Vragenbus.
Vraag: Wat is „God verzoeken"?
Antwoord: Als de Heiland hierover spreekt, verzocht zijnde door Satan, dan bedoelt Hij met de woorden: „Gij zult God niet verzoeken": gij moogt nooit op Gods hulp rekenen, terwijl gij niet u bevindt in den weg, dien de Heere wil, dat gij gaan zult. In Gods weg zijnde, kan Hij een droog pad door de zee maken en op de wateren doen wandelen en de olie in de flesch niet doen ophouden en een kleine schare sterk van kracht doen zijn en een zwakke ziel moedig als een leeuw, maar als gij niet in Gods weg zijt, moogt gij niet rekenen op Gods hulp en bijstand.
Iemand, die een gevaarlijke, moeilijke zending verrichten moet, zijnde in Gods weg, mag in den gebede tot den Heere gaan om Hem aan te roepen tot hulpe. Iemand die aan waaghalzerij zich schuldig maakt of het pad der zonde betreedt, mag niet God aanroepen met de verwachting, dat de Heere hem doorhelpen zal en zijn werk wèl zal doen gelukken. Iemand die met oneerlijkheid, met trucjes en handigheid, meent te kunnen en te mogen verwerven, wat anders hem misschien ontgaat (denk aan Jacob en den eersten zegen) mag nooit op Gods zegen rekenen. Gij zult den Heere, uwen God, niet verzoeken! Laat af van den zondigen, schadelijken weg. Waag het niet in dien weg. Het zal slecht afloopen en verzoek God niet! Dat de bede leve: „Neig mijn hart tot de vreeze van Uwen Naam"!
Opmerker.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's