FINANCIËN
Postgiro 138421.
Wat leven we toch snel! Paschen is nauwelijks voorbij of we zijn alweer in de week vóór Pinkster. De Pinkstertijd is voor mijn laadje — de drukker 1) heeft een paar keer laatje gedrukt met een t, maar ik meen dat het met een d moet — niet de meest gunstige tijd. Pinkster is, zooals we allen weten, de tijd van water op de dorstigen en stroomen op het droge. Maar de wolken die op financieel gebied dat water moeten afdruppen, drijven mij in den regel voorbij, om zich meer Westelijk en wel boven Den Haag te ontlasten. Nu, ik klaag daar niet over. 't Is altijd geen éénmans beurt. En 't is nu eenmaal niet te ontkennen dat Pinkster het feest van de Zending en wel van de Zending onder de heldenen is. „De Filistijn, de Tyriër, de Mooren, zijn binnen u o Godsstad voortgebracht". Dat lied wordt op den Pinksterdag bij voorkeur in onze gemeenten gezongen en daarmee in overeenstemming moeten dan onze gaven ook voor de Filistijnen, de Tyriërs en de Mooren, dat zijn nu voor ons de Toradja-volken op Celebes, bestemd worden. Wij bevelen dus de Pinkstercollecte voor den Gereformeerden Zendingsbond van harte aan bij allen die de Gereformeerde Waarheid liefhebben en voorstaan en hopen dat de Beeklaan in Den Haag het water straks niet zal kunnen verzwelgen, zoodat 't huis van onzen Zendingsdirector overstroomen zal en dat water het middel in Gods hand zal mogen worden dat ook op dat terrein „de aarde zich zal openen en dat allerlei heil zal uitwassen, en gerechtigheid tezamen zal uitspruiten". Ja, ik zou haast zeggen: Zondag mag er geen cent gecollecteerd worden voor den G. B., maar moet alles voor den G.Z.B. zijn. Gij merkt dus wel dat ik het heelemaal niet opvat alsof die twee Bonden elkaars concurrenten zouden zijn. Integendeel, 'k zou zeggen: 't zijn veeleer twee filialen van dezelfde zaak, n.l. van de groote zaak van Gods Koninkrijk, dat zoowel naar binnen als naar buiten, maar ook zoowel naar buiten als naar binnen groeien en bloeien moet. Daarom komt het mij voor dat de beide Bonden ook hand aan hand moeten gaan en dat zij „om des huizes des Heeren onzes Gods wil het goede ook voor elkander moeten zoeken". En gelijk de Zendingsdirector ongetwijfeld met Paschen in „Alle den Volcke" wel een aanbeveling heeft gegeven voor onze Paaschcollecte — ik heb 't wel niet gelezen, maar dat komt zeker omdat ik het door al de drukten van die dagen over 't hoofd heb gezien — zoo wil ik nu een hartelijke aanbeveling geven voor de Pinkstercollecte, in de hoop dat ik hierdoor ook nog een klein steentje mag bijgedragen hebben tot uitbreiding en bevestiging van ons Zendingswerk. O, mocht het toch ook in onze gemeenten meer verstaan worden dat In- en Uitwendige Zending elkaar zoo noodig hebben, opdat allen die de Waarheid liefhebben het eene mochten doen en het andere niet mochten nalaten.
Dus nog eens hoor! Zondag alles voor den G.Z.B.!
En dan ja, dan zou ik alles maar weer gelijkelijk willen verdeelen. Gij voelt dus wel dat als ik ditmaal zoo voor den G, Z. B. pleit, dit heelemaal niet is omdat de G. B. het niet meer noodig zou hebben. O neen, laat dat toch vooral niemand meenen hoor. Integendeel, 'k heb de vorige week al laten merken dat mijn uitgaven er wel niet minder op zouden worden. Gij herinnert u dat ik toen naar Utrecht moest om kennis te maken met nieuwe candidaten voor 't Studiefonds. Daar waren liefst weer een 8-tal aanvragen om steun binnengekomen. En ja, als het Hoofdbestuur op het voorstel van de Commissie ingaat, dan zal ik aan de meesten wel weer een veer laten moeten. Gij moet dus blijven zorgen dat mijn staart niet al te dun wordt hoor! Ik doe bij voorbaat alweer een beroep op het besef van uw roeping om toch van Jeruzalem te beginnen en ik weet zeker dat dit beroep ook ditmaal weer niet tevergeefsch zal zijn. Als het Pinksterfeest dus goed en wel voorbij is, dan zorgt gij er wel voor dat de „magere koeien" niet al te mager zullen worden.
Over de „vette koeien" ben ik ditmaal al bijzonder tevreden geweest, want na de vorige maal zijn zij werkelijk nog weer aardig wat vetter geworden. Ik kan n.l. beginnen met enkele niet onbelangrijke Paaschgiften. De eerste en hoogste kwam ditmaal uit
U t r e c h t, waar de heer Brinkers mij de vorige week ƒ 223.— overhandigde, welk bedrag hij op Hemelvaartsdag nog kwam vermeerderen met ƒ 7.—, zoodat ik uit Utrecht aan Paaschgaven ontving een bedrag van TWEE HONDERD EN DERTIG GULDEN (ƒ 230.—). In aanmerking genomen, dat Utrecht geen voorsteden heeft zooals Rotterdam, vond ik dat een prachtige som en ik ben de vrienden in Utrecht hartelijk dankbaar dat zij hun tijd er voor over gehad hebben om dit belangrijke bedrag te verzamelen. Ik vermoed zoo dat onze vriend Brinkers er niet het minste aan zal gedaan hebben en daarom is de ridderorde van den Bondsleeuw ditmaal voor hem. Maar behalve uit Utrecht kwam er ook nog zoo iets uit
H i l l e g e r s b e r g. Gij herinnert u misschien wel dat ik het onlangs eens gehad heb over een plaats H., waar zij al enkele jaren bezig zijn om Paaschgiften te verzamelen en waar zij ieder jaar weer hooger klommen. Welnu, ook ditmaal hebben onze vrienden aldaar onder commando van de heeren Van den Akker en Van Duijn de hand aan den ploeg, of liever aan de lijst, geslagen, met het resultaat dat zij weer ƒ 25.— vooruit zijn gegaan. Ik ontving althans een bedrag aan Paaschgiften van HONDERD ACHT EN TWINTIG GULDEN (ƒ 128.—), waarvoor ik de vrienden aldaar en vooral de beide genoemde heeren, zeer dankbaar ben.
Verder kreeg ik ook nog 'n paar Paaschcollecten. De eene kwam uit
M o n t f o o r t, afgezonden door den Kerkeraad en bedroeg ƒ 26.—. De tweede kwam uit
H u i z en , afgezonden door den diaken G. Gooijer, en bedroeg
TWEEHONDERD EN VEERTIEN GULDEN (ƒ214.—). Dat was van Huizen natuurlijk te wachten, dat men onder de vette letters niet blijven zou. Maar dat men er zóó ver boven kwam is wel een duidelijk bewijs van het warme hart dat ook daar voor de jongste telg van den Penningmeester — want alles was bestemd voor het Studiefonds — nog klopt. En de derde kwam uit
L u n t e r e n, afgezonden door ouderling R. van de Hoef en bedroeg ƒ 59.55. Het was echter of men in Lunteren gevoeld had: dat is voor ons doen eigenlijk wat weinig. Daarom hadden zij er blijkbaar de Kas voor de Inwendige Zending eens op nagezien en uit die kas werd de collecte nu nog met ƒ 25.— aangevuld, zoodat ik een bedrag ontving van ƒ 84.55. Nu, waar 't vandaan komt, daar komt het vandaan. Ik zeg maar: Lunteren heeft zich goed gehouden; 'k ben er best mee tevreê.
Verder ontving ik nog uit
H i l l e g e r s b e r g van C. v.d. B. een bedrag van ƒ 53.40. Er stond echter niets bij vermeld als hoedanig ik dit moet boeken. Misschien ook als Paaschgiften? De afzender wil mij wellicht hierover wel even inlichten.
B a r n e v e l d, van ds. Batelaan een bedrag van ƒ 25.—, zijnde een gift van een zijner oud-catechisanten, mej. M. K. te Vianen, uit dankbaarheid dat haar ouders 25 jaar getrouwd waren. Kijk, dat is een mooie gift in het blanke zilver van kinderliefde gewikkeld.
M ij n s h e e r e n l a n d, van den heer L. de Jong Sr. een nagekomen gift van ƒ 10.— voor het Studiefonds.
D e l f s h a v e n, van den heer W. S. van Krimpen van H. A. een nagekomen gift op de Paaschcollecte van ƒ 1.—.
S o m m e l s d ij k, van ds. Van Ameide een nagift op de Paaschcollecte van ƒ 2.— voor het Studiefonds.
A m s t e r d a m, van ds. Remme van mej. B. voor het Studiefonds een gift van ƒ 5.—.
's-G r a v e n m o e r, van ds. Bolkestein gevonden in de kerk-collecte een gift voor het Studiefonds van ƒ 1.—.
H o e v e l a k en, van ds. Van Boven gevonden in de Diaconie-collecte een gift voor de Fondsen van ƒ 7.50.
R o u v e e n, van ds. Van As gecollecteerd voor de Fondsen een gift van ƒ 2.50.
V l a a r d i n g e n, van den Penningmeester van de Chr. Jongel. Vereeniging, H. C. Cordia, aldaar gecollecteerd tijdens den Radio-avond van den Ring Rotterdam een bedrag van ƒ 5.—.
Z e g v e l d, van vriend C. Bardelmeijer den April-inhoud van busje no. 20, zijnde ƒ 2.71. Hij is niets te laat hoor, al is hij nu de laatste, want 't was er in 't begin van deze maand al.
Zie zoo, 't kan wel weer gaan, geloof ik. Alles opgeteld kom ik tot een bedrag van
f 797.66.
Gij wilt wel gelooven dat ik weer best in mijn noppen ben. Ontvangt dan ook allen mijn hartelijken dank en hebt tezamen een gezegend Pinksterfeest.
De Penningmeester, Ds. M. JONGEBREUR.
Veenendaal.
POSTZ., CAPSULES EN ZILVERPAPIER.
Ontvangen van:
1e. M. de Bree, Ouderkerk a.d. Amstel, postzegels, capsules en zilverpapier;
2e. B. Hoeksma, Wanswerd, theelood, zilverpapier, capsules en 40 st. Ja, u hebt gelijk, toen ik uw naam las, herinnerde ik 't mij goed al eens vroeger een pakje van u te hebben ontvangen. Maar dat kunt u natuurlijk beter onthouden dan ik. Ik ontvang er zooveel.
3e. den heer J. Bot, Feijenoord, een groote doos met weer een flinken inhoud, door verschillende verzamelaars(sters) aan diens adres bezorgd, wier namen hieronder volgen, en wel van: Simon en Kees van Buren, IJsselmonde: zilverpapier, capsules en 250 h. centen; een flinke hoeveelheid postzegels van de fam. Huizers; benevens postzegels, capsules, zilverpapier en theelood van mej. N. Donker; mej. C. de Roo, fam. Van Tuil, fam. Monster, fam. Van Driel, Meisjesvereen. „Hanna"; kinderen T. de Zeeuw, Hennij van Walsum, Krijna en Maria Bot, Cor en Bas Prins.
Hartelijk dank aan allen, die mij deze week weer eens bedachten. Dat kan ik hebben in dezen slappen tijd. Er zijn er toch altijd nog die ook dan wel eens aan mij denken.
Inzonderheid wil ik den heer Bot dank zeggen voor al het werk hieraan besteed ; ook dat alles zoo goed gesorteerd is. Dit is voor mij erg aangenaam. Dat er zooveel papier aan de postzegels is gebleven is juist goed. Dit verhoogt de waarde der zegels, juist werd mij dit kortgeleden door een handelaar gezegd. Dus denkt er voortaan aan: de zegels vooral niet te zuinig afscheuren en ze ook vooral zuinig bewaren, want ik kan ze goed kwijt.
Met hartelijke groeten en aanbeveling.
Mejuffr. J. DEN HARTOG.
Krommedijk 60, Dordrecht.
1) De drukker houdt er in dezen geen meening op na; hij volgt slechts de spelling van De Vries en Te Winkel. Koenen spelt ook laatje.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 mei 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's