Bond van Ned. Herv. Meisjesvereen. op Geref. Grondslag
De Derde Bondsdag.
De Bond van Ned. Hervormde Meisjesvereenigingen op Gereformeerden grondslag, kwam Hemelvaartsdag (Donderdag 9 Mei) j.l. bijeen, voor het houden van den Derden Bondsdag. De vergadering werd geopend door het gezamenlijk zingen van Psalm 33 vers 1 en 2, waarna ds. M. van Grieken voorging in gebed. Dan sprak de Presidente, mevr. M.A. Luteyn—Willems, haar openingswoord, heette, in 't bijzonder ds. Van Grieken en mejuffr. Vellenga, afgevaardigde van het Ned. Verbond van Chr. Meisjesvereenigingen, welkom, en ging daarna over tot het afwerken der agenda.
De secretaresse deed voorlezing van eenige ingekomen stukken. Eén afdeeling deelde juist vóór den Bondsdag mede, dat haar afdeeling voor oudere meisjes moest worden ontbonden, wat op het aantal aangesloten vereenigingen echter geen invloed had, daar de afdeeling voor jongeren gehandhaafd bleef. Een andere M.V. „Maria" te Huizen, verzocht eenige dagen vóór den Bondsdag toelating. Twee afdeelingen maak ten een opmerking met betrekking tot de keuze van den dag, waarop de Bond zijn Algemeene Vergadering hield; een andere M.V. aangaande het Bondsorgaan; een en ander werd kortelings behandeld, mede door de uitreiking eener circulaire met formulier ter invulling.
Vervolgens werden de notulen van den vorigen Bondsdag voorgelezen en vastgesteld waarna de secretaresse gelegenheid werd gegeven tot voorlezing van het jaarverslag, dat ook thans weer gewaagde van gestadigen groei en ontwikkeling, van den zegen des Heeren.
Het aantal afdeelingen, hetwelk het vorige jaar 45 bedroeg, was op den Bondsdag geklommen tot 55, dit ondanks het feit dat tot dusver feitelijk geen stelselmatige propaganda werd gevoerd. In den loop van het Bondsjaar werden eenige „Ringen" gevormd door in eikaars nabijheid gevestigde Bondsafdeelingen. In den loop van het Bondsjaar werd overgegaan tot de uitgifte van een eigen Bondsorgaan ,,De Kandelaar", welke naam werd gekozen in verband met Bondsspreuk en Bondsinsigne. Natuurlijk kan het aantal abonné's nog belangrijk worden uitgebreid en bestaan er wenschen ten aanzien van de grootte en van den inhoud van het orgaan, doch niettemin is de uitgifte van dit eigen blad weer een belangrijke stap in de goede richting. — Kortom, het geheele jaarverslag sprak van opgewekt leven, dat met vertrouwen de toekomst doet tegemoet zien.
Hetzelfde was het geval met het Verslag der penningmeesteresse, mej. Den Hoedt; de kas sloot met een batig saldo van ruim ƒ 100.—.
Vervolgens werden door een koor, gevormd uit de leden der Utrechtsche, bij den Bond aangesloten Meisjesvereenigingen, op verdienstelijke wijze eenige zangnummers ten beste gegeven. Nadat door mej. Kr. Batelaan (Bodegraven), verslag was uitgebracht omtrent de controle der boeken van de penningmeesteresse, werd met geestdrift het Bondslied gezongen, waarna werd overgegaan tot aanvulling van 't Huishoudelijk Reglement met bepalingen tot regeling van de aftreding der Bestuursleden.
Het volgende punt der agenda luidde: „Verkiezing van Bestuursleden", ter uitbreiding van het zitting hebbende bestuur, noodzakelijk geworden door de steeds toenemende werkzaamheden. Gekozen werden de dames Joh. A. Hakkert.(Gorinchem). en G. van der Straaten (Bodegraven).
De Rondvraag leverde slechts een toelichtende opmerking in verband met twee der ingekomen stukken op.
Het woord werd daarna verleend aan ds. M. van Grieken, die in een kostelijke rede de vergadering bepaalde bij „De Hemelvaartsgedachte". Met aandacht en instemming werd door de talrijke aanwezigen de verhandeling van Z Eerw. gevolgd. Spreker werkte zijne gedachten uit aan de hand van Psalm 110. In het bijzonder stond spreker stil bij de belofte, dat op den dag Zijner heirkracht de dauw der jeugd zal toekomen uit den schoot van den morgenstond. Zonder kracht en zonder sterkte gaat de wereld onder in den dienst der zonde. De lusteloosheid, de gebrokenheid neemt met den dag toe onder onze jongens en meisjes. Wij krijgen een geslacht zonder lust en sterkte, zonder kracht en schoonheid. De idealen, die men koestert, zijn zoo platvloersch en ordinair, dat deze niet in staat zijn het leven glans en inhoud te schenken, doch: „Uit den schoot des dageraads zal u de dauw uwer jeugd zijn". Dit is een heerlijke belofte voor allen, die nog bouwen op het Woord Gods, dat Woord, hetwelkzeer vast is. God geve in Zijne genade, dat voor ons èn voor het persoonlijke, èn voor het huiselijk leven, voor gezin en school, voor staat en maatschappij, niet het minst ook voor de Kerk, welke wij liefhebben, de Kerk onzer Vaderen, ook uit dezen Bond moge uitgaan de dauw der jeugd, die nieuwe kracht geeft, opdat op alle terrein worde gezien dat de Koning der Eere een gewilhg volk heeft, ook onder ons.
De morgenvergadering werd daarop met het zingen van Psalm 17 vers 3 gesloten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 mei 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's