FINANCIEN
Postgiro 138421.
Vrijdag l.l. was een koude winterdag. Wild dwarrelden de sneeuwvlokken over bosch en beemd. Een strenge vorst was bezig de wateren, die nog niet gestremd waren, voor zoover hij ze maar eenigszins kon bereiken, in boeien te slaan, en een snerpende wind herinnerde ons onwillekeurig aan het woord van den gewijden zanger: Wie zal bestaan voor Zijne koude? Een scherp contrast met de koude daarbuiten vormde echter een der zalen van 't Patriciërs-hotel Pays-Bas, op het Janskerkhof te Utrecht. Reeds bij het binnenkomen deed een weldadige warmte u aan. En niet alleen in letterlijken, maar ook in figuurlijken zin hadden we daar een warmen middag. Gij begrijpt natuurlijk al, dat ik 't even wil hebben over de warme hulde, die daar aan „onzen Professor" werd gebracht.
Het spreekt wel vanzelf, dat ik ook als Penningmeester van onzen Bond bij die hulde tegenwoordig wilde zjjn. En niet slechts als Penningmeester, maar ook persoonlijk heb ik met Professor Visscher reeds zoolang in relatie gestaan, dat ik daar niet gemist wilde worden. Onder het illustre gezelschap dat daar saamkwam had ik mij dus ook met onzen Voorzitter en nog enkele Hoofdbestuursleden een bescheiden plaatsje veroverd, en zoo was ik dus ook getuige van de vele goede en hartelijke en warme woorden, die aan het adres van den jubilaris werden gericht, alsmede van het als altijd snedige antwoord, dat door Zijn-Hooggeleerde gegeven werd.
Natuurlijk is het mijn bedoeling niet om van een en ander hier een verslag te gaan geven. Ik wilde alleen maar even zeggen, dat wij mede genoten van de wijze waarop men zich als om strijd beijverde om de groote gaven te prijzen, die God aan dezen Professor Theologiae geschonken had. Zoowel van het machtige woord waarmede dr. Severijn als voorzitter van de huldigingscommissie aanving, als van 't sympathieke woord van Zijn Excellentie oud-Minister Colijn, als van het ernstige en zakelijke woord van onzen Voorzitter, alsmede van de treffende woorden die verder door vele personen en namens vele corporaties gesproken werden, bleek telkens weer 't „Soli Deo Gloria" de grondtoon te zijn. Het ging niet slechts om den persoon van den Professor te eeren, maar het ging bij alles wat gezegd werd bovenal om in hem te eeren de machtige talenten, die hij van zijn God heeft ontvangen en waarmee hij op velerlei gebied tot rijken zegen is geweest. Allen die daar bijeen waren, waren overtuigd dat het hier een man gold, die met buitengewone gaven was toegerust, gaven die door hem besteed waren in den dienst van Hem, die ze hem schonk en die medegewerkt hadden aan de verbreiding van de beginselen van het Gereformeerd Protestantisme, waarvan hij een der steunpilaren kan genoemd worden. Daarom te meer verheugde het ons ook dat mede van Regeeringswege zijne verdiensten werden erkend en dat hem namens den Minister van Onderwijs, door den heer Colijn werd aangeboden de ridderorde van den Nederlandschen Leeuw, waarin hij door H.M. onze Koningin verheven was. Wij hopen dat deze „Leeuw" nog lang de borst van „onzen Professor" zal sieren en dat deze uitwendige leeuw, die hem eenmaal weer ontvalt, nog lang het symbool zal mogen zijn van dien onverliesbaren „Leeuw", door Wiens onverwinlijke macht ook Prof. Visscher alléén was die hij was en alléén deed wat hij deed.
Moge ook bij het klimmen zijner jaren de goddelijke kracht van den Leeuw uit juda's stam steeds meer in de menschelijke kracht van dezen Professor worden volbracht, en mag ik dan als Penningmeester van den Gereformeerden Bond den wensch uitspreken, dat ook onze Bond nog menige vrucht zal plukken van die vruchten, die ook in den grijzen ouderdom nog door dezen rijk begaafden geest gedragen mogen worden. Zooals hij daar zelf in zijn antwoord ook met een enkel woord op doelde, bestaat daar een nauwe relatie tusschen hem en ons. Niet alleen dat hij vóór 23 jaar den stoot gaf tot de oprichting van onzen Bond en dat wij hem dus altoos nog als onzen geestelijken vader beschouwen, maar ook doordat hij nu sinds enkele jaren door onzen Bond werd aangesteld om onze Studenten, onze aanstaande predikanten, te onderwijzen en te fundeeren in de begiselen die hem en ons dierbaar zijn, en die wij allen met hem belijden. Ook al mag het dan zijn dat wij wat wetenschappelijke visie op de dingen betreft, niet tot aan zijn knieën reiken kunnen, en ook al mag het dan zijn dat wat de toepassing der beginselen betreft wel eens eenig verschil van gevoelen bestaat, — daarvoor hebben we nu toch ook wel onze jaren gekregen — wat eerbied betreft voor de diepste levensbeginselen van het Calvinisme, die hij met zooveel talent verbreid en verdedigd heeft, wenschen wij niet onder maar naast hem te staan. En wij gelooven dat dat het terrein is waarop wij met erkenning niet van elkanders, maar een ieder van onze eigene gebreken, elkaar ook altijd weer vinden zullen.
Geve God al den leden van onzen Bond steeds meer een open oog voor den rijkdom der beginselen, die in de goudmijn van Gods Woord besloten liggen, en die „onze Professor" ons al zoo vaak in al hun schoonheid geteekend heeft. Dat immers is de beste waarborg dat er geen reden zal zijn waarom deze „Vader", voor 't „kind", dat hem eenigszins „ontgroeid" is, zich ooit schamen zal.
Maar kom, laat ik nu van deze Professorale hulde maar weer eens afstappen en weer op den beganen grond gekomen, eens kijken hoe het in 't laadje is. 'k Geloof, dal ik ook ditmaal alweer niet te klagen heb. Laten we maar weer eens zien:
D e n H u l s t, van den heer G. Kragt, gecollecteerd in het lokaal „Rehoboth" een bedrag van ƒ 20.—.
St. A n n a l a n d, van ouderling G. Goedegebuure een collecte, gehouden bij een spreekbeurt door ds. Rappard van Dinteloord, ƒ 26.60.
R ij n s a t e r w o u d e, van ds. Chr. de Bruin een collecte, gehouden bij zijn intrede aldaar, ƒ 45.—. Dat is een goed begin. Wij wenschen onzen jeugdigen broeder, dien wij reeds kenden van vóór zijn schooljaren, van harte geluk en hopen dat hij, wandelende in het voetspoor zijner vaderen, als Verbi divini minister velen tot rijken zegen zal zijn.
G o u d r i a a n, van ds. F. Anker een collecte, gehouden bij een spreekbeurt door ds. Schimmel van Ameide, ƒ 20.40.
H u i z e n, van den diaken G. Gooijer een collecte, gehouden bij een spreekbeurt door ds. Timmer van Ermelo, waar de vette letters voor gehaald moeten worden, van
HONDERD EN TWEE GULDEN VIJF EN DERTIG CENTS, (ƒ 102.35).
Ik denk als ds. Timmer het beroep had aangenomen, zij er nog eens zooveel bijgedaan hadden, maar met dit bedrag zijn we ook al best tevreden hoor! Ja, het gaat niet zoo gemakkelijk om den Ermeloschen broeder van de Veluwe af te krijgen.
F e ij e n o o r d, van den Penningmeester der afdeeling Jb. Bot een bedrag van ƒ 28.— samengesteld als volgt: ƒ 17.— als collecte bij een spreekbeurt door ds. Gunning van Schoonhoven; ƒ 5.— voor de Bondskas; ƒ 2.65 collecte eener ledenvergadering; ƒ 0.85 van N.N. voor het Studiefonds en ƒ 2.50 van mej. D. voor het Studiefonds.
's- G r a v e n h a g e, van ds. Van Dorp een bedrag van ƒ 4.50, zijnde ƒ 1.— van N. N. gecollecteerd in de Wilhelminakerk; ƒ 2.50 van mej. N.N. door mej. L.H. voor de Fondsen, en ƒ 1.— van den heer van E. voor de Fondsen.
U t r e c h t, van den Penningmeester der afdeeling W. Slob een restant contributies van ƒ 9.37.
E n t e r, van ouderling J. Ter Maat een collecte bij een spreekbeurt door ds. Mulder van Voorthuizen, ƒ27.37.
L i n s c h o t e n, van ds. Plantinga ƒ 5.— uit diens catechisatiebus.
A l p h e n a. d. R ij n, van den Penningmeester der afdeeling G. Verhagen een collecte bij een spreekbeurt door ds. v. Lokhorst van Hilversum, ƒ 43.60.
N i e u w W e e r d i n g e, van R. Rijnberg ƒ 2.50 van eenige luisteraars radio 7—2—'29.
D e l f t, van J. Ph. Göbel ƒ 21.— voor beide fondsen en ƒ 1.— voor laatste radiouitzending. Ik veronderstel dus, dat ik ƒ 20 voor de Fondsen mag bestemmen en dat ik dien éénen gulden moet afstaan aan de kas van de Vereen. van de Chr. Radio-Uitzending alhier. Als ik het mis heb, wil de afzender het mij wel nader berichten. Ja, die laatste Veensche uitzend-avond door den Secretaris en den Penningmeester van den Gereformeerden Bond, heeft nog al wat pennen en ook nog al wat tongen in beweging gebracht. Sommigen zeiden: „hij is goed", en anderen zeiden: „hij verleidt de schare". Gelukkig dat wij weten, dat er een Ander was, meerder dan wij, van Wien men dat ook heeft gezegd. Intusschen zijn wij dien vriend in Delft en die vrienden in Nieuw Weerdinge dankbaar, dat zij ons op deze wijze bedacht hebben.
Z w o l l e, van H. Hollander ƒ 2.—, gevonden in de collecte in „Elim".
H a r d e r w ij k, van ds. Van Mastrigt ƒ 20.— uit het Kerkeraadsfonds voor In- en Uitwendige Zending voor het Studiefonds. Zie zoo, nu ben ik weer aan het eind. In 't geheel een bedrag van
f 377.69
waarachter ik weer met een gerust geweten kan zetten: dankbaar en voldaan.
De Penningmeester, Ds. M. JONGEBREUR.
Veenendaal.
POSTZEGELS, CAPS. EN ZILVERPAPIER.
Ontvangen van:
1e. Nelly Schipper, Oud Beijerland, capsules en zilverpapier;
2e. de kinderen der Zondagsschool te Bleskensgraaf postzegels en zilverpapier;
3e. S.J. Everaars, Utrecht, postzegels en zilverpapier;
4e. H.J. van Esch, Soestdijk, zilverpapier, oude munten, enz.;
5e. Bets T., Sluipwijk, 900 halve centen.
Dit is een goed slot voor deze week, want halve centen zijn mij altijd bizonder welkom. En vooral zoo'n groote partij; dat zet nog eens flink aan. Ze kwamen juist nog bijtijds voor deze week.
Met hartelijken dank en aanbeveling.
Mejuffr. J. DEN HARTOG.
Krommedijk 60, Dordrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 februari 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 februari 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's