal Hij verschoonen, aan armen, uit gena. Zijn hulpe ter verlossing toonen; Hij slaat hun zielen ga.
Bonte verscheidenheid van personen rondom het Kindeke, dat in Bethlehem geboren is! Zacharias en Elisabeth zijn zoo blij. De grijze Simeon en de profetesse Anna niet minder! De herders uit Efratha's veld zien we in geloove knielen en blij spreken van het Woord dat vleesch geworden is. De Farizeen en Schriftgeleerden zien we niet. Herodes weet er niet van. Het Joodsche volk loopt den weg verder, waarvan het einde voor de verzekerden op den berg van Samaria de dood is. Maar dan zien we plotseling de Wijzen uit het Oosten verschijnen en terwijl Herodes, met zijn soldatenbent, gloeit van vijandschap, en de Schriftgeleerden met hun wijsheid spottend verachten wat de Heere wrocht, worden zij door den Heere Zelf geroepen, geleid, geleerd, getroost en bewaard en hun namen worden ingeschreven in het boek des levens des Lams. Zij behooren tot het gewillige volk, in den dag van Gods heirkracht.
Deze verscheidenheid is een vingerwijzing omtrent de centrale beteekenis van Christus en de wereld. Hij wil in het midden staan van allen en alles. Hij is het Licht der wereld. En Hij is óf een fundament ten leven óf een rots der ergernis. Hij brengt wijsheid voort voor die Hem vreezen en doet Zijn vijanden openbaar worden in hun dwaasheid. Langs Christus moeten allen heen, óf om Hem te aanbidden öf om Hem te verwerpen; óf om Hem te volgen, óf om Hem te bestrijden.
Zoo brengt de Heere ten slotte Zelf, die van verre wonen, en brengt ze nabij. Hij buigt Zich in Christus tot een gevallen menschengeslacht. Eere zij God, in de hoogste hemelen, vrede op aarde, in de menschen een welbehagen!
Zie maar eens, hoe de Heere Zich needrig voegt naar de wegen der Wijzen uit het Oosten. Dat zijn sterrekundigen, die de banen der hemellichamen doorzoeken, dag aan dag, jaar op jaar. Ze wonen in het land der heidenen in het verre Oosten, maar ook daar wordt door een gevallen menschengeslacht, evenals wij uit het paradijs verjaagd en zuchtend nu onder den vloek der ongerechtigheid, uitgezien van ouds naar een redder, gelijk de Perzen van de oudste tijden afaan spraken van een Sosiosh, een godenzoon, die een vrederijk zou stichten op aarde.
Verward zijn de voorstellingen der heidenen in deze, 't is waar. Maar ze bewijzen van Gods geslacht te zijn. Daarbij zijn van ouds in 't Oosten de zaden des Woords uitgestrooid, toen Abram daar woonde, toen Jacob daar toefde. Daniël óók had er geprofeteerd, sprekend van den Zoon des menschen. Esther, Koningin zijnde, had van Israels God getuigd. Daar had Ezechiël gesproken van Gods groote daden. Ook Bileam had daar geprofeteerd, van de Ster uit Jacob. Daar in het land van de Wijzen heeft van ouds het Woord des Heeren weerklonken, dat Hij Zich zou ontfermen over de volkeren. En als de Wijzen nu telkens de hemellichamen beschouwen, dan zien zij daar lichtlijnen, die spreken van groote, heerlijke dingen, waarin zij geheel opgaan, hoewel zij 't ware, het echte van dit alles nog niet verstaan, dewijl God voor hen veelszins de onbekende God is. Maar hoe meer zij zich verdiepen in het naspeuren van de loopbaan der sterren, als zij bewonderen de duizenden en millioenen lichtbollen, dan zien wij het zilverwit van den Melkweg, het driespan van den Wagen, de bochten van den Draak; zij aanschouwen den Orion, het Zevengesternte; en dan gaat het hemelruim juichen en de lichtende sterren gaan juichen en ze verkondigen groote, heerlijke dingen. Het is als goddelijk teekenschrift, waarbij de mensch klein wordt. En dan, plotseling in 747 na de stichting van Rome, op den 20sten van Meimaand, te middernacht, drie en een half uur vóór zonsopgang, wordt het spiedend oog getroffen door een zeldzaam schitterende constellatie aan 's hemels trans: twee planeten in conjunctie, Jupiter en Saturnus in het teeken van den visch!
De Ster! Een wondere ster! En door het transparant van het hemelgordijn wordt voor de Wijzen het wondere Schrift des Heeren leesbaar: een ster uit Jacob is opgegaan; de Zon des heils is aan de kimme komen staan; een Koning in Israël geboren! Dezelfde God, die aan Nebukadnezar een wonder droombeeld gaf en voor Beltzazar's verschrikte oogen op den wand schreef: „Menè, menè, tékel, ufarsin" — gewogen, geteld en te licht bevonden — Hij schreef nu voor de sterrekundigen in het Oosten in goddelijk schrift: de Zaligmaker is geboren, komt tot Zijn schijnsel alle volkeren!
Plotseling staan de Wijzen in het Licht. De Heere is hunner gedachtig. En bizonder door den Heere voorbereid en door Zijn Geest verlicht, zeggen zij: laat ons dan henengaan naar het land der Joden en zien het woord, dat ons door de sterren van den Koning is bekend gemaakt!
De wonderlijkheid Gods is de onbegrijpelijkheid Gods. Hij spreekt en wie zal het krachteloos maken? Hij werkt en wie zal het keeren?
Neen — zoekt alles niet te verklaren en het op menschelijke gronden aannemelijk te maken. Zijn wegen zijn onnaspeurlijk. Zijn daden ondoorzoekelijk; maar die Hem vreezen zeggen: 't is God die wonderen doet. Hij alleen!
Denk eens aan Melchizedek. Daar verschijnt in Abrahams dagen plotseling die priester-koning van Salem, die wondere dienstknecht van den Allerhoogste. Kunt gij dat narekenen? Of zegt de Hebreërbrief niet nadrukkelijk, dat het niet uit vader of moeder of familie moet verklaard worden, maar dat het van den Heere is?
En zóó doemen plotseling voor ons op, neen, niet uit de onmiddellijke nabijheid rabbi's of priesters of koningen uit Israël, maar daar héél uit de verte: Magiërs, sterrekundigen. Wijzen uit het Oosten, als zoekers der zaligheid, hongerend en dorstend naar de gerechtigheid. Hun namen zijn ons onbekend. Hun aantal weten we niet. Het is, om des te luide ons te verkondigen: „uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen, Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen".
En neen! dan zijn ze er niet in een oogen blik waar ze zijn moeten om zich te verblijden in God en Christus te omhelzen tot vrede. Er moet nog héél wat met hen, aan hen, rondom hen gebeuren. Maar — wat de Heere begint, laat Hij nooit varen. Wat Hij begint wil Hij ook voleindigen. Van kracht tot kracht gaat het, en zoo zullen ze allen in Sion verschijnen.
(Slot volgt).                                      M. v. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 januari 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 januari 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's