De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

Ontwaak! Sta op!

10 minuten leestijd

»Daarom zegt Hij: Ontwaak, gij die slaapt en sta op uit de dooden en Christus zal over u lichten«. Efeze 5 vers 14.

(Slot).
Het blijft niet bij een ontwaken uit den slaap der zonde, zoodra de roepstem van het Evangelie ons wekt tot hooger leven. Wij staan dan ook uit de dooden op. Zooals de verloren zoon opstond en naar zijn vader ging. 'k Bedoel een opstaan tot het gebed, een werkzaamheid des Geestes, van den ontwaakten mensch. Een schuldbelijdenis, die hem uit de ziel gedreven wordt: „ik heb gezondigd, ik heb tegen mijn God en Weldoener duizendmaal overtreden".
Zoo spreekt het hart, zoo belijdt de mond. 't Is een-en-al zelfaanklacht, zelfbeschuldiging. 't Is een algeheele verbreking des harten, zoodat de ziel zich geheel uitstort in zelfbeschuldiging en in pleiten op Gods genade in Christus. De ontwaakte mensch staat op uit de dooden. Hij staat op in het gebedsleven. Hij staat ook op in het geloof. D.w.z. hij grijpt Gods beloften voor zondaars, voor verootmoedigden, aan! Hij neemt het kloeke besluit: Is Christus voor verlorenen gekomen, is Hij gestorven voor doodsschuldigen, wel, dan deed Hij dit ook voor mij! Heeft Hij de schuld betaald voor goddeloozen, wel, dan is ook mijn schuld mij voor eeuwig vergeven"....... Dit is de geloofsdaad. Gij wilt misschien in vele doode-lijdelijkheidswoorden hierover lang en breed spreken, en hóóren spreken, het geloof is en blijft een aannemen van wat Gods liefde in Christus schonk. Een aannemen, waartoe de ontwaakte zondaar komt. Hij vertrouwt op de onuitsprekelijk groote genade van God. Hij bouwt er op met heel zijn hart.
De mensch staat op uit de dooden. Hij staat op in het gebedsleven. Hij staat op in het geloof. Hij staat ook op in een Godgewijd leven. En al zal hij in deze zaak hoe langer hoe meer verstaan de klacht van Paulus: ik, ellendig mensch, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods des te meer zal het hem een lust zijn om naar alle geboden Gods te leven, in zijn huis, in zijn levenskring, op elk terrein, waarop God geëerd moet worden en Zijn Woord geëerbiedigd.
Welnu, zoo wil ik in deze tweevoudige roepstem nog wel eene onderscheiding zien, om het tweede een gevolg van het eerste te noemen. Maar dit is zeker, er is zooveel traagheid en lusteloosheid in de zaak des Heeren, zoo'n verderfelijke en noodlottige slaapzucht, dat meer dan ooit in onze dagen de roepstem moet klinken: „Ontwaakt, gij die slaapt en staat op uit de dooden, en Christus zal over u lichten". Dit geldt ook voor hen, die voorheen met lust en vreugde den Heere dienden, maar bij wie het tot verslapping en ontrouw kwam, soms heel langzaam. De apostel schreef zijn brief aan de gemeente van den Heere Jezus Christus, aan de geloovigen. De geloovigen, die o zoo ongeloovig kunnen zijn, zoo diep in slaap gezonken, in traagheid en doodigheid voortlevend. Er kan zooveel zonde wonen in het hart, wonen in ons leven, in het midden van Gods kinderen, in den boezem der Kerk. De geest van hoogmoed, de geest van geldgierigheid kan zoo sterk zijn; de geest van Kaïn, die zeide: „Ben ik mijns broeders hoeder?"; de geest van vleeschelijken lust, van werelddienst deze allen en ieder afzonderlijk kunnen een zwaren slaap brengen over de geloovigen! Een slaap, die even zondig is als die van de wachters op de muren, van den seinwachter in het blokhuis. Dan is het vaak alleen maar praatgodsdienst maar het daadwerkelijk leven ontbreekt. De mensch kan op zijn post slapen, ook al maakt Hij met zijn woorden zeer veel drukte. „Kunt gij dan niet één uur met Mij waken?" vraagt de Heiland. Zou in onzen tijd die geest van diepen slaap niet sterk, niet heerschend zijn bij menigeen, die toch wel iets anders leerde kennen? O, men slaapt soms zoo vast, juist dan wanneer men dubbel waakzaam moet zijn! Ontwaak dan, gij die slaapt en sta op uit de dooden! Een tweevoudige roepstem, waarmede wij nooit genoeg elkander kunnen tegenkomen.
Maar let nu toch ook hierop. Er ligt in die vergelijking van de zonde met den slaap toch ook iets dat bemoedigen kan. De bekeering, die God werkt, wordt een opstanding uit de dooden genoemd. Een wonder van genade. Alleen Gods werk. Maar ook een ontwaken uit den slaap. Daarin werkt de mensch, daarin wordt hij werkzaam gemaakt. En dat is zóó dicht bij ons, zóó heerlijk mogelijk voor een ieder onzer, zooals het ontwaken onmiddellijk kan plaats vinden bij een slapende. Versta hieruit de les voor uzelf. Er is slechts één oogenblik tusschen het slapen en het ontwaken. Wel, dan is er ook maar één schrede tusschen den dood en het leven. Gelooft gij het niet, dat het heden ook voor u mogelijk is? Nu? Nu ik u het Woord predik? Nu de Heere daardoor tot u zegt: „Ontwaak! Word toch wakker? Ja, ik wek u op, ik schud u aan! Ga toch niet voort in een leven zonder God en Zijn dienst. Ontwaak, gij die slaapt en sta op uit de dooden, en Christus zal over u lichten.
Wij lezen in de tweede plaats in onzen tekst eene zegenende belofte: „En Christus zal over u lichten". Het beeld van den morgenstond en de rijzende zon komt ons hierbij onwillekeurig voor den geest. Daar ontwaakt iemand uit zijn slaap en staat op van zijn rust en zie, de glanzende dageraad verheugt hem en de zon giet mild en overvloedig hare gouden stralen over hem uit. Zoo is Christus de Zon der gerechtigheid. Die met Zijn licht zal schijnen over allen die ontwaken uit hun zondeslaap, die opstaan uit hun geestelijken dood.
Gij moet deze en dergelijke beloften goed verstaan. Legt haar niet zóó uit, alsof wij Christus met iets van onszelf moeten voorkomen, alsof wij het een en het ander moeten doen om onszelf een voorwerp van genade te maken, zoodat ons daarna de genade en het licht van Christus geschonken zullen worden. Neen, dan zoudt gij ook deze belofte verkeerd verstaan. Er kan van onszelf hoegenaamd niets verwacht worden, waardoor wij een voorwerp van Gods gunst zouden zijn. Wij liggen van nature in den slaap der zonde. Maar dan slaapt de zonde niet. Zij woelt en werkt, langzaam en zeker, onstuimig en met geweld, in de wereld, in ons hart en in ons leven, om ons van het geloof en het zoeken van God af te houden. Neen, dan slaapt onze onwil, ons ongeloof niet. In ons tekstverband waarschuwt de apostel tegen de onvruchtbare werken der duisternis. De slapenden werken. Zij werken onvruchtbare werken. Werken der duisternis. Hoe zou 't dan toch mogelijk zijn, dat wij ooit onszelf de rijke bemoeienis des Heeren zouden waardig maken? Het is hiermede als in het natuurlijke leven. Het zonlicht heeft toch de eigenschap dat het den mensch, het dier, de plant doet ontwaken. Reeds het ontwaken uit den slaap der zonde geschiedt doordat Christus Zijn levenslicht in onze harten doet schijnen. Dit is die wonderlijke, samengestelde werking van de overtuigende kracht van Gods Woord en die van Zijnen Geest, die wij nooit kunnen verklaren. De mensch zelf ontwaakt en toch maakte Christus' licht hem wakker. Maar wat beteekent dan de belofte van onzen tekst? „Christus zal over u lichten". Het wil zeggen, Christus zal Zich in al Zijn heerlijkheid, in al Zijn geestelijken zegen aan u openbaren. Dit is eene zeer bemoedigende belofte voor allen, die tot een hooger leven ontwaakt zijn. Immers juist door het ontwaken komt de mensch te staan voor talloos vele moeilijkheden, waarvan hij voorheen geen vermoeden had. Dan rijzen de vragen in menigten op. Hoe zal ik van mijn zonde worden bevrijd? Maar ook: hoe zal ik God oprecht dienen? Hoe zal ik leven tot eer van Christus? De beste plannen vallen soms ineens in duigen. Hoe zal ik trouw zijn aan wat ik eens beloofde? Ik mag de wereld niet dienen, ik moet haar verzaken, en toch sta ik er midden in. Ik kan en mag mij toch niet in een klooster opsluiten. Ik mag ook de zegeningen, die de groote Schepper in Zijn schepping legde en die Hij den menschelijken vorschenden geest deed vinden, niet verwaarloozen en aan Zijn dienst laten onttrekken. Geloof mij, dit zijn de vragen die daar rijzen voor een ieder, die God wil dienen, ook heden in het rijke, moeilijke menschenleven, op elk terrein waarin God tot Zijn eer moet komen. Dit maakt het pad zoo smal, omdat de zonde nooit slaapt, omdat zij nooit stil zit en zij altijd in ons hart en in de wereld de overhand zoekt te verkrijgen.
Neen, de mensch die midden in de wereld leeft bemoeit zich met al deze en dergelijke vragen niet. Zij bezwaren hem niet. Maar bij een die ontwaakt is, komen zij gedurig op, onstuimig en met kracht. Zij maken zijn ziel soms doodmoe. Zoodat zij zegt: wat moet ik nu toch doen? O God, Iaat het licht mij niet ontbreken.
Welnu, den oprechte gaat het licht op in de duisternis. „Christus zal over u lichten". Evenals de zon niet karig is met haar licht, zoo zal Christus en Zijn Evangelie alle duisternis wegbannen. Geloof het, de Heiland heeft de overwinning behaald over de zonde en over allen tegenstand, die er op den weg des geloofs ligt. Hij heeft de schuld betaald. De verzoening is teweeggebracht. Daarin te rusten, geeft alleen vrede. De zon staat reeds aan den hemel, als de slapende ontwaakt en wakker wordt door het licht. Hij zelf behoeft er de zon niet te brengen. En zoo staat Christus aan den hemel van uw leven. Gij kunt en behoeft dat licht er niet aanbrengen. Alleen het ontwaken is noodig en gij zult Hem aanschouwen. Daarom: Ontwaak, gij die slaapt en sta op uit de dooden, en Christus zal over u lichten ...... Christus zal over een ieder Zijn licht uitgieten, die ontwaakt tot het gebed, tot het geloof, tot een Gode gewijd leven.
Die belofte is van God Zelf. Hij trekt haar nooit in. Het is te hopen, dat gij zelf er maar veel op pleiten moogt. Als de wachters die de stad bewaken, wakker zijnde, naar het licht van de zon verlangen (dan toch zal de duisternis, die zoo gevaarlijk voor hen is, verdwenen zijn), blikken zij onwillekeurig telkens naar het Oosten. En vandaar komt de schemering! Zie, daar zijn de eerste morgenstralen! Daar is het morgenrood en tenslotte de zon met gloed en stralen. Zoo vast en zeker als dit geschiedt in het rijk der natuur, zal het ook geschieden over een ieder die ontwaakt en opstaat tot gebed, geloof en een Gode gewijd leven. Christus zal eens en telkens weer over hem lichten, met Zijn Woord en Geest, met Zijn genade en vrede.
Ik heb wel eens gehoord dat er edelgesteenten zijn, die, als zij in de zon hebben gelegen, nog een langen tijd daarna in schoone kleuren den glans uitstralen, dien zij in zich opnamen. Er staat toch ook van de geloovigen dat zij als lichten in de wereld moeten zijn. Edelgesteenten, die in de zon gelegen hebben. Zij zullen den glans uitstralen in het maatschappelijke leven. Waar zijn die edelgesteenten, die in de zon gelegen hebben? Komen zij te zien in de regeering van ons land? Laat er ons God om bidden en er toe medewerken! Komen zij te zien in het kerkelijke leven? Edelgesteenten, die in de zon lagen? Zijt gij het nog niet? Weet het wel, een onnoozel stukje vensterglas is voldoende om vol schoonheid den glans der zon te weerkaatsen. Denk daaraan voor uw persoonlijk leven. Denk maar zeer gering van uzelf. Buig u diep voor een heilig en rechtvaardig God. En in dat diepe buigen zal Christus over u lichten en gij zult overal Zijn licht willen doen weerkaatsen. Daarom zegt Hij: Ontwaak, gij die slaapt en sta op uit de dooden, en Christus zal over u lichten.
V.                                                                                                                                     N. v.d. S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 juli 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 juli 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's