KERKELIJKE RONDSCHOUW
De openbaring Gods (2)
De menschheid is nooit zonder het Woord Gods geweest, maar dat Woord is niet terstond schriftelijk opgeteekend. Mondeling werd het in de huisgezinnen en in de geslachten van ouders op kinderen overgeplant en in den eersten tijd was deze vorm van mondelinge overlevering voldoende voor de zuivere bewaring en voortplanting van het Woord Gods. Maar op den duur, toen de menschheid zich uitbreidde en tot allerlei afgoderij en bijgeloof verviel — want het woord van den vader der leugen ging ook uit van geslacht tot geslacht — kon het niet blijven bij mondelinge overlevering. En met Mozes begint de schriftelijke opteekening van het Woord Gods. Misschien bestonden er reeds schriftelijke oorkonden toen, die Mozes gekend, opgenomen en verwerkt heeft, maar met zekerheid is hier niet veel te zeggen. (Zie b.v. Num. 21: 14, waar sprake is van een oud geschrift n.l. „het boek der oorlogen").
Vanaf Mozes' dagen hebben we dus, naar Gods bevel, het op schrift stellen van de Woorden Gods, welke Hij aan Zijn knechten komt openbaren; en die schriftelijke Godsopenbaring wil Hij dat bewaard zal worden voor de volgende geslachten. Num. 33: 2a: „En Mozes schreef hunne uittochten, naar hunne reizen, naar den mond des Heeren" (d.i. zooals de Heere 't hem onderrichtte door Zijn Geest).
Dat de Heere bevel geeft om Zijn Woord op schrift te stellen lezen we gedurende de gansche Oud-Testamentische bedeeling van Mozes' tijd af tot aan het einde. Deut. 6: 6 en 7 lezen we, dat de Heere tot Mozes zegt: „En deze woorden, die Ik u heden gebied, zullen in uw hart zijn; en gij zult ze uwen kinderen inscherpen en daarvan spreken als gij in uw huis zit en als gij op den weg gaat en als gij opstaat." Ex. 17: 14: „Toen zeide de HEERE tot Mozes: schrijf dit ter gedachtenis in een boek en leg het in de ooren van Jozua, dat Ik de gedachtenis van Amalek uitdelgen zal van onder den hemel."
Het Woord Gods komt uit den hemel tot de mannen Gods en gaat in hun ziel in gelijk spijze ingaat tot het bloed; waarbij soms de profeten wederspannig waren, doch door God gewillig werden gemaakt. „Doch gij menschenkind, hoor hetgeen dat Ik tot u spreek; wees gij niet wederspannig gelijk dat wederspannige huis, open uwen mond en eet wat Ik u geef." Ez. 2: 8. Waarbij dan bij Ezechiël verder te lezen staat, dat de Heere hem een rol voorlegt, een boek, waarin geschreven waren klaagliederen en zuchting en wee; waarop dan 3: 1 volgt: ,,En Hij zeide tot mij: menschenkind, eet wat gij vinden zult: eet deze rol en ga, spreek tot het huis Israels."
Het wordt bij de mannen Gods dus gelijk aan een „opeten van de woorden Gods". Jeremia 15: 16 : „Als uwe woorden gevonden zijn, zoo heb ik ze opgegeten en uw woord is mij geweest tot vreugde en tot blijdschap mijns harten; want ik ben naar uwen naam genoemd, o HEERE God der heirscharen." (Openb. 10: 9, 10).
De Godsopenbaring komt dus tot de mannen Gods door middel van een persoonlijk, rechtstreeksch contact met God. Dat gaat van Mozes tot het einde. Hab. 2: 2: ,,Toen antwoordde mij de HEERE en zeide: schrijf het gezicht en stel het duidelijk op tafelen, opdat daarin leze wie voorbij loopt." Jes. 30: 8: „Nu dan, ga henen, schrijf voor hen op eene tafel en teeken het in een boek, opdat het blijve tot den laatsten dag, voor altoos tot in eeuwigheid."
In dit verband kunnen we verstaan wat Petrus zegt: ,,Want de profetie is voortijds niet voortgebracht door den wil eens menschen, maar de heilige menschen Gods, van den Heiligen Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken." 2 Petr. 1: 21. (2 Tim. 3: 16a: „Al de Schrift is van God ingegeven").
Van wat in de eerste 25 eeuwen, vóór Mozes' tijd, door God geopenbaard is, is ons veel bewaard en vervolgens heeft, de Heere ons door Mozes en de Profeten de schriftelijke oorkonden Zijner openbaring geschonken. Wel is er eertijds veel meer door God geopenbaard dan ons schriftelijk is bewaard, maar ook dat is naar Gods bestel. Wat schriftelijk van de profeten ons is overgebleven, is dikwijls maar een klein gedeelte van wat ze gesproken hebben; gelijk we trouwens ook van Jezus weten, dat Hij veel gedaan en gesproken heeft, dat niet is opgeteekend en niet voor de geslachten is bewaard. Joh. 21: 25: „En daar zijn nog vele andere dingen, die Jezus gedaan heeft, welke zoo ze elk bizonder geschreven werden, ik achte dat ook de wereld zelve de geschreven boeken niet zoude bevatten."
Wat overstelpende rijkdom der Godsopenbaring dus in den loop der tijden, waarvan zooveel ons is bewaard geworden, nuttig zijnde tot ,,leering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing die in de rechtvaardigheid is; opdat de mensch Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaakt toegerust" (2 Tim. 3: 16, 17); maar waarvan ook zooveel verloren is gegaan en ons is onthouden, niet omdat het zonder waarde was, maar omdat God er mee gedaan heeft wat Hij nuttig en noodig vond, voor de dagen toen Hij sprak tot Zijne knechten. Uit de teboekstelling van de Godsopenbaring is onze Bijbel ontstaan, zijnde voor ons Gods Woord.
Die Bijbel is geleidelijk ontstaan, op de wijze en naar den tijd dat het God behaagde. Als wij over den Bijbel, zijnde voor ons Gods Woord, spreken, denken wij dus aan een op schrift gestelde Godsopenbaring, door mannen Gods opgeteekend, naar Gods bevel en door Gods Geest geleid en geleerd.
Dat noemen we de leer van de ingeving van de Heilige Schrift, of met een vreemd woord de leer van de inspiratie of theopneustie. We denken dan aan een zeer bijzondere werking van Gods Geest in bizondere door God Zelf gekozene mannen, die Hij heeft geroepen en bekwaam gemaakt tot het zeer bijzondere werk, om de Godsopenbaring te ontvangen en op schrift te stellen. Dat behoort niet tot de gewone werkzaamheden van Gods kinderen, maar dat is en blijft een gansch buitengewoon werk des Geestes, waartoe bijzondere Godsmannen gebruikt zijn, om op schrift te stellen alles, wat de Heere noodig geacht heeft tot eere Zijns Naams en tot onderwijzing en zaligheid van de menschen. Die schriftelijke Godsopenbaring is en blijft een allergrootst en heerlijkst stuk van Gods werken, waarop wij en onze kinderen wel zeer hebben acht te geven!
Want door dat beschreven Woord, dat zoo wonderlijk is geworden, maakt de Heere ons de geschiedenis bekend, meldende wat er zoo al in het rijk der natuur en der genade geschied is. Daarbij maakt de Heere door Zijn Woord Zijn wil en waarheid ons bekend en de wereld zal naar dat Woord geoordeeld worden.
Ook is het van den beginne het middel waardoor de Geest Gods gemeente vergadert en het lichaam van Christus opbouwt, werkende tot volmaking der heiligen, zoodat we van de Heilige Schrift zeggen dat zij dan pas overbodig zal zijn geworden, als de Kerk van Christus zal zijn vergaderd en allen door den Heere zullen zijn geleerd; als het gelooven is overgegaan in het aanschouwen en een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zal geopenbaard zijn.
Men spreekt in zake de inspiratie of ingeving van het Woord door den H. Geest, wel van mechanische en van organische inspiratie. Was vroeger veelal de gedachte, dat het een mechanische inspiratie moet zijn geweest, nu beweert onder de Gereformeerden niemand dat meer. De bijbelschrijvers zijn geen werktuigen of machines geweest, die maar werktuigelijk of machinaal opschreven wat de Geest door hen sprak, zooals wij hebben een phonograaf met verschillende geluiden, al naar dat men er een andere plaat in legt. De bijbelschrijvers zijn geen schrijfmachines geweest. De heilige menschen Gods, van den H. Geest geroepen en gedreven zijnde, hebben als bewuste personen gehandeld bij 't geen de Heere hun kwam openbaren. Ze hebben toegeluisterd, overdacht, gesproken en geschreven als personen, die zich bewust waren wat er geschiedde. Die met hun tijd meeleefden, die de geschiedenis van den dag kenden, die dikwijls ook andere geschriften en boeken hebben nageslagen en die dan ook ieder in eigen taal en stijl spreken en schrijven. Zoo is de taal van Amos anders dan van Jesaja; en Mattheüs schrijft weer anders dan Marcus, waarbij Lucas nadrukkelijk vermeldt, dat hij, vóór hij zich tot schrijven heeft gezet, alles wat vroeger geschreven was, naarstig heeft onderzocht. Luc. 1: 1—4. (Zie ook 1 Petr. 1: 10, 11; 1 Joh. 1: 1, 3). Wat we van Jeremia in deze lezen geldt dus in zekeren zin van allen: „En de HEERE stak Zijne hand uit en roerde mijnen mond aan en de HEERE zeide tot mij: Zie, Ik geef wijze woorden in uwen mond" (Jer. 1:9).
Zóó ging het wel niet altijd en bij allen van de Godsmannen. Maar 't is toch altijd zooals Petrus zegt: „Want de profetie is voortijds niet voortgebracht door den wil eens menschen, maar de heilige menschen Gods, van den Heiligen Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken" (2 Petrus 1: 21). Zie ook teksten als Ez. 2: 8, 3: 1; Jer. 15: 16; Openb. 10: 9, 10, welke Schriftuurplaatsen we vroeger reeds noemden.
Daarom gelooven wij, dat de inspiratie een-organische inspiratie geweest is, waarbij de Heilige Geest de auctor primarius of eerste werkmeester is en de bijbelschrijvers de secundaire auteurs zijn; de Heilige Geest de eerste werkmeester en de bijbelschrijvers door Hem gebruikt, zoodat hun woord het Woord des Heeren is en blijft.
Een luchtje aan.
De kerkpolitiek van de vrijzinnigen staat in een slechten reuk. Hoe ze over 't algemeen aan hun lidmaten komen moet liefst maar niet nauwkeurig worden onderzocht, want dan komen niet zelden allertreurigste dingen aan 't licht. Bij tientallen worden er „aangenomen", die nooit op catechisatie zijn geweest en bij tientallen worden er „bevestigd" die nooit in de Kerk komen. Als ze maar op de kiezerslijst komen straks!
Weer een eigenaardig verkiezings-trucje hebben da Vrijzinnige Hervormden uitgehaald. 't Is gebeurd in de classis Heerenveen. Laat er ons iets van mogen vertellen.
De Classis Heerenveen was dit jaar een Classis waarop rechts en links de volle aandacht had. 't Staat daar zoowat op 't doode punt; d.w.z. de eene helft is „rechts", de andere helft is „links". En van die Classis hangt weer af, of de provincie Friesland „rechts" naar de Synode zal afvaardigen of wel „links". Heerenveen was „links", maar algemeen dacht men, dat het dit jaar weer „rechts" zou omzwaaien. Zelfs ds. Nobel, de ijverige propagandist der Vrijz. Hervormden — vroeger in Kedichem, bij Gorcum, nu in 't Noorden staande — had voorspeld: „we houden 't dit jaar in Heerenveen niet, de Classis Heerenveen valt dit jaar weer naar rechts".
En ziet, wat gebeurt? Heerenveen blijft „links".
Nu hadden we verwacht, dat met veel fanfares dit heuglijke nieuws in de groote pers zou zijn vermeld. Maar toen we de Ochtend- en Avondbladen, mee vooral met 't oog op Heerenveen, na het houden van de Classicale Vergaderingen, nasnuffelden, vonden we wel de mededeeling, dat Heerenveen „links" was gebleven, maar zóó sober, dat we dadelijk dachten: „daar is een luchtje aan". Want als dat zuivere koffie was geweest, dan waren de Vrijz. Hervormden vast niet te houden geweest bij hun jubel- en vreugdezangen. Maar niets van dat alles. 't Is een overwinning geweest met stille trom. Een overwinning, waarbij wij dadelijk voelden, dat is een victorie waarbij zij, die overwonnen hebben, zich eigenlijk schamen.
Hoe 't dan zit?
De gemeente Ureterp (modern) was vacant. Geen dominé, geen afgevaardigde ter Classicale Vergadering; misschien ook wel geen ouderling dan. Dat zou er twee voor de modernen kunnen zijn Een candidaat wordt uitgenoodigd om op proef te preeken; niet op Zondag maar op een avond door de week — want er is haast bij! Candidaat Oldeman uit Velp preekt Woensdagavond 29 Mei (net iets voor een moderne gemeente, zoo'n preekavond midden in een zomersche week!!) Per advertentie is dit aan de gemeente bekend gemaakt. Er was geen tijd te verliezen, 't Was een beroep-preekbeurt. Na dien preekavond (Woensdag 29 Mei) wordt per briefkaart aan de stemgerechtigde leden der gemeente bekend gemaakt, dat er Vrijdag 31 Mei een vergadering ter beroeping van een predikant zal plaats hebben. Vlugger kan 't al niet! In twee dagen moest alles beslist worden: de candidaat kwam — preekte — en zou beroepen worden, binnen 2 x 24 uur!
Maar nu zou 't natuurlijk mogelijk kunnen zijn, dat niet het vereischte aantal stemgerechtigde leden ter vergadering kwam, dan zou deze eerste vergadering die uitgeschreven was, niet kunnen doorgaan. Het beroepingswerk zou dan moeten wachten. Beroepen, aannemen, bevestigen, intree kon dan niet vóór de week, waarin de Class. Vergadering te Heerenveen gehouden werd, plaats hebben ...... en dus had men dan nog niets.
Maar een wijze en verstandige weet raad!
Op dezelfde briefkaart, waarop de vergadering tegen Vrijdag 31 Mei werd bijeengeroepen, werd vermeld, dat, zoo noodig, op denzelfden avond een tweede vergadering zou worden gehouden, dat als een voortgezette vergadering zou gelden en waar dus niet een vereischt aantal stemgerechtigden behoefden tegenwoordig te zijn.
En alzoo is geschied!
De eerste vergadering was niet voltallig, om te kunnen beroepen. De tweede werd nog dien zelfden avond gehouden en candidaat Oldeman ontving de beroeping.
Dat was Vrijdagavond den 31 sten Mei 1929.
Zondag 2 Juni werd van den kansel afgekondigd, dat candidaat Oldeman het beroep naar Ure terp had aangenomen. Per brief kan dat natuurlijk niet zijn geschied; zelfs niet per luchtpost heen en weer van Ureterp naar Velp. Maar aangenomen was 't.
Zondag 9 en Zondag 16 Juni werd 't nog eens afgekondigd; en toen was aan de wet voldaan wat de afkondiging betreft.
Toen haastig de stukken klaar gemaakt en bij den scriba van het Classicaal Bestuur gebracht ter approbatie of goedkeuring. Dan kon Zondag 23 Juni — juist even voor de Classicale Vergadering op Woensdag 26 Juni te houden — de bevestiging en de intree plaats hebben.
En zoo is geschied.
Wel maakte de scriba van het Classicaal Bestuur eerst bezwaar, omdat de beroeping zelve niet wettig geschied was, daar de convocatie voor twee vergaderingen van stemgerechtigden tegelijk verzonden was (wat natuurlijk onbehoorlijk en in strijd met de wet is). Eerst moet toch zeker blijken of een vergadering kan doorgaan of niet, alvorens besloten wordt tot een tweede vergadering.
Maar de voorzitter van het Classicaal Bestuur van Heerenveen wilde dat de goedkeuring zou worden verleend; en toen er verschil bestond tusschen den scriba en den voorzitter, werd advies gevraagd bij den scriba van het Provinciaal Kerkbestuur van Friesland, en dat is dr. Niemeyer van Bolsward, de grootmeester van de Vrijz. Hervormden in Friesland.
Zoo werd ten slotte de approbatie verleend en kon alles vliegensvlug in orde gemaakt worden.
Toen dan ook Woensdag 26 Juni de Classicale Vergadering van Heerenveen bij elkander kwam, was daar ook ds. G. Oldeman van Ureterp met z'n ouderling en zoo kwam het, dat er 43 stemmen links en 42 stemmen rechts konden worden uitgebracht, wat tot gevolg had, dat het Classicaal Bestuur van Heerenveen met vrijzinnige leden werd aangevuld, wat weer meebrengt, dat het Prov. Kerkbestuur van Friesland van rechts naar links omslaat, met gevolg, dat de afvaardiging van Friesland naar de Synode links en niet rechts is.
Ons dunkt deze overwinning te Heerenveen behaald is zóó beneden alle critiek, spot zóó met allen ernst en alle heiligeid van het ambt, dat men links verstandig doet van deze victorie maar geen ophef te maken. Er is dan ook nauwelijks melding van gedaan In de nieuwsbladen. Voor ons is het weer een klaar bewijs, dat geen middel ontzien wordt, om onder de huidige synodale besturen-organisatie, welke aan onze Hervormde Kerk is opgelegd, de macht in handen te houden, hoewel men zéér goed weet, dat men wederrechtelijk handelt en de Kerk van het modernisme niets moet hebben.
Onze Hervormde Kerk is niet vrijzinnig. Zij is rechtzinnig in den gezonden zin van het woord, belijdende den Naam van Jezus Christus, gestorven om onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardigmaking. Onder het Koningschap van dien Christus zal het de Hervormde Kerk alleen wèl gaan. Dat Hij over ons heersche met Zijn Geest en Woord!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 juli 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 juli 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's