FINANCIËN
Postgiro 138421.
Daar zijn soms dingen die tegenvallen in het leven. Wie heeft 't wel niet eens gehad dat hij zijn verwachtingen hoog had gespannen en dan werden zulke verwachtingen bitter beschaamd. Ja, het leven is vaak vol van teleurstellingen, en wat valt er meer tegen dan menschen, vraagt men wel eens. En ik geloof, dat we het daar ook wel mee eens kunnen zijn. Als we nu maar niet altijd met andere menschen, maar altijd maar met ons zelve beginnen! Wie, die zijn eigen hart kent, valt zich zelven niet gedurig weer tegen? Gelukkig, als we dan ook maar den weg kennen tot Hem, die nog nooit is tegengevallen, maar die altijd weer meevalt. En ziet, als we nu ons zelve gedurig weer tegenvallen, dan vinden we 't ook niet zoo vreemd meer dat andere menschen ons ook gedurig weer tegenvallen, en dat er zoovelen zijn van wien we gedurig weer denken of zeggen: wie had dat nu gedacht dat hij of zij dit zou doen, óf dat zou worden, of zich zóó gedragen zou? Hoe is het mogelijk, dat menschen met een goed verstand vaak zoo dom kunnen doen, dat menschen met groote gaven zich soms zoo klein kunnen aanstellen, dat menschen met een groot woord soms beven bij het ritselen van een blad, en soms in hun schulp kruipen voor andere menschen, wier adem toch ook maar in hunne neusgaten is?
Ja, groote menschen vallen je soms tegen, maar daar staat tegenover, kleine menschen vallen je soms ook weer mee. Gelukkig dat het ook alles geen teleurstellingen zijn, en dat er als vrucht zoowel van Gods algemeene als van Zijn bijzondere genade, toch ook nog zooveel goede dingen in het leven van den mensch voorkomen — Neen, we moeten niet alléén een oog hebben voor de donkere zijde van het leven. Sommige menschen meenen dat wel. Zij zien niet anders dan den zwarten kant van het leven en meenen soms nog wel Gode een dienst te doen, wanneer zij altijd maar weer dien zwarten kant van het leven op den voorgrond plaatsen. Als gij ze hoort, dan is alles even slecht en alles even naar en alles even donker. Het eenige lichtpuntje, dat zij soms nog zien, vinden zij in den regel in zichzelf. Als gij niet beter wist, dan zoudt ge zeggen: gelukkig, dat zij er dan nog maar zijn. Het wil mij echter voorkomen, dat een Christen niet alléén op de donkere, maar ook op de lichtzijde van 't leven mag zien. Zeker, ik weet het, dat licht is een vrucht van genade, maar als zoodanig mogen en moeten wij er dan toch ook een oog voor hebben. En daarom mogen wij het nooit voorstellen alsof deze aarde eigenlijk al een hel zou zijn. Integendeel, 't zijn niet slechts de doornen, die onzen voet vaak verwonden, maar daar zijn, zoowel op het terrein der algemeene als op dat der bijzondere genade ook nog rozen van Saron, en ik geloof dat het niet goed is als we daar onze oogen voor sluiten, maar dat God wil dat wij ons in hun geur verlustigen zullen. Met mijn domme verstand kan ik het nooit anders bekijken dan dat je eenerzijds niet al te optimistisch, maar anderzijds ook niet al te pessimistisch moet zijn. Eenerzijds zien, dat wij het altijd weer donker maken, maar anderzijds ook zien dat Gods licht altijd weer in onze donkerheid opgaat. Niet waar, dan valt het eenerzijds altijd weer tegen, maar dan valt het anderzijds toch ook altijd weer mee.
En om nu op dat meevallen te komen, ja, ik heb van de week ook nog weer een meevallertje gehad. Daarom ben ik alweer niet slecht van de reis gekomen. Gij herinnert u misschien nog wel dat ik verleden jaar eens een jongen voor een meisje had aangezien. Ik had mij toen leelijk vergist, want 't bleek een flinke jongen te zijn, die mij ineens honderd gulden uit zijn busje stuurde. Hij deed er toen de belofte bij dat hij de zaak nog niet liquideerde. Integendeel, hij zou er mee doorgaan en hoopte mij ook de tweede honderd nog te kunnen zenden. Ik dacht toen: „nou, beste jongen, daar zal je nog wel een paar jaar over doen. De eerste drie jaar zal je wel niet terug komen". Immers hij woonde in Schoonhoven en nu ja, het is daar ook niet alles goud wat er blinkt. Maar wat denk je? Vóór enkele dagen kreeg ik een brief uit
S c h o o n h oven. Het was er een van Jo van der Pauw, die mij berichtte dat hij uit zijn busje weer
HONDERD GULDEN (ƒ 100.—)
aan mijn adres had verzonden. Gij begrijpt, dat ik in mijn nopjes was. En weet ge wat ik haast nog 't mooiste vond? Dat het een echte leuke brief was, dien onze Jo er bij schreef. Heelemaal geen brief met grootdoenerij en vroomdoenerij, zooals ik ze van zulke knapen ook wel eens krijg. Neen, 't was een echte jongensbrief, waaruit bleek dat deze jongen hart had voor zijn werk en waarin hij echt nog op kinderlijke wijze schreef hoe het kwam dat hij de tweede honderd alweer zoo gauw bij elkaar had. Flink zoo, Jo, je krijgt een tien en een griffel hoor, èn voor je brief èn voor je geld. En die griffel zal ik je eerstdaags sturen in den vorm van een boek, waar je voor je volgend leven nog veel nut van kunt hebben. Maar je mag er niet grootsch op worden, hoor! Blijf maar lang een jongen en blijf altijd maar „klein" en doe maar geen wit dasje voor vóórdat je preeken mag. Als je dat misschien nu nog niet begrijpt, zal je 't later wel leeren verstaan.
Maar kom, is er nu nergens een jongen of een meisje te vinden op wie(n) het goede voorbeeld van Jo van der Pauw aanstekelijk werkt? Wonen er zulke jongens nu alléén maar in Schoonhoven? Of zijn er ook elders nog, die zin hebben in zoo'n tien en vooral in zoo'n griffel? Ja, laten we dat eens vaststellen: wie mij een busje zendt, waarvoor de vette letters noodig zijn, die krijgt van mij een mooi boek. Afgesproken, en nu wacht ik maar af hoeveel honderden ik nog krijgen en dus hoeveel boeken ik nog uitdeelen zal. Gij merkt dus wel, dat het begin dezen keer weer niet slecht is. En over de rest ben ik ook alweer best-tevreê. Zie maar eens:
V i a n e n, van N.N. een dankoffer van ƒ 10.—. Gouda, van den heer W.P. Frederikse, door hem ontvangen van N.N. voor het Studiefonds een gift van ƒ 5.—.
C h a r l o i s, van ds. Koolhaas, gecollecteerd te Heijplaat op 7 Juli 1.1. een bedrag van ƒ 15.—.
V e e n e n d a a l, van ds. Van Wijngaarden een gift van ƒ 10.—, door hem ontvangen van iemand, aan wien hij een dienst bewees.
R o t t e r d a m, van een lid der Jongedochtersvereeniging te Tuindorp Heijplaat een gift van ƒ 5.—.
R ij n s a t e r w o u d e, van ds. Chr. de Bruin uit zijn catechisatiebus een bedrag van ƒ 5, —.
U t r e c h t, van ds. Goslinga, bij hem ingekomen van N.N. te Maarssen, een gift van ƒ 2.50.
I e r s e k e, van J. te I. voor de Fondsen een bedrag van ƒ 20.—, met nog ƒ 5.— voor den G. Z. B., die ik doorzend naar ds. Bieshaar. Deze posten saamgevoegd kom ik tot een bedrag van ƒ 172.50. Bovendien ontving ik aan contributies uit:
V a a s s e n, van den heer P. C. Eilander een bedrag van ƒ 13.25.
V e e n e n d a a l, een bedrag van ƒ 75.25, terwijl nog een borderel inkwam van verspreide leden van ƒ27.05, tezamen een bedrag van ƒ115.55, zoodat mijn inkomsten deze week weer bereikt hebben een eindcijfer van
f 288.05.
Laat mij daarom weer mogen eindigen met een woord van zeer hartelijken dank.
De Penningmeester, Ds. M. JONGEBREUR.
Veenendaal.
POSTZEGELS, CAPS. EN ZILVERPAPIER
Ontvangen van:
1e. C. Lodder, Oud-Beijerland, zilverpapier en 130 halve centen, verzameld door Kees en Leen Lodder. Zeker, ben ik met jullie zending ingenomen, en hoop spoedig op nieuwen voorraad.
2e. Jan Slagboom, Maarssen, een partij capsules. Dat 't niet veel is, is geen bezwaar. Een volgenden keer maar meer.
3e. Maatje van Driel, Dirksland, capsules, zilverpapier en postzegels.
4e. Mevr. van Slijpe, Goudriaan, een doos zilverpapier.
5e. J. van der Pligt, Oud-Beijerland, een partij zilverpapier.
Met hartelijken dank en aanbeveling.
Mejuffr. J. DEN HARTOG.
Krommedijk 60, Dordrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juli 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juli 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's