De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GEESTELIJKE OPBOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEESTELIJKE OPBOUW

7 minuten leestijd

John Bunyan
Zijn leven en zijn geschriften. (27)
„Maar de mensch beproeve zichzelven", schrijft de Apostel aan de Corinthiërs; om dan te eten van het brood en te drinken van den drinkbeker! Hoe armer we worden, hoe rijker verzadiging in Christus. Hoe meer vragen der ziel, hoe heerlijker antwoord van den hemel. Hoe meer moeilijkheden, hoe lieflijker de uitreddingen zijn.
Dat ervaart Christen in het huis Lieflijk.
Wat was hij nalatig geweest; wat had zijn zondige natuur hem parten gespeeld; wat was de schade en de schande groot; wat angst en zorg was er in zijn ziel. En dan mag hij zijn voeten zetten in het huis Lieflijk, dat, zooals de portier hem verteld had, de Heer van den heuvel had laten bouwen voor de veiligheid en het gemak van de pelgrims.
Een lange reeks van vragen wordt nu aan Christen voorgelegd, opdat hij meer aan zichzelf ontdekt zal worden als zondaar en opdat Jezus Christus hem meer zal worden de eenige, algenoegzame Zaligmaker.
De portier belt, als Christen binnen het huis Lieflijk is en dan verschijnt een vriendelijke jonge vrouw, wier naam Bescheidenheid was. Haar vraagt de portier dan of zij er geen bezwaar tegen heeft, dat deze pelgrim, die op reis is van de Stad Verderf naar den berg Sion, den nacht hier doorbrengt.
Belangstellend ziet zij den reiziger aan en vraagt hem nader, vanwaar hij kwam en waar hij heenging. Dat moet hij haar nog maar eens vertellen. En eerlijk en eenvoudig vertelt Christen haar alles. Belangstellend vraagt zij, hoe hij op den rechten weg is gekomen en hoe hij heet; en als Christen haar alles heeft meegedeeld en zegt, dat hij nu zoo gaarne hier wilde vernachten, omdat hij gehoord heeft dat de Heer van den heuvel dit huis heeft laten bouwen voor vermoeide pelgrims, glimlacht de jonge vrouw en de tranen kwamen haar in de oogen. 't Eerlijk verhaal van den vermoeiden pelgrim heeft haar hart verkwikt en ontroerd en zij zegt, dat zij nog andere leden van het gezin zal roepen, opdat die ook eens met hem kunnen praten over de dingen, die zijn ziel vervullen. En aanstonds werd hij omringd door een schare dienstmaagden, die hem verwelkomden en zeiden: „Kom in, gij gezegende des Heeren, dit huis is door den Heer van den heuvel gebouwd om moeden pelgrims, zooals gij, rust te geven".
Met gebogen hoofd volgde Christen hen naar binnen. Hier zette men hem een heerlijken, verfrisschenden beker voor en men kwam onderling overeen, dat, terwijl de avondmaaltijd gereed gemaakt zou worden, de vrouwen Godsvrucht, Voorzichtigheid en Liefde met Christen een onderhoud zouden hebben. 
In bizonderheden deelt Bunyan dan mede wat hij zelf al zoo op zijn weg naar Sion heeft ervaren. Want we voelen immers, die reiziger is Bunyan zelf en wel Bunyan, terwijl hij thuis bij zijn vrouw en kinderen is, tusschen de buren en zijn vrienden, bij zijn werk — maar Bunyan, door God den Heiligen Geest nu aangeraakt en bekeerd, reizende nu voortaan met het aangezicht naar Sion!
Wat heeft hij te midden van zijn gezin, van zijn buren, van zijn vrienden, veel doorgemaakt. Wat heeft hij zichzelf leeren kennen in zijn zonden, in zijn zoeken van de dingen die boven zijn, in zijn zwakheden, in zijn liefde, in zijn afdwalingen, in zijn struikelen en vallen.
Dat alles beschrijft Bunyan ons, als hij ons den pelgrim naar Sion teekent in het huis Lieflijk, waar hij den reiziger z'n ervaringen doet vertellen aan Godsvrucht, Voorzichtigheid en Liefde — om dan straks aan te zitten aan het Avondmaal tot verkwikking en sterking zijner ziele.
Godsvrucht zegt: Kom, Christen, wij zijn gaarne bereid u hier te huisvesten, maar wees gij van uw kant zoo goed, ons het een en ander van uw lotgevallen te verhalen. Wij zullen met aandacht en tot elkanders stichting naar u luisteren.
„Graag", antwoordde Christen, „ik ben veel te blij, dat ge mij zoo vriendelijk en welwillend hebt ontvangen". ,,Wat bewoog u toch", zoo vroeg Godsvrucht, „om dezen pelgrimstocht te beginnen?"
„Ik ben uit het land mijner geboorte gedreven", zei Christen, „door een vreeselijk bericht, dat mijn oor trof, te weten, dat een onvermijdelijk verderf mij zou treffen, indien ik in de plaats, waar ik mij bevond, zou blijven vertoeven".
„Maar hoe kwam het, dat gij juist dézen weg zijt ingeslagen?" 
„Gods genade wees mij den weg. Want in mijn angst en vrees wist ik niet, waar ik heen zou gaan. Terwijl ik sidderde en weende kwam er een man, Evangelist genaamd, mij tegemoet. Hij heeft mij op den weg geholpen. Hij heeft mij de richting naar de hemelpoort gewezen en zóó ben ik hier aangekomen".
„Maar kwaamt gij ook onderweg niet bij het huis van Uitlegger?"
„Ja", antwoordde Christen, „daar heb ik dingen gezien, zóó onuitsprekelijk heerlijk, dat ik ze mijn leven lang niet vergeten zal. Drie dingen vooral zijn mij bijgebleven: hoe Christus, niettegenstaande het woeden van den Satan, het werk der genade in stand houdt in de harten van Zijn kinderen door de olie Zijns Geestes; ten tweede, hoe een mensch zichzelf berooven kan van alle hoop op de ontferming Gods door de liefde tot de zonde; en in de derde plaats, de angst van een man, die een droomvisioen had gehad van het laatste oordeel, dat komen zou".
„Hebt gij hem dien droom hooren vertellen", vroeg Godsvrucht met nadruk.
„Ja", antwoordde Christen, ,, En deze was zóó vreeselijk, dat mijn hart beefde en sidderde, en toch ben ik blij, dat ik dat alles gehoord heb".
„Hebt gij nog meer in het huis van Uitlegger gezien?"
,,Neen; hij leidde mij daarna naar een schitterend paleis, waar de bewoners in gouden kleeren wandelden. Daar zag ik een bizonder dapper man, die zich een weg baande door een sterk-gewapende macht van vijanden, terwijl zijn vrienden, die binnen waren, hem aanmoedigden om alles voor de eeuwige zaligheid te wagen. Dit schouwspel vervoerde mijn hart; ik had wel jarenlang in dat huis willen blijven, als de weg niet gewenkt had en ik mijn reis niet had moeten voortzetten".
„En wat zaagt gij nog meer onderweg?" „Wat ik nog méér zag? Wel, ik was nog maar een weinig verder op den weg gekomen, of ik zag een Man aan een kruis hangen. Hij bloedde uit brandende wonden. En toen ik naar Hem opzag, viel plotseling de zware last, die op mijn schouders drukte, van mij af. Het was iets wonderlijks voor mij, want ik had nooit zooiets ervaren. Terwijl ik zoo opblikte naar het Kruis, — want ik kon mijn aangezicht niet van Hem losmaken —, kwamen er drie lichtende gestalten op mij af. De eene gaf mij de verzekering, dat mijn zonden vergeven waren; de tweede nam de vuile kleeren van mijn schouders af en legde mij dit gewaad, waar mee gij mij nu bekleed ziet, op de schouders; de derde drukte het teeken op mijn voorhoofd, dat gij er nog zien kunt en gaf mij deze verzegelde rol". Dit zeggende, haalde Christen ze uit zijn boezem.
„En zijn uw herinneringen hiermee uitgeput?"
„O neen", antwoordde Christen. „Dit was het „lief", dat ik ontmoette, maar ik heb ook heel veel „leed" ondervonden. Zoo kwam ik b.v. drie mannen tegen: Onnoozel, Luiaard en Verwaand, die in ijzeren boeien geklonken, langs den weg lagen te slapen en met geen mogelijkheid wakker te maken waren. Verder ontmoette ik Formalist en Hypocriet, die over een zijmuur geklommen waren en zóó naar Sion wilden reizen, maar die heel spoedig het spoor bijster raakten en verdwaalden. Persoonlijk viel het mij ook zwaar, dezen heuvel te beklimmen en aan den muil van de leeuwen te ontkomen. Waarlijk, als de goede portier mij niet bemoedigd had, zou ik zelf óók op mijn schilden teruggekeerd zijn. Maar Gode zij dank, nu ben ik hier en ik dank u hartelijk, dat gij mij zoo vriendelijk hebt ontvangen".
(Wordt voortgezet).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 juli 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

GEESTELIJKE OPBOUW

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 juli 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's