De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

9 minuten leestijd

Postgiro 138421.
De vorige week zeker niet veel te vertellen en niet veel te verantwoorden geweest, zegt ge, dat de Penningmeester toen verhinderd was.
Nu, wat zal ik zeggen? Den 2den Pinksterdag was ik heel den dag van huis geweest. 's Morgens had ik onze Jongelingschap in Utrecht gediend door te trachten hun een antwoord te geven op de vraag: Wat is Waarheid? En 's middags stond ik voor de keus tusschen den Anti-revolutionairen Partijdag te Bilthoven en — familiebezoek. Ik heb toen van die twee — wat ge misschien heelemaal niet principieel van mij vindt — het laatste gekozen. En toen ik 's avonds thuis kwam, had ik, eerlijk gezegd, niet veel lust meer om mijn laatje open te doen. Tusschen twee haakjes moet ik even zeggen, dat de drukker met zijn t gelijk heeft gehad en ik met mijn d dus ongelijk. Tegen zulke grootheden als hij er bijhaalde, houd ik 't niet uit, hoor. Dus ik ga voortaan ook laatje schrijven en ben blij dat we zoo'n knappen zetter hebben, die mijn fouten verbeteren kan. Ach ja, je hebt op mijn leeftijd je lessen in de Nederlandsche en andere talen al zoo lang achter den rug, dat je heel gemakkelijk eens een fout kunt maken. Ik hoop maar niet dat het mijn laatste is geweest. En dan is het altoos een veilig gevoel dat er in Maassluis nog zoo iemand zit dien zij, geloof ik, een corrector noemen. En ik zal voortaan maar niet meer trachten om hem te corrigeeren, want dan kom ik — dat is nu gebleken — leelijk op de koffie. Hij slaat je met een paar woordenboeken zóó om je ooren, dat je geen pap meer kunt zeggen. Neen hoor, van die kwaal zal ik wel voorgoed genezen zijn. Ik Iaat het voortaan heelemaal aan hem over of het een d of een t of misschien nog een andere letter moet zijn.
Maar goed dan, toen ik Maandagavond thuis kwam had ik meer zin in mijn mandje dan in mijn laatje. En toen ik Dinsdagsmorgens al dadelijk weer een begrafenis had te leiden, dacht ik: dan moeten de Finianciën er maar eens een keer bij inschieten. Gij ziet dus wel, dat ik werkelijk verhinderd was. Maar ja, of ik niet een beetje blij was dat ik mij op fatsoenlijke wijze schuil kon houden? Dien bal hebt ge niet zoo ver misgeslagen, want de inhoud van het laatje bleek ver van schitterend te zijn. 'k Had altijd nog hoop dat er nog een paar Paaschcollecten binnengekomen zouden zijn, vóórdat het Pinkster werd. Daar zijn nog enkele gemeenten, waarvan ik dacht: die durven vast geen Pinkstercollecte voor de Uitwendige Zending te houden voordat de Paaschcollecte voor de Inwendige Zendinig gehouden is. Maar jawel hoor, zij, hebben zich niets aan mij gestoord en hebben zelfs geen bericht van verhindering gezonden. En kijk, dat vind ik nu niet erg netjes. Ik had het hun toch heel vriendelijk en bescheiden gevraagd en als zij 't nu niet gedaan hadden, dan had ik verwacht dat zij mij heel vriendelijk geantwoord zouden hebben: Penningmeester, om die of om die reden doen wij het ditmaal eens niet. Nietwaar, vragen staat vrij, maar 't antwoord hoort er toch bij. Daarom heb ik hoop dat die gemeenten, die ik op 't oog heb — zij weten zelf hun naam wel — altijd nog aan 't broeien zijn op dat Paaschei. En we zullen maar hopen dat er straks nog een flink kuiken uit te voorschijn zal komen. Ik heb wel niet veel verstand van de kippenfokkerij, maar heb toch wel eens gehoord dat er vroege en late kuikens zijn. Welnu, van die late moeten er in het hoenderpark van onze Gereformeerde Gemeenten — ik bedoel er niets kwaads mee, hoor, dus ik behoef er geen brandbrieven over te krijgen — nog heel wat uitgebroed worden.
Maar wachten duurt soms lang. En als je lang moet wachten, ga je soms wel eens naar wat afleiding zoeken. Dat heb ik ook maar gedaan. Dus nog steeds wachtende op een Paaschcollecte uit .......... uit .......... uit ........... heb ik gedacht: laat mij nu voor tijdverdrijf eerst maar eens wat contributies gaan innen. Die tijd toch is ook weer aangebroken. Een paar leden van onzen Bond zonden mij hun contributie reeds toe. Maar de meesten denken: laat hij eerst maar eens bij ons komen. Nu, daar heb ik heel geen bezwaar tegen, hoor. Daar is zelfs iets voor te zeggen. Daarom heb ik vóór een paar weken al eens geschreven: houd het maar totdat ik kom. Nu, de volgende week denk ik te komen. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat ik het overal zelf kom halen. Ik denk dat ik het dan met mijn gemeente aan den stok zou krijgen. Zij mopperen nu al eens dat ik wel eens wegga, maar dan denk ik maar aan de lichtzijde van zoo'n standje. Immers als je iemand graag bij je houdt is dat een bewijs dat je geen hekel aan hem hebt. Maar dan, als ik alle quitanties zelf zou gaan innen, dan ben ik werkelijk bang dat ik het onder al de standjes te benauwd zou krijgen en er dus onder bezwijken zou. Daarom zal ik de post maar als mijn plaatsvervanger zenden. Dus als gij de volgende week de postbode op uw deur ziet aankomen, dan weet ge al hoe laat het is en dan moet ge maar denken: daar komt de Penningmeester aan. En mij dunkt, daar is geen mensch die mij dan ledig henenzendt. Niet, dat ik mij verbeeld dat ze allemaal even veel van me houden. O neen, dat weet ik wel beter hoor, dat er heel wat zijn die me knap vervelend vinden en die niks van me moeten hebben. Maar de zaak waar ik voor kom vindt niemand van degenen bij wien ik aanklop vervelend. En daar gaat het toch maar om. 't Is alles voor het „laatje" hoor en dat laatje is niet voor mij, maar voor u, of liever voor ons allen, want de verbreiding en de verdediging van de Waarheid in onze Kerk is een zaak, waar wij allen belang bij hebben. Daarom geloof ik dat er ditmaal ook heel weinig quitanties ,,geweigerd" terug zullen komen. Ach toe, als gij soms van plan waart om te weigeren, denk er dan nog eens even over en slaap er dan nog eens een nachtje op.
Maar nu heb ik nóg iets wat die quitanties betreft. Zie eens, vergissingen zijn menschelijk. En nu zou 't wel eens kunnen zijn dat er vrienden zijn die geen lid zijn van onzen Bond en die toch een quitantie kregen. Dan mogen zij die gerust terugzenden, maar zij mogen ook betalen. Dit laatste zal hun zelfs heelemaal niet worden kwalijk genomen. Maar 't zou ook wel eens omgekeerd kunnen wezen dat er n.l. vrienden of vriendinnen zijn die wèl lid zijn van onzen Bond en die dus de volgende week misschien wel dag en nacht op den uitkijk staan of de post ook aankomt, maar neen, hij gaat altijd maar weer voorbij. Dan zou het wel eens kunnen wezen dat zij bij vergissing op het leden-register van den Penningmeester niet voorkomen, ook al staan zij soms op dat van den Secretaris wèl. En zou ik dan, als zij dus binnen 14 dagen b.v. geen bezoek hebben ontvangen, denzulken mogen verzoeken mij even een briefkaart te zenden. Dan beloof ik u dat het in orde komt, want ik kan er heelemaal niet tegen dat iemand op deze wijze genegeerd zou worden. Dus dat is ook weer afgesproken.
En nu gaan we het laatje eens open doen. Nou, nou, ik geloof niet dat ik van de week de duizend vol heb. Als het er nog maar honderd zijn. Nu, daar heb ik nog wel moed op. Zien we maar eens:
S c h o o n h o v e n, van ds. Gunning gevonden in zijn brievenbus een gift van ƒ 10-— voor het Studiefonds.
M e p p e l, van den heer R. Loos verzamelde Paaschgaven met busje no. 301, een bedrag van ƒ 12.50.
G e n e m u i d e n, van ds. Luteijn gevonden in de collecte op 12 Mei l.I. een dankoffer van ƒ 10.—, zijnde ƒ 5.— voor den Gereformeerden Bond en ƒ5.— voor het Studiefonds.
V a a s s e n, van ds. Pop gevonden in de collecte „uit dankbaarheid" een gift van ƒ 10.— voor de Fondsen.
G a m e r e n, van ds. Goverts een collecte bij zijn intrede aldaar, zijnde een bedrag van ƒ 44.05. Wij hopen, dat het onzen broeder in de Bommelerwaard goed moge gaan en hij daar met zegen zal mogen arbeiden en dat de ledige plaatsen in Oldebroek weer spoedig vervuld zullen zijn.
N ij v e r d a l, van N.N. een Pinksteroffertje van ƒ 2.—.
V e e n e n d a a l, van ds. Van der Snoek twee giften, door hem uit Kralingen ontvangen, één van mej. D. van ƒ 4.— en één van mej. v.d. H. van ƒ 1.—; tezamen ƒ 5.—
D i r k s l a n d, in een brief twee papieren rijksdaalders, waarvan één bestemd was voor het Bijbelgenootschap, die ik dus moet doorzenden, en de andere ƒ 2.50 voor het Studiefonds.
N i e u w p o o r t, van ds. Klüsener een deel van de Pinkstercollecte, een bedrag van ƒ 10.—.
C h a r l o i s, van ds. Koolhaas van een zilveren echtpaar „uit dankbaarheid" een gift van ƒ 2.50.
Nu, meer kan ik met den besten wil deze week niet vinden. Toch alles samen nog een bedrag van
f 109.15.
Ziet ge wel, dat ik de honderd toch nog weer gehaald heb! Heel veel dank aan allen die mij in dezen schralen tijd niet vergeten.
Veenendaal, De Penningmeester.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 mei 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 mei 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's