De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

8 minuten leestijd

Postgiro 138421.
Heeft de Penningmeester een goede vacantie gehad? Zoo wordt allicht door deze of gene van mijn belangstellende lezers gevraagd. En die vraag wil ik eerst maar eens bevestigend gaan beantwoorden. Ja, ik heb wel een drukke week achter mij; zoo bijna avond aan avond den boer op, tot zelfs Zaterdagmiddag, toen men mij nog niet met rust kon laten, maar 't was een drukte waarin ik weer hoe langer hoe meer pleizier kreeg. Ik kreeg hoe langer hoe meer het gevoel dat ik streed voor een goede zaak, en ik rekende het mij een eere de beginselen te mogen verdedigen die God ons in Zijn Woord heeft geopenbaard en waarin Hij wil dat wij op ieder terrein, dus ook in het Staatsbeleid, rekenen zullen.
En ach, oude kwesties en veeten, die er vroeger wel eens waren, vergeet je dan wel. Het zou ook heel, heel dom zijn om als de vijand voor de poort staat, met elkander te gaan kijven en oude ruzietjes weer te gaan oprakelen. Neen hoor, als er gevaar dreigt, dan kruipt bij mij het bloed altijd waar het niet gaan kan, en dan strijd ik op mijn manier dapper mee onder de vaan van de oude partij, die in ons Vaderland al zooveel tientallen van jaren tegenover de beginselen der revolutie geponeerd heeft de beginselen van het Evangelie van Christus. Ik denk dan altijd maar aan Aaron en Hur, die in den strijd voor Israels volk tegen Amalek de handen van Mozes onderstut hebben. Neen, Aaron en Hur dachten toen ook niet: Mozes heeft het wel eens mis gehad en Israels volk heeft pas nog tegen God gerebelleerd. Integendeel, zij wisten wat een groote belangen er op het spel stonden en daarom hebben zij door Mozes' handen te onderstutten, ook Jozua, die in de vlakte streed, ondersteund, en zoo zijn zij het middel geworden dat Amalek straks gekrenkt werd door de scherpte des zwaards en dat Israël straks als overwinnaar uit den strijd te voorschijn kwam. Ach, het is zoo jammer dat er tegenwoordig zooveel menschen zijn die de handen van onze leiders liever neertrekken en die de steenen, die zij onder zich hebben, liever wegtrekken, ook wel omdat zij zelf liever een klein Mozesje willen zijn. Maar tot dezulken behoor ik nu eenmaal niet. Vooral in dagen, als ik den vijand zie aankomen als een stroom; ach, dan denk ik er niet aan dat ook de leiders van onze partij zwakke en zondige menschen zijn, die geen volmaakt werk geleverd hebben — dat zouden die kleine Mozesjes toch ook immers niet kunnen — maar dan acht ik het mij een voorrecht dat ik met mijn zwakke krachten de handen van onze leiders mede mag onderstutten en dan begeer ik hen zooveel mogelijk te steunen in hun gebed en in hun werk voor de beginselen, waaruit ik voor ons volk alléén zegen verwacht. En als ik dan gedaan heb wat ik schuldig was te doen — maar wie heeft dat gedaan? — dan kan ik ook a.s. Woensdag de zaak in 's Heeren handen leggen en kan ik mijn werk en mijn gebed eindigen met een: ,,Heere, niet mijn wil, maar de Uwe geschiede, want Uw Raad zal bestaan en Gij zult al Uw welbehagen doen". Nu weet gij wel zoo'n klein beetje hoe de Penningmeester over de verkiezingen denkt. Misschien dat gij het met hem eens zijt en misschien ook dat gij 't hem wel heel kwalijk neemt. Maar daar kan hij nu eenmaal niets aan doen. Eerlijk duurt het langst. En als dominé heb ik altoos ondervonden dat als je de menschen maar eerlijk zegt hoe je er over denkt, je het dan altoos het langst uithoudt, veel langer dan zij, die altoos van twee walletjes willen eten, en nu hoop ik dat dit met mij als Penningmeester ook het geval zal zijn. Maar kom, nu gaan we het laatje eens openen. We kunnen met de vette letters beginnen.
H a z e r s w o u d e. Daar heeft op 16 Juni ds. Goslinga twee preekbeurten vervuld en hij heeft er beide malen een collecte voor onze Fondsen gehouden met dit resultaat, dat hij mij kon toezenden een bedrag van 
HONDERD ZES EN VEERTIG GULDEN EN VIJFTIG CENT (ƒ 146.50). 
Mij dunkt, dat we daarmede tevreden kunnen zijn, en dat een woord van bijzonderen dank aan allen die hiertoe, in deze nu vacante gemeente, medegewerkt hebben, niet onthouden mag worden. 
B a r n e v e l d, afgezonden door ds. Batelaan een nagift op de daar gehouden collecte voor het Studiefonds van ƒ 25.—.
N o o r d e l o o s, van den Kerkeraad aldaar een gift van ƒ 2.—, gecollecteerd „uit dankbaarheid" voor den G.B. op 16 Juni l.l. 
G e n e m u i d e n, van ds. Luteijn een gift van ƒ 2.50, gevonden in de collecte voor het Studiefonds.
's-G r a v e n h a g e, van ds. Van Dorp de volgende giften: van den heer v. E. voor den G.B. ƒ 3.—; van den heer v. E. voor Leerstoel- en Studiefonds ƒ 1.—; gecollecteerd in de Zuiderkerk ƒ 1.—; van mej. N.N. door mej. L.M. voor de Fondsen ƒ 10.—; van den heer A.P. voor de Fondsen ƒ 2.—; van mej. H. te R. voor het Studiefonds ƒ 10.—; van N.N., gecollecteerd in de Kloosterkerk van G.B. ƒ 1.—; van mej. K., gecollecteerd in de Kloosterkerk van G. B. ƒ 1.—; van mej. N.N., idem, ƒ 5.—; van een lidmaat der Evang. Luth. Gemeente, idem ƒ 5.—; van een Scheveningschen jongeman, idem ƒ 1.—. Tezamen een bedrag van ƒ 40.—.
IJ s s e l m o n d e, afgezonden door J. v. Beek een gift van A.F. van ƒ 1.—.
H i l v e r s u m, van ds. Van Lokhorst een gift van ƒ 5.—, „ontvangen van dankbare ouders". Misschien wel, dacht ik zoo, een zoon of dochter geslaagd voor een of ander examen; of misschien het huisgezin vermeerderd?
D e l f t. Ja, die Delftsche Nieuwe Kerkbeurt die ik vervuld heb, is voor mijn kindertjes nog niet onvoordeelig geweest. Van „twee Delftsche families" werd mij n.l. toegezonden een bedrag van ƒ 22.—. Bovendien kreeg ik, naar aanleiding van mijn stukje dat ik vóór 14 dagen in Delft schreef, ook nog een schrijven uit
A r n h e m, en wel van mevr. de wed. Fliehe, die mij drie giften van ƒ 2.50 zond, voor ieder van de drie kinderen, schreef zij er bij, een rijksdaalder. En de kleinste, voegde zij er aan toe, had bij haar niet de minste liefde, omdat zij de meeste hulp noodig had. Zij hoopte dat zij haar twee zusters nog in groei zou inhalen. Daar zal ds. Lans schik van hebben. Ik beloof hem: de grootste van de drie rijksdaalders krijgt hij. Bovendien zond mevr. Fliehe mij nog ƒ 10.—, die zij, evenals verleden jaar, weer had ontvangen van den Kerkeraad van Dordrecht, en wel van iemand die zijn postwissel weer aan ds. Fliehe had geadresseerd. Zij had nu dezen broeder, die blijkbaar van onze actie niet veel af weet, maar verzocht om voortaan zijn gaven te zenden aan het juiste adres. Ik ontving dus van mevr. Fliehe een bedrag van ƒ 17.50.
R o t t e r d a m, van ds. Van Grieken drie giften: van de dames N.N. te Rotterdam ƒ 25.—; van mej. K.A. Z. voor het Studiefonds ƒ 10.—; van dezelfde voor den G.B. ƒ 10.—. Tezamen een bedrag van ƒ 45.—.
Z w o l l e, van den heer H. Hollander een bedrag van ƒ 18.65, zijnde de opbrengst van de Fietsenbewaarplaats van het gebouw Elim over de laatste drie maanden.
De gezamenlijke giften bedroegen dus deze laatste 14 dagen een som van ƒ 325.15. Maar daarmee ben ik er nog niet. Het is nu n.l. de tijd dat ook de contributies inkomen. Zoo ontving ik uit
B e n s c h o p, een contributiebedrag van ƒ 11.90.
S c h o o n h o v e n een contributiebedrag van ƒ 22.32.
Z e g v e l d, een contributiebedrag van ƒ 40.-.
M i d d e l b u r g, een contributiebedrag van ƒ 28.22.
En verder ontving ik uit verschillende plaatsen, waar geen afdeelingen zijn, een contributiebedrag van ƒ 342.20, zoodat de contributies van deze week mijn laatje vulden met een bedrag van ƒ 444.64. Het is wel opmerkelijk boe betrekkelijk weinig quitanties er geweigerd werden. Verleden jaar waren er veel meer onbetaald teruggekomen, maar nu zijn er maar heel weinig leden die bedankt hebben. Natuurlijk zijn er enkelen overleden en anderen, voor­ al onder de predikant-leden, zijn verhuisd. Maar deze laatsten vinden we nog wel weer terug. Dat er zoo weinigen waren die hun quitantie onbetaald terugzonden, verblijdt ons natuurlijk ten zeerste. We vvillen zoo gaarne houden wat we hebben en hopen van harte dat allen die het goed met onzen Bond voor hebben, het hunne zullen doen om het getal onzer leden zelfs nog te vermeerderen. Maar laat mij nu gaan eindigen. Met dank aan allen wil ik nog even alle bedragen optellen en dan kom ik tot een eindcijfer van 
f 769.79.
De Penningmeester, Ds. M. JONGEBREUR.
Veenendaal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 juli 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 juli 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's