De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

9 minuten leestijd

Het geestelijke voorop.
Wij hebben goed vertrouwen, dat, wanneer mr. Ruys in zijn opdracht slagen zal — wat wij van harte hopen — om een Kabinet samen te stellen, dat op de rechterzijde steunt, de Antirevolutionaire Kamerclub het hare er toe zal hebben bijgedragen dat het program van het Kabinet een beslist christelijk karakter draagt. Vooral op het stuk van de Zondagsrust, bijzonder bij spoorwegen en sport, zal het program een duidelijke uitspraak in de door het christenvolk zoo gewenschte richting moeten bevatten. Niet minder zal het vast moeten staan, dat maatregelen worden getroffen terzake van de bestrijding der onzedelijkheid, met name zal krachtig moeten worden opgetreden tegen het neo-malthusianisme, de openbare danshuizen, het verspreiden van pornografische geschriften, e.d.
Ook zal het onomstootelijk moeten vaststaan, dat de christelijke grondslagen van het huwelijksrecht onvoorwaardelijk gehandhaafd blijven en dat er geen sprake van is dat in de echtvereeniging de vrouw met den man worde gelijkgesteld. Wel zal de leugenachtige practijk, om in de woorden van het Program van Actie van de Antirevolutionaire Partij te spreken, beteugeld moeten worden om, met behulp eener niet weersproken beschuldiging van een der beide echtgenooten, te geraken tot huwelijksontbinding met wederzijdsch goedvinden.
En tenslotte zal het program zich klaar hebben uit te spreken ten opzichte van het hoog houden van het gezag, zoowel in ons land als in de Overzeesche Gewesten, waarbij natuurlijk behoort te zijn inbegrepen dat leger en vloot zoodanig blijven ingericht, dat de handhaving van de onzijdigheid en de verdediging der onafhankelijkheid des Rijks mogelijk zij.
Wanneer al deze dingen in het program zijn opgenomen, zullen wij gaarne het derde Kabinet-Ruys zien optreden en zal het zeker het vertrouwen van ons volk hebben.

Inquisitie en pijnbank.
Onlangs heeft zich in de Gereformeerde gemeente te 's-Gravenhage een geval van ketterjacht voorgedaan, waarvan haar wedergade niet in eenige Protestantsche Kerk zal te vinden zijn.
In de A.R. „Nieuwe Haagsche Courant" kwam even vóór den verkiezingsdag van 3 Juli als ingezonden stuk een consciëntiekreet voor van den heer C. de Jonge, die, lid van de Kersten-kerk in de Residentie, doch die niet als zoodanig optrad, zijn verontwaardiging uitsprak over het valsch getuigenis, dat de politicus Kersten en diens medestanders gaven tegen de Antirevolutionaire Partij. Met de feiten werd toen aangetoond dat in den kring van de Staatkundig Gereformeerde Partij de practijk menigmaal in tegenspraak is met wat met den mond als „beginselen" beleden wordt. Zoo ten aanzien van de verzekering, als van 't vrouwenkiesrecht. En ten aanzien van Artikel 36 werd opgemerkt, dat de S.G.P., na 10 jaar, nog geen practische toepassing van dat artikel wist aan te geven. De schrijver van het artikel in de „Nieuwe Haagsche Courant" verklaarde dan ook met andere kerkelijke geestverwanten, de politiek van ds. Kersten niet te kunnen deelen.
Natuurlijk stond zulk een optreden van leden der Gereformeerde Gemeente tegen ds. Kersten in het oog van den leider der S.G.P., met majesteitsschennis gelijk. Dat de Staatkundig Gereformeerden de Hervormden met allerlei middelen overhalen, en ds. Zandt bij de Hervormde predikanten rondgaat om zich tegen de politiek der Antirevolutionairen te verzetten, en daarvan allerlei kwaad te vertellen, is begrijpelijkerwijze geoorloofd, daarvoor ontvangen zij het eerekruis der S.G.P.; maar als een lid van een Gereformeerde Gemeente verklaart de onwaarachtige politiek van ds. Kersten niet te kunnen steunen, dan gaat zoo iemand op de pijnbank en worden op hem allerlei inquisitoriale maatregelen toegepast, welke voorhanden zijn.
Opmerkelijk was, wat in „De Banier", het Staatkundig Gereformeerd dagblad, van 8 Juli over deze zaak onder het opschrift: „Teruggenomen" voorkwam. Wij nemen het stuk volledig over:
»Allen zullen wel gelezen hebben zoo schrijft „de Banier" — het artikel van den heer C. de Jonge, iid der Gereformeerde Gemeente in Den Haag. ,,De Nieuwe Haagsche Courant" gaf dit het eerst en andere A.R. bladen volgden, ook „De Rotterdammer". Ook afzonderlijk werd het gedrukt als propaganda-materiaal. ,,De Standaard" echter wilde 't niet opnemen, naar wij vernamen. De heer De Jonge heeft nu echter zijn leedwezen betoond, gelijk uit onderstaand briefje blijkt.
's-Gravenhage, 6 Juli 1929.
De ondergeteekende, C. de Jonge, Potchefstraat 45, Den Haag, lid van de Gereformeerde Gemeente, verklaart met leedwezen, dat hij het stuk, geschreven in de ,,Nieuwe Haagsche Courant" van Maandag 1 Juli 1929, tegen ds. Kersten, terugneemt van woord tot woord en bekent openbaar schuld van deze handeling.
(w.g.) C. de Jonge.
Wij zouden nu gaarne zien, dat de A.R. pers ook dit wilde overnemen en bij volgende verkiezingen wat voorzichtiger wilde optreden met het opnemen van dergelijke stukken«.
Nu heeft de „Nieuwe Haagsche Courant" onverwijld aan 't verzoek van „De Banier" gevolg gegeven en het stuk van den heer De Jonge volledig in haar blad opgenomen. Echter is het blad nog iets verder gegaan, 't Heeft tevens een onderzoek ingesteld naar wat tusschen de Gereformeerde Gemeente te 's-Gravenhage en den schrijver van het stuk in de „Nieuwe Haagsche Courant" heeft plaats gehad.
Wat hebben nu de kerkelijke autoriteiten der Haagsche Gereformeerde Gemeente met den heer De Jonge gedaan?
Daarop antwoordt de ,,Nieuwe Haagsche Courant" van 12 Juli en deelt als een staaltje van ernstigen gewetensdwang het volgende mede:
We vernamen het reeds Maandagmorgen vroeg en niet uit den mond van den betrokkene zelf. Onze aanvankelijke inlichtingen werden later volkomen bevestigd. De heer de Jonge ontving in den loop van de vorige week van zijn kerkeraad een aanschrijving om Donderdag voor hem te verschijnen. Hij zou over zijn schrijven worden gehoord. De heer de Jonge ging echter niet. Onmiddellijk volgde een nieuwe sommatie om Zaterdagmiddag te komen. Dat is toen gebeurd. Twee en een half uur lang heeft de heer de Jonge zich toen moeten verdedigen tegen de aanvallen van een zevental personen, die hem verweten, dat hij met zijn schrijven „valsch getuigenis" had gegeven van den predikant Kersten. Een politieke handeling trokken zij dus in de kerkelijke sfeer. De heer de Jonge had zijn schrijven terug te nemen en anders zou in den kerkelijken weg verder met hem gehandeld worden. En ook zou men desnoods publiek maken, wat hij voor een persoon was. Dat ging op de mysticistisch-gemoedelijke manier, die niet onbekend is aan degenen, die in de kringen der Gereformeerde Gemeenten geen vreemdeling zijn. De aangevallene — iemand van zenuwachtigen aard — kon bijna geen gelegenheid krijgen om aan het woord te komen. Het was één tegen zeven, en die zeven trachtten eensgezind hem in de engte te dringen. Wat tenslotte gelukte. Wel vroeg de Jonge nog een paar dagen beraad. Maar die werden hem geweigerd. Hij moest er nu onder, óf het kerkelijk zwaard zou hem onmiddellijk in alle vreeselijkheid treffen. De man werd bedreigd met den wereldlijken rechter. Hij zou natuurlijk worden vervolgd wegens smaad van ds. Kersten. En verder zou in de krant worden gezet, dat de Jonge ook wel eens gestaan had naar het predikambt in de Gereformeerde Gemeenten, wat hem niet gelukte, en dat hij daarom nu zoo weerspannig was. En tenslotte — hij had ook nog wel eens steun van de Diaconie gehad, toen een kind van hem overleden was en ook bij andere moeilijke huiselijke omstandigheden en zware zorgen. Ook dat zou openbaar gemaakt worden. Op deze wijze zou men hem moreel aan den schandpaal nagelen, als hij zijn woorden niet herriep.
De Jonge, die vader is van een groot gezin, begon bij zooveel bedreiging ook gevaar voor zijn boterham te duchten en kwam onder dit alles in een zoodanig zenuwachtigen toestand, dat hij zwichtte en zeide de hem voorgelegde verklaring te zullen teekenen. En tóch handhaafde hij ten volle de overtuiging, die uitgesproken was in 't stuk, dat hem voor zijn kerkelijke rechters had gebracht. De man, voor een oogenblik in een toestand van zoodanige moreele depressie gebracht dat hij voor zijn pijnigers, voor zijn inquisiteurs, die hem de kerkelijke galg in het vooruitzicht stelden, bezweek. Hij wilde aan hun onmenschelijke geestelijke folteringen ontkomen. En teekende ..........
Wie is er, die zich dat niet indenken kan?
Maar innerlijk was zijn overtuiging ongeschokt. En zoodra was hij niet door zijn beulen losgelaten, of de reactie deed zich gelden en de Jonge kwam tot het besef dat hij verkeerd had gedaan en betreurde zijn zwakheid diep.
De heerschers over de consciëntie waren met hun succes zoo bovenmate verheugd, dat zij nog Zaterdagavond naar ds. Kersten te Rotterdam wilden, 'n trein was niet goed genoeg, en daarom werd gepoogd bij een der vrienden een auto te requireeren opdat de op zoo afschuwelijke wijze afgedwongen verklaring toch maar zoo spoedig mogelijk in „De Banier" zou kunnen komen!
Zooals gezegd — de Jonge had geen vrede met de door hem afgegeven verklaring. Hij besloot daarvan aan het „eerwaarde" college, dat zich als zulke uitnemende kettermeesters had doen kennen, kennis te geven. Dat is in den loop van Maandag geschied, zoodat op het oogenblik, dat de afgedwongen verklaring in „De Banier" verscheen, zij reeds alle waarde verloren had, omdat zij teruggenomen was.
Wij zullen het bij dit relaas uit de „Nieuwe Haagsche Courant" laten en vermelden dus ook niet wat de echtgenoote van den heer de Jonge daarna bij de inquisiteurs van de Haagsche Gereformeerde Gemeente blijkens het blad heeft doorgemaakt. Wat wij uit het Haagsche orgaan overnamen, geeft voldoende blijk van wat er in de kringen van de Staatkundig Gereformeerde Partij omgaat, althans wanneer men tot de kerkelijke gezindte van ds. Kersten behoort.
Daar is algeheele gehoorzaamheid en onderwerping de boodschap.
Nu hebben wij eenigen tijd met belangstelling uitgezien naar wat „De Banier" van deze onthullingen zou zeggen. Het blad neemt echter een volledig stilzwijgen in acht. Dit wijst er op, dat wat de „Nieuwe Haagsche Courant" schreef, helaas maar al te zeer waar is. Inquisitie en pijnbank schijnen den heeren niet vreemd te zijn. Een woord van protest tegen den gewetensdwang wordt althans niet vernomen. Bij onze bedenkingen tegen de politiek der Staatk. Gereformeerden komt thans weer het geval-de Jonge. En het zal bij deze zaak wel niet blijven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juli 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juli 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's