FEUILLETON
SCHETSEN UIT HET FRIESCHE DORPSLEVEN
Kleine Luijden
SCHETSEN UIT HET FRIESCHE DORPSLEVEN
door lDSARDI
51)
Een oogenblik was voor Jasper de verzoeking groot. Zij was zoo'n flinke meid. Voor de wereld niets op aan te merken. Daarbij niet onbemiddeld. Wat zou het zijn ouders aanstaan, als hij een weinig water door den wijn deed. 't Gebeurde wel meer. Vooral bij het trouwen. Er waren wel meer mannen, wier vrouwen niet naar de kerk gingen, of omgekeerd. Nu was hij boerenknecht, om 't wellicht heel zijn leven te blijven, maar dan werd hij misschien boer op eigen boerderij.
Maar zou dat niet een verloochening van den Heiland zijn? Had hij daar dan den vrede Gods voor ontvangen om op deze wijze dien weer prijs te geven? Zou dat niet een terug keeren zijn tot het zondeleven van voorheen? Moest het bovendien tusschen hun beiden niet een bron van ellende worden, waardoor hun beider leven verwoest werd, wanneer zij wandelden op verschillende wegen? Een misschien waar het de aardsche zaken betrof, maar gescheiden waar het om de eeuwige, de hemelsche dingen ging? Zei Paulus niet: „trek geen ander juk aan met een ongeloovige, want wat samenstemming heeft Christus met Belial?
En moest hij het niet prijzen in Griet, dat zij zoo eerlijk het onderscheid tusschen hunlieden aangaf, omdat het waar was, dat 't met hun beiden niets worden kon? Toen was de strijd gestreden. „'t Spijt me — heeft hij gezegd — want je weet hoe ik over je denk, maar je hebt gelijk, het verschil tusschen ons is te groot". Toen ging elk zijns weegs.
Een half jaar later stond er in de rij der huwelijksadvertenties van ,,de Leeuwarder".
Ondertrouwd: B. VELDHUIS en G. KOOPMANS.
Een oogenblik hadden die letters voor Jasper gedanst, maar daarna was het stil in hem geworden; hij wist dat hiermede deze zaak voor hem was afgeloopen.
Al die bijzonderheden uit zijn leven is Sander te weten gekomen, en deze heeft niet nagelaten daarbij zijn hartelijke belangstelling aan den dag te leggen. Had hij zèlf ook niet iets in dienzelfden geest doorgemaakt, waarvan maar weinigen in Zorgvliet iets wisten, maar kon hij juist daarom niet zoo goed begrijpen wat dit voor Jasper was geweest? Doch beiden vonden hun troost in het woord des Heilands: die Mijn discipel wil zijn, verloochene zichzelven, en neme zijn kruis op en volge Mij. Had de Heere ook niet gezegd: „Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mijns niet waardig?" Bestond de strijd van het geloof juist niet daarin, dat er een dooding van de leden, die op aarde zijn, moet plaats hebben, een kruisigen van de begeerten des vleesches, om zóó altijd meer door den Geest Gods te worden geleid?
In die dagen had Jasper een brief van huis gekregen vol scherpe verwijten, maar hij heeft het stilzwijgen bewaard. „Misschien dat er nog wel eens andere tijden komen, die je in het gelijk zullen stellen", had Sander gezegd, en ook hiermee sprak hij al weer een woord, dat later letterlijk in vervulling is gegaan.
't Ging met Berthus van den smid en Griet van den melkboer niet goed. Hoe zóu 't ook! Hij had haar genomen om het geld, en zij hem uit nijdigheid, om te laten zien dat zij nog wel een man kon krijgen, al was het Jasper niet. Maar daar was geen liefde tusschen hen. Gelukkig maar, althans voor deze wereld, dat beiden dit juk niet lang behoefden te dragen. Een jaar later stond er weer een advertentie in de courant, maar nu met een rouwrand, waarbij het overlijden na eene kortstondige ongesteldheid werd bekend gemaakt van B. Veldhuis. Een hevige longontsteking had aan dit krachtige leven in weinige dagen een einde gemaakt, en zoo was Griet weduwe, met een kind van enkele weken.
Dat bericht heeft Jasper aangegrepen. Weer is hij 's avonds naar Sander gegaan, om hem stilzwijgend te wijzen op die doods tijding. En Sander heeft gezegd: „de mensch wikt, maar God beschikt". „Gode zijn al Zijne werken van eeuwigheid bekend, en Hij zal al Zijn welbehagen doen". Want „in Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij".
't Zal een paar jaar later geweest zijn. 't Was in het voorjaar, toen Jasper voor Rijpkema naar de paardenmarkt te Leeuwarden moest. Zooals gewoonlijk, wemelde het dien dag in de straten van buitenmenschen, die hier hun inkoopen kwamen doen of voor de mooie uitstallingen in de groote, gevulde winkels, zich vergaapten aan al 't schoone of lekkere dat tot koopen uitlokte, 't Was éen en al bedrijvigheid, terwijl hier en daar een marktschreeuwer de menigte om zich heen wist te lokken om onder allerlei kwinkslagen, met bewonderenswaardig redenaarstalent, zijn spotgoedkoope waar aan den man te brengen.
Na afloop van de markt had Jasper allen tijd ook eens rond te zien en met aandacht dit drukke leven gade te slaan, zoo verschillend van de rustige omgeving, die Zorgvliet in het algemeen, maar vooral „Olga-State" kenmerkte, en waar de eene dag zoo volkomen op den anderen geleek.
Daarop ging hij in een melksalon, om vóór de afreis nog iets te gebruiken, toen hij daar plotseling voor Griet stond. Voor beiden was de ontmoeting een verrassing, doch in een oogenblik was alle verlegenheid tusschen hen weg. Waren zij geen oude bekenden uit vroegere dagen, maar wier wegen uiteen gegaan waren? Vanzelf gingen de gesprekken over de wederzijdsche familie, over de veranderingen die er in het dorp van Griet plaats hadden, over den gezondheidstoestand van die en die, waarbij het heengaan van Berthus niet vermeden kon worden.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 april 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 april 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's