De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Landdag te Oud-Beijerland

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Landdag te Oud-Beijerland

8 minuten leestijd

Op Hemelvaartsdag j.l. heeft de Provinciale Afdeeling van onzen Bond van Herv. J. V. op G.G. een landdag georganiseerd te Oud-Beijerland, welke schitterend geslaagd mag heeten. Een schare van pl.m. 1400 menschen bevonden zich op het terrein achter de Keucheniusschool. De leiding berustte bij den pastor loei ds. J.D. van Hof. Na de bijeenkomst op gebruikelijke wijze geopend te hebben, spreekt ds. van Hof een kort openingswoord. Spreker wijst er op, dat, waar de wereld zich op allerlei terrein en op allerlei wijze organiseert, het goed en noodzakelijk is, dat ook onze jongelingen zich organiseeren. Evenwel moet de organisatie geen doel zijn, maar middel blijven. Spreker hoopt, dat het bij de jongelingen mag zijn, als bij de Grieken, waarvan de Bijbel gewaagt, die zeiden: „Wij wilden Jezus wel zien." In het „wij" ligt de organisatie. Het doel is „Jezus zien". Daarna kreeg als eerste spreker ds. G. v.d. Zee van den Bommel het woord. Hij sprak over „Dienstvaardig tot Zijn Eer". Spreker nam zijn uitgangspunt in Ps. 72 : 6. Naar aanleiding van het dienstvaardig zijn tot Gods eer, worden behandeld: a. het dienstprogramma; b. den diensttijd; c. het dienstloon.
a. Het dienstprogramma is Gods Woord. Spreker geeft eenige kenmerken van dat programma, o.a. dat het steeds hetzelfde blijft; dat het eenige artikel is „gehoorzaamheid"; dat het den geheelen mensch opeischt; dat het bekleed is met absoluut gezag; dat het een grondwet is, die nooit herzien wordt. Om dit alles dient dat programma te worden onderzocht. Ook door de jeugd, te meer, daar het de belofte inhoudt: „Die Mij vroeg zoeken, enz." Niet toevallig is dit Woord Gods op onzen levensweg gekomen. Het is er, opdat wij het op ons zouden laten inwerken en het benutten en toepassen op allerlei gebied. Spreker wekt de jongelingen op naar dit programma dienstvaardig te zijn; maar er moet bij bedacht, dat men door Gods Geest dienstvaardig gemaakt moet worden. Dan alleen kan men waarachtig Christen zijn, de beteekenis waarvan spreker uiteenzet.
b. Betreffende den diensttijd merkt spreker op, dat de zaak des Konings geen uitstel kan lijden, schrikkelijke haast heeft. Hier geldt het: „Heden, zoo gij Mijne stemme hoort, enz." Aan den diensttijd komt geen einde. Wie eenmaal in dienst treedt, blijft voor altijd verbonden. Ontslag zou beteekenen ondergang. Nog wijst spreker in verband met dit punt op de harmonie tusschen dienstbaarheid en vrijheid.
c. Het Ioon is geen loon naar werken, zooals de duivel dat geeft. Het loon, dat God geeft, is genadeloon. De loontrekkers zijn b.v. de geloofshelden, waarvan de Heilige Schrift ons spreekt (die reeds bij de vorige punten ter sprake werden gebracht). Een is er geweest, die werkelijk verdiend heeft, n.l. Jezus Christus. Hij is altijd en in alles waarachtig dienstvaardig geweest tot Gods eer. Spreker wijst ten slotte op de noodzakelijkheid van Christus als plaatsbekleeder en plaatsbereider (Hemelvaart), zal het loon de hemel zijn.
Ds. M. Ottevanger van Papendrecht trad als tweede spreker op met het onderwerp: „Een veelbelovend leven." Spreker behandelt het leven van Saul, den zoon van Kis en wil hem niet allereerst zien als door den boozen geest beheerscht, of als zelfmoordenaar, maar als een, die schoone gaven bezat, vooral in geestelijk opzicht (n.l. nederigheid, moed en gehoorzaamheid). Momenten uit het leven van Saul worden geteekend, waarin zijn nederigheid, moed en gehoorzaamheid blijken. Welk een schoone perspectieven opende dit leven, hoe veel belovend was het. Maar dan begint de verandering. Allereerst het onbevoegd willen offeren. Dan overtreedt Saul de wet Gods. En steeds is zijn zonde in principe gelijk aan de aloude paradijszonde: „ongehoorzaamheid". Zoo wordt Saul's leven niet een leven van opgang, maar van ondergang. Spreker wijst er op, hoe ook bij de jongelingen dikwijls een veelbelovend leven op te merken valt. Zal er aan de verwachtingen beantwoord worden, dan moet de goede weg ingeslagen worden en geen verkeerde. Die weg wordt geteekend in Gods Woord, waarover wij niet moeten oordeelen, maar waardoor wij ons moeten laten veroordeelen. Spreker besluit met den jongelingen de bede in den mond te leggen: „Leer mij naar Uw wil te handelen."
Na de pauze was de eerste spreker ds. Ph. J. Vreugdenhil van Gorinchem. Zijn onderwerp luidde: „De Keuze des Geloofs". Spreker wijst er op, hoe de noodzakelijkheid van een richtsnoer, van een levensnorm ons moet brengen tot een keuze. Spreker teekent de keuze, waarvoor Mozes geplaatst werd. Eenerzijds het verdrukte, geminachte slavenvolk Israël; anderzijds de schatten, kunsten en wetenschappen van Farao's paleis. Mozes weigert het schoone, dat de wereld biedt en kiest de verachting, de verdrukking van Gods volk. Ook voor ons bestaat een dergelijke tegensteling als in het land van den Nijl. Eenerzij de heerlijkheid van den natuurlijken mensch, het genot, dat op allerlei wijze en in allerlei vorm de wereld biedt. Dit alles trekt van God af, richt den blik niet op het eeuwige, maar heeft de tendenz den hemel op aarde te stichten. Daartegenover staat het leven der kinderen Gods, die wandelen op den smallen weg. Spreker stelt de vraag, of onze keuze gelijk aan die van Mozes is. Mozes' keuze was er een des geloofs. „Door het geloof" heeft Mozes geweigerd. „Door het geloof" zag hij in Israël Gods volk, zag hij de verdrukking als smaadheid van Christus, zag hij hoe de genieting der zonde slechts voor een tijd was. Zoo moeten ook wij in onze keuze door het geloof niet aanmerken de zienlijke, maar de onzienlijke dingen. De keuze moet zijn welbewust, wèlgefundeerd. Spreker werpt vanaf den Nebo een terugblik op Mozes' leven. Van hem kan gezegd worden dat hij den goeden strijd gestreden had en het geloof behouden. Mozes is tot de goede keuze gekomen door te zien op de vergelding des loons. Dit genadeloon (het eeuwige leven) schenkt God allen, die Hem vreezen. Ook voor ons is noodig bij onze keuze te zien op de vergelding des loons. Als zij een keuze des geloofs is, zal ons hier wachten smaadheid en verdrukking, maar 't einde is eeuwige heerlijkheid, waar het gelooven met aanschouwen is verwisseld.
De vierde spreker was de heer Jac. Vermaas, Theol. cand. te Heinenoord, over het onderwerp: Revolutie en Revolutie. Spreker merkt op, dat onze tijd door 't woord „rust" een streep gehaald heeft. Toch is rust broodnoodig voor een mensch; rust, niet in letterlijken zin, maar in dien van „stilstaan, bezinning, zien, waar wij ons bevinden, en welke onze verhouding tot God is". Als twee menschen hetzelfde doen, dan is dat nog niet hetzelfde. (Kaïn—Abel; Farizeër—Tollenaar, enz.) 
Spreker vraagt, vanwaar dit verschil komt. Het verschil zit niet in het werk, maar in den persoon, in den mensch, die achter het werk staat. Niet het werk beslist over den persoon, maar de persoon beslist over het werk, niet wat wij doen, maar wat wij zijn. Daarom moeten wij ons bezinnen op ons „zijn". Nu kunnen we met betrekking tot ons „zijn" spreken van tweeërlei revolutie. Met revolutie bedoelt spreker hier uit te drukken het karakter van onze verhouding tegenover God. Waar staat God in ons leven, boven of beneden ons? Als wij op den troon zitten, zijn we ondanks allen schoonen arbeid revolutionair. Als we niet wedergeboren zijn, zijn we steeds bezig met onze eigen troonsbestijging en ons eigen kroningsfeest. Bij velen gaat 't op het gebied van den godsdienst alles zoo vlot, omdat zij den werkelijken godsdienst hebben afgeschaft. Er zijn menschen, die geen moeite met hun godsdienst hebben, omdat God geen werkelijkheid is in hun leven. Zoo is onze verhouding tegenover God revolutionair. Om die verhouding weer goed te maken is een andere revolutie noodig, waarbij wij onttroond worden en ondergaan. Dan moet er overeenstemming komen tusschen ons doen en ons zijn. Twee beginselen zijn er tenslotte, waaruit geleefd wordt; het eerste is ,,Soli Deo Gloria" en het andere „Soli Homim Gloria". Onmisbaar is de tweede revolutie. Hier geldt: „Tegen de revolutie — de revolutie". Anders uitgedrukt, noodig is: „de bekeering". Ook voor jonge menschen. Dan vernieuwt God onze jeugd. God bederft onze jeugd niet, dat doen wij zélf. Het gevolg van de revolutie Gods is een eeuwige jeugd. Heeft die revolutie niet plaats, dan volgt de eeuwige dood. Daarom moet bij ons komen de vernedering van onszelf, het biddend knielen bij het kruis van Christus. 
Hierna sprak ds. Van Hof een kort slotwoord, waarna de bijeenkomst op gebruikelijke wijze gesloten werd.

*) Dit verslag is Zaterdagmorgen 8 uur aan het Bureau van »De Rotterdammer« bezorgd. De Redactie, die niet in de gelegenheid was een verslaggever te sturen, had een der onzen verzocht dit te doen. Aan dit verzoek is voldaan. Evenwel werd de kopij teruggezonden met de mededeeling, dat voor opnemen van het verslag het te laat was. Dit diene ter opheldering voor hen, die te vergeefs naar het verslag in »De Rotterdammer« uitzagen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 mei 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Landdag te Oud-Beijerland

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 mei 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's