De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKELIJKE RONDSCHOUW

8 minuten leestijd

Het Calvinisme internationaal.
De Sociaal Democraten heffen telkens de leuze aan: „proletariërs van alle landen, vereenigt u". Maar de Calvinisten hebben veel meer oorzaak om te bevorderen dat in onderscheidene landen, waar de Gereformeerde Waarheid gevonden wordt, de handen inééngeslagen worden. Ook voor de Calvinisten is er een internationale strijd, welke van de grootste beteekenis is voor heel de wereld. En om dien strijd te kunnen voeren, moeten we elkander kennen; we moeten elkander ontmoeten; we moeten van elkander leeren; we moeten elkander helpen en bijstaan.
Nederland heeft in deze zooveel voorrechten. Hier beteekent het Calvinisme wat. Dat hebben we niet aan onszelf te danken, maar dat is door Gods wonder bestel. Ons land heeft Hem niet uitverkoren, maar Hij heeft naar ons volk en Vaderland omgezien!
Vergelijk eens wat in Nederland gevonden wordt en b.v. in Frankrijk of in Hongarije. Wat 'n verschil! Maar daarom juist verheugt het ons altijd zoo buitengewoon, indien we uit het buitenland goede berichten in deze hooren.
Als vanzelf denken we nu aan Hongarije. Prof. Sebestyen mocht dezer dagen weer in ons Vaderland vertoeven en wie hem ontmoette, werd aanstonds tot hem aangetrokken. Een jonge, sympathieke man, die levendig belang stelt in alles wat hier op godsdienstig - kerkelijk - politiek terrein gebeurt en die voor Hongarije dadelijk sympathie weet te wekken bij de Nederlandsche Calvinisten.
Het Hongaarsche volk is voor een goed deel Calvinistisch; hoewel in Hongarije „calvinist" een breeder beteekenis — en minder diep — heeft dan hier. Het beteekent daar zooveel als „niet-roomsch", dus zooveel als hier „protestantsch", zonder meer. Vóór den oorlog telde Hongarije 2I/2 miljoen Calvinisten, na den wereldkrijg — een groot deel van het Hongaarsche volk is van het moederland afgescheiden — was dit ruim II/2 miljoen.
Voor het Gereformeerde volk in Hongarije — dat ook veelszins ontzonken is aan de rechte beginselen naar Gods Woord, evenals hier vele „protestanten" niet weten vóór welke waarheid en van welke waarheid zij te „getuigen" hebben — is mee door het optreden van prof. Sebestyen (die ook te Utrecht nog studeerde, o.a. onder leiding van prof. Visscher) een opwaking en verlevendiging gekomen.
De omstandigheden zijn echter vol moeilijkheden voor den arbeid van den kloeken Calvinist. Want er is in Hongarije ook een methodistisch, piëtistisch werk van menschen, die, gesteund met geld uit andere landen, een gemoedelijk christendom voorstaan. Zij bedoelen de redding der zielen, dringen op bekeering aan, maar voor de Kerk en voor de Gereformeerde beginselen hebben ze geen oog. Daarom is hun optreden en hun arbeid geenszins in alles te laken, maar velen, die een oog voor de beteekenis der Kerk mogen hebben en die liefde koesteren voor de Gereformeerde, Schriftuurlijke Waarheid, kunnen zich toch niet vinden in dat doen van die methodisten. En het was prof. Sebestyen, die de Gereformeerde Waarheid, de Calvinistische beginselen weer mocht uitdragen, bekend maken en verdedigen, tot groote vreugde van velen in Hongarije.
Jammer, dat zijn werk zoo wordt tegengestaan. Niet alleen door hen, die voor het geloof geen oog hebben, maar ook door de Methodisten, die van een reformatie der Kerk in Gereformeerden zin niet willen weten. Bovendien zijn er ook velen, waaronder vooraanstaande personen, die het Calvinisme, zooals dit door prof. Sebestyen verkondigd wordt, te streng en te hard en te stroef en te onpractisch vinden. Zij willen meer in de richting van een on-dogmatisch christendom werken en oordeelen, dat de ethische richting niet mag geweerd worden, enz.
De vertegenwoordiger van de methodistische richting in Hongarije is prof. Victor. Hij is de geliefde man van allen, die een breeder standpunt innemen en die onder de leus, dat zij alle richtingen in de Kerk willen toelaten, aan de Kerk het Gereformeerd karakter willen ontnemen. En nu heeft prof. Victor tegenover het blad, dat prof. Sebestyen opgericht heeft en zoo trouw verzorgt, een nieuw blad in het leven geroepen, een familieblad, dat geen principiëele lijnen trekt, maar algemeen christelijk van karakter is, en naast stichtelijke lectuur algemeene verhalen en berichten biedt. Natuurlijk is mee de bedoeling — een internationaal verschijnsel — het blad van prof. Sebestyen in de wielen te rijden en schade te berokkenen! Gelukkig heeft deze actie geen groote nadeelige gevolgen gehad voor het blad van prof. Sebestyen, maar wel is door de actie van prof. Victor en anderen prof. Sebestyen genoodzaakt zijn blad uit te breiden. En nu dreigt er een groot tekort, dewijl de lezers voor 't grootste gedeelte behooren tot de kleine luiden; en door dat financieel tekort kan de Gereformeerde actie in Hongarije worden verlamd. Om die reden roept prof. Sebestyen den steun in van zijne Gereformeerde vrienden in Nederland.
Nu moet men niet denken, dat het een „armoedig zaakje" is in Hongarije. Want door Gods goedheid behooren onder de echte Calvinisten tal van vooraanstaande, hooggeplaatste mannen. De reformatorische actie vindt steun bij vele invloedrijke menschen, en prof. Sebestyen heeft vele vrienden onder mannen van beteekenis. Een zijner uitnemendste medewerkers, prof Kovats, is door de kerkelijke vergadering gekozen tot een der meest gewichtige posten in de Kerk. En als opvolger van prof. Kovats is aan de hoogeschool te Budapest benoemd een zekeren dr. Czekey, die hier aan de Vrije Universiteit promo­veerde tot doctor in de theologie. Dan staat ook dr. Balthazar, bisschop van Debrecen, beslist aan de zijde van de Ge­reformeerden, terwijl ook prof. Lenczikallay en anderen te Debrecen, en prof. Wass en anderen te Papa trouw prof. Sebestyen steunen. 
Onder de jonge predikanten en de theologische studenten scharen zich velen aan de zijde van de besliste Gereformeerden. En er is alle reden om te verwachten — zegt prof. Bouwman in „De Bazuin", aan wiens artikel wij bovenstaande bizonderheden ontleenden — dat, wanneer de actie zoo doorgaat, over een 10 à 20 jaar de meerderheid der kerkelijke leidslieden beslist vóór de reformatie heeft gekozen. 
Er is dus alleszins reden om het goede te hopen van de doorwerking der reformatie in Hongarije, ook al is de tegenstand, van verschillende zijden komend, van groote kracht; mits er nu maar krachtig steun verleend wordt door alle Calvinisten van alle landen, niet het minst ook door het Nederlandsche gereformeerde volk. 
Hoe eigenaardig en hoe vreemd — hoe gevaariijk ook — de toestand in Hongarije in dezen is, blijkt wel uit het feit, dat eenen andermaal prof. Cramer van Utrecht daar is opgetreden en ontvangen als de vertegenwoordiger van het Calvinisme, van het gereformeerde volk in Nederland. Zulke dingen moeten verwarrend werken en schade doen. Daarom te meer moeten de Calvinisten van Nederland, die de Gereformeerde belijdenis liefhebben en de Gereformeerde beginselen voorstaan, zich niet onbetuigd laten, maar mee nu hulpe biên!

Over Preeken-maken.
Preeken maken is natuurlijk een zaak, waarover we hier niet gaan praten. Dat behoort tot de geheimen van de keuken. Men noodigt de gasten, die straks aan tafel lekker hopen te eten, niet eerst bij den kok en bij de keukenprinses, om eens te zien hoe de spijzen zijn toebereid. Wat zou 't wellicht in de keuken tegenvallen! En wat is 't dan aan tafel lekker en smakelijk; niet zelden heerlijk!
Over preeken maken gaan we dus niet schrijven. Hoewel er wel wat over te zeggen zou wezen. We willen hier alleen een stukje overnemen, dat prof. Van Veldhuizen, kerkelijk hoogleeraar te Groningen, een zeer geestig man, die allerinteressantste dingen zoo droogweg zeggen kan, geschreven heeft in „Nieuwe Theol. Studiën". Hij zegt daar, dat er allerlei soort van arbeid aan de preek verbonden is, en wel het vinden, ordenen, afwerken, instuderen, en uitspreken.
Dat is dus iets anders, dan dat 't maar komt „aanwaaien" op een gegeven oogenblik!
Natuurlijk zijn er — zegt prof. Van Veld­huizen — die zich verbeelden te kunnen en te moeten improviseeren. Maar improviseeren is dan vaak „uitgaan, zonder te weten waar men komen zal". Men mag zich dan echter niet beroepen op een „geloofsdaad", want wat men dan doet in de bonne fooi — of op goed geluk — verricht men niet in 't geloof. Veeleer kan men zeggen, dat men het doet in luiheid. De schrijver herinnert aan het boekje van N. Ware (Engelsch) dat in 1862 in Nederlandsch gewaad is verschenen en veel kwaad heeft gedaan. Het heet: „Het improviseeren de beste preekmethode". Het op die wijze „warm opgediende" is, naar het woord van prof. N. Beets, niet altijd „gaar". En is het gaar, dan zal het wel opgewarmde kost zijn! „Bid en werk", dat zoo vaak op den kansel gehoord wordt, behoort stellig allermeest thuis bij de practijk van het studeervertrek; en wie te lui was om te werken vóór zijn preek, is straks zeer brutaal op den preekstoel en hoopt 't alleen af te kunnen met het bidden zonder werken. Wie met de preek niet goed begonnen is, omdat hij er niet voor gewerkt heeft — zegt prof. Van Veldhuizen — kan doorgaans zijn einde niet vinden.
Bij de meeste dranken is het niet moeilijk er voortdurend, al of niet roerend, water bij te gieten, maar het gehalte wint er geenszins door.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 april 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 april 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's