FEUILLETON
Kleine Luijden
SCHETSEN UIT HET FRIESCHE DORPSLEVEN
— DOOR IDSARDI —
65)
't Was al , laat, toen Symen weer van zulk een vergadering thuis kwam. Syke zat nog alleen bij tafel en was bezig met kousen stoppen, 't Was kil in de kamer en kil in haar ziel. Alles liet haar koud. Voor niets voelde zij op het oogenbllk eenige belangstelling. Omdat haar leven eene mislukking was. Zeker, zij had te veel gezegd tegen haar man, maar aan wie de schuld! Wie was oorzaak, dat zij niets meer gevoelde voor hem, die naast haar leefde, om zich van haar te laten bedienen en haar verontachtzaamde, inplaats van, zooals andere mannen voor hun vrouwen deden, op te komen voor haar en zooveel mogelijk de zorgen voor haar weg te nemen? Hij had haar inplaats verwijtingen gedaan, die als een scherpe weerhaak in het vleesch waren achtergebleven en pijn deden. „Bij een ander was het veel beter dan thuis" — had hij gezegd. En ,,zij moest maar eens wat beter acht op hare huishouding geven". En dat, terwijl zij altijd sloofde, van den morgen tot den avond, en tot in den nacht. Dat waren mannen! En aan zulk een man was haar leven vastgekluisterd! Tot het bittere einde toe; wie wist niet hoe lang!
Zoo ging het door haar hoofd, en hoe langer zij dacht, hoe ellendiger zij werd. Tot eindelijk de natuur de overhand kreeg en af en toe de oogen zich sloten en het vermoeide hoofd soms neerzonk op de borst. Met een schok werd zij wakker, toen opeens de voordeur kraakte en Symen binnenkwam. Blijkbaar was de stemming er bij hem niet slechter op geworden. „Goeje", zei hij. ,, 'n Avond", klonk het koud. Toen, na eenig zwijgen: „waar is je Bijbel; ik moet hem even gebruiken".
Verwonderd keek zij hem aan. Symen en de Bijbel! Dat was nog nooit gebeurd, zoolang zij getrouwd waren. Haar somber gelaat kreeg een eenigszins zachtere uitdrukking, 't Was of de oogen verhelderden en de groeven, die de zorgen ploegden, minder diep waren. Zou hij waarlijk begeerte hebben om dat Boek te lezen, indertijd meegekregen van huis, maar vooral in de laatste jaren zóó veronachtzaamd, omdat de lust, ook de gelegenheid, tot rustig bijbellezen ontbrak?
„In de kast" — zei ze, en stond meteen op om hem te geven wat verlangd werd. Ja, daar was hij, de oude, trouwe Bijbel, in vroeger jaren door vader zooveel gebruikt, toen zij als kinderen nog allen in huis waren en stil aan tafel zaten, als na den maaltijd de bril uit den koker genomen werd om dan te lezen wat het scheurkalenderblaadje voor dien dag aangaf.
Met de punt van den boezelaar werd het stof afgeveegd en daarna even gebladerd, 't Was alsof plotseling allerlei herinneringen uit het verleden boven kwamen. Hier en daar lag nog een bladlegger of een bijzonderheid, die iets beteekende. Een geel stukje papier met een versje, dat zeker eens bizonder getroffen had; een krantenknipsel; een gedroogd bloempje, een pauweveer; een klein briefje van een jongeren broer, toen hij voor 't eerst uit huis was gegaan, en een advertentie met breeden rouwrand, het doodsbericht van vader. Hé, ja, daar stond het
Heden ontsliep in de hope des eeuwigen levens, onze geliefde Echtgenoot en der kinderen zorgdragende Vader WILLEM DE GRAAF, in den ouderdom van bijna 52 jaren, na een genoeglijke echtvereeniging van bijna 24 jaren.
De diepbedroefde Weduwe en Kinderen.
Zorgvliet, 5 Januari 19
Ja, zoo was 't. Dat was alles waar wat daar stond. Vader was heengegaan met een verzekerd geloof, verwachtende de toekomstige heerlijkheid, waarvan de Bijbel sprak, en waar zij zelf vroeger ook zoo op hoopte. Hij was hen ook allen even lief geweest, want men hing thuis, als het er aan toe kwam, nog wèl zooveel aan vader dan aan moeder. Het was een gelukkig huwelijk tusschen hare ouders geweest, heel wat anders dan hier, waar elk zijn eigen leven leefde. En men was daarom zoo diep bedroefd geweest, toen de dood hem wegnam. Wat zou diezelfde goeie, beste vader gezegd hebben, als hij wist dat zij er zóó toe zat, en deze zelfde Bijbel een vergeten Boek is geworden, omdat? Ja, omdat al de omstandigheden daartoe hebben mee geholpen, maar niet het minst haar huwelijk met een man, die van de waarheid niet weten wilde. Waarvoor zij door toeste vrienden zoo gewaarschuwd was, maar zonder daarnaar te luisteren.
„Krijg ik hem haast ? " — vraagt Symen, als hij niet zonder ergernis ziet, hoe hare hand beeft, als zij dat kleine stukje papier met dien rouwrand tusschen de vingers streelt, alsof zij daardoor verzachting kreeg in de smart, die het bij haar heeft opgewekt.
,, 'k Lees de doodsadvertentie van vader nog eens".
,, 't Zou nog al wat; dat is al zoo lang voorbij!"
„Maar niet vergeten".
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 augustus 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 augustus 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's