STAAT EN MAATSCHAPPIJ
Aandeelen van Suikerfabrieken
De Classis Rotterdam van de Gereformeerde Gemeenten heeft in zijn laatste vergadering een paar belangrijke onderwerpen behandeld. Een dezer onderwerpen liep over de vraag, of het geoorloofd is aandeelen te hebben in suikerfabrieken. Men zal zeggen: een ietwat vreemde vraag, die in het kerkelijk College aan het oordeel van predikanten en ouderlingen werd onderworpen. En toch was deze vraag nog niet zoo singulier. De toelichting, welke bij de vraag werd gegeven, luidde: „De suikerfabrieken werken ook des Zondags. Daartegen hebben velen ernstig bezwaar. Zij zijn aandeelhouder. Een protest hielp niet, want de protesteerenden bleven in de minderheid".
Ziedaar de korte inhoud van het geding.
De uitspraak van de Classis was, dat zij zich met beslistheid stelt aan de zijde der bezwaarden. De Classis dringt daarom bij alle Kerkeraden aan, dat met ernst tegen het euvel zal worden gewaarschuwd. Leden der Gereformeerde Gemeenten — zoo was de conclusie — behooren geen aandeelen te hebben in op Zondag werkende fabrieken. Jammer, dat in het verslag van de Classisvergadering niets gezegd wordt over het verloop der discussies. Want wat wij te weten zijn gekomen, is slechts een incidenteele beslissing van een allerbelangrijkste vraag. Want met de suikerfabrieken alleen zijn wij er niet.
Op de spoorwegen wordt op Zondag gereden, de Rijksgelden worden voor een niet gering bedrag besteed voor doeleinden, die met de Zondagsrust geen rekening houden, de gemeentegelden gaan voor een gedeelte weg aan subsidies ten behoeve van vereenigingen, die op den Zondag arbeid laten verrichten. Daarbij komen dan nog de tramwegen in het interlokaal en lokaal verkeer, die allen op den Zondag rustig voortwerken.
De vraag, of aandeelen mogen genomen worden in op Zondag werkende fabrieken, zou dus moeten worden uitgebreid tot aandeelen in de Nederlandsche en buitenlandsche spoorwegen, in de tramwegen en in de stoomboot-ondernemingen, ja zelfs zou de vraag moeten loopen over obligaties, uitgegeven door Rijk, Provincie en Gemeente, ook al weten wij wel dat er onderscheid is tusschen aandeelen en obligaties.
Men ziet, dat wat de Classis Rotterdam van de Gereformeerde Gemeenten behandelde, nog maar een heel klein onderdeel is van wat er in Nederland — om zich alleen maar tot ons land te beperken — op dit terrein te koop is. Ons lijkt, dat de zaak zeer moeilijk en ingewikkeld is en dat men met een verbod omtrent het bezitten van aandeelen van suikerfabrieken er niet van af is,
Liberale grootspraak.
Een paar weken geleden verschenen in „De Vrijheid", het orgaan van den Vrijheidsbond, deze belangrijke statistische gegevens:
„In 1829 telde ons land ruim 2.600.000 inwoners en in 1927 ruim 7.600.000. In de jaren 1840—'49 stierven jaarlijks van de 1000 inwoners 26,6 en in 1927 nog slechts 10,2. Vooral de kindersterfte verminderde sterk. Omstreeks het midden der 19e eeuw stierven van de 1000 levend aangegeven kinderen 181 binnen het jaar. In 1927 was dit cijfer gedaald tot 58.
Het aantal buiten echt geborenen verminderde mede sterk. In de jaren 1840—'49 waren van de levend aangegeven kinderen 4,8 pct. buiten echt geboren. In 1927 was dit percentage gedaald tot 1,8.
De statistiek leert verder, dat de menschen tegenwoordig veel ouder worden dan vroeger. In de jaren 1870—'79 was de gemiddelde levensduur der mannen 38,4 jaar en in de periode 1910—'20 55,1 jaar. Bij de vrouwen, die gemiddeld ouder worden dan de mannen, steeg de gemiddelde levensduur in de genoemde periode van 40,7 jaar tot 57,1 jaar.
Dat de menschen tegenwoordig gemiddeld grooter zijn dan vroeger, bjijkt uit de metingen van de lotelingen. In 1865 waren van de lotelingen 10,67 pct. kleiner dan 1,55 M. In 1895 bedroeg dit percentage nog slechts 3,74 en in 1927 slechts 1,1.
In 1865 waren slechts 24, 61 pct. der lotelingen grooter dan 1, 70 Meter. In 1895 was dit het geval met 35, 07 pct. en in 1927 met 57, 93 pct." Aan wie de tegenwoordig gunstige cijfers te danken zijn? ,,De Vrijheid" geeft daarop 't antwoord: Zij zijn goeddeels de vruchten van het liberalisme, dat werk maakte van volkshuisvesting, hygiène, enz. Afgezien nog van het feit, dat sedert 't jaar 1901 de vrijzinnigen, met uitzondering van een korte poos, dat er een liberaal Kabinet was, geen invloed meer uitoefenden op de leiding van 's lands zaken, wordt in het geheel niet gerekend met wat de Heere in Zijn gunst aan het Nederlandsche volk schonk en hoe God nog de erve der vaderen in de jaren, die achter ons liggen, heeft willen zegenen. Dit behoefde ook niet. De vrijzinnigen rekenen niet meer met het Godsbestel. Echte liberale grootspraak.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's