De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FEUILLETON

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FEUILLETON

Kleine Luijden

5 minuten leestijd

SCHETSEN UIT HET FRIESCHE DORPSLEVEN
— DOOR IDSARDI —
57)

„Ja, waarom niet? Zij wonen dicht bij elkaar; komen veel met elkander in aanraking, doordat zij al zijn werk doet, en naar ik hoor, moet het ook zoo wat van eene kleur zijn. 't Zou nog zoo gek niet wezen. Wat is nu ook een man alléén".
Neen, dat zouden de anderen ook niet zeggen. In leeftijd verschillen zij niet zooveel, 't Wil je niet aan van Sander, maar bang voor vrouwen is hij in geen geval.
,,Heeft hij ook niet eens verkeering gehad?" — vraagt vrouw Feikema.
„Ja, maar dat is al zoo lang geleden; toen was hij nog jong".
„Hij is nóg niet oud".
„Neen, maar 'k weet niet, Sander trouwen?"
„D'r zijn wel grooter wonderen gebeurd. Mij dunkt, het paste precies bij elkaar, en de eene was met den ander geholpen. Zij gaat trouw naar de kerk, niet?"
,,0 ja, zij mist nooit".
„Dat heb je gewoonlijk van zulke menschen", meent vrouw Radsma, — daar zoeken zij het dan weer goed mee te maken".
„Je hebt er, geloof ik, geen goed oogje op", — lacht vrouw Gerritsen.
„O neen hoor; 'k moet niks van dat vreemde volk hebben. 'k Zeg altijd, wij hebben aan onze eigen armen genoeg. Vroeger namen wij nog wel eens van die schooiers en dat bedelvolk op, als zij vroegen om een nacht in het hooi te mogen slapen, maar wij zijn er mee opgehouden. Deelstra en zijn vrouw zijn beste menschen, maar veels te goed. En wat Sander aangaat, die preekt mij te veel".
„Sander is een flinke man" — zeggen allen, en blijkbaar staat vrouw Radsma in dit oordeel alleen, wat haar met eenige nijdigheid het tweede klontje in het kopje doet werpen.
„Hoe gaat het met Jasper en zijn jonge vrouw?" — aldus vrouw Hoekstra op zachten toon, die, doodsbang van ruzie, 't hoog tijd acht dat er een wending in het gesprek komt.
„Zoo best", antwoordt vrouw Rijpkestna, — en de bakkerin vult deze verklaring aan met de mededeeling, dat zij morgen, als de overige vrouwen uit het dorp komen, ook van de partij zal zijn.
„Och kom; wat is het een nette vrouw, niet? Je zoudt zeggen: die Jasper", — zegt vrouw Atsma.
„Ja, maar laat Jasper maar loopen, — aldus vrouw Epema, dat is een goochemerd. Stille waters hebben diepe gronden. Mijn man zegt altijd: als Jasper er niet komt, dan komen er meer niet. En een aardige vent ook. Wat hebben onze kinders wel een schik met hem gehad, nietwaar vrouw Rijpkema?
„Verbazend. Wij hebben nog nooit zoo'n knecht gehad. Nooit was 't hem te veel. Mijn man moest hem meer tégen houden, dan dat hij hem het werk behoefde te wijzen. Altijd was hij ijverig in de weer en kwam zoo voor de zaak op".
„Maar hij had bij jullui ook een boel vrij" — pruttelt vrouw Radsma, die nog maar niet vergeten kan dat zij zoo juist werd tegengesproken. ,,Hoe vaak heb ik hem ook wel niet op den vos zien uitrijden!" Wij hebben thuis wel eens gezegd: „kom, daar heb je Jasper ook al weer op 't paard; ze schijnen bij Rijpkema al weer klaar te zijn".
„Och, dat weet ik nu niet; hij ging niet meer uit dan noodig was, want hij paste op de centen, maar als een knecht goed is voor den boer, dan kan een boer ook goed zijn voor hem. En 't is waar, wij zijn des avonds nooit laat, maar de eigen jongens zijn er ook, en die staain óók hun man" — aldus vrouw Rijpkema weer in alle bescheidenheid.
„Wat heeft zij de kerk ook altijd keurig netjes in orde, niet? Bij den vorigen koster had dit er wel eens aan, maar och, dat waren ook oude menschen. Maar als je dat koperwerk ziet, en dat Avondmaalstel — 't is een mirakel; ik weet niet hoe zij 't zoo krijgt. En dan die banken en preekstoel en muren — 't is alles even glad en wit".
„'t Staat mooi, en 't hoort ook zoo" — zegt vrouw Epema; „bij ons is de kerk ook altijd zindelijk".
„Daar komt anders ook wel wat kijken met al die beelden, en dan dat altaar!" — merkt vrouw Gerritsen op.
„Ik vertel het je, en dan moet je niet vergeten dat bij ons de kerk alle dagen bezocht wordt. Maar heeroom is zelf ook altijd even netjes en wil het in de kerk ook in de puntjes hebben".
„'t Huis des Heeren hoort ook uit te blinken" — meent vrouw Fledderus. Evenals de tempel van Salomo, waar ook alles schitterde en blonk van goud en zilver en koper en hemelsblauw en purper".
„Wat weet je het" — zegt vrouw Radsma; ,,je konden er wel in geweest zijn".
„'t Staat beschreven hé".
Maar daar wisten de meesten blijkbaar niet van af. 't Lag buiten hun gedachtenwereld; daarom ging ook niemand er verder op in, tot spijt van de laatste spreekster, die wel graag een andere richting aan de gesprekken had.
„Hebben Jasper en zijn vrouw vroeger ook al niet eens verkeering gehad?" — vraagt juffrouw Bakker.
„Jongen ja, — zegt vrouw Buringa — ,,maar toen is het uitgeraakt wegens 't geloof; m'n man kent haar heele famihe best, want die komt ook uit dien hoek. Hare ouders zijn net zooals wij, zal ik maar zeggen, en Griet was vroeger ook zoo. Maar toen is zij anders getrouwd, en dat was, geloof ik, niet zoo'n gelukkig huwelijk. Haar eerste man was smid, en driftig, zooals die lui vaak zijn, en daarbij ook niet aardig voor haar. 'k Heb wel eens hooren vertellen, dat zij haar pleizier toen wel op kon".
(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 juni 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FEUILLETON

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 juni 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's