MEDITATIE
Een levensgeschiedenis in drie verzen
En er was een mensch uit de farizeën, wiens naam was Nicodemus, een overste der Joden; deze kwam des nachts tot Jezus. Johannes 3 vers 1 en 2a.
Zoolang we den Heere Christus niet gevonden hebben als onzen Zaligmaker en Verlosser, missen we het waarachtige leven. Dan missen we dus ook de ware blijdschap, het heldere licht, de overwinnende kracht des geloofs. Er zijn rijke menschen, die zich vervelen, het leven niet de moeite waard vinden om geleefd te worden en lusteloos luisteren naar hetgeen anderen op het hoogste schijnt te boeien. Doch indien Hij in ons leven gekomen is, wordt het geheel anders. Dan is iedere dag waard om geleefd te worden. Dan hebben we goeden moed. Dan trekken we naar Zion en „gaan van kracht tot kracht". De bezwaren en gevaren ontbreken wel niet, maar we hebben een goeden Gids, Die ons veilig aan „het einde" brengt en Wiens verkwikkingen en vertroostingen ons dierbaar zijn.
O, welk een kracht is Jezus Christus zelfs dan in ons leven, wanneer we nog weifelend, onzeker, bevreesd aan Zijne voeten gaan zitten, om van Hem het Woord des Levens te vernemen! Dat ondervond de man over wien het bovenstaande woord spreekt.
Een levensgeschiedenis in drie verzen. Zoo noemen we de geschiedenis van Nicodemus, omdat slechts op drie plaatsen in de Heilige Schrift en wel in het Evangelie naar de beschrijving van Johannes, van hem sprake is. Eerst in Johannes 3, waar de eerste ontmoeting met den Heiland wordt medegedeeld; vervolgens in Johannes 7 vs. 50, waar we hem zien zitten als lid van den Joodschen Raad; en ten slotte in Johannes 19 vers 39, waar hij een mengsel van 100 pond specerijen brengt voor het gekruisigde lichaam van zijnen besten vriend. Op alle drie plaatsen wordt hij aangeduid als de man, die des nachts tot Jezus gekomen was, met welke aanwijzing ongetwijfeld gedoeld wordt op het groote, alles beslissende keerpunt in zijn leven. Laat ons die levensgeschiedenis van Nicodemus saamvatten in de volgende hoofdstukken:
1. Hij kwam tot Jezus.
2. Hij kwam tot Jezus.
3. Hij kwam des nachts tot Jezus.
4. Hij kwam bij 't kruis van Jezus.
5. Hij kwam in 't Vaderhuis bij Jezus.
Hij kwam tot Jezus. In dit bericht wordt ons verteld, hoe deze Farizeer de schreden richtte tot den Verlosser en Zaligmaker zijner ziel. Dat is het nieuwe, groote in zijn leven. Nog nimmer was hij tot zulk een stap gekomen. Vaak ging hij naar den tempel, vaak naar de raadzaal van het hoogste joodsche gerechtshof, vaak naar vermogende, invloedrijke vrienden. Doch nimmer had dat alles hem gegeven, hetgeen zijn hart behoefde en hetgeen die nieuwe Rabbi Jezus hem gaf in dien eenen keer, dat hij tot Hem kwam. Die tot Jezus komt, komt tot den Zoon van God, tot den grooten Profeet en Leeraar. En ieder die met een heilbegeerig hart tot Jezus komt, moet belijden nog nimmer bij iemand zulk eene indrukwekkende ontvangst te hebben genoten.
Waarom kwam Nicodemus toch eigenlijk tot Jezus? Ik geloof, dat het antwoord op deze vraag altijd slechts één antwoord kan zijn: Nicodemus zou nooit tot Jezus gekomen zijn, indien hij niet tot Jezus getrokken ware. „Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die mij gezonden heeft, hem trekke" (Joh. 6 vers 44). De Heere heeft wel middelen tot gebruik, maar Hij trekt. Dat moet zijn. Want onrust, smart, verlangen, brengen op zichzelf niet tot Jezus Christus. God de Heere nam bij Nicodemus de zelfgenoegzaamheid, de vreugde, het licht weg, maakte hem vragend, verlangend, en bracht hem toen tot Zijn Zoon.
Nicodemus kwam tot Jezus. Zeker, dat was het beste, dat hij in zijne omstandigheden kon doen. Wist hij dan, wie Jezus was? Ach, hij was zoo onwetend. Hoe langer hij het woord van Jezus hoort, hoe meer beschaamd hij wordt. Maar toch, zulke onwetenden kunnen heel goed bij Jezus terecht, bij Hem, Die zoo oneindig veel geduld heeft en onze dwaasheid zoo liefderijk verdragen wil. Bij dien Jezus komen wij wel verder. O, hoe zal Nicodemus het uur zegenen, waarin hij zijne schreden tot Jezus richtte. Hoe zal hij het erkennen: „Neen, ik wist niet, hoe heilig, hoe groot, hoe liefdevol Hij was, Hij, de Zoon van God, mijn Heiland". En gij, mijn lezer? Is er in uw leven ook al een uur gekomen, dat voor u het groote, gezegende uur is geworden?
Hij kwam tot Jezus.
Dat is zulk een kleine zaak niet geweest voor Nicodemus, om tot Jezus te komen. Hij is een overste der Joden, lid van den Hoogen Raad. Tot de uitgezonden dienaars zullen de overpriesters en farizeën eens in tegenwoordigheid van Nicodemus zeggen: „Heeft iemand uit de oversten in hem geloofd, of uit de farizeën?" (Joh. 7 vers 48). En Nicodemus is een overste en een farizeër, een man, die ook uit hoofde van zijn rijkdom en hooge positie zich gemakkelijk op één lijn met Jezus kon stellen, ja zich verre boven Hem verheven kon wanen.
Het is uit aardsch oogpunt bezien toch heel niet gelijk, wie er tot Jezus komen. Daar is een blinde, een kreupele, een melaatsche; ze hebben niets te verliezen wanneer ze in hunne ellende tot Jezus gaan. Daar is een tollenaar: welnu, hij is toch een verachte; hij verliest er evenmin iets bij, zoo hij Jezus roept. Maar Nicodemus is noch blind, noch kreupel, noch melaatsch, noch is hij een tollenaar. Hij heeft veel te verliezen. Het is eigenlijk een waagstuk voor hem. En er is toch uitwendig niets dat hem dringt om een onbekenden Rabbi uit Galilea te bezoeken en zich als raadslid en overste zoo te vernederen. En toch: hij de groote, invloedrijke man, kwam tot Je zus. Heeft hij het overwogen? Wat wil hij toch met dit komen? Een rechterlijk on derzoek? Strikvragen? Ach, hij weet het eigenlijk niet. Maar hij, ook hij wordt tot Jezus getrokken. Wonderlijk! Heerlijk! De schare, die niemand tellen kan, is uit alle geslachten en standen. Bij Jezus wordt alles verloren en alles gewonnen.
Hij kwam des nachts tot Jezus.
Dezen tijd van komen tot Jezus heeft Johannes zoo getroffen, dat hij nimmer aan Nicodemus kan denken of over hem schrijven, of dat vreemde uur en dat heerlijke gesprek wordt als bij vernieuwing in hem levendig. Nicodemus is de man geworden van het komen in den nacht. Op welk uur het geweest zou zijn? Vermoedelijk laat in den avond, toen de duisternis zich reeds geruimen tijd over Palestina gelegerd had. Vermoedelijk heeft Nicodemus door een bode den Meester van zijn komst bericht gezonden. En de Heere is hem welwillend tegemoet getreden. En als Nicodemus komt, eischt de Heere van hem geene verklaring omtrent dit ongewone uur. Och, Hij weet het immers wel! Het is niet in orde met dezen voornamen man. Hij moet nog geheel met hem beginnen. En er zal nog geruimen tijd verloopen, eer Nicodemus is, waar de Heiland hem hebben wil en ook brengen zal. Er is nu nog te veel, wat Nicodemus de duisternis doet verkiezen. De tijd van den dag zal ook wel komen, later, na veel worsteling en arbeid. Neen, de Heere Jezus valt hem niet hard. Nicodemus is een uitverkoren vat, is des Vaders kind, maar hij moet nog geheel het genadewerk leeren kennen, Nicodemus is toch geen groote in Israël, slechts een kleine. Hij spreekt met Jezus, doch begrijpt van Jezus' woord niets. Hij is naar huis teruggekeerd, vol gedachten. Dat late bezoek heeft hij nimmer vergeten.
Hij kwam bij 't kruis van Jezus. Nicodemus kwam tot Jezus. Den eersten keer. Daarbij was heel veel, dat onwaardig, zondig was. Maar de weg was goed. In eigen duisternis en onvrede tot Jezus gaan, is het eenige, dat helpen kan. Noch tranen, noch boete, noch wetswerk kunnen redden. Laat ons maar tot Hem gaan, zooals we zijn.
We lezen van een tweeden keer, dat Nicodemus tot Jezus kwam. We lezen in Joh. 19 vers 39: „En Nicodemus kwam ook". Toen kwam hij bij een gekruisigden, gestorven Jezus. Zal het niet zijn met bevreesdheid, met teleurstelling, omdat hij eerst nog al wat van dien Jezus gedacht had? Neen, bij het kruis vreest hij niet. Hij is een ander geworden. Juist, waar zijn vriendschap moest schipbreuk lijden, komt hij voor Jezus uit. Met de honderd pond specerijen voor een dooden Jezus is Nicodemus de heerlijke openbaring van Gods genadewerk; is hij het geteekende kind des Heeren.
Maar dat is niet op eenmaal gekomen. Alvorens dit scheepke in behouden haven is, hebben nog vele stormen gewoed. Johannes heeft nog een teekening van Nicodemus. Daar is de Joodsche Raad vergaderd. Nicodemus is in het midden. Zij allen wachten ..... ..... op een gevangen Jezus. De uitgezonden dienstknechten zullen Hem brengen als gevangene, begeerden buit Zijner vijanden. Maar het plan mislukt. Geen gevangen Jezus, doch verslagen dienaren met ledige handen. Als een kreet van woede gaat door de rechtzaal. Dan volgt een schuchtere, sobere opmerking van Nicodemus, een zwak pleit, neen, niet voor de waarheid van Jezus' woord, maar voor den eisch van het recht. Vreesachtige man! Er is toch maar weinig verwachting van hem. En toch, Nicodemus kwam in den nacht tot Jezus. En die tot Jezus komt met zijne donkerheid, onrust, zal toch ervaren, dat die Jezus wonderlijk is in de draagkracht Zijner liefde. Die Heiland heeft nog nooit anderen, dan arme, ellendige, in hun kracht en moed schipbreuklijdende zondaren, zalig gemaakt.
Nicodemus kwam tenslotte bij het kruis terecht. En dat was niet des nachts. Dat was, toen de hope van velen gevallen was. Toen de macht der duisternis schijnbaar zegevierde. Toen viel de vreeze van Nicodemus weg. Toen legde hij alles gewillig op het altaar der liefde voor zijn Heiland. Jezus' dood de openbaring van het leven in Nicodemus.
Hij kwam in het Vaderhuis bij Jezus. Die tot Jezus komt in den nacht zijner duisternis, die tot Jezus komt, als de Zone Gods hangt aan het vloekhout en daar, waar de wereld spot en het geloof wankelt, staat met uitgebreide armen, met een hart vol liefde, met zijn wierook en zijn myrrhe, die komt ook bij Jezus in het Vaderhuis.
Nicodemus heeft den weg naar Jezus afgelegd. Van den eisch der wedergeboorte begreep hij eerst niets; dat goddelijk werk kende hij ook niet. En toch kwam hij in barensnood. Toch brak het leven door. En toen werd hij zelfs aan een dooden Jezus vastgemaakt, met Hem in Zijnen dood begraven en met Hem tot een nieuw leven opgewekt. Heilig zijn, o God, Uw wegen! Voor Nicodemus gold mede het woord: Ik ga heen om u plaats te bereiden en Ik zal u tot Mij nemen.
Niet allen, die tot Jezus kwamen en komen zijn Nicodemussen. Er komen velen op den dag. Ze omringen Hem, willen Hem koning maken. Maar ze verlaten Hem ook weder op den dag. Ze roepen: „Kruist Hem". In den nacht gaan ze tot de zonde, tot den vorst der duisternis, en zij haten Hem, Die het Licht der wereld is. Ze zijn niet onwetend, ontrust, maar verheffen zich hoog boven den Rabbi van Nazareth. Niet allen, die tot Jezus kwamen met hunne vragen, zorgen, komen tot Hem bij het kruis. „Ze worden terstond geërgerd".
Maar, lieve lezer, indien ge zijt als een Nicodemus, zoo zult ge er als Nicodemus komen. Want deze begenadigde, verkondigt het allen vreesachtigen, zoekenden: Ik had en wist niets! Maar Hij kwam tot mij met Zijne liefde, met Zijne volle handen; Hij trok mij met koorden der goedertierenheid! Sedert dien nacht heeft Hij mij nimmermeer losgelaten! Neen, het is niet dat, wat ik voor Hem deed, maar dat, wat Hij voor mij deed! En een stem klinkt, een loflied van alle gezaligden: Het Lam, dat geslacht is, is waardig te ontvangen de heerlijkheid en de eer en de kracht en de dankzegging tot in alle eeuwigheid.
Tot Jezus in den nacht van zonde, lijden, verlorenheid!
Tot Jezus in de smart van het kruis!
Tot Jezus in de Vaderwoningen!
Tot Jezus!
S. L.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's