De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

De onbekende gave

8 minuten leestijd

„Indien gij de gave Gods kendet". Joh. 4 vers 10 (ged.)

Het wonderlijke van de Heilige Schrift is o.a. dat dit boek een medicijnkast niet alleen voor kwalijk gestelden en zieken, doch ook voor dooden is. Dat het louter medicijn is, wordt den onderzoeker openbaar, wijl de vele geneesmiddelen slechts één doel hebtoen, het leven te wekken en het verwekte leven te versterken. Velerlei bouwstoffen liggen opgestapeld; één is het doel, n.l. dat het Godsgebouw zou verrijzen naar het gemaakte bestek. De Heilige Schrift is daar, opdat wij dit Goddelijke Woord, dit levende Woord zouden beamen. Dit blijkt uit al Zijn bestanddeelen, en een enkele maal wordt het met name genoemd, zoo door Johannes: „dit alles is geschreven, opdat gij gelooven moogt dat Jezus is de Christus".
Hiertoe dient ook de geschiedenis van de Samaritaansche vrouw. De ontmoeting met Jezus werd haar ten zegen en velen Samaritanen, en de beschrijving dezer ontmoeting is ongetwijfeld voor velen tot zegen geweest. De Heiland heeft een vijandig volk opgezocht; een opgezocht volk gewonnen; een gewonnen volk verheerlijkt. De onbekende gave Gods werd leven wekkend en leven versterkend.
Jezus was in de Zuidelijke provincie Judea. Hij vernam dat de Farizeërs gehoord hadden dat Zijn aanhang grooter was dan die van Johannes. Om dezen groei van het Koninkrijk Gods nu niet te belemmeren door voet te geven aan concurrentie of aan gedachten, die zweemden naar verdeeldheid, vertrekt Hij, en gaat naar de Noordelijke provincie Galilea, doch moet daartoe door de middelste provincie Samaria. Gewoonlijk ontweek men dit gebied, door een omweg te maken door het Overjordaansohe gebied, zooals Jezus later dan inderdaad zelf ook doet. Ditmaal echter niet. Er staat: Hij moest door Samaria gaan. Daar was thans werk te verrichten.
Te Sichar gekomen, zat Hij neder aan de Jacobsbron, de discipelen zijn heengegaan, en zoo, alleen gezeten, ontmoet Hij daar een vrouw.
In de middaghitte vraagt Hij: ,,Geef mij te drinken".
Zijn Galileesche spraak maakt Hem openbaar. De vrouw vindt deze anders zoo gewone vraag, vreemd. De vijandschap tusschen Joden en Samaritanen was haar een beletsel. Die vijandschap wortelde ver in de historie en diep in het hart. De Samaritanen waren geen ras-echte Joden. Salmanezer had dit volksdeel in 725 voor Christus bestookt en zijn opvolger Sargon had de stad Samaria in 722 ingenomen, verwoest, en door wegvoering een eind gemaakt aan het volksbestaan van het tienstammenrijk. Vreemde kolonisten, Assyriërs, waren er voor in de plaats gekomen, hadden zich met het overblijfsel vermengd en werden drie eeuwen later door Ezra niet erkend als Gods volk. Zoo hadden zij daarna een eigen tempel gebouwd en leefden Judeërs en Samaritanen naast elkaar in vijandschap voort. Nu komt de Heiland, en leert dat deze vijandschap uit den duivel is en dient opgeheven. In deze geschiedenis gaat de liefde uit tot de Samaritanen, en in zijn gelijkenis (Lukas 10) gaat omgekeerd de liefde uit tot de Joden. Heerlijke leering! Straks gaat Zijn liefde uit tot de ras-echte heidenen, want dezelfde Johannes zegt: alzoo lief heeft God de wereld gehad.
„Geef mij te drinken".
Voor de vrouw is de vijandschap een beletsel, voor Jezus niet. Immers voor vijanden was Hij gekomen. Dit is juist de wonderlijke gave Gods, die zij nog niet kende.
En als de Heiland haar dan levend water aanbiedt, kan zij dit door geestelijke blindheid niet verstaan, vat het natuurlijk op, en heeft een tweede bezwaar, gelegen in den twijfel of Hij zulks, zonder gereedschap, wel geven kan, daar Hij toch niet meerder is dan vader Jacob, die toch ook gereedschap gebruikte. De Heiland wil haar echter ontdekken, en wijzende op den put, zegt Hij dat dit water dient tot tijdelijke verkwikking; het levende water, dat Hij geeft, is echter een fontein, springende tot in het eeuwige leven.
De vrouw, dit naar haar begrip opvattende, wenscht dit water te ontvangen, om van de moeite, gedurig water te moeten sleepen, ontslagen te zijn. De Heiland ziet, dat Hij op deze wijze niet vordert, en daar Hij hare ziel toch hebben moest, wijl zij een uitverkoren vat was, slaat Hij een zijweg in, breekt het gesprek af en begint aan iets, dat er totaal niet mee te maken schijnt te hebben. 't Gesprek neemt een plotselinge wending.
Ga heen, roep uw man, en kom hier! Wederom verwondering bij de vrouw. Zij was een slechte, publieke vrouw. Onverschrokken zegt zij: ik heb geen man!
Daarop hoort zij het antwoord van dezen vreemdeling: Naar waarheid, gij hebt geen man; vijf hebt gij gehad, en waar gij nu mee leeft is uw man niet!
Is zij nu uit het veld geslagen? Geenszins! Nu wordt ze godsdienstig en gaat Jezus prijzen als een profeet, haalt de twistpunten op tusschen Joden en Samaritanen, en tracht alzoo door een derde ontwijking Jezus' doel te ontgaan.
Hij laat haar echter niet los, en wijst op het feit dat men God, die een Geest is, overal kan aanbidden, maar dan in geest en waarheid; zij moge dit aannemen tot eigen behoud, want deze wijsheid tot zaligheid is uit de Joden afkomstig, door Hem die met haar spreekt.
Nog geeft zij het niet op, en zich zelf niet over. Zij tracht door een vierde ontwijking deze persoonlijke bemoeienis om haar te ontdekken, op de lange baan te schuiven, door te wijzen op den toekomstigen Messias, die alles openbaren zal.
Dan is Jezus' tijd gekomen. „Ik ben het, die met u spreek". Dit woord ging haar door merg en been. Jezus had zich uitwendig en inwendig aan haar geopenbaard, en vóór zij het wist had zij levend water van Hem gedronken. Zij liet haar waterval staan, verliet de aardsche zaken, ging heen en verkondigde dit wonder in hare stad, opgetogen van blijdschap.
Mijn lezer en lezeres! Hebt gij uw beeld gevonden in deze vrouw? Het was de Heiland, die deze vrouw persoonlijk opzocht, en zoo doet Hij nog; Hij zoekt Zijn vijanden op. Hij zoekt het verlorene, totdat Hij hetzelve vindt. Hoewel persoonlijk naar 't lichaam afwezig, is Hij er nog naar Zijn genade, majesteit en Geest. Gisteren en heden en tot in alle eeuwigheid dezelfde.
En als Hij komt, hoe is dan Zijne ontvangst?
Gelijk als bij de vrouw? Ook; wij hebben van nature de vier bezwaren en tegenwerpingen. Hierin is Gods Woord bevestigd, dat Hij Zijne handen den ganschen dag uitstrekt tot een wederstrevig en tegensprekend volk. Onze eerste tegenwerping is die der vijandschap. Wordt de genade ons aangeboden in de prediking, dan zegt menigeen: niet voor mij! want in mijn hart is nog de zonde, en deze is vijandschap tegen God. Eerst dient het hart gezuiverd en dan kan God mij in Christus aannemen. Alsof de zuivering iets anders ware dan de vrucht des geloofs!
Dit blijft altoos het eeuwig wonder, dat Jezus kwam voor zondaren!
Onze tweede tegenwerping is het bezwaar van den twijfel. Hoe zou ik, die midden in de wereld ben, dagelijks om bronwater ga naar Sichar, nergens anders voor leef dan voor tijdelijke zaken, het water des levens kunnen ontvangen? Dat is bestemd voor menschen, die er naar leven! Alsof God Zijn volk verkoren heeft om hun geloof! Ook dit blijft het eeuwig wonder, dat de Heere de dingen die niet zijn, roept alsof zij waren! Doode zielen maakt Hij levend.
Onze derde tegenwerping is gelegen in het feit, dat wij zelf er niet onder willen. Wij bewonderen de Schrift. Wij zeggen met de vrouw: Nu zie ik, dat gij een profeet zijt! Met den rijken jongeling prijzen wij den Heiland en zeggen: Goede Meester!
Om deze complimenten is de Heiland niet verlegen en daarvan is Hij niet gediend. Het woord dat ons past op des Heilands prediking is niet: Ik zie dat gij een profeet zijt, doch: „ik zie, dat ik een zondaar ben!" Toch is een dergelijke critiek veelvuldig. Uit de kerk komende, zegt menigeen, die over de preek napraat: 't Was heden niets, of: middelmatig, of: bijzonder goed, en daarmede uit.
Daar sluit zich de vierde tegenwerping bij aan: Als de Messias zich eens aan mijn hart openbaart, zal ik het beter verstaan, en meteen is daarmee alles geschoven op de lange baan! Wie gaat hier vrij uit?
Mijn lezer! in den dag der dagen klinkt het tot de verharden, die de waarheid der verkiezing verdraaid hebben tot hun eigen verderf, niet: Och! gij hebt niet gekund, doch: gij hebt niet gewild!
Wat dan te doen? In onbekeenden staat rest ons niets anders, dan God te bidden of Hij Zijn Woord ons wil laten hooren als gesproken tot ons persoonlijk. Zijn algemeene genade reikte reeds zóó ver, dat Hij ons deed geboren en opgevoed worden in eene omgeving, waar dat Woord in eere is. Vraag uzelven af: is dat toevallig?
Vraag den Heere om Zijn lieflijk licht, zoodat de onbekende gave des levenden waters u worde een ongekende bron van onverwelkelijke vreugd.
Houdt den Heere vast op Zijn belofte, die de grond was voor uw doop: Ik wil uW God zijn, en gij zult Mij zijn tot een volk!
Hij vroeg een mensch om een dronk water, met het gevolg, dat Hij een mensch gaf het levende water, dat een fontein werd, springende tot in het eeuwige leven! En het was niet volgens verdienste! De gevraagde dronk heeft zij niet eens gegeven, want het is en het blijft een oude waarheid: alles verbleekt in glans bij de gave Gods; alles valt weg!
Welaan dan! het Koninkrijk Gods gezocht, om ons daarna dan ook te vermeien in Zijn lieflijke wegen, die getuigen van verkiezende liefde, verzoenende genade en geestelijke leiding, ervaren op grond van het woord, dat zoowel geschreven als gepredikt tot ons kwam door den Geest.
D. B.                                                                        G. VAN DER ZEE.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juli 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juli 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's