De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FEUILLETON

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FEUILLETON

Kleine Luijden

5 minuten leestijd

Kleine Luijden SCHETSEN UIT HET FRIESCHE DORPSLEVEN
— DOOR IDSARDI —
66)
„Zoo kan je ook altijd wel piekeren; steen en been klagen over de ellende, die je gehad hebt en over de misère, waarin je nu zit, enfin, een mensch zijn zin, is een mensch zijn leven, maar ik hoop dat wij er nu gauw uit zullen zijn. Geef hier eens dat boek".
„Waar uit zijn, bedoel je?"
„Uit die armoezaaierij en den rotboel van deze kapitalistische maatschappij", snauwt hij.
„En wou je daarvoor dezen Bijbel gebruiken?" — vraagt zij met aandoening in hare stem, omdat het haar heiligschennis lijkt, dat dit zelfde Boek, dat door haar vader met zooveel eerbied behandeld werd, thans hier zal worden aangegrepen met een bedoeling, die haar nog niet recht duidelijk is.
„Ja" — luidt het bondig, terwijl een spottende glimlach op zijn gelaat ligt.
Daarop begint hij te bladeren, van voren naar achteren en van achteren naar voren, 't Is hem blijkbaar erg vreemd, want vroeger wist hij niet veel van den inhoud af, maar nu nog minder, nu hij in geen jaren dit Boek in handen heeft gehad. Af en toe blijft hij even lezen om te zien of hij haast is waar hij wezen moest. Daar staat van Abraham, Mozes, David, — maar die moet hij niet hebben. Simson, — hé, ja, wie was Simson haast ook weer? Was dat niet een reus!
,,Zeg, wie was Simson?"
„Simson? Die was immers zoo sterk en had zulk lang haar. Maar toen trouwde hij met een verkeerde vrouw (zooals zij met een verkeerden man), een heldin, die hem wist over te halen om haar te vertellen hoe het kwam dat hij zoo sterk was, en die hem toen in den slaap het haar heeft afgeknipt, en toen miste hij zijn kracht, waarop hij gevangen genomen werd en men hem de oogen uitstak".
„Moet je maar gelooven; sterk, omdat hij lang haar had! Dan moest Mulders Bet, ten minste een krachtmensch wezen met haar lange, zware vlechten, en die ligt daar nu al jaar en dag in een tent".
,, 't Kwam ook niet van zijn haar, maar omdat hij een Nazireër Gods was". „Wat ding?" 
„Nu ja, een die God gewijd was".
„Och, houd op met leuteren; hoe kan je nu aan zulke oude fabeltjes geloof hechten?"
„Jakob, Ezau, — was dat die niet, die zijn vader bedroog? Ook een mooie jongen. Goliath, — o ja, dat was die reus. Maar dacht je, dat die nóg grooter geweest is dan die Constantijn, die hier verleden jaar op de kermis te zien was? Die man moest ook op den grond slapen, omdat hij niet in de beddesteê kon". 
Syke zuchtte eens. „Salomo; — Elia; Daniël, wat is daar ook weer meê gebeurd. Hebben ze hem niet eens bij de beren opgesloten?"
„In een leeuwenkuil, bedoel je".
„Nu goed, dan bij de leeuwen; dat is ook al vrij hetzelfde, 't Valt je zeker niks af, dat ik er nog zooveel van weet. En toen hebben ze hem geloof ik niets gedaan, wèl?" 
„Neen, de Heere bewaarde Daniël ook in den leeuwenkuil, en sloot hun muilen toe" — hoe was het mogelijk, dat was nog een antwoord uit een vraagboekje, jaren geleden op de catechisatie gebruikt, toen zij nog een kind was en dat komt haar zoo ineens nog te binnen. Wat komen in zulke oogenblikken de herinneringen weer boven!
,,Hm! — Jesaja; — Ezechiël; — Habakuk; — wat toch onmogelijke namen". „Mattheüs; — och lieve help, daar wemelt het van vreemde namen; als die Zondags in de kerk gelezen worden, dan is er ook geen mensch, die daar iets van onthoudt".
„Symen, geef mij dat Boek".
„Waarom? 'k Ben nog niet klaar".
„Omdat je spot!"
„'kSpot niet; maar 't is toch zóó; 'k begrijp niet wat die menschen hier in den Bijbel doen".
„Jezus". — „Nu wordt het ten minste wat bekender. Kajafas; — Petrus; — Judas. O, dat was die valschaard, niet? — Nu, zulken zijn er velen in de wereld. En vaak, waar je ze niet verwacht".
„Symen, geef mij dat Boek!"
„Waarom mensch! 'k Dacht dat je blij waren, dat ik in den Bijbel lees".
„Zóó niet".
„Waarom niet?"
„Omdat dit Boek heilig is".
,,Dit boek heilig? En dan die rare dingen die er in voorkomen? 'k Weet er ook wel wat van!"
„Maar altijd ter waarschuwing; niet ter navolging. Je doet hetzelfde als de spin, die vergif haalt uit de bloem, waar de bij honig uit zuigt".
„Mensch, wat op eens een wijsheid; waar haal je ze vandaan! Help mij dan maar eens".
„Wat wil je dan toch?" „Ik moet een Jakobus hebben. Jakobus de vijfde van één tot vijf".
Met verbazing hoort Syke naar de onkunde van haren man. Aanstonds begrijpt zij zijn bedoeling, maar wat is hij 'n vreemdeling in de Schrift en wat behandelde vader het Woord dan met een andere teerheid dan deze man, met wien haar leven ter onzaliger ure verbonden was ten koste van wat een mensch het hoogste goed moest zijn! Heeft Sander geen gelijk, als hij het Woord des Heeren bij Jesaja aanhaalt: „Ik heb kinderen groot gemaakt en verhoogd, maar zij hebben tegen Mij overtreden. Een os kent zijnen bezitter, en een ezel de kribbe zijns heeren; maar Israël heeft geen kennis. Mijn volk verstaat niet!" En niettegenstaande dat, wordt er door zulke menschen als Symen maar 'n oordeel geveld over de Heilige Schrift alsof zij haar kennen, en wordt de waarheid Gods aan de kant gelegd.
(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 augustus 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FEUILLETON

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 augustus 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's