STAAT EN MAATSCHAPPIJ
Beginsel of belangenpolitiek?
't Wordt nu ernst, nu Juni in 't land is. Nog een paar weken en de groote dag van de Kamerverkiezing is aangebroken: Woensdag 3 Juli. In België en in Engeland zijn gewichtige beslissingen gevallen voor het politieke leven. Hoe zal het in Nederland gaan?
God regeert. Wij gelooven vast, dat Hij alle dingen in Zijn hand houdt. Dat kan ons bij voorspoed dankbaar, bij tegenspoed geduldig doen zijn; en dat kan ons bij alles, wat ons nog toekomen kan, een goed toevoorzicht en vertrouwen geven op onzen God en Vader, die in de hemelen is. Hij weet wat goed voor ons is!
Maar dan hebben wij te werken en niet stil te zitten. Dan hebben wij te vergaderen en niet te verstrooien. Dan hebben wij op te bouwen en niet af te breken. Dan hebben wij te werven en te winnen voor den strijd die gestreden moet worden, zooveel in ons vermogen is. En biddend hebben wij te werken en werkend te bidden, zooals het Christenvolk van Nederland dat van zijn God geleerd heeft. Zullen we trouw bevonden worden?
't Gaat om de levensrichting van ons volksleven; 't gaat om de hoogste belangen van ons staatkundig leven; hoe de Overheid met het parlement en het parlement met de Overheid saam ons volk en Vaderland zal regeeren en besturen en richten.
Doordat er 36 partijen zijn, met 36 candidatenlijsten, treedt wel heel sterk op den voorgrond, dat de belangen en de belangentjes bij velen van meer beteekenis zijn dan de beginselen. En ook blijkt wel heel sterk, dat de splijtzwam vreeselijk van kracht is. Dat kan voor ons volksleven tot een vloek worden, waarbij ieder verantwoordelijk blijft voor z'n daden.
Mannen en vrouwen hebben wel te bedenken, dat het gaat, dat het gaan moet, om de richting, waarin ons volk in de komende jaren zal worden bestuurd, om de fundamenten van ons staatsleven, om de beginselen voor land en volk. Het ouderlijk gezag wordt bedreigd en het huwelijk wordt vernietigd. Revolutie, ongodisterij staat voor de deur!
En onder allerlei luid-klinkende leuzen en schoon-schijnende beloften wil men ons volk verleiden, om de Christelijke grondslagen van ons volksleven te vergeten en aan de hoogste beginselen niet te denken, en alleen maar bezig te zijn met allerlei belangen. Daarbij woekert de verdeeldheid voort als een kanker
Laat ons toch waakzaam zijn en Iaat ons alles doen, man en vrouw, dat we straks niet bedrogen uitkomen. 't Is nu de tijd, dat we verzamelen blazen. Voor Nederland en Indië, voor Vorstenhuis en Vaderland, voor Gezin en School, voor Kerk, Staat en Maatschappij hangt er zooveel van af, wat wij in de komende weken zullen doen. Laat ons als één man staan, schouder aan schouder, rondom het oude, beproefde vaandel, dat onze Vaderen ons hebben overgeleverd: tegen de Revolutie het Evangelie.
Waarom 't gaat.
De Antirevolutionaire Staatspartij wil, blijkens artikel 1 van haar Beginselprogram, dat de christelijke grondslagen van ons volksleven zullen worden bewaard en beveiligd; en legt daarbij nadruk op:
1. het tegenstaan van de invloeden, die de ontkerstening der natie bevorderen;
2. de noodzakelijkheid van de handhaving van het gezag, zoo hier te lande als in Indië;
3. de handhaving van ons huwelijksrecht en de beveiliging van het gezinsleven;
4. de beoefening van sociale gerechtigheid;
5. de handhaving onzer nationale zelfstandigheid;
6. bevordering der volkswelvaart.
De strijd, die om en voor deze dingen gaat, vraagt ons aller aandacht!
De ontkerstening der natie.
De verschijnselen van ontkerstening zijn in onze dagen vele. De wufte levenstoon, het koortsachtig nastreven van smakeloos vermaak, de danswoede, de ontaarding van de sport in allerlei wedstrijden met de daarmede gepaard gaande uitwassen, de hedendaagsche bioscoop, het cabaret en nog veel meer zijn er even zoovele bewijzen van. De uithuizigheid neemt hand over hand toe. Het zwaartepunt van het leven wordt verlegd. Het gezinsleven wordt verwoest. De ijdelheid neemt de breedste plaats in. De verantwoordelijkheid wordt al meer verzwakt. Bioscoop, danshuis, sportveld verwoesten veler leven. Tegen die ontkerstening behoort onze strijd te worden voortgezet. En waar velen dien geest des tijds aanbidden en vereeren, hebben wij er voor op te komen dat de Overheid, op haar terrein, in overeenstemming met haar roeping, de ontkerstening tegengaat. Daarom moeten er mannen in 's lands raadzaal komen die de Christelijke grondslagen van ons volksleven wenschen te handhaven en tegen de ontaarding des levens en de ontkerstening der natie wenschen op te komen.
Het recht der volkeren.
De volkeren hebben saam te staan naar de oefening van het recht en niet naar geweld. Daarom moet er zijn internationaal recht; en de Staten behooren daartoe samen te werken; door te bevorderen, dat er eene internationale rechtspraak komt. De geschillen tusschen de volkeren moeten niet worden beslecht door gebruik te maken van wapengeweld, maar door ze voor te leggen aan ene internationale rechtbank, of, als ze daarvoor vatbaar zijn, aan arbiters of scheidsrechters. De Antirevolutionaire Partij vraagt dan ook: „Krachtige medewerking aan alle maatregelen, die de heerschappij van het recht in het leven der volkeren helpen bevorderen en mitsdien bijdragen tot beteugeling van den oorlog."
Geen eenzijdige nationale ontwapening.
Ons volk heeft onder Gods voorzienig bestel een zelfstandig volksbestaan verkregen. Met blijdschap en dankbaarheid hebben wij dat te aanvaarden; en de plicht van de Overheid is dat zelfstandig volksbestaan te handhaven; het recht van het volk is, dat het beschermd wordt. En op schending van het recht der natie moet gerekend worden. Soms zelfs treedt er een macht op, die aan het van God verkregen zelfstandig volksbestaan, in strijd met het recht, een einde wil maken. Daarom heeft de overheid altijd den plicht om die macht te weerstaan met alle geoorloofde middelen; desnoods, in het uiterste geval, met gebruikmaking van de weermacht des lands. Het volk heeft daar recht op. De Overheid heeft in deze een roeping, Daarom is de Antirevolutionaire Staatspartij er voor, dat de rechtsmiddelen voor het volkerenleven worden in 't leven geroepen en gebruikt, opdat geweldoefening achterwege blijve. Daarom zoo weinig mogelijk wapengeweld. Maar daarbij mag onder de huidige omstandigheden ons zelfstandig volksbestaan niet in de waagschaal worden gesteld,
Krachtige medewerking moet worden verleend „aan de pogingen ondernomen om te geraken tot gelijktijdige en wederzijdsche vermindering van de bewapening", maar zij mogen niet verwaarloozen de bescherming van het zelfstandig volksbestaan, dat wij van God Zelf ontvangen hebben. Ons zelfstandig volksbestaan mag niet in de waagschaal worden gesteld. En het middel tot rechtshandhaving, tot bescherming van Vorstenhuis en Vaderland, moet aanwezig zijn en mag niet op allerlei manier aan de Overheid worden ontfutseld. Wij hebben mannen noodig, die hierin hun plicht kennen en verstaan, in 't belang van land en volk.
De politiek van de Staatkundig Gereformeerde partij.
„De Banier", het orgaan van de Staatkundig Gereformeerde partij, is erg boos op ons blad. Zelfs ontziet het zich niet om boven een artikel, dat „De Waarheidsvriend" eens duchtig de les zal moeten lezen, het weinig parlementaire woord te plaatsen van: „Het liegt". Den redacteur van onze rubriek „Staat en Maatschappij" wordt daarin niet minder verweten, dan dat het hem aan waarheidszin ontbreekt.
Eigenlijk moesten wij op de scheldpartij van „De Banier" niet ingaan. Het is ons bekend, dat uit den Staatkundig Gereformeerden kring zelven stemmen opgaan, die het optreden, zooals dit tegenwoordig gebeurt, van mannen, die zeggen in het voetspoor der Gereformeerde Vaderen te wandelen, scherp afkeuren.
Woorden als: leugen, laster, schandelijk, tegen een ieder, die het met de Staatkundig Gereformeerde leiding niet eens is, liggen hen in den mond bestorven. Het schijnt alsof tegen andersdenkenden alles geoorloofd is.
Toch willen wij voor een enkele maal van ons principe afwijken, om in een dergelijk geval, als het hier betreft, te zwijgen, omdat, wat „De Banier" ditmaal dorst te doen, alle perken van de welvoegelijkheid te buiten gaat en wij ééns voor altijd het blad willen duidelijk maken dat wat wij schrijven niet op praatjes, maar op feiten gegrond is.
Op welk artikel van ons blad is „De Banier" nu zoo gebeten, dat het ons durft beschuldigen van het gebruiken van leugens, die ten nadeele van de Staatkundig Gereformeerde Partij zouden worden geëxploiteerd? Het is het artikel, dat in het nummer van „De Waarheidsvriend" van 31 Mei l.l. voorkomt onder het opschrift: „Zoover dit kan".
In dit artikel vestigden wij er de aandacht op, dat de Staatkundig Gereformeerden blijkens een artikel in „De Banier" van 13 Mei j.l. artikel 36 van de Nederlandsche Geloofsbelijdenis in de practijk niet meer onverkort aanvaarden, doch dit willen handhaven, zoover dit kan.
Dit punt maakt in het artikel van „De Banier" „Het liegt", de hoofdzaak uit van het geding tusschen het Staatkundig Gereformeerd orgaan en ons blad.
Laten wij beginnen met eerst woordelijk te doen afdrukken, wat wij op 31 Mei l.l. betoogden. Wij schreven toen: Opmerkelijk is het echter, dat waar de Staatkundig Gereformeerden voor de onverkorte handhaving van artikel 36 zijn en juist aan de clausule om te weren en uit te roeien alle afgoderijen en valschen godsdienst, om het rijk van den Antichrist te gronde te werpen, met alle kracht vasthouden, ds. Kersten thans in zijn orgaan „De Banier" van 13 Mei 1.1. schrijft: artikel 36 te willen handhaven: zoover dit in de praktijk kan.
Maar met dit „zoover dit kan" laat ook ds. Kersten artikel 36 in zijn ongerepte beteekenis los en plaatst hij zich op het standpunt der Hervormden, die zich ook vasthouden aan het onveranderde artikel 36, doch niet weten, hoe de 21 woorden praktisch zouden zijn uit te voeren. Ds. Kersten, die den Antirevolutionairen steeds voor de voeten wierp, het met de Belijdenis op een accoord te gooien, komt met zijn nieuwe lezing van artikel 36, wat ook niet anders te verwachten was, zoo het terrein van de theorie werd verlaten en door dat der praktijk werd vervangen, in de Antirevolutionaire lijn. Daarop de aandacht te vestigen, lijkt ons van groote beteekenis.
Daarvan zegt „De Banier" nu op zeer hooghartige wijze:
»De A.R. Rotterdammer", ja zelfs De Waarheidsvriend komen vertellen dat ds. Kersten, pred. der Geref. Gemeente te Rotterdam, in De Banier heeft medegedeeld dat hij artikel 36 der Ned. Gel. belijdenis in zijn geheel wil handhaven, „zoover dit in de practijk kan".
In De Banier van 13 Mei heeft ds. Kersten echter niet geschreven over artikel 36. Dat wisten de beschuldigers uit de onderteekening zeer wel, daar ds. Kersten bij het verschijnen van De Banier als dagblad heeft bekend gemaakt, dat artikelen van zijn hand met een driestar zouden worden onderteekend. Maar hun leugenpraatje moet de wereld in. Het zij nog eens duidelijk gezegd, dat de S.G.P. wenscht te staan onvoorwaardelijk op de aloude onverkorte Geloofsbelijdenis«.
Wanneer wij dezen passus uit ,,De Banier" met zorg lezen, dan wordt niet ontkend, wat wij in ons artikel ,,Zoover dit kan" schreven. Dit kon ook niet, wijl in „De Banier" van 13 Mei woordelijk in het artikel „Het ambt der Overheid" te lezen stond:
»ln het volgende zullen wij op al deze punten nog terugkomen en tevens doen zien, dat het voor hen, die artikel 36 ongerept (hier staat niet onverkort. Red.) willen bewaren en in de practijk wenschen te handhaven zoover dit kan (cursiveering van ons, Red.) onmogelijk is, om zich onder de banier van de Antirevolutionaire Partij te scharen«.
Men ziet uit deze aanhaling, dat wat wij op 31 Mei schreven, geen leugen, maar volkomen waarheid was.
Op listige wijze schuift de schrijver van het artikel „Het liegt" echter ds. Kersten er tusschen. „Van hem heet het dan, dat hij bij het verschijnen van „De Banier" als dagblad heeft bekend gemaakt, dat artikelen van zijn hand met een driestar zouden worden onderteekend".
Maar wat hier geschreven wordt, is misleidend, immers op 13 Mei was „De Banier" nog geen dagblad en kon ds. Kersten dus op dit tijdstip nog geen verklaring hebben afgelegd.
De schrijver van „Het liegt" begaat hier een valschheid.
Hoe stond het op 13 Mei? Toen was ds. Kersten redacteur van het weekblad „De Banier" en het artikel, waarin de passus, dien wij hierboven lieten afdrukken, voorkwam, was in dat blad een hoofdartikel, waarvoor ds. Kersten aansprakelijk was.
Heeft nu ds. Kersten het bewuste artikel niet geschreven, dan deed dit een andere leidende figuur uit de Staatkundig Gereformeerde Partij en verandert dit aan de zaak niets, dat „De Banier" op 13 Mei mededeelde, dat de Staatkundig Gereformeerde Partij op het standpunt staat, dat zij artikel 36 wil handhaven zoover in de praktijk dit kan.
De schrijver van „Het liegt", die zelf zich van een onwaarheid moet bedienen om het optreden van ds. Kersten te rechtvaardigen, had geen recht ons van leugenpraatjes te beschuldigen. Zijn optreden was hier meer dan ergerlijk.
Gelukkig waren wij in staat het zeer misleidende artikel van De Banier" te achterhalen.
Nu wij toch over ,,De Banier" schrijven, moeten wij nog op een ander artikel van het blad even de aandacht vestigen. Het is het artikel uit het nummer van 7 Juni, van het dagblad „De Banier", onderteekend met een driestar, dus van de hand van ds. Kersten. De schrijver heeft 't daarin o.m. over twee dingen, over de premiebetaling van het Kamerlid en over de premiebetaling van den ambtenaar. Met deze premiebetaling komt ds. Kersten, de voorstander van de Staatsarmenzorg, langzamerhand danig in de knel.
Van de premiebetaling van Kamerleden schrijft ds. Kersten, dat de Kamerleden geen premie voor hun pensioen betalen. Dit is juist! Maar hij verzwijgt, dat Kamerleden, dus ook ds. Kersten en ds. Zandt, wel premie betalen voor het weduwenpensioen. En van de premiebetaling der ambtenaren verklaart ds. Kersten nadrukkelijk, dat hij thans alle landsdienaren ontslaan wil van premiebetaling, doch hij verzwijgt ook hier weer dat, toen de vrijstelling van het betalen van premie door ambtenaren bij motie in de Tweede Kamer aan de orde was, ds. Kersten en ds. Zandt bij de stemming over de motie de zittingzaal verlieten. Blijkbaar durfden zij toen de verantwoording niet voor hun rekening te nemen.
Het is goed, dat ,,De Banier" de oogen van ons volk opent voor de hoogst bedenkelijke politiek, die de Staatkundig Gereformeerde Partij voert, en op deze politiek het juiste licht laat schijnen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 juni 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 juni 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's