De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

RONDOM DE LEESTAFEL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

RONDOM DE LEESTAFEL

11 minuten leestijd

Met God voor 't Recht, 1573 in Alkmaar, door J. Snoep Jr. Uitgave: G. F. Callenbach, Nijkerk.
Netjes gebonden en keurig gedrukt, wordt ons hier een boek voorgelegd, dat ons het bekende verhaal van de belegering van Alkmaar in 1573 geeft met het bekende thema dat een jongen en een meisje elkaar liefhebben en samen trouwen. Wij hebben dit boek op een van onze vacantiedagen gelezen en het was ons een genot de bekende dingen nog eens weer op deze manier aan onzen geest te laten voorbijgaan. „Met Alkmaar voor den Prins — dat is met God voor 't recht!" zei Floris van Teylingen, burgemeester van Alkmaar. En God heeft geholpen, de Prins is niet beschaamd. Dit boek is het derde deel van den 32sten jaargang der „Christelijke Bibliotheek" van Callenbach.

Vertroostingen, door ds. H. W. Laman. Uitgave: J.H. Kok te Kampen.
Ds. Laman, predikant bij de Geref. Kerk te Assen, is rustend geworden. Veel heeft hij geschreven, toen hij actief predikant was; nu hij gaat rusten, gaf hij dit boek. 't Is een bundel overdenkingen, onder den titel „Vertroostingen", waarin het Evangelie wordt uitgedragen met de vertroostingen voor arme zondaren in Jezus Christus, Sions Borg en Middelaar. Ds. Laman heeft een goed werk gedaan, deze overdenkingen te schrijven en ze nu, gebundeld, uit te geven. Dit boek is van blijvende waarde en brengt ons oude en nieuwe schatten, die opgegraven zijn uit den onuitputtelijk rijken voorraad van Gods Woord, De eenige troost, De Trooster, Jezus' blijdschap, Roemen in de verdrukkingen, Vertroostend en verheffend, Zij zullen wit worden, Arm en nochtans schatrijk, enz. enz., zijn de opschriften van de meditaties, waarbij in proza en poëzie de heerlijkheid van het genadegoed Gods voor arme zondaren wordt voorgedragen en aangeprezen. Uitgever en Schrijver zeggen wij dank voor dit nuttige boek; stelle de Heere het tot een rijken zegen.

Datheen en de Oud-Gereformeerden, door ds. J. van der Sluis, predikant te Ouderkerk a.d. IJssel. Christel, brochurenreeks „Ons Arsenaal", Serie 9, no. 10. Uitgave: J. B. van den Brink & Co., Zutphen.
Weer een no. van „Ons Arsenaal". En nu over een historisch onderwerp, dat aan de orde van den dag is: Petrus Datheen en de Kerstenmenschen. Men weet, dat ds. G.H. Kersten, te Rotterdam, bij de opening van eene bijzondere lagere school, de Petrus Datheen-school genoemd, breed uiteengezet heeft waarom het Bestuur dien naam gekozen heeft, waarbij tegelijk niet meer en niet minder betoogd werd dat Petrus Datheen zoo ongeveer iemand als de Oud-Gereformeerde dominee Kersten is geweest, waarom ds. Kersten ook gaarne op Datheen wijst als voorganger en geestverwant. Nu heeft ds. Van der Sluis over Datheen en de Oud-Gereformeerden een breede studie gegeven, om te doen uitkomen dat er zeker punten van overeenkomst zijn — waarover dan gehandeld wordt — maar dat er ook, wat het leerstellige betreft, zeker groote verschilpunten zijn. Over dien naam Oud-Gereformeerden is al dadelijk gevallen; men heeft dat beleedigend gevonden. Maar wil men niet inderdaad de echte, oude Gereformeerden zijn, in onderscheiding van de nieuw Gereformeerden? En zijn er in dit verband al niet gekomen: Geref. Gemeenten, Dordtsch Gereformeerde Gemeente, Geref. Gemeenten onder het Kruis, enz. enz.? Is het niet vreeselijk, dat men in ons goede vaderland zóó solt met den naam van Gereformeerd? Ga eens naar IJsselmonde, Capelle a.d. IJssel, enz. enz., en men ziet tot z'n verbazing dat de dominees uit den grond verrijzen als paddestoelen; ds. Grisnigt en ds. Foes, straks ds. Van Zon, enz. enz. En natuurlijk is de een nog gereformeerder dan de ander, terwijl men natuurlijk „van God geroepen is" om zich dominee te noemen; met minder kan en mag het niet .....
Temidden van veel meer of minder belangrijke dingen verschijnt de naam van Petrus Datheen den laatsten tijd, bekend uit de 16e eeuw als predikant, staatsman en schrijver. Hij was de man, die een berijming van de Psalmen gaf, die den Heidelbergschen Catechismus vertaalde, die een der samenstellers was van de formulieren, die achter in het Psalmboek staan. Op den loop der dingen, vooral in de Zuidelijke Nederlanden, oefende hij den krachtigsten invloed. En nu willen de Oud-Gereformeerden, bij monde van ds. Kersten, beslag op hem leggen, zeggende: Datheen was als wij en wij zijn als Datheen!
Ds. Van der Sluis herinnert dan aan onderscheidene dingen van Datheen, c.s. Zij hebben de wetenschappelijke opleiding tot het predikambt bevorderd vanaf het Convent van Wezel, 1568. En de Oud-Gereformeerden, c.s. hebben een hoogeschool altijd genoemd een domineesfabriek, en die daar opgeleid waren, werden fabrieksdominees gescholden, op bestelling geleverd! Hierin veel meer in den geest van de Wederdoopers levend dan in den geest van Datheen, de Brès en andere vooraanstaande Gereformeerde Vaderen. De Wederdoopers verwierpen de wetenschap en veroordeelden alle opleiding tot het ambt; de Heilige Geest alleen moest het doen. Een man als Carlstadt, hoogleeraar te Wittenberg, meegesleept door den geest van de Wederdoopers, ging in de huizen der burgers en vroeg aan de eenvoudigen wat de uitlegging van de Schrift was, want wat God voor „de wijzen en verstandigen" had verborgen, dat had Hij aan de „kinderkens" geopenbaard! Alle studie was uit den booze!! Rechtstreeks van God alle wijsheid verkrijgen — was de weg. In de 18e eeuw kwam die geest van de Wederdoopers, waarvan Luther, Calvijn, Datheen, de Brés en onze Gereformeerde Vaderen niets moesten hebben, in den kring der Piëtisten in Nederland naar voren; en Theologische kennis werd genoemd een geheel van „winderige wetenschappen", „schilderijen van zaken en schimmen der hersenen". Men maakte onderscheid tusschen de aardsche en de hemelsche academie, en men sprak het onomwonden uit dat de Dienaren des Woords in gezelschappen der vromen de ware wijsheid moesten opdoen; want daar zitten „de kleyne professors", zooals Schortinghuis ze noemt. Die geest zit nóg in de kringen van de Oud-Gereformeerden, waar het „preeken" moet zijn „uitgieten van het gemoed" en waar door niet weinigen met minachting gesproken wordt over het lichte brood van de dominees, enz. Men moet vele „predikanten" van Vrije Gemeenten — en zelfs wetenschappelijk geoefende predikanten, die de oefenaars uit de Vrije Gemeenten willen nadoen — maar beluisteren en men bemerkt aanstonds, dat de studie niet in eere staat en „het spreken naar de meening des Geestes" openbaar wordt in ordeloos geklets, waarbij men zich 't liefst uit in platte en ongekuischte taal, om z.g.n. de ellende te beschrijven, enz.; waarbij het opvallend is, dat er in zekere kringen een geest openbaar wordt, om te getuigen dat dat toch maar de ware dominees zijn!! In de kringen van de Gereformeerde Kerken — van de Afscheiding in 1834 en van de Doleantie in 1886 — heeft men een wetenschappelijke opleiding, maar de menschen van de Vrije Gemeenten schelden en schimpen zoo gaarne op dominees, die gestudeerd hebben. En dat is niet naar den geest van Datheen.
Nu zal men zeggen: ds. Kersten heeft nu ook een Theologische School geopend. Ja, wetenschappelijk is dat nog niet. Ds. Kersten heeft zelf ook niet gestudeerd. Maar vele menschen vinden die School, die meer naam dan daad nog heeft, ook al uit den booze. Terwijl, wanneer het werkelijk wetenschappelijke opleiding moet worden, zooals onze Gereformeerde Vaderen dat in het voetspoor van Calvijn begeerden, ja, dan moeten de kinderen van ds. Kersten zelf ook naar het Gymnasium en dan moet de Theologische School worden zooals de bestaande Hoogescholen met studie van Hebreeuwsch, Grieksch, Latijn — de talen van de Heilige Schrift en van de wetenschap — en dan moet 't radicaal anders worden in de kringen van de Oud-Gereformeerden dan het nu is. Dan moet het zoo worden, dat de menschen en de oefenaars van de Vrije Gemeenten er om lachen, om er minachtend den banbliksem over uit te werpen.
Het vraagstuk van de algemeene genade komt dan ook aan de orde; de wetenschap, de kunst, de muziek, enz. enz. Wat altijd „zonde" genoemd is en wat met de schandelijkste woorden als „hoerenvoorhoofd" enz. weg geslingerd is, komt dan aan de orde. Zij, die alles als „nieuwigheden" haten, zullen zich dan moeten bezinnen op velerlei. Calvijn b.v. zegt, dat uit het geslacht van Kaïn niet alleen verkeerde, maar ook goede dingen voortkomen, b.v. het maken van tenten, harpen, orgels en het bewerken van koper en ijzer. En hij zegt. dat de uitvinding van kunsten en wetenschappen en andere zaken, die tot algemeen nut en gemak van het leven dienen, een gave Gods is, volstrekt niet te versmaden, een deugd, alle lof waardig, enz. Die uitvindingen als gaven Gods zijn, zegt Calvijn bij de uitlegging van Gen. 4 vers 20, volstrekt niet te verachten; en het misbruik heft het gebruik niet op.
Naast de kwestie van de algemeene genade en de vraagstukken van het algemeene leven, komen dan de aangelegenheden van doop, belijdenis, avondmaal, niet minder van wedergeboorte, geloof, bekeering, enz.
Wanneer vergeleken wordt wie en wat Datheen in deze was en men onderzoekt eens wat in den kring van de Vrije Gemeenten door oefenaars en gemeenteleden wordt geleerd en geliefd is, dan springt het aanstonds in het oog voor ieder, die eerlijk is, dat er een jammerlijke afwijking van de beginselen der Gereformeerde Vaderen valt te constateeren. Hoe akeliger men het daar voordraagt, hoe mooier dat men het daar vindt, en die dan spreken wil naar de grondbeginselen van de Oud-Gereformeerde waarheid, door de Vaderen ons naar den Woorde Gods voorgedragen, die wordt met medelijden aangezien, als zijnde een mannetje, dat bij licht getimmerte leeft en wis verloren gaat; geen ziertje genade en geen aasje leven is er te bespeuren. En als men dan bij tijden eens op de dingen wil ingaan, dan trekt men zich — ook predikanten vinden dat tegenwoordig mooi — terug als een slak in z'n huisje en zegt dan, beide handen en tien vingers over de breedte van het lichaam uitbreidend, dat men er zelf geen kennis aan heeft. En dat vinden de menschen dan 't mooist van alles; gelijk er ook al menschen en gemeenten zijn, die 't mooist vinden, als de dominé zóó diep doorgeleid is, dat hij zelf bij de Avondmaalsbediening van verre blijft staan en geen deel neemt, aan hetgeen Sions Borg en Middelaar voorzet aan hongerigen en dorstigen, om arme zondaren uit te lokken geheel tot Hem te gaan en uit Hem te ontvangen genade voor genade. Bij de verwarring van geloof en bekeering leeft men 't liefst bij allerlei kenmerken en gestalten, en daar heeft men 't zóó druk mee, gelijk de Roomschen met hun heiligen, dat het er niet aan toe komt om tot Christus te gaan. De Christen is belangrijker dan de Christus, en men zal dan alleen tot Hem uitgaan, om Hem te vertrouwen op Zijn Woord, als men zóóver gevorderd is dat er voor Christus niets meer te doen overblijft! Hoe breed ook hebben Calvijn en zijn geestverwanten gestaan tegenover de Lutherschen, zelfs tegenover de Roomschen. Maar 't geslacht, dat onder de bekoring van de Wederdoopers kwam, stond anders. En het individualisme en het sectarisme groeit welig, ook in het midden van de Vrije Gemeenten. Van het hooghouden van het ideaal der Katholiciteit der Kerk vindt men niets; integendeel, de een verkettert het liefst den ander, en de spijltzwam werkt in die kringen 't sterkst — gelijk we ook zelfs in het midden van de Hervormde Kerk kunnen opmerken. Aanstonds is 't oordeel, aangaande een ander, gereed: dat het „niks" is. Men loopt en draaft, den objectieven regel van Gods Woord inwisselend voor het subjectieve gevoelen. 'En wee u, wanneer men niet voldoet aan „de kenmerken", door „de kleyne professors" gesteld.
Maar wij eindigen. We zijn bij het aankondigen van deze brochure aan de praat geraakt. Men leze liever zelf dit boekske en men oordeele. Zeker zijn er ook punten van overeenkomst tusschen Datheen en ds. Kersten; in heftigheid, in partijdigheid, in sectarisme als politiek persoon; maar de geschiedenis heeft een oordeel uitgesproken; welk oordeel de menschen, die niet studeeren, natuurlijk als niets achten en het eenvoudige volk weet het niet; maar de geschiedenis heeft gesproken en blijft spreken; en de geschiedenis houdt ons voor, dat wij voorzichtig zullen zijn het verkeerde van onze Vaderen niet na te volgen. Maar nog eens: men leze deze brochure zélf; het is de moeite waard. De Waarheid gaat boven alles!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 augustus 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

RONDOM DE LEESTAFEL

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 augustus 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's