FINANCIËN
Postgiro 138421.
De trouwe bijbellezers — en dat zijn natuurlijk al de lezers van „De Waarheidsvriend" — kennen de namen Ahimaaz en Cuschi. Zij waren de twee mannen die volgens 2 Samuel 18 aan David de boodschap brachten van de overwinning door Joab op Absalom behaald. Cuschi was eigenlijk de door Joab aangestelde om dat te doen, maar Ahimaaz, de zoon van Zadok, wilde toch ook zóó graag de boodschapper zijn van een goede tijding, dat hij Cuschi nog voorbij liep en dat hij, ook al zei hij niet alles wat er gebeurd was, den koning toch voorloopig op de hoogte stelde dat God hem de overwinning geschonken had, zij 't ook dat deze beker der vreugde voor David gemengd was met den zeer bitteren druppel van den dood zijns zoons. Aan deze geschiedenis werd ik herinnerd, toen ik de vorige week bericht kreeg van de groote dingen, die er in Rotterdam gebeurd waren.
Niet, dat deze dingen in verband stonden met een overwinning op des konings vijanden behaald, en veel minder nog met den dood van 'n koningszoon, maar omdat hier ook een Ahimaaz en een Cuschi waren, van wien de eerste den tweede voorbij liep om mij de goede tijding van de groote collecte te komen vertellen. Eerst kreeg ik n.l. bericht van den heer de Groot, die in dezen wel wat op Ahimaaz geleek, want ofschoon hij er niet bepaald een opdracht toe bleek te bezitten, kon hij toch niet nalaten om mij een briefkaart te schrijven met de goede boodschap: „Wij hebben ƒ 931.40 bijeen". Nu, ik neem het hem niets kwalijk hoor. Integendeel, ik neem het hem in dank af. Hij is blijkbaar ook een „goed man" die graag met een „goede boodschap" komt. Maar toen kwam de heer J. Bot, die in dezen wel wat op Cuschi geleek. Immers hij bleek de eigenlijk aangestelde te zijn. Hij bleek 1. Penningmeester van de saamgestelde Commissie te wezen en vertelde mij dus de heele toedracht der zaak. En dat niet alleen, maar hij zond mij ook het geld en zorgde er dus voor dat een en ander in mijn laatje kwam. Ja, hij deed nog meer, want hij tikte mij ook heel eventjes op mijn vingers en schreef: dominé, gij hebt in „De Waarheidsvriend" eigenlijk een klein onwaarheidje gezet, want de vorige week had ge 't geld nog niet, en had het dus eigenlijk ook nog niet verantwoord mogen worden. Of ik dus ook voorzichtig moet zijn! Ja, als ik mij weer zoo misdraag en op deze wijze tekort doe aan de waarheid van „De Waarheidsvriend", moet men mij maar een boete opleggen. Dan leer ik het misschien 't beste af.
Maar nu ter zake. De heer Bot van Feijenoord deelde mij als een andere Cuschi heelemaal mee hoe het gegaan was. En nu bleek dat er geen ƒ 931.40, maar wel ƒ 957.90 verzameld was, en wel verdeeld als volgt: Rotterdam ƒ 277.05, Delfshaven ƒ 204.25, Kralingen ƒ 145.25, Feijenoord ƒ 127.30, Charlois ƒ 120.05, IJsselmonde ƒ 79.— en Vreewijk ƒ 5.—. Verder bleek mij dat er aan de inzamelingen van dat inderdaad schitterende bedrag velen hadden meegewerkt, en uit een schrijven van onzen Voorzitter werd het mij duidelijk dat de heer Bot, die in Feijenoord reeds ongeveer 22 jaar een onzer trouwste medewerkers is geweest, ook hieraan weer niet het minst werkzame aandeel had gehad. Behalve onze vriend Bot, wiens veeljarige trouw door ons hoogelijk gewaardeerd wordt, blijken in deze Commissie, die op uitnoodiging van de afdeeling „Rotterdam" op verzoek van onzen Voorzitter was gevormd, mede zitting gehad te hebben de heeren G.J. Gerbscheid van Rotterdam, Voorzitter; Z.H. de Groot van Rotterdam, Secretaris; W.S. van Krimpen van Delfshaven; J. van Mullem van Kralingen en P. van der Pols van West-IJsselmonde. Hun circulaire die zij verspreid hebben, werd mede hartelijk aanbevolen door de predikanten ds. M. van Grieken, ds. P. van Toorn, ds. J. de Bruin van Rotterdam, ds. F. Kijftenbelt van Feijenoord, ds. C.B. Holland van Delfshaven en ds. G.J. Koolhaas van Charlois, van wien de laatste zich niet het minst voor deze zaak geïnteresseerd schijnt te hebben. Wij brengen natuurlijk aan al deze heeren, envoorts aan alle broeders en zusters, die in dezen de behulpzame hand geboden hebben, een woord van warme hulde en van grooten dank. En 't verblijdt ons ten zeerste dat wij Rotterdam thans kunnen aanhalen als een duidelijk bewijs dat er met flink aampakken nog al wat voor onze Fondsen te doen is, ook in die plaatsen, waar geen kerkcollecte gehouden wordt. Met dank aan den Heere, die onzen arbeid tot hiertoe zoo grootelijks gezegend heeft, stellen wij dan ook Rotterdam, waar de gevormde Commissie zich niet ontbond, maar blijft bestaan om, zooals men mij schreef „een volgend jaar nog met vaster plannen te werken", ten voorbeeld aan vele andere grootere en kleinere plaatsen in ons vaderland. Wij hopen, dat dit goede voorbeeld goede navolging moge vinden, gelijk dat trouwens nu reeds het geval is geweest.
Laat ik echter, voor ik meer ga vertellen, nu eerst maar met Rotterdam afhandelen. De vette letters hebben zij natuurlijk de vorige week — zij 't dan ook wat voorbarig — al gehad. Maar ik kan nu toch beginnen met de mededeeling, dat ik uit
R o t t e r d a m bij het vorige bedrag nog kon boeken een som van ƒ 26.50, zoodat het geheele bedrag van ƒ 957.90 met aftrek van enkele onkosten — anders word ik weer op mijn vingers getikt — nu echt in mijn laagje zit. Maar nu heeftRotterdam al een waardige opvolger gevonden in
W a g e n i n g e n, waar ds. Van der Wal en ouderling Doornenbal de zaak aangepakt schijnen te hebben. Van ds. Van der Wal kreeg ik een brief met de goede boodschap dat zij gecollecteerd hadden in een „denkbeeldige kerk", waar zoo ongeveer 70 personen niet bijeen waren. Die ongeveer 70 personen kwamen echter met elkaar overeen in sympathie voor onze Fondsen, zoodat ik een paar dagen daarna van broeder Doornenbal een girobiljet kreeg van van ja, raad eens van
HONDERD TWEE EN TACHTIG GULDEN (ƒ 182.—), inbegrepen de helft eener bijdrage van lidmaten-catechisanten, zijnde ƒ 10. Vindt ge 't voor een gemeente als Wageningen, waar tot de Gereformeerde groep ook al niet veel rijken en edelen schijnen te behooren, niet prachtig? Een woord van hartelijken dank mag dan ook dezen pastor en zijn ouderling zeker niet onthouden worden. Verder ontving ik uit
S t a p h o r s t, va ds. Kraaij nog een Paaschcollecte van ƒ 40.75.
Maar dan geloof ik dat ik gauw uitgepraat ben deze week. Ja, de groote plasregens zijn voorbij. Wel zie ik in de verte nog een paar zware regenwolken hangen, maar zoo lang zij zich niet ontlast hebben, heb ik er niet aan en maak ik er dus ook maar geen melding van. Wat er nog neerviel, zijn alleen maar een paar vette druppels en een paar kleine druppeltjes. Zie maar
G o u d a, van den heer P.J. Spree, gevonden in de collecte van de Ned. Herv. Vereeniging „Calvijn" een dankoffer aan den Heere van ƒ 10.— en nog ƒ1.— voor het Studiefonds; tezamen dus ƒ 11.—.
V i a n e n, van N.N. ƒ 10.— en van iemand die verhinderd geweest was de jaarvergadering bij te wonen ƒ 2.— ; tezamen dus ƒ 12.—.
O u k o o p (bij Ter Aa), van den heer H. de Haan gevonden in den collectezak ƒ 2.— voor de Fondsen.
Oud B e ij e r l a n d, van den heer L.B. ƒ 1.25, zijnde de contributie van het lidmaatschap Gereform. Bond over 1929.
Nu vind ik dit wel heel vriendelijk als men mij deze contributie eigener beweging toezendt, maar ik heb toch maar liever dat men er mee wacht totdat er straks over enkele weken over beschikt wordt. Dat is voor mij het gemakkelijkst en geeft 't minst aanleiding tot een vergissing. Als gij dus uw contributie maar betaalt als ik 't vraag, is het al lang goed. Vóór dien tijd behoeft het niet.
Voor giften en gaven echter, voor collecten en erflatingen en wat dies meer zij, ben ik altijd beschikbaar. Daarvoor ben ik iederen dag thuis. Maar kom, laat ik nu eens gaan tellen, 't Is natuurlijk belangrijk minder dan de drie vorige malen, maar dat was ook extra-ordinair. En bij 't gewone houdt een mensch het toch in den regel 't beste maar uit. Nu, 't is nu weer gewoon, hoor! Alles saam een bedrag van
f 275, 50
waarmee en waarvoor ik weer zeer tevreden en recht dankbaar ben.
De Penningmeester,
Veenendaal.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 mei 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's