De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN  MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

5 minuten leestijd

De staatkunde van den Prins van Oranje.
De herdenking van het feit, dat het op 23 Januari 1929 350 jaar geleden was, dat de Unie van Utrecht werd gesloten, heeft ook de aandacht van ons blad gehad. Toch mag er nog wel eens op worden gewezen, hoe bij deze gelegenheid de staatkunde van Prins Willem, de vader des Vaderlands, de vorst die met den Potentaat der Potentaten een vast verbond had gemaakt, weer een oogenblik in het centrum van de belangstelling heeft gestaan. Dit was te begrijpen, omdat bijzonder in onze dagen het vraagstuk van de consciëntievrijheid en van de vrijheid van religie veler aandacht bezig houdt. De strijd over Art. 36 der Gereformeerde geloofsbelijdenis is, met wat daarmede samenhangt, daarvan het bewijs.
Wat wilde de Prins van Oranje? De groote staatkundige gedachte, welke hem voor oogen stond en waaraan hij zich met ziel en lichaam gaf, was de vestiging van een Nederlandschen Staat, waarbij aaneensluiting werd verkregen van de Zuidelijke en Noordelijke gewesten; een Staat, die zich in volle vrijheid en zelfstandigheid zou kunnen ontwikkelen en waarin consciëntievrijheid en vrijheid van religie zou heerschen.
Zou deze grootsche gedachte ooit tot verwezenlijking kunnen komen, dan diende — zoo begreep de Prins het — alle geweld in dienst der religie vermeden te worden en moest het beginsel worden aanvaard van den vrijen Staat met een vrije Kerk. Bij de verdraagzaamheid, welke de Prins voorstond, was hij gedachtig aan 't Woord der Schrift: „niet door kracht of geweld, maar door Mijnen Geest zal het geschieden". 
Echter heeft de Vader des Vaderlands zijn doel niet mogen bereiken. Twee tegenstanders plaatsten zich op zijnen weg. De Roomschen en de Gereformeerden.
De Roomschen wilden van een religievrede, waarbij de macht van Rome's Kerk werd gebroken, niets weten. Zij stelden zich vierkant tegenover de invoering van den Gereformeerden Godsdienst en zagen in deze invoering een niet nakomen van den eed door den Prins afgelegd.
De Gereformeerden waren van oordeel, dat de Prins van Oranje, door giften en beloften van de Roomschen omgekocht, zich had verklaard voor de consciëntievrijheid en de vrijheid van religie.
Op twee personen in de Zuidelijke Nederlanden vestigt mr. Groen van Prinsterer in zijn „Handboek der Geschiedenis van het Vaderland" de aandacht, op Johan van Hembijse, een hoogmoedig, stout en eergierig voorschepen van Gent, die geen middelen tot vestiging van zijn invloed ten behoeve der Gereformeerden ontzag, en op Petrus Dathenus, een Vlaming van geboor­te, die langen tijd met ijver het Evangelie predikte, door den Prins werd hooggeacht, maar zijn vertrouwen verbeurde door heftig uitvaren tegen Roomschen en Franschen.
Het is opmerkelijk, dat even voordat op 23 Januari 1579 de Noordelijke gewesten van Nederland de Unie van Utrecht sloten, op 5 Januari te voren in de Zuidelijke Nederlanden het Verbond van Atrecht was tot stand gekomen, doch dat tot dit laatste Verbond alleen maar de Waalsche provinciën toetraden. De Vlamingen bleven buiten het Verbond.
Vlaanderen, het land door God zoo rijk gezegend, dat met getrouwheid de Gereformeerde religie in den tijd der Reformatie beleed en dientengevolge in zijn midden de schavotten en brandstapels zag opgericht, bleef tot in het uiterste standvastig en volhardend bij de leer die naar Gods Woord is.
Was de Prins van Oranje door de onverdraagzaamheid, zooals mr. Groen van Prinsterer schrijft, der ultra-Gereformeerden niet tegengewerkt, wie weet was Vlaanderen, dat tegenwoordig in de macht is van het on- en bijgeloof, niet voor het Gereformeerd beginsel behouden gebleven.
Intusschen, de ultra-Gereformeerden droegen door hun onvoorzichtig optreden groote schuld, dat de staatkunde van den Vader des Vaderlands, die de gewesten van Zuid- en Noord-Nederland voor de Calvinistische reformatie had willen winnen, schipbreuk leed.
Geschiedschrijvers deelen mede, dat tijdens het sluiten van de Unie van Utrecht slechts een tiende van de bevolking Calvinist was en toch, hoe groote kracht ging van dit tiende deel der bevolking niet uit! Op dit oogenblik zal onze verhouding wel niet veel anders zijn en nog mogen we zeggen, dat de Calvinistische geest in Nederland door Gods gunst domineert. Dit moet ons tot groote voorzichtigheid manen. Wij hebben de staatkunde van den grooten Zwijger te volgen, van wien Groen van Prinsterer getuigde, dat hij „door het geloof verkoren heeft liever met 't volk Gods kwalijk behandeld te worden, dan voor een tijd de genietingen der zonde te hebben, achtende de versmaadheid Christi meerderen rijkdom dan de schatten in Egypte, want hij zag op de vergelding des loons". En deze staatkunde is er op gericht, om de groote goederen, welke ons volk van Godswege heeft ontvangen, te bewaren, n.l. de consciëntievrijheid en de vrijheid van religie. Ook hier moet het optreden van den Vader des Vaderlands voor ons een baken in zee zijn. En dit optreden zullen wij niet straffeloos kunnen voorbijgaan, want daardoor zou aan de Gereformeerde religie ernstige schade worden toegebracht, Aan de vrijheid van geweten en godsdienst hebben wij onverbiddelijk vast te houden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 februari 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN  MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 februari 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's