De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

„Heb toch niet te doen met dien Rechtvaardige"

8 minuten leestijd

Mattheüs 27 vers 19m.

Herhaaldelijk wordt in de lijdensgeschiedenis van Jezus' onschuld getuigd. Het Sanhedrin weet slechts valsche getuigen tegen Jezus in te brengen. Als het loon des verraads Judas op de consciëntie gaat branden, moet hij uitroepen onschuldig bloed te hebben verraden. Herodes heeft niets in Hem kunnen vinden, waardoor Hij des doods waardig zou zijn. Ook Pilatus is van Jezus' onschuld overtuigd en moet verklaren, dat hij geen schuld in dezen mensch heeft gevonden.
Aan deze rij van getuigen aangaande Jazus' onsschuld wordt nu ook nog Pilatus' vrouw toegevoegd. Uit alles wat zij van Jezus moet hebben gehoord en de Heere in een droom aangaande Hem heeft geopenbaard, heeft zij de overtuiging ontvangen, dat Jezus onschuldig is. Zelfs is zij de eenige, die niet slechts van Jezus' onschuld overtuigd is, maar nu ook het pleit voor Hem voert. Terwijl Jezus' eigen volk zijn Messias als een boosdoener en oproermaker voor Pilatus' rechterstoel staat aan te klagen, moet deze heidensche vrouw voor den rechter, die haar echtgenoot is, van dezen Rechtvaardige getuigen.
Dit getuigenis van Pilatus' vrouw neemt daarmede een bepaalde plaats in de lijdensgeschiedenis, in.
De mededeeling van haar droom bereikt Pilatus, wanneer hij op den rechterstoel gezeten is. Uit vrees door de wraak van het volk de gunst van zijn keizer te verliezen, durft hij geen vrijsprekend vonnis over Jezus te vellen, hoewel zijn rechtsgevoel hem verbiedt dezen onschuldige te veroordeelen. ledere gelegenheid grijpt hij aan om zich van Jezus te ontdoen.
Zijn poging om Herodes in deze rechtzaak te betrekken, is volkomen mislukt. Herodes heeft Jezus wel kunnen bespotten, maar niet kunnen beschuldigen.
Daarna heeft Pilatus een nieuwe poging gewaagd om Jezus te bevrijden en toch zelf aan een rechterlijke uitspraak te kunnen ontkomen. Hij heeft 't volk voor de keuze gesteld tusschen Barabbas, den moordenaar, of Jezus, den Rechtvaardige.
Juist wanneer hij zich op den rechterstoel gezet heeft om de beslissing van het volk te vernemen en den gunsteling van 't volk de vrijheid te schenken, bereikt hem midden in de uitoefening van zijn rechterlijk ambt de boodschap zijner vrouw. En deze boodschap, op dit kritieke en beslissende oogenblik tot hem gekomen, bevat een ernstige en dringende waarschuwing tot dezen weifelenden rechter om toch niet te doen te hebben met dezen Rechtvaardige. Daardoor wordt hij afgemaand om zich niet aan Jezus te vergrijpen door een onrechtvaardig vonnis over Hem uit te spreken en zich aldus schuldig te maken aan een gerechtelijken moord.
Tot deze waarschuwing gevoelt de vrouw van Pilatus zich gedrongen, omdat zij veel in den droom geleden had om Christus' wil. Vroeg in den morgen, nadat Pilatus was weggeroepen naar de plaats des gerichts, heeft zij een benauwden droom gelhad in verband met de rechtzaak tegen Jezus. In dezen droom is ongetwijfeld de voorzienige hand des Heeren op te merken.
Bij zulke openbaringsdroomen blijkt de Heere echter menigmaal aansluiting te hebben gezocht bij de voorstellingen en overleggingen, welke er in het hart van hen, die Hij met zulke droomen heeft willen begiftigen, hebben geleefd. In de droomen, die de Heere aan Farao's hovelingen zond in de gevangenis, moesten immers wijnstok en broodkorf dienen om hun toekomst aan hen te openbaren.
Wanneer wij daarbij in aanmerking nemen, dat „de droom komt door veel bezigheid" (Pred. 5 vers 2), dan mogen wij wel aannemen, dat de geest van deze vrouw ook in wakenden toestand veel met Jezus bezig is geweest. Het gerucht van Jezus moet zijn doorgedrongen in het paleis van Pilatus, die immers opzettelijk naar Jeruzalem was gekomen om tijdens de roerige feestdagen op de hoogte te blijven van al wat er in de stad geschiedde, 't Zal haar ook niet onbekend geweest zijn tot welke rechtzaak Pilatus in den vroegen morgen was weggeroepen. Zij moet een diepen indruk van de majesteit en onschuld van dezen Rechtvaardige hebben ontvangen.
Terwille van dezen Rechtvaardige nu heeft de Heere haar veel doen lijden in den droom. De H. Schrift oordeelt het niet noodig ons met den inhoud van haar droom in kennis te stellen. Uit de mededeeling, die zij Pilatus zendt, blijkt echter wel, dat zij geleden heeft om het lijden van dezen Rechtvaardige. En uit de waarschuwing, die zij er aan verbindt, is wel duidelijk dat zij bevreesd is voor de straffende gerechtigheid over den rechter, die dezen Rechtvaardige onrechtvaardig veroordeelen zou. Zij waarschuwt Pilatus om toch niet met dien Rechtvaardige te doen te hebben, omdat zij zelf met Hem te doen heeft gekregen. Dus kunnen wij op tweeërlei wijze met den Heere Jezus te doen hebben in Zijn lijden.
En deze mededeeling van den droom van Pilatus' vrouw met de daaraan verbonden waarschuwing voor Pilatus, wijst ons den weg, hoe wij wèl en hoe wij niet met den Rechtvaardige, die op Gabbatha voor Pilatus' rechterstoel staat, te doen moeten hebben. Wij moeten niet met Jezus te doen hebben als Pilatus, namelijk door ons van Hem te willen ontdoen.
Dat geschiedt, wanneer onze plaats en ons goed in deze wereld ons — evenals aan Pilatus — meer waard is dan Hij, of als wij een tusschenweg meenen te kunnen bewandelen om Christus en Belial te dienen, of ook door Hem te verloochenen uit menschenvrees.
Daartegen laat de Heere ons waarschuwen. Niet door middel van een droom, want de bedeeling der droomen heeft plaats gemaakt voor de bedeeling des Woords. De heiden Pilatus wordt gewaarschuwd door een droom; wij worden niet minder ernstig gewaarschuwd door Gods Woord. Daarin maant de Heere ons af van den Mammondienst en van de zondige wegen van ons hart, opdat wij den Zoon van God niet vertreden en het bloed des Testaments onrein achten. Wij kennen Hem, die gezegd heeft: Mijne is de wraak, Ik zal het vergelden, spreekt de Heere (Hebr. 10 vers 29, 30). En evenals Pilatus laat Hij ons waarschuwen in den middellijken weg door de verkondigers des Woords of door bloedverwanten en vrienden, die zich bezorgd maken over het heil onzer ziel. Niemand onzer leeft ongewaarschuwd voort en behoeft ongewaarschuwd verloren te gaan. Op velerlei wijze en in velerlei vorm — ook thans — bereikt ons de boodschap Gods: Heb toch niet te doen met dezen Rechtvaardige!
Wij moeten veeleer met Hem te doen krijgen op de wijze als Pilatus' vrouw met Hem te doen heeft gekregen, 't Is ons niet bekend of het lijden om Zijnentwil in den droom haar tot eeuwigen zegen is geweest. Volgens de overlevering zou zij destijds een Joodsche proseliete zijn geweest en later tot de christelijke gemeente hebben behoord. In ieder geval zullen wij met dezen Recht vaardige te doen moeten hebben tot ons zielsbehoud.
Pilatus' vrouw wist waarschijnlijk nog niet, wat gij weet uit de H. Schrift, dat deze Rechtvaardige geoordeeld is, opdat onrechtvaardigen gerechtvaardigd konden worden.
Het lijden van Pilatus' vrouw was wellicht slechts medelijden om het lijden, dat deze Rechtvaardige leed, en vrees voor het oordeel, dat den onrechtvaardigen Pilatus om de veroordeeling van dezen Rechtvaardige treffen zou. Wij moeten zielsbenauwdheid leeren kennen om onze ongerechtigheid, waarom deze Rechtvaardige geleden heeft, en om het oordeel, dat rechtvaardiglijk over ons moet komen, wanneer wij dezen Rechtvaardige verwerpen.
Pilatus' vrouw heeft met dezen Rechtvaardige te doen gehad om Zijnentwil en tot Zijn behoud. Wij moeten met Hem te doen hebben om onzentwil en tot ons behoud door met onze ongerechtigheid de toevlucht te nemen tot Hem, die „de Heere onze gerechtigheid" is.
Hebben wij zóó reeds met dezen Rechtvaardige te doen gekregen? Kennen wij de benauwdheid der ziel, omdat deze Rechtvaardige om onzentwil in het gericht is geweest?
Als gij nog nooit met Hem te doen hebt gehad tot bedekking van uw ongerechtigheid en alleen met Hem te doen hebt tot verwerping, dan zult gij eens met Hem te doen moeten hebben, wanneer Hij een rechtvaardig oordeel tot uw eeuwige verwerping aan u voltrekken moet. Verwerp daarom de waarschuwingen van 's Heeren Woord niet, op welke wijze en in welken vorm zij ook tot u mogen komen. Heb met dezen Rechtvaardige te doen in Zijn gunst, opdat gij niet eens met Hem te doen zult hebben in Zijn gericht. Heb met dezen Rechtvaardige te doen door den last uwer ongerechtigheid op Hem te wentelen en bij Hem ontkoming te zoeken aan een eeuwig gericht. Wat zult gij dan doen met Jezus?
Als gij echter met Hem begeert te doen te krijgen om met uw ongerechtigheid schuil te gaan onder Zijn gerechtigheid, móógt gij ook met Hem te doen hebben. Wie met zijn ongerechtigheid te doen heeft gekregen, wordt immers in het Woord des Heeren genoodigd om met dezen Rechtvaardige te doen te hebben tot eeuwig behoud. Hierin bestaat nu de zaligheid van Gods kinderen en de grond van hun vertrouwen, dat zij met dezen Rechtvaardige te doen mogen hebben als hun schuld-overnemenden Borg. Gerechtvaardigd door het geloof, hebben zij vrede bij God door den Heere Jezus Christus.
Wanneer gij zóó met Hem te doen mocht krijgen tot eigen zielsbehoud, zult gij u gedrongen gevoelen om anderen te waarschuwen om toch niet te doen te hebben met dezen Rechtvaardige tot verwerping, maar met Hem te doen te hebben tot zaligheid.
Hoogeveen.                                                     A. MEIJERS

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 maart 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 maart 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's