FINANCIËN
Postgiro 138421.
Onze voorzitter belde mij vanmorgen op en zei dat ik het van de week niet te lang moest maken, want dat hij en de Secretaris zoowat de heele krant noodig zouden hebben voor het verslag van de jaarvergadering.
En ja, als je Voorzitter zooiets zegt, wat moet je dan doen? Natuuriijk gehoorzamen! Den leider trouw. Dat zwoeren we op onze laatste Deputatenvergadering onzen politieken leider en dat blieven we ook onzen eminenten Bondsvoorzitter. „Hem gehoorzaam zijn in alle dingen die recht en billijk zijn", dat is een der plichten die in ons huwelijksformulier onzen christelijken huisvrouwen wordt voorgehouden, en dat zijn zij natuurlijk ook altijd en allemaal! En ik geloof als dat voorbeeld van onze eerbare vrouwen meer werd nagevolgd, dat het dan veel beter zou gaan dan het nu vaak gaat in de wereld. Ach, we weten wel hoe 't nu dikwijls is. De een meent het al beter te weten dan de ander, en de een zet dikwijls al een grooter mond op dan de ander en aan de leiding van een partij of van een corporatie, daar hebben heel veel menschen tegenwoordig — om eens een leelijk woord te gebruiken — maling aan. En als het dan toch gaat zooals de leider het wil, wel, dan loopen zij weg, dan scheiden zij zich af, dan stichten zij maar weer een nieuw partijtje of een nieuw kringetje. Nu ben ik nergens banger voor dan voor dat stichten van nieuwe partijtjes, want ik heb wel eens gehoord dat de duivel nergens meer schik van heeft dan daarvan. Daarom ben ik er heel erg voor om in alle dingen „die recht en billijk zijn", ondergeschikt aan de leiding te zijn en om alzoo de eenheid te bewaren tusschen hen die, al verschillen zij vaak in bijzaken, in de groote 'oofdzaak toch één zijn. En omdat ik het verzoek van onzen Voorzitter alleszins „recht en billijk" acht, zal ik dus weer niet lang praten van de week.
'k Had het anders zoo graag even over onze Jaarvergadering gehad. Maar uit het oogpunt van discipline zeg ik er nu niets van. Misschien dat ik de volgende week daarvoor nog wel gelegenheid heb. 'k Moet nu dus dadelijk met „het laadje" beginnen, want daarmee ben ik ook nog in geen twee regels klaar, maar dat zal onze Voorzitter mij, dunkt mij, niet zoo erg kwalijk nemen. Mijn laadje kan van de week, net als soms een preek, in drieën verdeeld worden. De drie punten zijn: 1. gewone giften; 2. Paaschgaven en 3. Paaschcollecten.
1. Gewone giften, al hebben sommigen een beetje een buitengewone strekking, zijn de volgende;
Z e i s t, van ds. Bartlema ontvangen, op de Jaarvergadering door een ouderling ƒ 2; van N.N. ƒ10.—; van N.N. ƒ 2.50, en nog eens van een N.N. (wat wonen daar in Zeist een N.N.'s!) de helft van een gift, ƒ 1.25, samen een bedrag van ƒ 15.75.
O u d e r k e r k a.d. A m s t e l, van den heer J. de Bree, gevonden in zijn brievenbus een gift van ƒ 2.50. Misschien ook wel bedoeld als Paaschgave, maar 't stond er niet bij, dus ik zet het onder 't eerste punt.
V l a a r d i n gen, van den heer S.Th. Bakker den inhoud van busje 247 over de maanden Jan., Febr. en Maart, ƒ 12.—.
V o o r t h u i z e n, van ds. Mulder ƒ 7.50 uit zijn catechisatiebus en ƒ 2.50 gevonden in de collecte uit dankbaarheid voor het bedanken van zijn beroep. Welk beroep stond er niet bij, maar 't zal wel voor één van de vele zijn. Tezamen ƒ 10.—.
V e e n e n d a a l, van N.N. een gift van ƒ 10.— uit dankbaarheid voor het bedanken van ds. Van Wijngaarden voor het beroep naar Wapenveld. Als ieder beroep mij minstens een tientje oplevert, dan hoop ik dat mijn collega er nog een heelen boel krijgen zal.
U t r e c h t, collecte Jaarvergadering een bedrag van ƒ 93.20. Bijna de vette letters.
's-G r a v e n h a g e, van den heer W.S. de Geus een bijdrage van ƒ 5.— van de kinderen der Zondagsschool „Dat de broederlijke liefde blijve".
Maar nu komen we aan ons tweede punt, de losse of verzamelde Paaschgaven.
Z e i s t, alweer van een N.N. ƒ 25.—, die hij mij zelf op de Jaarvergadering als Paaschgift ter hand stelde. Hij zei er bij: uit een gemeente, waar men geen Paaschcollecte houdt.
A m s t e r d a m, van den heer M. Polhuis een toedrag aan verzamelde Paaschgaven van ƒ 60.—. Dat is uit Amsterdam, om te beginnen, niet slecht. Als gij eens denkt, dat we daar maar één Bondsdominé hebben en de Confessioneelen zeker wel 20 Vereenigingsdominé's. Als we zoo rekenen, dan zou ds. Groot Enzerink te Leiden deze week 20 x ƒ 60.—, = ƒ 1200.— uit Amsterdam moeten ontvangen. Wij zullen er de „Gereformeerde Kerk", het blad van ds. Lingbeek, de volgende week eens op nazien.
V a a s s e n, van ds. Pop een nagift op de Paaschcollecte van ƒ 10.—.
G e n e m u i d e n, van ds. Luteijn twee nagiften op de Paaschcollecte, ieder van ƒ 1.—, dus ƒ 2.—.
's-G r a v e n h a g e, van ds. Bieshaar, hem toegezonden door ds. Van Geest te 's-Gravenzande, gevonden in de collecte een Paaschgift van ƒ 5.—. In 's-Gravenzande moeten zij blijkbaar nog leeren dat G.B. en G.Z.B. niet precies hetzelfde is.
K r i m p e n a.d. L e k, van den heer D. van Vlijmen een nagift op de Paaschcollecte van ƒ 1.—.
O u d s h o o r n, door den heer Kooij op de Jaarvergadering aan mij afgedragen een Paaschgift van ƒ 2.—.
N u m a n s d o r p, gevonden in de collecte van de Evangelisatie een Paaschgift van ƒ 1.—, mij eveneens op de Jaarvergadering ter hand gesteld.
V l a a r d i n g e n, op Paschen in de collecte gevonden een gift van ƒ 1.—, die ik ook op de jaarvergadering ontving.
L e i d e n, van den heer Montenberg, ook al op de jaarvergadering, een bedrag aan Paaschgiften van ƒ 75.—, en de heer M. meende dat er nog wel meer volgen zou, want dienzelfden avond had men in Leiden als spreker niemand minder dan ds. Remme.
Maar hiermede is mijn tweede punt afgehandeld en komen we dus aan 't derde, n.l. de Paaschcollecten. En beginnen we den vorigen keer van boven af, nu doen we het eens van beneden af.
A r n e m u i d e n, afgezonden door ds. Van Asch een Paaschcollecte van ƒ 10.22.
K a m p e r v e e n, afgezonden door den heer J. Scholten een Paaschcollecte van ƒ 24.52.
K r i m p e n a.d. L e k, afgezonden door ds. Van de Plassche een Paaschcollecte van ƒ 30.—.
D e n B o m m e l, mij ter hand gesteld door ds. Van der Zee een Paaschcollecte van ƒ 30.—.
O o l t g e n s p l a a t, mij ter hand gesteld door denzelfden een Paaschcollecte van ƒ 30.—.
M i d d e l h a r n i s, afgezonden door den heer Razenberg een Paaschcollecte van ƒ31.54.
S p r a n g, afgezonden door den heer Jansen een Paaschcollecte van ƒ 33.25.
O p h e u s d e n, afgezonden door den kerkeraad een Paaschcollecte van ƒ 34.—.
S u a w o u d e en T i e t j e r k, afgezonden door ds. Lans twee-derde van de aldaar gehouden Paaschcollecte, ƒ 35.20
M a s t e n b r o e k, afgezonden door den heer C. Ravenhorst een Paaschcollecte van ƒ 46.86.
T e r A a r, afgezonden door den heer H. Hendrikse een Paaschcollecte van ƒ 50.—.
W a a r d e r, mij ter hand gesteld door ds. Severijn een Paaschcollecte van ƒ50.—
O u d s h o o r n, afgezonden door den hr. Kooij een Paaschcollecte van ƒ 56.—, in de Evangelisatie aldaar gehouden, met verzoek de aandacht van mijn medebestuurders en van de andere predikanten nog eens op deze eenige Evangelisatie in een moderne gemeente in de Rijnstreek te willen vestigen, aan welk verzoek ik bij dezen natuurlijk gaarne voldoe.
W i e r d e n, afgezonden door ds. Steenbeek een Paaschcollecte van ƒ 65.50.
En nu komen we van de magere op de vette letters.
S o e s t, afgezonden door ds. Kruishoop een Paaschcollecte van HONDERD EN TWEE GULDEN EN DRIE EN ZESTIG CENT (ƒ 102.63).
H o o g e v e e n, mij ter hand gesteld door ds. Meijers een Paaschcollecte van HONDERD ZEVENTIEN GULDEN NEGEN EN NEGENTIG CENT (ƒ 117.99).
E r m e l o, afgezonden door ds. Timmer een Paaschcollecte van HONDERD ZEVEN EN TWINTIG GULDEN EN TACHTIG CENT (ƒ 127.80).
K a m p e n, afgezonden door ds. Steenbeek een Paaschcollecte van HONDERD ZEVEN EN VIJFTIG GULDEN EN VIJFTIG CENT (ƒ 157.50).
O u d B e ij e r l a n d, afgezonden door ds. Van Hof een Paaschcollecte van DRIE HONDERD EN TWEE GULDEN EN TACHTIG CENT (ƒ 302.80). Dat helpt nog eens. Ja, daar in Beijerland gaat het maar steeds Excelsior. En nu krijgen we
V e e n e n d a a l nog, maar daar schaam ik mij haast voor. Dat ze hier onzen Bond geen kwaad hart toedroegen, wist ik wel, maar dat ze zooveel van „mijn kindertjes" hielden, heusch, daar ben ik beschaamd onder. Gij moet n.l. weten dat we hier tweemaal Paaschcollecte gehouden hebben. Er zijn wel gemeenten, waar men geen Paaschcollecte houdt, maar als er dan zijn die het tweemaal doen, dan komt dat toch ook weer op hetzelfde neer. We waren hier n.l. gewoon om steeds Paaschcollecte te houden bij het afleggen van openbare geloofsbelijdenis. We dachten altoos: als weer zooveel nieuwe lidmaten tot de gemeente toetreden, dan is dat het toeste bewijs dat er straks ook weer nieuwe dominé's moeten zijn. En steeds bleek de gemeente dat ook uitnemend te verstaan. Maar zooals ge weet, zijn we tegenwoordig met ons drieën en we hebben nog maar twee kerken. Dus alle drie kunnem we het op één Zondagmorgen niet doen. Nu maken we liefst geen schele oogen. Wij houden hier altijd de kerk in 't midden. Daarom hebben wij gezegd: de een moet net zoo goed Paaschcollecte houden als de ander. Immers, al maken wij er aanspraak op dat we alle drie hetzelfde evangelie verkondigen, toch geeft de een zijn gave liever bij den één, en de ander liever bij den ander. Tenslotte komen alle gaven toch bij „den ouwen dominé" terecht. — Nu had mijn collega Van Wijngaarden op Paaschmorgen bevestiging van nieuwe lidmaten. Daarom heeft hij toen in de Oude Kerk maar vast Paaschcollecte gehouden. En nu Zondag hebben mijn collega Van der Snoek en ik het gehad en dus hebben we 't nu nog eens dunnetjes over gedaan. En wat denkt ge? Het resultaat was dat Veenendaal zijn reputatie schitterend gehandhaafd heeft. Immers we kwamen ditmaal tot een bedrag van
VIJF HONDERD VIER EN VIJFTIG GULDEN, EEN EN ZESTIG CENT (ƒ 554.61). Ja, ja, als je zoo met z'n drieën op 't zelfde aambeeld slaat, dan spatten de vonken er nog wel eens uit. Maar laat ik nu toch gauw eindigen, want anders durf ik onzen Voorzitter niet meer onder de oogen te komen. Ja, ik moet toch de drie punten nog even optellen. Punt 1 is een toedrag van ƒ 148.45. Punt 2 een bedrag van ƒ 182.— en punt 3 een toedrag van ƒ 1880.42, zoodat ik weer kom tot een eindbedrag van
f 2210.87.
Is het niet om er beschaamd onder te zijn en te eindigen met een woord van dank aan allen die het hebben saamgebracht, en bovenal met de belijdenis: „geringer dan al deze weldadigheid en trouw, ons betoond"?
De Penningmeester, Ds. M. JONGEBREUR.
Veenendaal.
P.S. Het „Ingezonden" uit Wapenveld en de gift uit Meppel, beide bij onzen Voorzitter ingekomen, hoop ik de volgende week te be- en te ver-antwoorden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 april 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 april 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's