De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

7 minuten leestijd

Postgiro 138421.
Daar had ik me toch de vorige week heelemaal vergeten om te praten over den Zendingsdag. Door de benauwdheid waarin ik toen zat vanwege het kleine beetje dat ik 's Maandagsavonds nog maar bij elkander had, was het me heelemaal doorgegaan. En ja, nu kom ik als mosterd na den maaltijd. Als dit nummer van „De Waarheidsvriend" verschijnt, is het reeds 2 Augustus en is de Zendingsdag dus alweer achter den rug. Niettemin wil ik toch nog gaarne den wensch uitspreken, dat 't weer een gezegende dag zal mogen zijn. In de eerste en voornaamste plaats natuurlijk voor de Zending. Immers, daar gaat het op zoo'n dag toch maar om. 'k Hoop, dat alle bezoekers daar ook recht van doordrongen zullen zijn dat het maar niet alleen een dag is om uit te gaan. Zeker, dat mag er wel mee gepaard gaan. Als we Donderdag naar Rijsenburg gaan, mogen we best genieten van 't goede dat de Heere ons ook in het natuurlijk leven schenkt, in de eerste plaats van het schoone van Gods natuur, die daar in de omstreken van Driebergen, gelijk op zoo vele andere plaatsen, den lof van den grooten Schepper aller dingen bezingt. Maar dat genot mag niet het hoofddoel, maar mag slechts middel zijn om ons te brengen bij 't groote doel, dat de Zendingsdag beoogt, n.l. de uitbreiding van Gods Koninkrijk in het midden der heidenwereld. Daar is het Woord voor noodig. Vandaar, dat het Woord der Waarheid daar in Rijsenburg ook weer verkondigd zal worden. Daar is gebed voor noodig. Vandaar, dat in dien tempel van ongekorven hout de handen en harten ook weer opgeheven zullen worden tot de aanspraakplaats van Gods heiligeid. Daar is ook geld voor noodig. Vanaar dat de gaven ook weer voor den arbeid onder de Toradja volken van u gevraagd zullen worden. Ik hoop dat ge dus met een goedgevulde beurs van huis zult zijn gegaan en ik gun het u van harte dat gij 's avonds platzak zijt thuis gekomen. Natuurlijk alles voor de Uitwendige Zending van den Gereformeerden Zendingsbond.
Of dan de Penningmeester van den Gereormeerden Bond zijn zakken Donderdag heeft laten dicht naaien? Nu dat nou bepaald niet. En als er soms iemand is die er ongevraagd wat in wil laten glijden dan zal ik wel net doen of ik er niets van merk, hoor! En later vind ik het dan wel. Want zijn zij van boven open, van onder zijn mijn zakken goed dicht. Gij behoeft dus heelemaal niet bang te zijn dat ik het zal verliezen. Jammer dat ik het de vorige week maar niet geschreven heb, dat ik op dien dag heelemaal niet oppas voor de „zakkenrollers". Immers daar in Rijsenburg zijn zulk soort menschen nooit zoo slecht als zij wel lijken. Maar ja nu is het alweer te laat. Enfin, ik hoop u de volgende week te kunnen vertellen, of ik er toch nog last van heb gehad. Misschien dat de Zendingsdag mij wel niet vergeet, al had ik hem aanvankelijk vergeten. Of anders dat hij mij met gelijke munt betaalt en mij nog wat als mosterd na zendt. Afwachten is maar weer de boodschap.
Ja, als wij onzen of liever Gods tijd maar afwachten, dan komt het altoos goed. Dat heb ik verleden week ondervonden en waarijk deze week ging het weer net zoo. Toen ik gisteravond de buit van deze week eens overzag was het nu ja wel niet zoo schraal als de vorige week, maar toch ook alles behalve vet. Zie maar eens wat ik giseravond had.
's-G r a v e n m o e r, van ds. Bolkestein gecollecteerd op 21 Juli een dankoffertje van ƒ 2.—.
S l i k k e r v e e r, van den heer P. van Beek de inhoud van busje 206 een bedrag van ƒ 12.70 voor het Studiefonds.
V e e n e n d a a l. Hier hadden de vorige week twee huwelijksbevestigingen plaats, én door den Secretaris én één door den Penningmeester van den Geref. Bond. Bij die door den Secretaris werden toen gecollecteerd twee giften voor het Studiefonds, eén van ƒ 2.50 en eén van ƒ 1.—. Dat was dus samen ƒ 3.50. En toen de Penningmeester 's middags zijn getrouwd paartje ging feliciteeren, sprak de jonggehuwde vrouw, een oud-catechisante van me: „de dominé wil zeker nog wel wat voor zijn kindertjes hebben", en zij stopte mij tegelijk een rijksdaalder, ƒ 2.50 in de hand. Dat maakte dus samen een bedrag van ƒ 6.—.
V r e e s w ij k, van den penningmeester der afdeeling, W. Zeilmaker, een contributiebedrag van ƒ 21.—.
Maar verder kon ik het gisteravond nog niet brengen. Dat was, al telde ik het tienmaal over, met de contributie inbegrepen, niet meer dan ƒ 41.70. Ik dacht: jongen, jongen, dat blijft een eind onder de streep. Het wordt tijd dat ik maar een paar weken vacantie ga nemen. En wat het ergste was? De vorige week had ik nog zoo'n stroohalmpje van een belofte, maar die had ik nu ook niet eens. Dus ik moest het er maar op laten aankomen. En ziet daar, hoe wonderlijk mijn vreeze ook nu weer werd beschaamd. Immers vanmorgen bij „de post" eerst een brief uit
G e n e m u i d e n van ds. Luteijn, meldende het verblijdend bericht dat er Zondag, toen hij aan zijn gemeente medegedeeld had dat hij voor het beroep naar Oldebroek had bedankt, ongeveer ƒ 200.— aan dankoffers was ingekomen. En neen, die ƒ 200.— waren niet heelemaal voor mij, — er was o.m. ook nog een bedrag bij voor ds. Lans — maar ik kreeg er toch ƒ 31.— van, n.l. ƒ 30.— voor mijn jongste en ƒ 1.— voor mijn oudste. Natuurlijk keek de laatste wel een beetje sip, maar zij dacht toch blijkbaar ook: beter wat dan niets. Wij zijn natuurlijk blijde met het blijde Genemuiden en wenschen de gemeente van harte geluk met de beslissing die haar leeraar genomen heeft, in de hoop dat hij nog maar veel zulke beroepen krijgen en bedanken zal. Natuurlijk spijt het ons voor Oldebroek, maar als men ook hier Gods tijd maar weer afwacht dan twijfelen we niet of ook hier komt straks alles weer recht. Maar behalve die brief uit Genemuiden lag er bij „de post" ook weer een „groene". Mijn vrouw had hem al open gedaan en mompelde zoo iets van honderd en zestig. Ik dacht: maar dat zal toch wel niet. Maar jawel hoor! Een girobiljet uit
K a m p e n, afgezonden door den penningmeester onzer afdeeling aldaar, E. Roest, met een bedrag van
HONDERD EN ZESTIG GULDEN (ƒ 160.—), zijnde een collecte bij het optreden van ds. v.d. Graaf van Nijkerk op Zondag 21 Juli van ƒ 128.17; van de Zondagsschool op G.G. een bedrag van ƒ 19.— en uit het busje no. 125 een bedrag van ƒ 12.83. Nu kon ik dus nog eens gaan overtellen. Gisteravond ƒ 41.70 en nu vanmorgen ƒ 31.— èn nog ƒ 160.—. Dat wordt samen
f 232.70.
Dus weer ineens niet slechts over één, maar over twee streepen heen. Neen hoor, nu neem ik de volgende week nog geen vacantie. Als 't zoo blijft gaan, dan doe ik 't misschien heelemaal wel niet. We zullen maar weer zien. Intusschen mijn zeer hartelijken dank weer aan allen, die mij deze stof tot roemen gegeven hebben.
Veenendaal.
De Penningmeester, Ds. M. JONGEBREUR.
P.S. Daar zijn enkele adressen van leden van den Gereformeerden Bond onbekend. Ik laat ze hier volgen:
S. de Haan, Houten.
J. van der Kolk, Hilversum.
W.L. van den Broek, Hilversum.
C. van der Pijl, gewoond hebbende te Maassluis.
K. Offers, gewoond hebbende te Woubrugge.
G.G. van der Lippe, Hillegom.
Wie kan mij aangaande deze personen de gewenschte inlichtingen verschaffen, opdat wij ze weer vinden?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 augustus 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 augustus 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's