De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

6 minuten leestijd

„Hij is hier niet, want Hij is opgestaan". Dat was de blijde Paaschjubel die ons op het weer achter ons liggende Paaschfeest verkondigd werd. Hier niet. Niet in den dood, niet in het graf. Waar dan? Opgestaan, dus in het leven. Ja, een levende Heiland, die de kluisters van dood en graf verbrak en die het niet maar gezegd heeft, maar ook getoond heeft dat Hij de Opstanding en het Leven is; Hij is de spil. Hij is het middelpunt van het Evangelie van Gods genade, waarvan daar ook nu weer een sprake tot ons kwam.
Neen, niet de vrouwen die naar het graf gingen, niet de discipelen die in het graf zagen en er daarna zelf in afdaalden, zelfs niet de engelen die bij en in het graf zaten, waren op Paschen de hoofdzaak. Immers als er geen vrouwen, als er geen discipelen, als er geen engelen waren geweest, het zou aan onze zaligheid niet afdoen; maar als er geen Christus, als er geen levende Christus was, als Christus niet uit de dooden was opgestaan, dan, ja dan zou onze prediking ijdel zijn en ijdel zou ook wezen uw geloof, dan zou er voor u en voor mij geen weg ten leven, geen deur der hope zijn.
En daarom gelukkig als van de Paaschprediking, die wij zelf brachten, of die wij mochten beluisteren, Christus, de levende Verlosser, het middelpunt was. En nóg grooter voorrecht als wij dien levenden Heiland ook zien mochten, niet zooals de vrouwen, zooals de discipelen, zooals de Emmaüsgangers Hem zagen, maar als wij Hem zien mochten met het oog des geloofs.
„Zalig zijn zij die niet zullen gezien hebben en nochtans zullen geloofd hebben". Gelooft dus ook gij reeds in Christus? Dan, maar ook dan alleen, dan hebt gij een gezegend Paaschfeest gehad. Immers dan zijt ge er bij vernieuwing aan herinnerd dat gij in Hem een leven hebt dat u door dood en graf niet benomen zal worden. En dan draagt immers ook uw leven er de kenmerken van dat gij niet meer leeft, maar dat Christus in u leeft en dat, hetgeen gij nu in het vleesch leeft, gij dat leeft door het geloof des Zoons van God. Ik hoop maar, dat gij op het weer achter ons liggende Paaschfeest gesterkt en bevestigd moogt zijn in het geloof, dat de levende Zaligmaker uw hoogste Profeet, uw eenige Hoogepriester en uw eeuwige Koning is. Dan zijt gij er zelf wél bij gevaren en voor de Fondsen van onzen Bond is dat dan ook vast niet kwaad geweest. Of er in dat opzicht veel „specerijen" gekocht zijn, kan ik nu natuurlijk nog niet zeggen. De Paaschcollecten zullen voor het grootste gedeelte wel gehouden zijn, maar zij zijn natuurlijk nog niet geteld en in ieder geval nog niet verzonden. De volgende maal zal ik daar wel meer van kunnen vertellen.
Gelukkig, dat de lezers van ons blad nog al niet erg nieuwsgierig zijn. Dat is de vorige maal wel gebleken, toen ik beloofd had voor een tientje onder de roos te zullen vertellen wie op onze a.s. Jaarvergadering de spreker zou zijn en welk onderwerp daar behandeld, zou worden. Hoeveel tientjes denkt ge dat ik heb gekregen? De eerste moet nog komen hoor, en ik denk dat die de reis nu ook wel schuldig zal blijven, want onze Secretaris heeft intusschen alles verklapt. Nu, wat zegt ge er van, dat „onze Professor" ditmaal voor den hoofdschotel zorgt? Neen, dat is in geen jaren gebeurd, maar daarom zijn wij natuurlijk ook des te begeeriger naar wat de Professorale kok ons ditmaal zal opdisschen. We weten van te voren al dat wij geen liflafjes krijgen, zoodat we niet bang behoeven te zijn dat we met bedorven magen naar huis zullen gaan. Zoowel de naam van den spreker als het onderwerp dat hij behandelen zal, waarborgen ons goede, degelijke kost. We twijfelen dan ook niet of velen zullen hierdoor aangelokt worden; en zoo rekenen we op een druk bezochte vergadering, niet alleen om wat 's morgens, maar ook om wat des middags ter tafel zal komen. Gij hebt wel gemerkt dat ook dan waarlijk geen onbelangrijke dingen onze aandacht zullen vragen. De Evangelisatiekwestie is rijp om nog eens goed onder de oogen gezien te worden, en het Zuiderzee-vraagstuk is niet minder onze belangstelling waard. Laten dus allen, die eenigszins kunnen, er op Donderdag 11 April een reisje naar Utrecht voor over hebben, en mocht de Heere met Zijn Geest ook in deze onze jaarvergadering de Opperste Voorzitter willen zijn. Dan zal ze zeker niet nalaten goede vruchten te dragen.
Maar kom, laten we nu nog even „het laadje" gaan openen.
't Zal wel niet veel wezen dezen keer, hebt ge misschien al gezegd. De ,,stille week" zal voor den Penningmeester ook wel stil zijn geweest. Nu, eerlijk gezegd had ik dat ook verwacht. Mijn verwachtingen waren dan ook allesbehalve hoog gespannen. Maar 't is niet tegen gevallen. Wel zijn de vette letters niet noodig, maar dat is maar goed ook, want ik denk dat de zetter er anders de volgende week niet genoeg zou hebben. Maar alles samen wil ik het toch voor geen honderd gulden missen, 'k Ben dus weer boven de streep. Zie maar
O u d e r k e r k  a. d.  A m s t e l van den Kerkeraad aldaar een gift van ƒ 10.— uit het Fonds voor Christelijke Belangen voor het Studiefonds.
G o u d a van den heer W. P. Frederikse een gift van ƒ 5.—, door hem ontvangen van mej. N.N.
's-G r e v e l d u i n - C a p e l l e, van den Kerkeraad aldaar ƒ 51.57 voor het Studiefonds. Ik vermoed dat dit een collecte is, maar zou in dat geval wel gaarne willen weten, wie in die beurt de spreker is geweest.
G o r i n c h e m, van den Penningmeester der afdeeling A. van Anrooij, een collecte bij een spreekbeurt door ds. Holland van Delfshaven, ƒ 50.— en ƒ 5.— voor de Bondskas, dus een bedrag van ƒ 55.—. Dit zullen de laatste spreekbeurten wel zijn geweest. En nu beginnen de Paaschcollecten. Ja waarlijk, een paar druppels vielen er al.
V l i s s i n g e n, van den Penningmeester der afdeeling A. Marinussen uit busje 164 ƒ 10.— met bijvoeging „voor de Paaschcollecte".
A a l s t, namens den Kerkeraad van ouderling A. van Ooijen een Paaschcollecte van ƒ 10.70. We zullen hopen, dat het de grootste niet is, maar — — wie 't kleine versmaadt — — — — En daarom willen we ook voor deze kleine — misschien wel groote — collecte uit deze kleine gemeente, maar vast heel dankbaar zijn.
In 't geheel heb ik dus ontvangen meer dan het dubbele bedrag van de vorige week. Immers ik kom tot een eindcijfer van
f 142.27,
waarvoor ik weer mijn hartelijken dank breng aan allen die het hunne er toe bijgedragen hebben.
De Penningmeester, Ds. M. JONGEBREUR
Veenendaal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 april 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 april 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's